De bewustzijnsclub: verkenningen aan de grenzen van het ‘ik’

door Geerdt Magiels


Essay uit dBNg 2016#6

beeld-1-magiels-lichaam-geest

  • Daniel M. Wegner & Kurt Gray, The Mind Club: Who Thinks, What Feels, and Why it Matters (Viking 2016), 400 blz. (bestel)
  • Laurel Braitman, Animal Madness: How Anxious Dogs, Compulsive Parrots, and Elephants in Recovery Help Us Understand Ourselves (Simon & Schuster 2014; 2015), 400 blz. (bestel)
  • Miguel Farias & Catherine Wikholm, The Buddha Pill: Can Meditation Change You? (Watkins Publishing 2015), 276 blz. (bestel)
  • Jo Marchant, Cure: A Journey into the Science of Mind Over Body (Canongate 2016), 368 blz. (bestel)
  • Vertaald als: Gezond verstand. De wetenschap van geest en lichaam (Atlas Contact 2016; vert. Judith Dijs), 320 blz. (bestel)
  • Andy Clark, Surfing uncertainty – Prediction, action and the embodied mind (Oxford University Press 2016), 424 blz. (bestel)

Met geest heb je verantwoordelijkheid en morele status, zonder geest ben je verwaarloosbaar en verhandelbaar: jij wordt uitgenodigd voor een etentje, de pastinaak belandt op het bord. Maar wat is dat eigenlijk, die geest? En hoe verhoudt die zich tot het lichaam, bij mens en dier? Wetenschappers proberen uit te zoeken hoe dat precies werkt.

wegnerAls je dit leest, behoor je tot de ‘mind club’. Je hebt een geest: een denk- en voorstellingsvermogen, zetel van gedachten en gevoelens, naast aandacht, wil, verstand en geheugen. Wie heeft nog zo een ‘geest’? (Geest is het krakkemikkige equivalent van het Engelse mind met bijklank van ziel en religie.) Hoe goed kennen we de geest van een ander, van de buurman, van de baby, of van de hond? Is de geest (of bewustzijn) voorbehouden aan de menselijke soort of zijn er nog andere soorten of entiteiten die in aanmerking komen voor lidmaatschap van de ‘mind club’? Dat is wat de psychologen Daniel Wegner (Harvard, overleden in 2013) en zijn leerling Kurt Gray (North Carolina, werkte het boek af) uitzoeken in hun gelijknamige, geestige, flitsende en inzichtelijke boek.

Lidmaatschap van de geestenvereniging is niet onbelangrijk want we behandelen wezens met een volwaardige geest met meer eerbied en respect dan anderen. Het heeft juridische en ethische implicaties. Hebben dieren een geest? Een hersendode? Kan je geest zo ziek zijn dat je niet meer verantwoordelijk bent voor wat je doet? Met geest heb je verantwoordelijkheid en morele status, zonder geest ben je verwaarloosbaar en verhandelbaar. Jij wordt uitgenodigd voor een etentje, de pastinaak belandt op het bord.

* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *

Een wezen dat mee kan praten over fysica of gastronomie hoort duidelijk bij de club, maar de afbakening noopt tot nuance. Wegner en Gray zien twee dimensies in het beoordelen van de geest van een ander: het uitwendig zichtbare gedrag en de inwendige (en dus minder zichtbare) ervaring. Ze verkennen de randgevallen van de geestenbezitters waar het begrip ‘geest’ wel degelijk zinvol is: het dier, de machine, de patiënt, de vijand, de groep, de dode en uiteindelijk ook God. Niet-menselijke dieren kunnen niet praten, niettemin geven ze tal van aanwijzingen van geest, zoals doelgericht gedrag, inzicht in andere geesten, emoties en herinnering. Computers die een veeleisende televisiequiz zoals Jeopardy winnen, kunnen beslissingen nemen en taken uitvoeren – maar of ze daarbij ook een inwendige ervaring kunnen hebben is onduidelijk. Iemand die ziek is wordt dikwijls empathisch benaderd, waarbij diens handelingsvermogen onderschat of genegeerd wordt. Ook baby’s zien we als veel ervaring en weinig doelgerichte handeling.

