Tagarchief: 2017#2

Russische hoop

Wie de Russische president Vladimir Poetin heeft leren vrezen, maakt zich grote zorgen over het aantreden van Donald Trump als Amerikaans president: beiden zijn autocraten, achter wier verachting van burgerlijke vrijheden en democratie, een nietsontziend streven naar persoonlijke macht en gewin schuilgaat. Vrijheidslievende Rusland-deskundigen roepen op tot actief verzet en burgerzin, voor het te laat is in de Verenigde Staten en daar – net als in Rusland – de Amerikaanse civil society op de knieën wordt gedwongen met leugens in de media en een meeslepend beroep op archaïsche, xenofobe en militaristische sentimenten. Ruslandkunde wordt fuck-Trumpologie. Door Raymond van den Boogaard.

De Russisch-Amerikaanse journalist Masha Gessen, auteur van onder andere de Poetin-biografie De man zonder gezicht en Het woord als wapen, het beste boek over de feministische activisten van Pussy Riot, was er het eerste bij. Autocracy: Rules for survival heette haar stuk op de site van de New York Review of Books, twee dagen na Trumps onverwachte verkiezingsoverwinning, toen tegenstanders als Clinton en Obama zich nog sportieve verliezers wilden betonen en velen de (inmiddels voos gebleken) hoop koesterden dat de rouwdouw Trump van de campagne zich zou ontpoppen tot een geciviliseerde president. Laat je niet in de luren leggen, betoogde Gessen, verwijzend naar de manier waarop Poetin – in het bijzonder sinds zijn herverkiezing in 2012 – korte metten heeft gemaakt met al wat zijn macht kan bedreigen – schijnprocessen en politieke moorden niet schuwend. Gessen stelde een reeks regels op: laat je niet in de luren leggen door de autocraat, want hij meent wat hij zegt; laat je niet bedotten door kleine tekenen van normaliteit die slechts de voorbode van grotere wandaden zijn; denk niet dat de instituties je wel zullen beschermen, want de autocraat zal die onttakelen. Wapen je, moreel, en stel je in op verzet.


Essay uit dBNg 2017#2

     


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder Russische hoop

De waarde van waarden: schrijvers en lezers in een veranderende wereld

De schrijver is niet meer alleen schrijver, maar ook publieke intellectueel, mediapersoonlijkheid en celebrity. Via teksten, optredens en sociale media beïnvloeden auteurs politiek en maatschappij. Hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde Yra van Dijk bespreekt een reeks recente voorbeelden van zulk engagement in het licht van recent Nederlands onderzoek. Door Yra van Dijk.

Maart 2017. Het is het laatste weekend voor de verkiezingen, en vele stemmen roeren zich in het publieke debat. Opvallend is dit jaar hoeveel van die stemmen aan schrijvers toebehoren. ‘Ongevraagd advies’, geeft de Dichter des Vaderlands bijvoorbeeld in een gedicht in NRC Handelsblad: gooi je stem niet te grabbel, is de strekking van Esther Naomi Perquins vers. Een dag later in die krant politieke columns van Christiaan Weijts en Ilja Pfeijffer, en een opiniestuk over stemgedrag van schrijver Philip Huff. Op de zaterdagmiddag daarna woon ik de opnamen van Hier is… Adriaan van Dis bij, waar Hillary Mantel spreekt over geweld in heden en verleden. Zaterdag op Facebook David van Reybrouck over zijn speech in de Bundestag, en Alma Mathijsen over de Women’s March die ze die middag bijwoonde. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de 24 toekomstverhalen in het vlak voor de verkiezingen verschenen Als dit zo doorgaat, de door Auke Hukst bij Ambo|Anthos gebundelde krachten van een groep schrijvers die verontrust is over het ‘trumpisme’ en het populisme.


Essay uit dBNg 2017#2


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder De waarde van waarden: schrijvers en lezers in een veranderende wereld

‘My blackness is all cultural appropriation’

De Amerikaan Paul Beatty brak twintig jaar na zijn debuut door bij het grote publiek met zijn vierde roman The Sellout. Al zijn hele loopbaan verzet hij zich tegen de hokjes waarin hij geplaatst wordt en die ook duidelijk de receptie van zijn laatste werk kleuren. Door Fiep van Bodegom.

The Sellout van Paul Beatty won de Man Booker Prize 2016 en werd jubelend ontvangen als genadeloze satire over ras in hedendaags Amerika. Zelf gaat de schrijver ongemakkelijk op zijn stoel schuiven van zowel het woord ‘ras’ als ‘satire’, en wil niet dat zijn werk zonder meer ‘politiek’ wordt genoemd. De vraag is: wat is het dan wél? Zijn terughoudendheid over deze categorieën zegt veel over de schrijver en zijn werk, dat op het eerste gezicht inderdaad een geslaagde satire over ras is.


