Alle berichten van M. Olnon

Russische hoop

Wie de Russische president Vladimir Poetin heeft leren vrezen, maakt zich grote zorgen over het aantreden van Donald Trump als Amerikaans president: beiden zijn autocraten, achter wier verachting van burgerlijke vrijheden en democratie, een nietsontziend streven naar persoonlijke macht en gewin schuilgaat. Vrijheidslievende Rusland-deskundigen roepen op tot actief verzet en burgerzin, voor het te laat is in de Verenigde Staten en daar – net als in Rusland – de Amerikaanse civil society op de knieën wordt gedwongen met leugens in de media en een meeslepend beroep op archaïsche, xenofobe en militaristische sentimenten. Ruslandkunde wordt fuck-Trumpologie. Door Raymond van den Boogaard.

De Russisch-Amerikaanse journalist Masha Gessen, auteur van onder andere de Poetin-biografie De man zonder gezicht en Het woord als wapen, het beste boek over de feministische activisten van Pussy Riot, was er het eerste bij. Autocracy: Rules for survival heette haar stuk op de site van de New York Review of Books, twee dagen na Trumps onverwachte verkiezingsoverwinning, toen tegenstanders als Clinton en Obama zich nog sportieve verliezers wilden betonen en velen de (inmiddels voos gebleken) hoop koesterden dat de rouwdouw Trump van de campagne zich zou ontpoppen tot een geciviliseerde president. Laat je niet in de luren leggen, betoogde Gessen, verwijzend naar de manier waarop Poetin – in het bijzonder sinds zijn herverkiezing in 2012 – korte metten heeft gemaakt met al wat zijn macht kan bedreigen – schijnprocessen en politieke moorden niet schuwend. Gessen stelde een reeks regels op: laat je niet in de luren leggen door de autocraat, want hij meent wat hij zegt; laat je niet bedotten door kleine tekenen van normaliteit die slechts de voorbode van grotere wandaden zijn; denk niet dat de instituties je wel zullen beschermen, want de autocraat zal die onttakelen. Wapen je, moreel, en stel je in op verzet.


Essay uit dBNg 2017#2

     


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder Russische hoop

A reply to Rob Hartmans

In de Nederlandse Boekengids 2016#4 (augustus) schreef Rob Hartmans in zijn terugkerende rubriek over belangrijke historici en hun oeuvres een kritische bijdrage onder de titel ‘Jonathan Israel, of: het slagveld van de ideeëngeschiedenis’. Met name in zijn omvangrijke Verlichtingstrilogie (2001-2011), maar ook in andere publicaties, schept Israel een nieuw interpretatiekader waarin de Verlichting in de eerste plaats als een politieke stroming wordt gepresenteerd. In zijn bijdrage (hier terug te lezen) looft Hartmans het werk van Israel, maar herhaalt hij ook de vaker gehoorde kritiek dat Israel zijn interpretatiekader bij tijd en wijlen té rigoureus toe zou passen. Een repliek van Jonathan I. Israel, gevolgd door een dupliek van Rob Hartmans.

“Disagreement is the stuff of academic and intellectual life and there is nothing wrong with heartily diverging on major intellectual questions. But something is definitely wrong when one side to the disagreement misrepresents the other with such a display of inaccuracy and distortion that it gives readers an altogether misleading impression of what the other side is arguing. This brings me to Rob Hartmans’s essay in the Dutch Review of Books (dNBg 2016#4, dated 27 August 2016). In reporting my argument, Hartmans achieves an astounding level of inaccuracy.


Ingezonden brief uit dBNg 2017#1, in reactie op:

Beeld: detail van Spinoza bedreigd door een woedende menigte te Amsterdam, 1667, Noach van der Meer (II), naar Jacobus Buys, 1784 ()


According to his essay, I argue that the authors of the Terror in the French Revolution, Robespierre and his allies ‘behoorden niet tot de radicale maar tot de Gematigde Verlichting.’ Readers need to note that this is totally wrong. On the contrary, the ideology of those responsible for the Terror, I contend, was highly intolerant, permitted no criticism of the regime or freedom of expression, and rejected all Enlightenment values forming a key strand of the populist Counter-Enlightenment. Explaining this incorrectly is not just a mistake on Hartmans’s part but a fundamental distortion since the entire argument of my volumes Democratic Enlightenment and Revolutionary Ideas is built on the thesis that Robespierre, Marat and Montagne rejected outright the values of the democratic republicanism of the Brissotin early French Revolution (1789-93) – and also the values of the moderate Enlightenment – and did their best to destroy the intellectual and political legacy of both.

* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder A reply to Rob Hartmans

Daar wordt wat groots verricht

Schadeclaims van slachtoffers en een opeenstapeling van ‘onthullingen’ in dag- en opiniebladen. Het Nederlands militair optreden in Indonesië lijkt eindelijk ‘hot’. Maar wie schrijft nu het boek der boeken? Of is het al geschreven? Door Herman Keppy.

Met de pensionering bij de dag- en opiniebladen van hen die Indië nog hebben meegemaakt, lijken we van de ene in de andere onthulling over de strijd in de voormalige kolonie te vallen. Die oude rotten bij de krant zullen hun schouders hebben opgehaald. Is dit nieuws, is het zo onthullend? Maar zij zijn er niet meer en de geschiedenis van Nederlands-Indië is geen nationaal gemeengoed, dus worden we getrakteerd op het ene ‘schokkende’ artikel na het andere. De lezer moet verbaasd, verontwaardigd, beschaamd reageren. Als dat gevoel is weggeëbd, volgt de volgende schreeuwende kop.


Essay uit dBNg 2015#0

  


Het gebrek aan Indiëkenners bij de eindredacties leidt tot het ontbreken van de regulerende kurk op de fles. De geest die eruit wil, wordt vooral ingegeven door de ingediende schadeclaims bij de Nederlandse staat die begonnen met de affaire van de weduwen van Rawagade. Meer claims volgden en dreigen, ze blijven voor commotie zorgen. En de ontsnapte geest werd aangeblazen door het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) en het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH). Die wetenschappelijke instituten dienden in 2012 een verzoek in bij de regering om een ‘gezaghebbende beschrijving en analyse op te stellen van het Nederlands militair optreden in Indonesië in 1940-1945’. De aankondiging zorgde voor de gebruikelijke veelheid aan felle reacties vanuit kringen van veteranen en Indo-Europeanen. In de trant van ‘Er is geweld geweest, maar mijn compagnie heeft er zich niet schuldig aan gemaakt’ en ‘Weten jullie wel wat de Indonesiërs ons hebben aangedaan?’ Niet geheel onterecht, dat verweer. Al was het omdat uit het verzoek blijkt dat er niet evenredig aandacht zal worden besteed aan het buitensporig geweld aan Indonesische zijde. Maar de luttele drie miljoen euro die de eerbiedwaardige instituten menen nodig te hebben, werd botweg geweigerd. Kennelijk heeft men er bij de betreffende ministeries meer verstand van.

* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder Daar wordt wat groots verricht

Onkunde, onbegrip en onbehagen: Turkije in Nederland nu

De vierhonderd jaar oude betrekkingen tussen Nederland en Turkije waren nog nooit zo nauw als nu, en nog nooit zo slecht. We zien een re-actualisatie van middeleeuwse vijandbeelden en cliché’s die het zicht op de culturele en politieke realiteit belemmeren. Dit betekent een gevaar voor onze samenleving en leidt tot onnodig veel spanningen tussen de ‘echte’ Nederlanders en de niet minder echte Turkse Nederlanders. Wat is er toch aan de hand? Een pleidooi tegen snelle meningen en reacties en voor kennis en onderzoek. Door Alexander H. de Groot.

Waar, is de vraag, ging het de afgelopen jaren dan mis met de aloude Nederlands-Turkse vriendschap? Meer dan in de betrekkingen op zich of de ontwikkelingen in Turkije, was dat bij de ontwikkelingen binnen de EU en Nederland. Het is redelijk noch verstandig om het eeuwenoude streven naar aansluiting bij het Westen en ‘Europa’ van de Turken ongegrond te verklaren op basis van gebrekkige historische feitenkennis en binnenlandspolitieke preoccupaties. Bovendien… of de Turken nu wel of niet thuishoren in dit deel van de wereld, ze zijn er allang, als landgenoten. Het laat zich aanzien dat het eerder loont ze beter dan slechter te begrijpen.


