Politiek en (homo-)erotiek: de casus Mann

Met de spierballenretoriek van Putin, Trump en de populisten in hun schaduw lijken we plotsklaps een heel nieuwe politieke realiteit te hebben betreden. ‘Lijken’, want het spreken en denken over politieke stijl, naties en samenlevingen als mannelijk of vrouwelijk is zo oud als de politiek zelf, net als het wisselen van die genderrollen overigens – tot ver in de 20ste eeuw wreef het Westen het Oosten bijvoorbeeld nog zwakheid, verwijfdheid en decadentie aan, terwijl dat tegenwoordig precies andersom is. [1] En dat juist deze drie termen zo vaak in één adem genoemd worden, is veelzeggend… het was niet zomaar dat tijdgenoten Hitler zo vaak een hystericus noemden. De manier waarop ook Thomas Mann (1875-1955) nationale politiek in verband bracht met gender, erotiek en met name homoseksualiteit, biedt niet alleen een verhelderende kijk op zijn leven en zijn werk, maar bovendien op zijn tijd en de onze. Een literair-historisch perspectief bij de eeuwige terugkeer van het politieke geschreeuw. Door Olivier Boehme.