Essay uit dBNg 2017#2

     


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder ‘My blackness is all cultural appropriation’

Kunst tussen bewustzijn en ‘onbewustzijn’

Wanneer de natuurwetenschappen zich op het terrein van de geesteswetenschappen wagen, klinkt al gauw het verwijt dat zij ‘reductionistisch’ te werk gaan. In zijn nieuwe boek Ons creatieve brein verweert Dick Swaab zich tegen dit verwijt. Een neurobioloog die in de hersenen speurt naar de fysieke bron van onze schoonheidservaring, kan nog best zelf dingen mooi vinden. Of, als zijn object de liefde betreft, zelf verliefd worden. Arnold Heumakers twijfelt er geen moment aan, maar wijst er op dat argwanende geesteswetenschappers iets anders bedoelen als zij hun collega’s uit de bètawetenschappen van reductionisme betichten. Door Arnold Heumakers.

Wat geesteswetenschappers dwarszit, is een vorm van extreme eenzijdigheid: ingewikkelde fenomenen die worden teruggebracht tot een al te simpele kern, onder verwaarlozing van alle andere aspecten. Een goed voorbeeld hiervan zijn de darwinisten die zich sinds de jaren negentig van de vorige eeuw met literatuur en kunst bezighouden. Zij kunnen vanuit evolutionair perspectief uitstekend verklaren waarom mensen verhalen vertellen, muziek maken of tekeningen vervaardigen. Verhalen versterken de empathie die onze sociale aard vereist, en net als muziek stimuleren ze de onderlinge cohesie. Beeldende kunst creëert een virtuele werkelijkheid, die we met magie en ritueel beter aankunnen dan de ongrijpbare echte werkelijkheid.


Essay uit dBNg 2017#2

   

   


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder Kunst tussen bewustzijn en ‘onbewustzijn’

De actualiteit van Charles Sanders Peirce

In de Verenigde Staten herleeft momenteel de belangstelling voor de pragmatische waarheidsfilosofie van Charles Sanders Peirce (1839-1914). Het zou al te kort door de bocht zijn om dat volledig aan het actuele publieke debat over post-truth te wijten, maar dit recente fenomeen maakt deze filosofie wel degelijk relevanter. Voor Peirce waren ‘waarheid’ en ‘rechtvaardigheid’ de twee belangrijkste richtingbepalende waarden (leading values) die in de wetenschap als in het leven tot uiting komen als respect voor feiten en eerlijkheid (fairness). Wat vertelt zijn denken ons over de wegen – meningen, feiten, redeneringen – waarlangs we tot waarheid (truth) proberen te komen en hoe het komt dat we daarin zo vaak tekortschieten. Door Kees Schuyt.

Het pragmatisme in het algemeen, en dat van Peirce in het bijzonder, mag nu extra actueel zijn, de heropleving dateert niet van vandaag en gisteren. Eigenlijk is die al bijna twee decennia aan de gang; in ieder geval sinds de hernieuwde bestudering van Peirce’s kennistheorie in onder andere Cheryl Misak’s Truth and the End of Inquiry (2004) en Christopher Hookway’s Truth, Rationality and Pragmatism (2000). Misak schreef al eerder over de vernieuwende toepassing van Peirce’s kennistheorie op problemen van democratische besluitvorming, deliberatie en consensus (Truth, Politics, Morality, 2000); Robert Westbrook vervolgde zijn werk met de invloedrijke studie Democratic Hope, Pragmatism and the Politics of Truth (2005). Een derde fase in de heropleving vond plaats in de logica, waar meer aandacht is gekomen voor abductief redeneren, dat wil zeggen redeneren van specifieke gevallen naar de meest eenvoudige en waarschijnlijke verklaring ervan, als erkende methode in de wetenschap, vooral gebruikt in zogenaamd kwalitatief sociaalwetenschappelijk onderzoek (I. Tavory & S. Timmermans, Abductive Analysis, Theorizing Qualitative Research, 2014).


Essay uit dBNg 2017#2


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder De actualiteit van Charles Sanders Peirce

Gender is net zo echt als Sinterklaas: de impact van Judith Butler

Ze had en heeft een ongekende invloed op ons begrip van gender en seksualiteit: de Amerikaanse ster-academica Judith Butler. Eigenhandig zette ze de vastgeroeste ideeën over identiteit van de Tweede Feministische Golf op losse schroeven en bewees dat we niet man, vrouw, mannelijk en vrouwelijk zijn, maar veeleer doen. Wees subversief, zei ze, want achter die hokjes zit geen waarheid. Linda Duits legt uit waarom Butlers klassieke werken Gender Trouble en Bodies That Matter levensveranderend waren en ook anno 2017 niets aan relevantie hebben ingeboet. Door Linda Duits.

