Over de zin en onzin van de Klassieken

Piet Gerbrandy vraagt zich in ‘De blik van de classicus’ (DNBg 2016#2) af waarom het gymnasium zo’n sterk merk is, zeker in Nederland. Nergens ter wereld komen procentueel zoveel kinderen in aanraking met Grieks en Latijn als in Nederland. Maar wat leren ze eigenlijk, die klasjes van soms niet meer dan acht leerlingen die tot diep in de provincie week in week uit gebogen zitten over stamaoristus en dominante deelwoordconstructies, en waarom?

[…]

DNBg 2016-2_Pagina_16‘Dat de Oudheid bestudeerd moet worden, valt niet te ontkennen, maar de sterke positie van de klassieken in het Nederlands onderwijsbestel heeft een verlammend effect op het denken over inhoud en bereik van onderzoek en lespraktijk. Studenten die klassieken gaan studeren, verwachten aan de universiteit ongeveer hetzelfde te krijgen als op school, alleen wat grondiger, terwijl anderzijds het universitair curriculum wordt toegesneden op wat een toekomstige leraar moet weten. Zo kun je elkaar tientallen jaren in een houdgreep houden zonder in de gaten te hebben dat die veilige, overzichtelijke Oudheid allang niet meer bestaat.

Om te beginnen is er het probleem van periodisering. Het gros van de Nederlandse classici houdt zich bezig met Griekse teksten van Homerus (achtste eeuw v.Chr.) tot Plato (vierde eeuw v.Chr.), al geeft men schoorvoetend toe dat ook in het Hellenistisch tijdvak (derde en DNBg 2016-2_Pagina_17tweede eeuw v.Chr.) nog weleens iets aardigs is geschreven – maar dat is voer voor een select groepje specialisten. Dat de Griekse literatuur daarna nog anderhalf millennium doorgaat, wordt angstvallig geheim gehouden. Bij het Latijn is het niet anders. We beginnen met Cicero (106-43 v.Chr.) en eindigen met Tacitus (tweede eeuw n.Chr.), laten het Romeinse Rijk al in de derde eeuw ten val komen en kunnen maar niet geloven dat de Late Oudheid tot ver in de zesde eeuw schitterende literatuur heeft opgeleverd. Sommige classici willen best aannemen dat er vanaf de Renaissance weer prachtig Latijn werd geschreven, maar verder dan Erasmus komt men meestal niet. Dat het Middeleeuws Latijn een schat aan literaire en filosofische creativiteit te bieden heeft, wordt aan Nederlandse universiteiten zo goed als genegeerd: niet ‘klassiek’, dus niet belangrijk.

Met periodisering hangt een ander punt samen. We zien de klassieke kunst en het antieke denken graag als edel, evenwichtig, intellectueel hoogstaand en, niettegenstaande de alomtegenwoordigheid van een frivool pantheon, seculier. Dat sommige van onze oude vrienden misschien racistische verkrachters of gestoorde obscurantisten waren, gaat er natuurlijk niet in: Caligula en Nero gelden als kleurrijke uitzonderingen. En dat de cultuur van de Oudheid eeuwenlang werd gedragen door Kelten, Syriërs, Joden en Berbers, wordt grif vergeten.

DNBg 2016-2_Pagina_19Een van de voornaamste verworvenheden van de naoorlogse bewegingen die worden samengevat onder de vage noemer Theory, is dat het inzicht is doorgedrongen hoezeer cultureel besef een product is van toevalligheden, economische factoren en politieke belangen. De canon van dead white males ligt al een halve eeuw onder vuur, overal ter wereld realiseert men zich dat je met goede argumenten moet aankomen om nog een lans te kunnen breken voor Plato, Parthenon en Pompeii. Die argumenten zijn er, uiteraard, maar het is belangrijk te benadrukken dat de Oudheid en het Klassieke geen voor zichzelf sprekende ijkpunten meer zijn. Vandaar dat in het internationale onderzoek de Oudheid wordt opgerekt, zowel historisch als geografisch, en dat er met name in de Angelsaksische wereld veel aandacht is voor wat meestal wordt aangeduid als Reception Studies. Daarbij gaat het er niet om dat je als classicus trots kunt laten zien dat er in het Paleis op de Dam klassiek geïnspireerde schilderingen zijn te vinden en dat Cees Nooteboom in een doodsaaie dichtbundel naar Lucretius verwijst, maar dat de hele Oudheid een mentale en ideologische constructie is, die iedere generatie van karakter verandert, vaak zonder dat degenen die zich erover ontfermen daarvoor ook hebben doorgeleerd.’

Krijg als abonnee toegang tot de digitale editie en lees verder …