Andere geesten zijn al even cryptisch. De geest van de vijand wordt strategisch veronachtzaamd door haat en angst. Het dehumaniseren van de tegenstander maakt het gemakkelijker er een bajonet in te steken. De stille geest van een mens die zwijgt, niet communiceert, is ondoorgrondelijk. De geest van mensen in vegetatieve of locked-in staat kan hoogstens met behulp van een scanner in beeld gebracht worden. Groepen zijn geen organismen met een geest, en toch laten Wegner en Gray zien hoe we groepen dikwijls beschouwen als entiteiten met een gedrag dat gestuurd lijkt. Daarmee kunnen mensen in groepen gemakkelijk kwaad doen, zonder er als individu onder te lijden. Daarom kunnen we organisaties haten. De geest van de doden lijkt een contradictie, maar vier op de vijf Amerikanen gelooft in een leven na de dood. Wie gelooft in een hiernamaals moet ook geloven in een ‘hiernageest’. Daar ergens bevindt zich dan wellicht ook de geest van God. Hoewel niemand die goddelijke geest ooit iets heeft weten doen of voelen, beantwoordt die aan onze natuurlijke neiging om overal geest (patronen en betekenis) te ontwaren, ook in toevalligheden.

Als dieren gek worden

beeld-2-magiels-lichaam-geestVan alle vreemde geesten zijn die van dieren misschien wel de meest intrigerende. Van oeroude dierenverhalen tot de hedendaagse dierenrechtenbeweging, we zien zoveel menselijks in hun gedrag. Zijn we slim genoeg om te weten hoe slim dieren zijn? is de vraag die Frans de Waal stelt in zijn laatste boek met die titel. Hun geest is verbazingwekkend gelijk aan die van ons, alleen anders want aangepast aan hun levensomstandigheden. Dieren hebben cognitieve en emotionele capaciteiten waardoor ze voelen en denken, en op basis waarvan je kan zeggen dat ze soorteigen vormen van intelligentie en bewustzijn hebben. Dat geestelijke leven van de dieren heeft, net als bij de mens, een keerzijde. Ook dieren kunnen geestelijk ziek worden. We koesteren graag het liefelijk beeld van spelende honden, snorrende katten en dartele veulens. Maar de werkelijkheid is grimmiger. Psychische stormen kunnen het leven van dieren grondig verstoren en beschadigen.

braitmanWetenschapshistorica Laurel Braitmans begint Animal Madness met de vrolijk kwispelende komst van hun nieuwe hond Oliver. Al gauw blijkt er wat fout te zijn in de kop van het beest. Hij hapt naar vliegen die alleen hij kan zien, lijdt aan verscheurende verlatingsangst, heeft onvoorspelbare agressieve aanvallen, mutileert zichzelf en doet zelfs een zelfmoordpoging. De psychische problemen van Oliver blijken onoplosbaar. Braitman wil begrijpen wat er aan de hand is en dat leidt haar op een zoektocht over vijf continenten, langs dierentuinen, wildparken, onderzoekslaboratoria en dierentrainers. Zij ontmoet talloze emotioneel verstoorde dieren: depressief, lethargisch, gespannen, angstig, getraumatiseerd, psychotisch, neurotisch, compulsief, impulsief of diep ongelukkig. Het zijn kwalificaties die we niet verondersteld worden toe te kennen aan dieren, maar hun gedragingen zijn zo herkenbaar ‘menselijk’ dat het verbod op antropomorfiseren al snel onzinnig blijkt. In deze dikwijls tragische en soms ontroerende verhalen komt de evolutionaire continuïteit van Charles Darwin tot leven.

Niemand kan onberoerd blijven bij verhalen zoals die van de gorilla die haar familie ziet uitgemoord worden, gekidnapt en meegevoerd naar een dierentuin waar ze tentoon gesteld wordt in een troosteloze omgeving en aangestaard door horden vreemde, geklede apen. Haar leven wordt getekend door eenzaamheid, angst en verdriet. Zij lijdt en is niet meer het dier dat ze ooit was. Veel dieren in gevangenschap, in een geamputeerde biotoop, krijgen continu antidepressiva om de existentiële leegte van hun bestaan toe te dekken. Dieren in gevangenschap (in dierentuinen net zo goed in de huiskamer of op de boerderij) worden door sociale isolatie, ingeperkte bewegingsruimte, vreemde omgevingen en constante zichtbaarheid, naar of over de limieten van hun gezondheid gedreven. Denk aan al die honden die een hele dag alleen binnen moeten blijven of de orka’s in het zwembad van een zeepretpark.

Dit soepel geschreven en grondig onderbouwde boek stelt pertinente vragen naar de mechanismen achter geestelijke gezondheid, die bij het dier net als bij de mens een complex samenspel zijn van genen, neurotransmitters, opvoeding en leefomgeving. Het stemt ook tot nadenken over de manier waarop we met afwijkend gedrag omgaan. De gekte in de hoofden van de dieren geeft ons een inkijk in de wildheid van de menselijke geest. Dierlijke dolheid lijkt verrassend en verontrustend sterk op menselijke waanzin. Inzicht in de kwetsbaarheid van de geest van niet-menselijke dieren nodigt uit tot meer empathie en respect voor dier en mens.

