Jezelf blootgeven

Het is moeilijk om open te vertellen over seks. Praten over de geluiden die je buren maken of een rare Tinderdate – dat gaat nog wel. Maar zodra het persoonlijk wordt, wordt het moeilijker. Harriet Bergman neemt vier recente publicaties over seksualiteit onder de loep. Ze onderzoekt hoe deze boeken het onderwerp bespreekbaar maken, maar ook of enkel praten over seks wel genoeg is. 


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *


Essay uit dBNg 2018#4

      

Het is moeilijk om open te vertellen over seks. Praten over de geluiden die je buren maken, over wat voor belachelijks de Cosmopolitan voorschrijft of een rare Tinderdate – dat gaat nog wel. Maar over de gevoelens en onzekerheden die daarbij kwamen kijken? Over of het normaal is niet naakt Twister te willen spelen met onbekenden, stiekem jaloers te zijn op Heleen van Royen, of nog nooit een vibrator van dichtbij te hebben gezien? Dat gesprek is moeilijker. Praten of schrijven over lichamelijke verlangens, een lichaam hebben, of liefhebben überhaupt – het is kwetsbaar en rauw. Gelukkig zijn er vier boeken verschenen die een poging doen vrouwelijke seksualiteit als gespreksonderwerp weer op tafel te krijgen.

Maar is het genoeg seks tot gespreksonderwerp te maken? Of vraagt een gesprek meer dan de keuze voor een onderwerp? Moet een dialoog niet vervolgens leiden tot betere seks? En is die dialoog er een die je aangaat met je sekspartner, of met farmaceutische industrie, de media en de rest van de wereld? Kortom: is praten genoeg?

Het persoonlijke is politiek

Als je niet alleen wilt praten, maar de wereld ook echt wilt veranderen, dan ben je bij de makers van de podcast Vuile lakens Anaïs Van Ertvelde en Heleen Debruyne aan het juiste adres. In hun podcast praten ze over verlangen en jezelf laten zien. Ze rekken normen op door te laten zien wat óók kan. Van Ertvelde promoveert aan de Universiteit Leiden, waar ze onderzoek doet naar mensen met een functiebeperking en de samenhang tussen sociale bewegingen, gender en de ontwikkeling van neoliberalisme. Heleen Debruyne werkt bij Radio Klara, schrijft over kunst en cultuur en debuteerde in 2016 met De plantrekkers. In het boek Vuile lakens vatten ze de vele inzichten uit hun openhartige podcast nog eens samen. Ze willen seks bespreekbaar maken en ook hun boek slaagt daarin. Ze geven een hedendaagse visie op seksualiteit, door hun eigen ervaringen te combineren met onderzoek. Van polyamorie tot vaginale afscheiding: bij alles wat aan bod komt schromen ze niet hun eigen ervaring te delen.

Maar seks bespreekbaar maken is niet hun enige doel. Voor het schrijven van een boek over seks, moet je durven praten. Maar voor het creëren van een andere wereld, met andere seks, is meer nodig. In het hoofdstuk over monogamie komt bijvoorbeeld Meta aan het woord, die vertelt dat haar polyamoreuze relatie ‘nu veel meer is dan een emotioneel project. Het is politiek geworden.’ Nieuwe vormen van liefhebben, is de boodschap, kunnen niet zonder nieuwe vormen van maatschappij-inrichting. Ook in een hoofdstuk over anticonceptie wordt het persoonlijke politiek. Als verschillende voorbehoedsmiddelen aan bod komen – en het schrijnende uitblijven van een anticonceptiemiddel waar mannen de voornaamste verantwoordelijke voor zijn – noemt Debruyne een alternatief op de pil, ontwikkeld door biomedisch ingenieur Sujoy Goha. In India wordt het breed toegepast: een omkeerbare ingreep waarbij een soort polymeergel die de sperma-cellen beschadigt in de zaadleider geïnjecteerd wordt. Wanneer er toch voortgeplant dient te worden, kan de gel weer onschadelijk worden gemaakt. Betrouwbaarder dan de pil, en je hoeft er niet dagelijks aan te denken, maar deze ‘uitstekende, betrouwbare, goedkope, omkeerbare niet-hormonale anticonceptiemethode [komt] zonder enige rationele reden maar niet op de markt’. Dat is, meent Debruyne in navolging van Goha, niet door gebrek aan dialoog. Volgens Goha is het aannemelijk dat het op de markt brengen van de ingreep geen prioriteit heeft omdat farmaceutische bedrijven weinig vrouwen in topposities hebben én niet staan te springen hun (hogere) vrouwenpil-winst te verliezen. Praten en bewustwording, zo blijkt, zijn slechts een eerste stap. Na het (her)interpreteren van de wereld zouden we die moeten veranderen.

