Russische hoop

Wie de Russische president Vladimir Poetin heeft leren vrezen, maakt zich grote zorgen over het aantreden van Donald Trump als Amerikaans president: beiden zijn autocraten, achter wier verachting van burgerlijke vrijheden en democratie, een nietsontziend streven naar persoonlijke macht en gewin schuilgaat. Vrijheidslievende Rusland-deskundigen roepen op tot actief verzet en burgerzin, voor het te laat is in de Verenigde Staten en daar – net als in Rusland – de Amerikaanse civil society op de knieën wordt gedwongen met leugens in de media en een meeslepend beroep op archaïsche, xenofobe en militaristische sentimenten. Ruslandkunde wordt fuck-Trumpologie. Door Raymond van den Boogaard.

De Russisch-Amerikaanse journalist Masha Gessen, auteur van onder andere de Poetin-biografie De man zonder gezicht en Het woord als wapen, het beste boek over de feministische activisten van Pussy Riot, was er het eerste bij. Autocracy: Rules for survival heette haar stuk op de site van de New York Review of Books, twee dagen na Trumps onverwachte verkiezingsoverwinning, toen tegenstanders als Clinton en Obama zich nog sportieve verliezers wilden betonen en velen de (inmiddels voos gebleken) hoop koesterden dat de rouwdouw Trump van de campagne zich zou ontpoppen tot een geciviliseerde president. Laat je niet in de luren leggen, betoogde Gessen, verwijzend naar de manier waarop Poetin – in het bijzonder sinds zijn herverkiezing in 2012 – korte metten heeft gemaakt met al wat zijn macht kan bedreigen – schijnprocessen en politieke moorden niet schuwend. Gessen stelde een reeks regels op: laat je niet in de luren leggen door de autocraat, want hij meent wat hij zegt; laat je niet bedotten door kleine tekenen van normaliteit die slechts de voorbode van grotere wandaden zijn; denk niet dat de instituties je wel zullen beschermen, want de autocraat zal die onttakelen. Wapen je, moreel, en stel je in op verzet.


Essay uit dBNg 2017#2

     


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *

Lees verder

De waarde van waarden: schrijvers en lezers in een veranderende wereld

De schrijver is niet meer alleen schrijver, maar ook publieke intellectueel, mediapersoonlijkheid en celebrity. Via teksten, optredens en sociale media beïnvloeden auteurs politiek en maatschappij. Hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde Yra van Dijk bespreekt een reeks recente voorbeelden van zulk engagement in het licht van recent Nederlands onderzoek. Door Yra van Dijk.

Maart 2017. Het is het laatste weekend voor de verkiezingen, en vele stemmen roeren zich in het publieke debat. Opvallend is dit jaar hoeveel van die stemmen aan schrijvers toebehoren. ‘Ongevraagd advies’, geeft de Dichter des Vaderlands bijvoorbeeld in een gedicht in NRC Handelsblad: gooi je stem niet te grabbel, is de strekking van Esther Naomi Perquins vers. Een dag later in die krant politieke columns van Christiaan Weijts en Ilja Pfeijffer, en een opiniestuk over stemgedrag van schrijver Philip Huff. Op de zaterdagmiddag daarna woon ik de opnamen van Hier is… Adriaan van Dis bij, waar Hillary Mantel spreekt over geweld in heden en verleden. Zaterdag op Facebook David van Reybrouck over zijn speech in de Bundestag, en Alma Mathijsen over de Women’s March die ze die middag bijwoonde. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de 24 toekomstverhalen in het vlak voor de verkiezingen verschenen Als dit zo doorgaat, de door Auke Hukst bij Ambo|Anthos gebundelde krachten van een groep schrijvers die verontrust is over het ‘trumpisme’ en het populisme.


