Hoe een bibliotheek wordt geboren

Om een bibliotheek te stichten zijn vier dingen onontbeerlijk, wist Thomas Bodley, de oervader van Oxfords universiteitsbibliotheek: kennis, geld, vrienden en vrije tijd. Zijn tijdgenoot, de Leidse Johannes Thysius (1622-1653) werd amper 31, maar kon bij de opbouw van zijn eigen roemruchte bibliotheek niettemin ruimschoots in alle vier voorzien. Door Kristof Smeyers.

Johannes Thysius was een jurist met een gedegen opvoeding, een erfenis gespekt met VOC-aandelen en een ruime kennissenkring in het boekenvak. Hij werd niet gehinderd door een geleerdencarrière of een gezin. Hij voldeed dus aan Bodleys vier basisvoorwaarden. Bovendien werd hij gedreven door een bibliomanie avant la lettre. Althans, dat is een verleidelijke gedachte wanneer je zijn bibliotheek, op de hoek van de Leidse Steenschuur en de Groenhazengracht, binnenwandelt. Al bijna vierhonderd jaar staat daar Thysius’ levenswerk, opgetrokken uit baksteen, maar vooral uit meer dan 3.000 verweerde boekruggen die de vakjurist in zijn korte leven bij elkaar sprokkelde (pamfletten niet meegerekend). Binnen kijken in de Bibliotheca Thysiana is als onder een historische stolp gluren. Achter de gevel leeft de Gouden Eeuw gewoon verder. Of eerder: staat die er al die tijd stil.