Essay uit dBNg 2016#5

  

  


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *

Lees verder Onkunde, onbegrip en onbehagen: Turkije in Nederland nu

Lussen of snaren? Op zoek naar kwantumzwaartekracht

In de zoektocht naar een allesomvattende theorie pogen natuurkundigen al sinds Einstein de maar niet op elkaar passende theoretische extremen van het hele grote en het hele kleine – de algemene relativiteitstheorie en de kwantummechanica – in één allesomvattende theorie te verenigen. De heilige graal: een theorie van kwantumzwaartekracht. Onlangs was de Nederlandse natuurkundige Erik Verlinde wereldnieuws met zijn beschrijving van een emergente zwaartekracht. Over de theorie van snaren en ‘ruimtekwanta’ enerzijds, en een niet minder serieus alternatief anderzijds: de theorie van lussen. Door Lennaert Huiszoon.

We doen het elke dag, bewegen. Maar als je er wat langer over nadenkt, ontdek je iets vreemds. Want, om een meter af te leggen moet je eerst een halve meter afleggen, daarna een kwart meter, daarna een achtste meter, daarna een zestiende meter, et cetera. En omdat elke afstand een eindige tijd duurt, en er zo een oneindig aantal afstanden zijn af te leggen, heb je een oneindige hoeveelheid tijd nodig om een meter af te leggen. Dit is in tegenspraak met onze waarneming. Wiskundigen hebben bovenstaande paradox al lang opgelost. Zij kunnen bewijzen dat de oneindige som een eindig antwoord geeft. Maar is dit wat er werkelijk gebeurt als je beweegt? Kan de ruimte in steeds kleinere stukjes worden opgedeeld? Is de ruimte continu? Op dit soort vragen probeert de Italiaanse natuurkundige Carlo Rovelli (1956) in Reality is not what it seems antwoord te geven.


Essay uit dBNg 2017#1

omslag reality is not what it seems omslag zeven korte beschouwingen over natuurkunde


Zijn boek is tot op zekere hoogte een standaard populairwetenschappelijke vertelling over de moderne natuurkunde, met ruime aandacht voor de historische context. In het eerste deel komt Newtons klassieke mechanica aan bod, Maxwells elektromagnetisme, Einsteins relativiteitstheorie en de kwantumtheorie van Bohr, Heisenberg en Dirac. Vaak weet Rovelli deze standaardkost toch origineel te belichten of met goede anekdotes te spekken. Hij heeft ook veel aandacht voor een aantal minder bekende natuurkundigen, zoals de Belgische priester LeMaître (de bedenker van de oerknaltheorie) en de tragisch jonggestorven Bronstejn (waarover later meer). Maar de held van het verhaal is ongetwijfeld Democrites, de Griekse filosoof die honderden jaren voor het begin van onze jaartelling de ‘atoomhypothese’ opstelde. Deze hypothese zegt dat alles is opgebouwd uit ondeelbare eenheden, atomen genaamd. Steeds legt Rovelli de nieuwe inzichten van de natuurkunde naast de ideeën van Democrites.

Wat het boek uniek maakt is echter het hoofdonderwerp, de lustheorie. Lustheorie is een mogelijke theorie van de ‘kwantumzwaartekracht’ en daarmee dus een concurrent van de veel bekendere (en in het veld qua gezag en funding beter gepositioneerde) snaartheorie.

* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder Lussen of snaren? Op zoek naar kwantumzwaartekracht

Waarom de een zweert bij figuratieve kunst en de ander bij abstracte

Anders dan wij vaak denken is onze persoonlijke voorkeur voor figuratieve dan wel abstracte kunst niet alleen een functie van onze culturele en intellectuele ontwikkeling, maar hangt die nauw samen met de bedrading en werking van ons hele visuele systeem, een complex tweerichtingsverkeer tussen ons oog en delen van ons brein. Hoe dat tweerichtingsverkeer verloopt verschilt van persoon tot persoon, en bepaalt in belangrijke mate onze kunstopvatting – én hoe wij de wereld om ons heen aanschouwen: zoekend naar herkenning of naar nieuwe verbanden. Door Jaap Goudsmit.

In 2016 zagen twee boeken over kunst en hersenwetenschap het licht. Het ene boek is van de psychiater en neurobioloog Eric Kandel, die in 2000 de Nobelprijs kreeg voor zijn onderzoek naar de leermogelijkheden en het geheugen bij zeeslakken, en het inzicht dat dat verschaft in de werking van het menselijk brein. In zijn boek Reductionism in Art and Brain Science bouwt Kandel voort op zijn vroege keuze om het geheugen van ongewervelde dieren te bestuderen om zo iets te leren over de mens – een strategie die hem in zijn vroege carrière ernstig was afgeraden. Hoe kon je nu iets leren van de werking van het geheugen bij slakken dat van enige betekenis zou kunnen zijn voor het begrip van de werking van de hersenen bij de mens? Dat bleek achteraf veel meer te zijn dan iedereen voor mogelijk had gehouden.