Ik wil ook helemaal geen voorlichting of gesprekken over hoe de pil mijn sekslust weg kan nemen en me vatbaarder maakt voor depressie. Ik wil mannen met verantwoordelijkheidsgevoel, een farmaceutische industrie die mensen boven winst stelt en een einde aan het patriarchaat. ‘Weet je wat jij nodig hebt?’ hoor je soms als je als vrouw in het publieke debat net wat te actief meedoet. En inderdaad, precies dat. Ik wens iedereen die dat wil fijne seks toe, waarbij onzekerheden, verantwoordelijkheden en anticonceptie niet als een soort erfschuld alleen op de schouders van de vrouw liggen. Mijn definitie van ‘een goede beurt’.

Dit boek was een feest om te lezen, omdat het persoonlijke afgewisseld wordt, als illustratie dient en wordt geduid met wetenschappelijk onderzoek en historische achtergronden. De eigen ervaring wordt gecontextualiseerd en zo blijken persoonlijke zaken lang niet zo persoonlijk en daarmee bespreekbaar. Vuile lakens geeft een helder overzicht van de verschillende aspecten van seksualiteit: van anatomische kennis en fluïditeit, via porno, naar consent en grenzen. Het biedt de lezer die zich voor het eerst in de studie van seksualiteit verdiept nieuwe inzichten, maar ook de meer ingevoerde lezer levert het een interessante, openhartige invalshoek en een ongefilterde inkijk in de levens en gedachtegangen van de auteurs.

Van OkCupid tot Burning Man

Emily Witt verpoosde net als ik een tijdje in San Francisco – ik hard aan het studeren, zij onder andere bij de opnames van bondage-pornofabrikant Kink.com en met een notitieblokje in de hand bij ‘Orgasmic Meditation’. Ze tast in het boek Future Sex verschillende subgroepen af en observeert die met aandacht en afstand. Van Burning Man tot OkCupid, van Kink.com tot Chaturbate. Ik las haar boek nadat ik net was teruggekomen van een semester Women and Gender studies en Philosophy of Sex aan de San Francisco State University. Ik overwoog daar naar Burning Man te gaan, schreef me in bij OkCupid, woonde seminars bij over de porno-industrie en had seks met iemand die vond dat genitaliën zelf wel konden bepalen wat voor gender ze hadden. Dat zijn zo ongeveer ook de thema’s van Witts boek. Ze schrijft over hoe het is een jonge vrouw te zijn in Californië: millennial, alleenstaand en op zoek naar liefde en seks. Die zoektocht brengt haar langs OneTaste, waar mannen vijftien minuten lang met latexhandschoentjes de clitoris moeten strelen, langs Burning Man, waar ze seks heeft in de orgydome, langs de Google-calendars en seksfeesten van een polyamoreus koppel en in verschillende uithoeken van het internet.

De diversiteit aan thema’s zou je niet vermoeden door de ondertitel. Wat in het Engels ‘a new kind of free love’ heette, is in het Nederlands ‘liefde in tijden van digitalisering’ geworden. Het vermoeden dat ik alweer over tinderende dertigers zou lezen schrok me aanvankelijk af, maar gelukkig heeft de marketingafdeling zich met de inhoud niet bemoeid. Die is dan ook origineel, eerlijk en, soms, spannend.