Essay uit dBNg 2017#2


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *

Lees verder

‘My blackness is all cultural appropriation’

De Amerikaan Paul Beatty brak twintig jaar na zijn debuut door bij het grote publiek met zijn vierde roman The Sellout. Al zijn hele loopbaan verzet hij zich tegen de hokjes waarin hij geplaatst wordt en die ook duidelijk de receptie van zijn laatste werk kleuren. Door Fiep van Bodegom.

The Sellout van Paul Beatty won de Man Booker Prize 2016 en werd jubelend ontvangen als genadeloze satire over ras in hedendaags Amerika. Zelf gaat de schrijver ongemakkelijk op zijn stoel schuiven van zowel het woord ‘ras’ als ‘satire’, en wil niet dat zijn werk zonder meer ‘politiek’ wordt genoemd. De vraag is: wat is het dan wél? Zijn terughoudendheid over deze categorieën zegt veel over de schrijver en zijn werk, dat op het eerste gezicht inderdaad een geslaagde satire over ras is.


Essay uit dBNg 2017#2

     


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *

Lees verder

Kunst tussen bewustzijn en ‘onbewustzijn’

Wanneer de natuurwetenschappen zich op het terrein van de geesteswetenschappen wagen, klinkt al gauw het verwijt dat zij ‘reductionistisch’ te werk gaan. In zijn nieuwe boek Ons creatieve brein verweert Dick Swaab zich tegen dit verwijt. Een neurobioloog die in de hersenen speurt naar de fysieke bron van onze schoonheidservaring, kan nog best zelf dingen mooi vinden. Of, als zijn object de liefde betreft, zelf verliefd worden. Arnold Heumakers twijfelt er geen moment aan, maar wijst er op dat argwanende geesteswetenschappers iets anders bedoelen als zij hun collega’s uit de bètawetenschappen van reductionisme betichten. Door Arnold Heumakers.

Wat geesteswetenschappers dwarszit, is een vorm van extreme eenzijdigheid: ingewikkelde fenomenen die worden teruggebracht tot een al te simpele kern, onder verwaarlozing van alle andere aspecten. Een goed voorbeeld hiervan zijn de darwinisten die zich sinds de jaren negentig van de vorige eeuw met literatuur en kunst bezighouden. Zij kunnen vanuit evolutionair perspectief uitstekend verklaren waarom mensen verhalen vertellen, muziek maken of tekeningen vervaardigen. Verhalen versterken de empathie die onze sociale aard vereist, en net als muziek stimuleren ze de onderlinge cohesie. Beeldende kunst creëert een virtuele werkelijkheid, die we met magie en ritueel beter aankunnen dan de ongrijpbare echte werkelijkheid.


Essay uit dBNg 2017#2

   

   


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *

Lees verder

De actualiteit van Charles Sanders Peirce

In de Verenigde Staten herleeft momenteel de belangstelling voor de pragmatische waarheidsfilosofie van Charles Sanders Peirce (1839-1914). Het zou al te kort door de bocht zijn om dat volledig aan het actuele publieke debat over post-truth te wijten, maar dit recente fenomeen maakt deze filosofie wel degelijk relevanter. Voor Peirce waren ‘waarheid’ en ‘rechtvaardigheid’ de twee belangrijkste richtingbepalende waarden (leading values) die in de wetenschap als in het leven tot uiting komen als respect voor feiten en eerlijkheid (fairness). Wat vertelt zijn denken ons over de wegen – meningen, feiten, redeneringen – waarlangs we tot waarheid (truth) proberen te komen en hoe het komt dat we daarin zo vaak tekortschieten. Door Kees Schuyt.

