Het masker van cool

Als de Tweede Wereldoorlog één ding duidelijk had gemaakt, meende Norman Mailer, was het wel dat inschikkelijkheid tegenover gezag en macht levensgevaarlijk kon zijn. In zijn roemruchte essay The White Negro: Superficial Reflections on the Hipster (1957) trachtte hij de subcultuur
te doorgronden van ‘hipsters’; jonge, eigenzinnige Amerikanen die de welvarende fifties voorzagen van broodnodige rebelse onderstroom. Deze Amerikaanse existentialisten werden door Mailer geprezen voor hun radicale verzet tegen heersende maatschappelijke normen en waarden. Toch was een hipster per definitie fake, zo stelde Mailer: hipsters probeerden zich vanuit een bevoorrechte positie de (over)levenshouding van de zwarte Amerikaan eigen te maken – een authentieke, haast psychopathische houding die draaide om leven in het nu, mannelijkheid, geweld, seks en drugs. Mailers primitivistische benadering van de Afro-Amerikaanse cultuur en essentialistische visie op ras kwam hem op stevige kritiek (bijvoorbeeld van James Baldwin en Ralph Ellison) maar ook lof (Eldridge Cleaver) te staan. Hoe dan ook kan het essay worden gezien als voorloper van de ‘cool studies’, een onderzoeksveld dat in kaart brengt hoe ‘cool’ vorm krijgt in de interactie tussen individuele identiteit, sociale verschillen, macht, en een immer veranderende maatschappelijke context. Door Annelot Prins