Essay uit dBNg 2017#1

omslag reductionism in art and brain science omslag ons creatieve brein


Deze zeer reductionistische visie, die Kandel en de wereld uiteindelijk geen windeieren legde, past hij in zijn nieuwste boek toe op de neurobiologische benadering van kunst. Reductionisme wordt door Kandel gedefinieerd als het destilleren van grotere wetenschappelijke en esthetische concepten uit het ontleden van kleinere, makkelijker te bestuderen onderdelen. Kandel beschouwt abstracte kunst – met Mondriaan, de Kooning en Rothko als ultieme exponenten – als een reductionistische, en tot op zekere hoogte hogere, kunstvorm. Tegelijkertijd denkt hij dat juist deze kunstvorm bij uitstek geschikt is inzicht te geven in het menselijk vermogen om kunst te maken en te waarderen.

Het tweede boek over kunst en neurobiologie is van de hand van Dick Swaab. Onder de titel Ons creatieve brein. Hoe mens en wereld elkaar maken wordt een haast holistische visie op kunst maken en waarderen gegeven. Holisme is in wezen het tegenovergestelde van reductionisme en benadrukt dat de eigenschappen van iets ingewikkelds als de mens niet slechts de som is van zijn onderdelen. …

* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder Waarom de een zweert bij figuratieve kunst en de ander bij abstracte

Politiek en (homo-)erotiek: de casus Mann

Met de spierballenretoriek van Putin, Trump en de populisten in hun schaduw lijken we plotsklaps een heel nieuwe politieke realiteit te hebben betreden. ‘Lijken’, want het spreken en denken over politieke stijl, naties en samenlevingen als mannelijk of vrouwelijk is zo oud als de politiek zelf, net als het wisselen van die genderrollen overigens – tot ver in de 20ste eeuw wreef het Westen het Oosten bijvoorbeeld nog zwakheid, verwijfdheid en decadentie aan, terwijl dat tegenwoordig precies andersom is. [1] En dat juist deze drie termen zo vaak in één adem genoemd worden, is veelzeggend… het was niet zomaar dat tijdgenoten Hitler zo vaak een hystericus noemden. De manier waarop ook Thomas Mann (1875-1955) nationale politiek in verband bracht met gender, erotiek en met name homoseksualiteit, biedt niet alleen een verhelderende kijk op zijn leven en zijn werk, maar bovendien op zijn tijd en de onze. Een literair-historisch perspectief bij de eeuwige terugkeer van het politieke geschreeuw. Door Olivier Boehme.

In 1946 schreef Mann dat de Duitsers ‘een homo-erotisch’ volk waren. [2] Zo staat het er, zwart op wit. Die bewering, die deel uitmaakt van een reflectie over de liquidatie van Sturmabteilung (SA)-leider Ernst Röhm door zijn voormalige medestander Adolf Hitler, deed Mann niet bij wijze van gril. Aan dat oordeel gingen heel wat expliciete en impliciete beschouwingen over het erotische karakter van het Duitse volk en zijn geschiedenis vooraf. Het oeuvre van één van de grootste Duitse schrijvers van de twintigste eeuw vormt dan ook een monumentaal commentaar op de Duitse geschiedenis en cultuur. (De noten bij dit essay zijn ook buiten Blendle om te lezen onder deze link.)


Essay uit dBNg 2017#1

Doctor Faustus Image result for 9789028426825 Image result for 9789029586191 Image result for 9789029567633


Mann werd kort na de oprichting van het Tweede Duitse Keizerrijk (in 1871) geboren en stierf enkele jaren na de totstandkoming van West- en Oost-Duitsland, te midden van de Koude Oorlog. Hij begeleidde en becommentarieerde die bijzonder bewogen tijdspanne in zijn literaire en kritische werk. De schrijver, die vooral na 1933 uitgroeide tot symbool van het ‘goede Duitsland’ en toonbeeld van een democratische en tolerante versie van zijn land en cultuur, leverde zijn benadering van ‘het Duitse’ met een toenemende autoriteit. Dat neemt niet weg dat zijn werk niet alleen een sterk politieke, maar ook een onmiskenbaar erotische dimensie kende. Manns duiding blijkt sterk verweven met ideeën over hoe homo-erotiek zich manifesteerde in de Werdegang van de natie waar hij tegen wil en dank toe behoorde.

* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder Politiek en (homo-)erotiek: de casus Mann

LTI17: de taal van het Derde Rijk, anno 2017

Eén van de voornaamste slagvelden van een samenleving of gemeenschap in hevig conflict met zichzelf is de taal die gesproken wordt. Dat lijkt misschien vanzelfsprekend – toch is het verbazingwekkend om te zien hoe schijnbaar ongemerkt en zonder veel weerstand de taal die Westerse politici en opiniemakers spreken gedurende het afgelopen decennium is getransformeerd. De taal van het populisme is gemeengoed geworden: niet alleen door de retorische vaardigheid van haar sprekers, maar ook door de zeer vruchtbare voedingsbodem waarin dat idioom niet zelden landt. Maar met de verandering van het idioom verandert ook het politieke en morele landschap waar die taal naar verwijst. Het doet ertoe, bijvoorbeeld, of er over migratie wordt gesproken als een vraagstuk over rechtvaardigheid, of als een bedreiging voor de gezondheid van een land of samenleving. In Europa en de Verenigde Staten wordt in toenemende mate over migratie gesproken in termen van catastrofe en natuurramp; over mensen als dragers van gevaarlijke, subversieve aandoeningen – of dat nu een religie is, of lichamelijke driften, of een cultuur die erop uit is om alles wat goed is te ondermijnen. Is dat overdreven (met de suggestie dat het wat onschuldiger is dan het misschien klinkt)? Of moeten we ons daar veel meer zorgen over maken dan we lijken te doen?  Door Thijs Kleinpaste.

Grote politieke en humanitaire catastrofes beginnen er doorgaans mee dat mensen niet langer worden voorgesteld als menselijk. Wie erin slaagt om bootvluchtelingen niet als mensen voor te stellen, maar als invasie, heeft niet alleen het zicht op de realiteit veranderd, maar ook de morele opdracht die aan die blik ten grondslag ligt: een invasie is dan niet een opdracht tot hulp, maar tot afweer. Verander de taal, verander de wereld. Door de werkelijkheid opnieuw te formuleren verdwijnen en verschijnen politieke en morele dilemma’s, al naar gelang het de spreker uitkomt. Als een humanitair probleem niet langer een humanitair probleem is, verdwijnt ook de morele imperatief het op te lossen. Taal is een wapen – en woorden zijn precies zo onschuldig of schuldig als de gewetens waarin ze ontstaan. Wat betekent dat?


Essay uit dBNg 2017#1

omslag 9783150203651 omslag 9789045002996 omslag LTI


Trump en de taal van het Derde Rijk

Het standaardwerk over de fnuikende corrumpering van een samenleving door de taal die er gesproken wordt is LTI: Notizbuch eines filologen (1947) door de Duits-Joodse filoloog Victor Klemperer, over de ‘Lingua Tertii Imperii’, oftewel de taal van het Derde Rijk. Van alle akelige anekdotes uit dat boek blijft bij herlezing de volgende het langst hangen: een collega drukt hem, niet lang voor de definitieve machtsovername van Adolf Hitler in Duitsland, op het hart dat het hele gedoe over de Joden er alleen is voor propagandadoeleinden. ‘Wacht maar. Als Hitler eenmaal aan het roer staat is hij veel te druk om de Joden steeds te beledigen.’

De onderschatting die de collega maakt, wordt ook nu gemaakt en wijst op het onvermogen van doorgaans toch heel verstandige mensen om te verinnerlijken dat het ‘gedoe’ over deze of gene (etnische) minderheid geen propaganda of politieke strategie is, maar gemeend. Niemand is te druk om de daad bij het woord te voegen als die woorden ernst zijn.

* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder LTI17: de taal van het Derde Rijk, anno 2017

Thierry Baudet en de erfenis van de jaren dertig

Eind vorige zomer transformeerde Thierry Baudet zijn eurosceptische denktank Forum voor Democratie in een politieke partij, klaar om vanaf komende maart een Nexit voor te bereiden. Zelf groeide Baudet in de afgelopen jaren van een conservatieve veelschrijver uit tot een markante woordvoerder voor een politieke stroming die zich in populariserende catchphrases afzet tegen ‘Europa’ en oproept het ‘eigene’ te omarmen. Simplistische vergelijkingen met het verleden zijn weliswaar gevaarlijk, maar volgens Rob Hartmans kan deze stroming wel degelijk historisch worden geduid. Door Rob Hartmans.