Het pragmatisme in het algemeen, en dat van Peirce in het bijzonder, mag nu extra actueel zijn, de heropleving dateert niet van vandaag en gisteren. Eigenlijk is die al bijna twee decennia aan de gang; in ieder geval sinds de hernieuwde bestudering van Peirce’s kennistheorie in onder andere Cheryl Misak’s Truth and the End of Inquiry (2004) en Christopher Hookway’s Truth, Rationality and Pragmatism (2000). Misak schreef al eerder over de vernieuwende toepassing van Peirce’s kennistheorie op problemen van democratische besluitvorming, deliberatie en consensus (Truth, Politics, Morality, 2000); Robert Westbrook vervolgde zijn werk met de invloedrijke studie Democratic Hope, Pragmatism and the Politics of Truth (2005). Een derde fase in de heropleving vond plaats in de logica, waar meer aandacht is gekomen voor abductief redeneren, dat wil zeggen redeneren van specifieke gevallen naar de meest eenvoudige en waarschijnlijke verklaring ervan, als erkende methode in de wetenschap, vooral gebruikt in zogenaamd kwalitatief sociaalwetenschappelijk onderzoek (I. Tavory & S. Timmermans, Abductive Analysis, Theorizing Qualitative Research, 2014).


Essay uit dBNg 2017#2


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *

Lees verder

Gender is net zo echt als Sinterklaas: de impact van Judith Butler

Ze had en heeft een ongekende invloed op ons begrip van gender en seksualiteit: de Amerikaanse ster-academica Judith Butler. Eigenhandig zette ze de vastgeroeste ideeën over identiteit van de Tweede Feministische Golf op losse schroeven en bewees dat we niet man, vrouw, mannelijk en vrouwelijk zijn, maar veeleer doen. Wees subversief, zei ze, want achter die hokjes zit geen waarheid. Linda Duits legt uit waarom Butlers klassieke werken Gender Trouble en Bodies That Matter levensveranderend waren en ook anno 2017 niets aan relevantie hebben ingeboet. Door Linda Duits.

Halverwege de jaren ’90 ging ik studeren, midden in de backlash tegen feminisme. De Amerikaanse journalist Susan Faludi koos dat woord om de tegenstroom te beschrijven die opkwam nadat de Tweede Golf geluwd was. Media roemden de verdiensten van de vrouwenbeweging, maar zetten deze tegelijkertijd bij het vuil. Gelijkheid was behaald, maar daarvoor was – zo stelden pers en populaire cultuur – een hoge prijs betaald: met het feminisme waren vrouwelijkheid en al het heilige dat daarbij hoorde verloren gegaan. Faludi signaleerde antifeminisme, al hielden sommige andere denkers het bij het vriendelijker klinkend ‘postfeminisme’.


Essay uit dBNg 2017#2

 


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *

Lees verder

Een rationele en liefdevolle islam: de filosofie van Souleymane Bachir Diagne

Een boek dat een eyeopener kan zijn voor het Nederlandse islamdebat: Filosoferen in de islam? van de Senegalese filosoof Souleymane Bachir Diagne, over de rol van de rede en de liefde in de islam. Michiel Leezenberg verwelkomt dit ‘pleidooi voor een dialoog tussen de islam en het moderne denken’, maar vraagt zich daarbij af waar de wegen van islamitische filosofie en theologie van elkaar scheiden. Wat is moderniteit in de islam precies? En is de rede voor Diagne niet al te heilig? Door Michiel Leezenberg.

Een van de opvallendste kenmerken van wat in Nederland nog altijd eufemistisch ‘het islamdebat’ wordt genoemd, is de totale minachting voor historische feiten die eruit spreekt. Elk beroep op de realiteiten van de islamitische wereld – of dat nu de afwezigheid van een kerk is, de eeuwenlange praktijk van tolerantie ten aanzien van religieuze minderheden (die zelfs door Voltaire in zijn Traité sur la tolérance werd geprezen, en aan de Franse koning ten voorbeeld werd gesteld), of het bestaan van een traditie van filosofisch denken en van publieke debatten (moenâzarât) over theologische kwesties – wordt door zelfbenoemde islamcritici achteloos terzijde geschoven als ‘apologetisch’. Zelfs het bestaan van, en het historische belang van, een filosofische en wetenschappelijke traditie in de islam wordt door deze islamofoben glashard ontkend. [1]


Essay uit dBNg 2017#2


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *

Lees verder