LTI17: de taal van het Derde Rijk, anno 2017

Eén van de voornaamste slagvelden van een samenleving of gemeenschap in hevig conflict met zichzelf is de taal die gesproken wordt. Dat lijkt misschien vanzelfsprekend – toch is het verbazingwekkend om te zien hoe schijnbaar ongemerkt en zonder veel weerstand de taal die Westerse politici en opiniemakers spreken gedurende het afgelopen decennium is getransformeerd. De taal van het populisme is gemeengoed geworden: niet alleen door de retorische vaardigheid van haar sprekers, maar ook door de zeer vruchtbare voedingsbodem waarin dat idioom niet zelden landt. Maar met de verandering van het idioom verandert ook het politieke en morele landschap waar die taal naar verwijst. Het doet ertoe, bijvoorbeeld, of er over migratie wordt gesproken als een vraagstuk over rechtvaardigheid, of als een bedreiging voor de gezondheid van een land of samenleving. In Europa en de Verenigde Staten wordt in toenemende mate over migratie gesproken in termen van catastrofe en natuurramp; over mensen als dragers van gevaarlijke, subversieve aandoeningen – of dat nu een religie is, of lichamelijke driften, of een cultuur die erop uit is om alles wat goed is te ondermijnen. Is dat overdreven (met de suggestie dat het wat onschuldiger is dan het misschien klinkt)? Of moeten we ons daar veel meer zorgen over maken dan we lijken te doen?  Door Thijs Kleinpaste.