Eind 2013 publiceerde ik een bundel met essays over intellectuelen en hun bemoeienissen met de samenleving en politiek van hun dagen. Het boek opende met een stuk over Erasmus en eindigde met een beschouwing over een rijzende ster aan het vaderlandse intellectuele firmament: Thierry Baudet. [1] Omdat het stuk over Baudet nogal kritisch was uitgevallen  leek het me fair en boeiend om tijdens de presentatie van boek in debat te gaan met de jeugdige intellectueel. Na afloop van de pittige maar beschaafde discussie liep Baudet af op een kleine, oudere dame in het publiek en zei tegen haar dat het hem was opgevallen dat ze vaak nogal afkeurend naar hem had gekeken. ‘Ach, weet u, meneer,’ zei deze toen 98-jarige dame, die inmiddels de enige persoon ter wereld moet zijn die kan zeggen dat ze nog met Trotski heeft gecorrespondeerd, ‘ik ben figuren zoals u eerder tegengekomen, in de jaren dertig in Parijs, en wij noemden hen toen fascisten.’ (De noten bij dit essay zijn ook buiten Blendle om te lezen onder deze link.)


Essay uit dBNg 2017#1 (Dit essay verschijnt zij-aan-zij met dit interview met Thierry Baudet door Arthur Eaton. Beide bijdragen kwamen geheel onafhankelijk van elkaar tot stand.)

omslag breek het partijkartel omslag oikofobie omslag de aanval op de natiestaat omslag conservatieve vooruitgang


Er ging een zekere huivering door de omstanders, en ook ikzelf voelde me ongemakkelijk bij deze opmerking. Wie het populisme en andersoortige aanvallen op het liberaal-democratische bestel vergelijkt met wat er in het Interbellum gaande was, krijgt al snel te horen dat hij of zij de plank volledig misslaat en doelbewust bezig is met het ‘demoniseren’ van politieke tegenstanders. Op deze manier komt immers de slagschaduw van ‘Auschwitz’ over het debat te hangen, waarna de zaak zo verduisterd wordt dat van een zinvol gesprek geen sprake meer kan zijn. De ‘Wet van Godwin’ in optima forma.

Toch is er alle reden om serieus te kijken naar wat deze dame zei, en naar wat ze níet beweerde. Ze zei immers niet dat Baudet een fascist was, dat hij de politieke doelstellingen en middelen van het fascisme uit de jaren dertig propageerde. Ze had het niet over Duitsland en het nationaalsocialisme, maar over Frankrijk en de welig tierende vreemdelingenhaat en de antidemocratische bewegingen die daar actief waren. Bovendien waren deze fenomenen toen niet nieuw, zoals ze ook na 1945 niet voorgoed zijn uitgestorven, maar namen ze in die jaren wel een specifieke vorm aan: ‘Wij noemden hen toen fascisten.’ Waar het namelijk om gaat, is dat de aanval op het politieke bestel die Baudet en anderen uitvoeren, dat de rancune en demagogie, het gescheld op de elites en het aanwijzen van zondebokken, verdomd veel lijken op wat er in de jaren dertig in Europa gebeurde. Vandaar dat het zinvol is om een blik te werpen op de politieke en intellectuele traditie waar Thierry Baudet, die zijn strijd tegen het liberaal-democratische bestel na maart 2017 vanuit het parlement hoopt te kunnen voeren, deel van uitmaakt. Niet omdat Baudet op zich nu zo interessant en belangwekkend is, maar vooral omdat hij in de ogen van sommigen een zeker intellectueel cachet verleent aan een veel bredere beweging die uit is op een totale kladderadatsch, een omwenteling die in één klap een einde moet maken aan alle tekortkomingen van het huidige bestel en ‘het volk’ zal teruggeven wat het door ‘de elites’ is ontnomen. Kortom, Baudet als gecoiffeerde, voor hoogopgeleiden verteerbare vertegenwoordiger van de revolutie die ook het oogmerk is van Geert Wilders, Donald Trump, Marine Le Pen, Frauke Petry en hoe ze verder mogen heten. Een ontwikkeling die in een aantal opzichten wel degelijk doet denken aan de jaren dertig.

* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder Thierry Baudet en de erfenis van de jaren dertig