Het boek is verhelderend en herkenbaar geschreven, maar met een zekere afstand. Wat Witt observeert en analyseert komt duidelijk naar voren – haar eigen ontwikkeling of gevoelens zijn daarentegen niet altijd even goed te peilen. Haar hoofdstuk over anticonceptie en voortplanting begint wel met háár ervaringen met de pil. En ook in het hoofdstuk dat volledig aan Burning Man gewijd is, vertelt ze over haar onzekerheden en twijfels. Het is bij een onderwerp als dit aangenaam en behulpzaam als lezer een inkijkje te krijgen in de gedachten en ervaringen van de auteur, maar dat inkijkje wordt ons hier helaas niet vaak gegund. Aan het begin van het boek is Witt net vrijgezel, halverwege houdt ze op een seksfeestje rekening met haar monogame vriend in New York, en aan het eind van het boek vermaakt ze zich op Burning Man met LunarFox. Over waar die vriend vandaan gekomen is, waarom hij weer verdwenen is, en wat dat voor invloed had op haar ervaringen op het seksfeestje horen we niet.

Aan het eind van het boek heeft ze begrepen hoe haar ‘seksualiteit in elkaar zit en hoe willekeurig de verhalen eromheen zijn’. Als lezer begrijpen we misschien nog niet helemaal hoe die seksualiteit dan in elkaar zit, maar de verhalen eromheen zijn prachtig opgetekend, ontmaskerd, bevraagd en onderzocht. Mocht je, heel klimaatneutraal, tegen vliegen zijn, dan bespaart het lezen van Future Sex je vast een retourtje West Coast: wel de verbazing, de ontdekkingen en het plezier, niet de CO2-uitstoot en de soapoli. Net als Vuile lakens biedt het een mooie afwisseling van ervaringen, meningen en onderzoek – de neergepende verhalen ditmaal niet een beschrijving van het dagelijks leven en de eigen overwegingen, maar een verslag van bewust opgezochte plekken, mensen en ervaringen.

Gesloten zijn en open deuren

Freelancejournalist Daan Borrel onderzocht voor De Correspondent hoe we opener over seks kunnen praten en werd met het resultaat genomineerd voor de Seks & Media Prijs 2016. Een open gesprek over seksualiteit is erbij gebaat als mensen een boekje opendoen over hun eigen seksleven. Dat kan de start worden van gesprekken over verwachtingen, of een stille herkenning en constatering dat het normaal is wat je ervaart, of dat het juist nog veel vreemder kan. Dit effect kan bereikt worden door bewust ervaringen op te zoeken en erover te schrijven, of door te vertellen wat je voelt en denkt en ervaart in het normale leven. Witt onderzoekt haar verlangens door naar buiten te gaan, Borrel door naar binnen te keren. Borrel schrijft haar boek in de hoop iets te ontdekken over haar eigen verlangens. Over die verlangens leren we weinig – en over de wereld die haar vormt nog minder.

Ze schrijft vanuit Berlijn een lange brief aan haar vriend waarin ze het noemen van alle feministische klassiekers van de afgelopen twintig jaar afwisselt met anekdotes over haar oma en samenvattingen van onderzoeken naar seksualiteit. Van toegevoegde waarde zijn haar bespiegelingen op taoïsme, die in een andere vorm misschien beter te verteren waren geweest. Borrel heeft gezoend met een man die niet de hare was. Zij zag in zichzelf iemand ‘die de vrijheid nam om weer eens iemand te verleiden. Uitproberen of het trucje nog werkt, zoiets.’ Achteraf, schrijft ze aan haar vriend, bleek het een fiasco. Nu stelt ze een epistel op, een brief aan hem omdat ‘de enige weg naar verandering en verbetering is daar [de positie van de vrouw in seksualiteit] open over te praten’.