De geest van jezelf

Er is één geest die we niet van buitenaf kunnen waarnemen: die van onszelf. Van alle geesten zou die juist degene moeten zijn die we het best begrijpen. Uit de praktijk weten we dat dat niet het geval is. We verliezen onszelf soms in onze eigen gedachten en gevoelens; een groot deel van onze geest doet zijn werk achter de schermen van ons bewustzijn. Daarom is het goed te leren over de geest van anderen – om die van onszelf beter te leren kennen. Psychische stoornissen, van depressie toe psychose en van ADHD tot autisme, zijn extreme vormen van gewone geestesfenomenen. Wegner en Gray laten aan de hand van de nieuwste wetenschappelijk bevindingen en filosofische inzichten zien hoe meer inzicht in de geest helpt om juridische dilemma’s te verhelderen, eeuwenoude vraagstukken fris te herbekijken en de kloof met de medemens te overbruggen. Alle geesten die ons omringen, van die van honden tot die van goden, zijn uiteindelijk allemaal vooral perceptie. De ene geest neemt de andere waar. Aan dat perspectief kan geen geest ontsnappen. Begrip voor de andere geesten helpt de beperkingen van die van onszelf te overstijgen. Ze besluiten met de enigmatische bedenking van Boeddha: ‘De dingen zijn niet zoals ze gezien worden, noch zijn ze anders.’

wikholmBoeddha heeft na 2.500 jaar een opmerkelijke entree gemaakt in de hedendaagse psychologie en -therapie. Mindfulness heeft de stap gezet van de ashram naar de dubbelblind gecontroleerde klinische studie. Miguel Farias en Catherine Wikholm, twee psychologen uit Oxford, hebben veertig jaar klinisch onderzoek naar de effecten van meditatie op welzijn en gezondheid op een rij gezet. Farias heeft zelf jarenlang gemediteerd en hij wilde weleens weten wat nu eigenlijk het werkzame ingrediënt is van die geestelijke activiteit op de lichamelijk fysiologie. Hun bevindingen zetten een domper op het heersende enthousiasme voor yoga, meditatie en mindfulness als wondermiddel voor de vele kwalen van de moderne mens, van stress tot depressie. Wetenschappelijk bewijs voor langdurige effecten van meditatie zijn zwak en dun gezaaid. De veronderstelde geweldige resultaten blijken tegen te vallen. In onderzoek met een controlegroep (zeldzaam, maar het bestaat) doen de meditatietechnieken het niet beter dan gefingeerde technieken zoals ‘periodic somatic inactivity’.

Bovendien blijkt er ook een duistere, en weinig belichte, kant aan de meditatie. Meditatieve technieken kunnen de geest op hol doen slaan, van psychose of verwardheid, tot psychische ineenstorting en agressief gedrag. Een van de centrale lessen van het boeddhisme is dat van de leegte. Het zelf is de ultieme illusie die door het mediteren kan worden overwonnen. Wat overblijft is leegte, een ongeïnteresseerd Zijn dat beangstigend of ontremmend kan werken. Dat kan zelfs omslaan in gruwel – de bodhisattva die doodt in het volle bewustzijn van die leegte, doodt uiteindelijk immers niemand. Als het doel is om te ontspannen, de bloeddruk te doen dalen of de hoeveelheid stresshormoon in je bloed te verminderen, zijn er eenvoudiger methodes, zoals sport of ademhalingsoefeningen.

Meditatie is geen manier om jezelf te transformeren. Nooit geweest ook, want in het boeddhisme was meditatie hooguit een middel, vooral bedoeld voor mensen die niet konden lezen. Het bestuderen van de geschriften was de ware weg. Het boeddhisme draaide ook om de gemeenschap en goede daden. Mindfulness wordt ondertussen in het Westen ingepast in een geïndividualiseerde psychologie waarbij iedereen zijn of haar probleem zelf moet oplossen terwijl de contextuele oorzaken zoals stress, armoede, werkeloosheid of racisme buiten beeld blijven.