De dialoog waar ze toe oproept, blijkt niet uit de brief. Van haar vriend komen we te weten dat hij Björn Bjorg-onderbroeken draagt, niet kan koken en krullen heeft, maar verder blijft hij gespeend van iedere vorm van persoonlijkheid. Dat hoeft niet erg te zijn, in de feministische klassieker I Love Dick van Chris Kraus, het boek dat haar inspireerde tot het schrijven van zo’n brief, kent de schrijfster de geadresseerde nauwelijks. Maar waar Kraus zich volledig overgeeft, lukt dat Borrel absoluut niet.

‘Seksuele vrijheid en leuke seks is voor iedereen anders,’ stelt ze, ‘er is niet één goed antwoord, en toch vinden maar weinig vrouwen hun eigen antwoord.’ Ze vertelt over vrouwen, over een kwart van de Nederlandse vrouwen die volgens een onderzoek uit 2017 niet van seks genieten, en over de 15 procent die weleens pijn heeft tijdens seks. Vervolgens schrijft ze aan haar vriend ‘laat ik het bij mezelf houden’, en lezen we dat ze haar lichaam met haar geest benadert, en niet van binnenuit. We horen niets over pijn, of over genieten, of onder welk percentage van de Nederlandse vrouwen zij zich bevindt. Het irriteerde mij dat Borrel haar vriend een brief stuurt waarin ze vertelt wat Nederlanders vinden van anale seks, of ze pijn hebben, wat voor onderzoek er wordt gedaan naar de pil, maar niet vertelt waarom ze hem dat schrijft, en wat ze er zelf dan van vindt, of het op haar van toepassing is. Ze heeft een bijzonder persoonlijke vorm gekozen – een brief aan haar partner – om ons bijzonder weinig persoonlijks te vertellen.

Niet durven blootgeven – wel schrijven over authenticiteit en loslaten –, maar je niet daadwerkelijk kwetsbaar opstellen. Het is een beetje, om bij de anekdotes van Borrel te blijven, als rondneuken op je wereldreis om thuis een goed verhaal te kunnen vertellen, als seks hebben en je buik inhouden, of als iemand verleiden om te kijken of het trucje werkt.

Soms is liefde dit is een boek dat nieuwe generaties niet corrumpeert, maar ze eens en voor altijd leert wat hun plek is… ergens op de afdeling levenswijsheden van de Xenos, waar taoïsme het vleugje authenticiteit en nieuwigheid toevoegt aan een leven dat verder gewijd is aan het perfectioneren van de status quo.

Schaamte en verwachtingen

Kritiek krijgen, vrouwen zijn het wel gewend. Voor iedere te luid verkondigde mening, puist of de ruimte die je inneemt is er wel iemand die je terechtwijst. En dan zijn het ook nog vrouwen die extra hard zijn – het zijn de mensen die het meest op je lijken, lijkt het soms, die je het liefst genadeloos de grond in recenseren. Terwijl ik intern worstel met mijn neiging dingen waar ik me gefrustreerd over voel de grond in te stampen, is Emily Nagoski juist bezig met het stillen van interne kritiek. Het is misschien wel het hoofddoel van Kom als jezelf. Nagoski, seksuoloog en docent Women’s Sexuality,combineert in haar boek zelfhulp en populaire wetenschap prachtig, met als doel vrouwen beter in hun vel te laten zitten. Ze presenteert wetenschappelijke inzichten in soms net iets té versimpelde taal, wijst naar moraal, medicijnen en media en de rol die hun boodschappen spelen in de ervaring van vrouwelijke seksualiteit, en levert een appendix ‘therapeutisch masturberen’. Van zelfonderzoek, via gesprekken met je partner, naar de constatering dat ‘ugh, patriarchaat’ en weer terug naar de clitoris.

Ze leert haar lezers dat ze zich nergens voor hoeven schamen: de wetenschap bewijst dat we normaal zijn. Vrouwen mogen dan onderling van elkaar verschillen, iedereen is oké. Maar ook als je al wist dat je oké was, is Kom als jezelf de moeite waard. Naast seksuele zelfhulp en de voortdurende bevestiging dat je heus helemaal normaal bent, vertelt ze ook over het ‘dual system’ van de lust, hoe om te gaan met complexe emoties en over spontane en responsieve lust. Dat laatste verklaart bijvoorbeeld waarom je soms enthousiast wordt als je partner je wil, en andere keren juist dichtslaat. Ook vertelt ze dat voldoende slaap, gezond eten, geen burn-out hebben en een goed gevoel van eigenwaarde een positief effect hebben op je seksleven. Het is een met wetenschap onderbouwd ‘houd van jezelf’-boek. Open deuren allemaal, zou je hopen, maar helaas, zover zijn we nog lang niet.

Ze schrijft het therapeutisch en verhelderend op: opgroeien in ‘ugh, patriarchaat’, maakt dat het nodig is te vertellen dat, hoe je er ook uitziet en waar je ook opgewonden van wordt, het hoogstwaarschijnlijk normaal is. Maar je moet er wel tegen kunnen, dat therapeutische, want ze gaat ervan uit dat je op zo’n manier normaal bent dat je veel misschien een beetje moeilijk vindt. ‘Ben je er nog? Pfiew! Dat was het moeilijke gedeelte. Goed gedaan.’ Misschien is deze tweedehandsautoverkopertoon juist precies de toon die je moet aanslaan om de ongelukkige vrouw van middelbare leeftijd in de Amerikaanse Midwestte bereiken, te bevrijden? Toch kunnen ook jonge mensen en oude mensen (met welke geslachtsdelen en genderidentiteiten dan ook) gebaat zijn bij haar al met al geruststellende onderzoeksresultaten over lust en seksualiteit: als je het boek in een vlaag van wanhoop oppakt omdat je je afvraagt waarom je geen zin hebt in seks terwijl de ander heel graag wil, en de hele kamer vol heeft gezet met waxinelichtjes, en je de vorige keer ook al niet wilde, en je je afvraagt wat er mis is met je – dan is de bevestiging dat je heel normaal bent en je partner zich niet moet aanstellen een betere dan de uitleg dat er een bepaald hersensysteem met een Griekse naam in werking is gezet.

Maar het versimpelen werkt niet overal even goed. De vele vergelijkingen worden je op een gegeven moment te veel. Zo zit er in je brein ‘de “ene ring” om alles te regeren’, zijn sensaties ‘een beetje zoals Snapchat’, en worden emotioneel complexe gevoelens vergeleken met een slaperige egel. Waar de egelvergelijking nog verhelderend kan zijn – het zijn jouw emoties, en het werkt niet ze de verantwoordelijkheid van je partner te maken, huilend ‘egel’ te roepen, of ze te negeren – pakt het vertalen van wetenschap of filosofie naar populaire cultuur minder goed uit. Wanneer Nagoski het verhaal over de wederhelften van Aristophanes uit Plato’s Symposium aanhaalt, grijpt ze de lezer ferm bij de hand (‘Voor degenen onder jullie die begrijpelijkerwijs zojuist in slaap zijn gevallen’) en verwijst ze ons naar een songtekst die het, misschien minder saai, uitlegt. De songtekst zei me niets, terwijl ik – net als de meeste filosofiestudenten – het Symposium wel kan drómen.

Ook al voel ik me niet aangesproken, ik snap de keuze voor het taalgebruik, want wat voor seks geldt, geldt ook voor zelfhulpboeken: je kan beter lager inzetten dan mensen kwetsen omdat je te veel van ze vraagt. Hoewel het een beetje kriebelt, dat Amerikaanse tweedehandsautoverkopertoontje, is het een prachtige wagen die ze haar lezers aansmeert. Ik zou iedereen aanraden er onmiddellijk in te stappen en vol gas weg te scheuren, richting een wereld waarin alle vrouwen normaal, oké en prachtig zijn.