Psychosomatische mysteries

Het inzicht dat de context cruciaal is, is in de (geestelijke) gezondheidszorg in opmars. Het wordt steeds duidelijker dat de omgeving ziek kan maken (en ook kan genezen). Soms begint het met lichamelijke klachten die zich uiteindelijk ook geestelijk wreken, of omgekeerd. Lichaam en geest zijn één en ondeelbaar, dat idee gaat al eeuwen mee. Een harde knal doet je hart sneller slaan, een emotie doet het zweet uitbreken, een gedachte kan je verdrietig maken, onder chronische stress gaat het immuunsysteem onderuit. Maar hoe gebeurt dat en wat weet de wetenschap ons daarover te vertellen? Klachten en symptomen waarvoor geen aanwijsbare lichamelijke oorzaken aan te wijzen zijn, stellen artsen regelmatig voor problemen. (Volgens cijfers van de WHO zou het wereldwijd om 20% van alle patiënten gaan.) Men vermoedt dan dat de hersenen er voor iets tussen zitten, maar de uitspraak ‘het zit tussen de oren’ of een verwijzing naar een psychiater worden meestal niet op gejuich onthaald. Het is stigmatiserend en het wordt als denigrerend ervaren, terwijl dat niet de bedoeling is. Het is frustrerend voor alle betrokken partijen om nauwelijks te kunnen verwoorden hoe complex de verhouding tussen lichaam en geest is.

marchant-enJo Marchant is een vlot schrijvende microbiologe die in Gezond verstand op zoek gaat naar de manieren waarop ons brein een medicijn of een gif kan zijn. Ze stuit daarbij op evenveel betrouwbare onderzoekers als op pseudowetenschappelijke charlatans. Ze probeert nuchter en nauwgezet de beschikbare feiten bij elkaar te sprokkelen en beschrijft wat we weten, of denken te weten en graag zouden willen weten. Placebo- en nocebo-effecten spelen daarbij een belangrijke rol. Het lichaam kan de aanmaak van endorfines, dopamine of prostaglandines sturen op basis van psychologische reacties op gebeurtenissen (waaronder behandelingen) waarbij verwachtingen en conditionering een rol spelen. Syndromen, zoals die van prikkelbaredarm of chronische vermoeidheid, of pijn die chronisch en invaliderend wordt zijn ondertussen het strijdperk van wanhopige patiënten en hulpverleners die graag hoop geven. Dikwijls resulteert het in jarenlange behandelingen en steeds sterkere medicijnen, terwijl zelfredzaamheid, mobiliteit en sociale netwerken afkalven, juist waar sociale ondersteuning zo dikwijls ‘wonderen doet’.

marchant-nlMarchant poogt sceptisch te blijven bij verhalen over de miraculeuze effecten van hypnose, meditatie of elektrostimulatie van de nervus vagus. (Deze ‘vage zenuwbaan’ wordt er te pas en te onpas bijgehaald om de interactie te verklaren tussen immuunsysteem, centraal zenuwstelsel en lichamelijke gewaarwordingen die er zonder twijfel is, zonder dat er veel wetenschappelijk inzicht is in de precieze aard ervan.) Marchant kan natuurlijk niet in haar eentje meta-analyses maken, maar het lijkt toch alsof ze de negatieve resultaten van vele alternatieve behandelwijzen onderbelicht. Ze blijft naar de smaak van bestrijders van pseudowetenschap te welwillend voor goeroes en kwakzalvers die ondertussen profiteren van onwetende of wanhopige mensen. Aan de andere kant; haar betrekkelijke mildheid vervreemdt de ‘goedgelovigen’ tenminste niet van de objectieve aanpak van de wetenschap. Maar ondertussen laat ze wel zien hoe belangrijk de gevoelens en behoeften van de patiënten in de geneeskunde werkelijk zijn. Rekening houden met de geest van patiënten is wetenschappelijker en meer evidence-based dan een totale focus op fysieke en farmacologische interventies.

Surfend op onzekerheid

Psychosomatische stoornissen laten zien hoe de geest is verweven met het lichaam. Als er in die wisselwerking wat fout loopt, is dat een leerzame afwijking van wat normaal naad- en foutloos verloopt. Dit maakt duidelijk dat onze geest ‘belichaamd’ is. De menselijke geest is niets zonder lichaam en wordt erdoor gevormd. De geest is een evolutionair bijproduct van een lichaam dat informatieverwerkende algoritmes moest ontwikkelen om (beter) te kunnen overleven. Die algoritmes worden uitgevoerd door het informatieverwerkende orgaan van het centraal zenuwstelsel, met de hersenen als rekencentrum. Voor een organisme dat beweegt, verandert de omgeving voortdurend. Op die verandering moet geanticipeerd worden, gevaar vermeden, kansen opgezocht. Tussen de primitieve poeltjes waarin de eerste eenvoudige organismen rondkropen naar de megasteden waarin wij nu rondlopen ligt een gigantische evolutionaire afstand, die zich weerspiegelt in de ontwikkeling van de hersenen en de bijbehorende geest.