Meer, meer, meer

Waar mannelijke schrijvers van mij best hun incompetente zelf mogen zijn – met hun slecht uitgewerkte ideeën en eendimensionale karakters – verwacht ik in vrouwelijke auteurs een feministisch rolmodel te vinden, een blakend voorbeeld van zelfvertrouwen, oprechtheid, kwetsbaarheid en durf. Ik zoek herkenning, en al zoekend wil ik graag bevestigd zien dat het de samenleving is die kapot is, niet ik, of de ontelbare vrouwen met mij.

Alle vier de boeken zijn interessant voor mensen die beginnen met het bevragen van aannames omtrent seks, relaties, verwachtingspatronen, lichaam, en verlangens. Wie, net als ik, daarna vooral op zoek is naar oprechtheid, kwetsbaarheid en durf van eigen bodem zal meer hebben aan Vuile lakens dan aan Soms is liefde dit. Wie een poging wil doen het seksleven te verbeteren, heeft meer aan Kom als jezelf dan aan alle andere boeken. Maar als je naast therapeutisch masturberen ook intellectueel tot grotere hoogte wil komen, is Future Sex een inkijkje in wat er allemaal mogelijk is met je seksleven als je wél al goed in je vel zit.

Alle auteurs zijn het erover eens dat er heel veel verhalen en antwoorden zijn, en niet één juist antwoord. De schaamte doorbreken en die verhalen zichtbaar maken, lijkt mij dan het meest logische. Ik wil graag lezen over iemand die worstelt, die er nog niet is, die er wil komen, die wil komen. Meer feiten, verhalen, onderzoeken: ze zijn nodig. Lees over wetenschap. Lees over vrouwenlichamen. Schrijf het nog eens op, en nog een keer, en nog een keer. Maar schrijf het zo dat die schaamte verdwijnt – die verdomde schaamte om liefdevol te vragen waar je recht op hebt, om te pakken wat je pakken kan; of dat nou een vibrator in de salesbak van de Etos is, een trio dat je oppikt in de Trut, of een step-by-step-instructie effectief tonggebruik voor je partner. Een gesprek is in het leven van individuele vrouwen een eerste stap, maar is geen verweer tegen media die haar bizarre zelf beelden aanpraten, tegen de farmaceutische industrie, tegen commerciële zelfhulpcursussen en mindfulnessretraites.

Van mijn partners verwacht ik ongeveer hetzelfde als van een boek over seks – ga ervan uit dat ik een intelligente vrouw ben, vermaak me, draai er niet omheen, wees systeemkritisch, eerlijk en kwetsbaar. Ik raad iedereen aan dezelfde standaarden na te leven, maar tegelijk: het aantal voorkeuren op de wereld is gelijk aan het aantal mensen, en iedereen is oké. Wat in de liefde gelukt is, is me tot nog toe nog niet gelukt in de boekenkast. Soms is liefde dit voldoet slechts sporadisch aan mijn hoge verwachtingen. Borrel geeft zich niet bloot, vertelt weinig nieuws en komt niet verder dan navelstaren. Kom als jezelf is kritisch op de structuren die vrouwen aanpraten niet normaal te zijn – zoals media en ‘ugh, patriarchaat’ – maar doet geen recht aan het intelligentieniveau van veel van die vrouwen. Het is nog wachten op het boek dat alles in huis heeft, maar Vuile lakens en Future Sex komen in de buurt. Beide boeken zijn herkenbaar, informatief en soms ook kwetsbaar. Debruyne en Van Ertvelde zijn dan ook nog eens de enige schrijfsters die écht de schaamte doorbreken en open en eerlijk vertellen. Juist als alle vrouwen een ander antwoord hebben op de vraag naar hun seksualiteit, zou dialoog niet slechts het startpunt van verandering moeten zijn – het kán dat pas zijn als het een schaamteloos relaas is over de eigen ervaringen. Wie schrijft over seks, moet de schaamte voorbij.