clarkOnbewust vergelijken we voortdurend de afwijkingen tussen de voorspellingen die ons wereldbeeld ons levert en wat er aan informatie uit de wereld binnenkomt. Als er een afwijking wordt vastgesteld zijn er twee mogelijkheden. Ofwel moeten we ons model van de wereld bijstellen (mijn glas staat toch verder dan ik dacht), ofwel moeten we beter kijken (oeps, dat was het zout in de plaats van de suiker). Een centrale taak van de hersenen is dus het permanent verwerken van voorspellingsfouten. De regels voor het omgaan met onzekerheid en het aanscherpen van hypothesen over de werkelijkheid op basis van nieuw binnenkomende informatie werd al in de achttiende eeuw door de Engelse wiskundige en predikant Thomas Bayes in een formule gegoten. Hij heeft toen geformaliseerd hoe wij kunnen omgaan met waarschijnlijkheden. Het blijkt een model te kunnen zijn van hoe de geest werkt. Dat vormt het uitgangspunt voor een nieuwe kijk op de werking van de hersenen en het fundament van het bewustzijn zoals het wordt uitgewerkt door Andy Clark, cognitiewetenschapper in Edinburgh. Hij geeft in Surfing uncertainty een opwindend overzicht van de nieuwste ontwikkelingen in de neurowetenschappen.

Een van de fascinerende aspecten van de hypothese van het bayesiaanse brein is dat het kan helpen verklaren waarom sommigen onder ons psychotisch worden. Dopamine is een neurotransmitter die bij het ontstaan van psychosen betrokken is. Het is ook de signaalstof in de hersenen waarmee een organisme zichzelf beloont als het wat onverwachts heeft opgemerkt. Gezonde vrijwilligers die een dopaminestimulerend middel nemen reageren sterker op de verrassing van voorspellingsfouten, terwijl een dopamineblokker het leren juist afremt. Bij mensen met psychosegevoeligheid blijkt dit systeem niet goed te werken. Ze reageren minder op belangrijke prikkels terwijl andere prikkels onverminderd sterk blijven binnenkomen. Zij worden overspoeld door impressies waarin ze de relevante niet van de irrelevante kunnen onderscheiden. Het wordt wel eens ‘afwijkend aandachtsvermogen’ of ‘aberrante saliantie’ genoemd. Mensen met psychose leggen daardoor verbanden waar anderen er geen zien. Automatisch ontstaan daarbij verhalen om deze voor hen relevante patronen te verklaren. Verhoogde dopamine-activiteit gaat bovendien samen met een versneld leren van positieve gebeurtenissen en niet van negatieve. Dat kan mogelijk verklaren waarom mensen die dopaminestimulerende middelen nemen (bijvoorbeeld bij de behandeling van Parkinson) gaan gokken. Zo bekeken is psychose een extreme variant van een proces dat zich bij iedereen afspeelt. Psychosegevoelige mensen zijn nog slechter in kansberekening dan de rest van de bevolking. Ze verwachten weinig waarschijnlijke gebeurtenissen en zijn verbaasd over voorspelbare.

Psyche en psychose

Een psychose is het resultaat van een vervormde psyche. De geest raakt vertekent omdat het lichaam vreemd functioneert. Informatie vanuit hun eigen proprioceptoren wordt veel minder afgezwakt dan bij anderen. Daarom kunnen zij moeilijker het verschil maken tussen prikkels die in hun eigen lichaam ontstaan en prikkels die van buiten komen. Dat is de reden waarom zij zichzelf kunnen kietelen. Andere mensen kunnen zichzelf niet verrassen omdat hun lichaam weet waar hun eigen vingers zijn en wat ze gaan doen. Patiënten zwakken de sensorische feedback van hun eigen lichaam bij beweging niet af waardoor bewegingen kunnen aanvoelen als onwillekeurige bewegingen, als niet veroorzaakt door henzelf. Op die manier nemen ze hun inwendige stem niet waar als een verwoording van hun eigen gedachten maar als de stem van iemand anders.

Steeds meer psychologisch, cognitief en neuropsychiatrisch onderzoek laat zien hoe gemakkelijk het is om de wereld (inclusief jezelf) verkeerd waar te nemen en te begrijpen. Sommige mensen zijn daar blijkbaar gevoeliger voor dan andere. Maar niemand is er ongevoelig voor. Sterker zelfs, het zijn basismechanismen in de hersenen. Alleen als het extreme vormen aanneemt, kan het problematisch worden. Hopelijk kan het inzicht dat alle mensen in dit opzicht meer op elkaar gelijken dan we veronderstellen, een brug van empathie zijn naar hen die uit de bocht van de werkelijkheid vliegen.