Halverwege de jaren ’90 ging ik studeren, midden in de backlash tegen feminisme. De Amerikaanse journalist Susan Faludi koos dat woord om de tegenstroom te beschrijven die opkwam nadat de Tweede Golf geluwd was. Media roemden de verdiensten van de vrouwenbeweging, maar zetten deze tegelijkertijd bij het vuil. Gelijkheid was behaald, maar daarvoor was – zo stelden pers en populaire cultuur – een hoge prijs betaald: met het feminisme waren vrouwelijkheid en al het heilige dat daarbij hoorde verloren gegaan. Faludi signaleerde antifeminisme, al hielden sommige andere denkers het bij het vriendelijker klinkend ‘postfeminisme’.


Essay uit dBNg 2017#2

 


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder Gender is net zo echt als Sinterklaas: de impact van Judith Butler

Een rationele en liefdevolle islam: de filosofie van Souleymane Bachir Diagne

Een boek dat een eyeopener kan zijn voor het Nederlandse islamdebat: Filosoferen in de islam? van de Senegalese filosoof Souleymane Bachir Diagne, over de rol van de rede en de liefde in de islam. Michiel Leezenberg verwelkomt dit ‘pleidooi voor een dialoog tussen de islam en het moderne denken’, maar vraagt zich daarbij af waar de wegen van islamitische filosofie en theologie van elkaar scheiden. Wat is moderniteit in de islam precies? En is de rede voor Diagne niet al te heilig? Door Michiel Leezenberg.

Een van de opvallendste kenmerken van wat in Nederland nog altijd eufemistisch ‘het islamdebat’ wordt genoemd, is de totale minachting voor historische feiten die eruit spreekt. Elk beroep op de realiteiten van de islamitische wereld – of dat nu de afwezigheid van een kerk is, de eeuwenlange praktijk van tolerantie ten aanzien van religieuze minderheden (die zelfs door Voltaire in zijn Traité sur la tolérance werd geprezen, en aan de Franse koning ten voorbeeld werd gesteld), of het bestaan van een traditie van filosofisch denken en van publieke debatten (moenâzarât) over theologische kwesties – wordt door zelfbenoemde islamcritici achteloos terzijde geschoven als ‘apologetisch’. Zelfs het bestaan van, en het historische belang van, een filosofische en wetenschappelijke traditie in de islam wordt door deze islamofoben glashard ontkend. [1]


Essay uit dBNg 2017#2


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder Een rationele en liefdevolle islam: de filosofie van Souleymane Bachir Diagne

Zeker als je nog niks hebt, kun je heel veel riskeren

Kunstenaars die van hun kunst kunnen rondkomen zijn in Nederland een schaars goed. Recente publicaties proberen de dialoog over de erbarmelijke arbeidsvoorwaarden van kunstenaars te openen, maar het is de vraag of zij daarin slagen. Harm Hendrik ten Napel ziet in de zzp’ende artiest die moet zwoegen en bijklussen om het hoofd boven water te houden een extreem voorbeeld van een veel bredere tendens: de precarisering van de werkende Nederlander. Door Harm Hendrik ten Napel.

‘Eigenlijk zijn wij geen van tweeën het standaardverhaal,’ stelt schrijver en beeldhouwer Maria Barnas tegenover Anne Vegter, de ex-Dichter des Vaderlands. In het eerste interview van Het laatste taboe, een bundeling gesprekken over kunstenaarschap en inkomen, stellen de twee zo vast dat hun perspectief op deze thema’s niet zo relevant is. ‘Interessanter zijn eigenlijk,’ gaat Barnas verder, ‘de mensen die jarenlang proberen en proberen en hun werk niet zichtbaar krijgen. Dat is echt een probleem.’ Hiermee verwoordt ze precies het probleem van dit eerste deel van ‘Het kabinet’, een serie essayistische publicaties van Van Oorschot. Het doel van de gesprekken – een prikkelende dialoog te openen over de slechte financiële situatie van kunstenaars in Nederland – wordt tegengewerkt door de opzet van de interviews.


Essay uit dBNg 2017#2

  


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder Zeker als je nog niks hebt, kun je heel veel riskeren

Wie doet het licht weer aan in de journalistiek?

Verhalen over de toekomst van de journalistiek zijn zonder uitzondering donker getoonzet. Al jaren kelderen de oplagecijfers van kranten en tijdschriften, adverteerders lopen weg, nieuwsredacties worden noodgedwongen gehalveerd, regionale kranten opgeheven of uitgekleed tot een plaatselijk suffertje, en geld voor grote journalistieke onderzoeksprojecten raakt op. Dat is niet alleen het beeld in Nederland, maar ook internationaal. De opkomst van digitale kranten tempert de daling enigszins, maar het verhaal van weekbladen die maandbladen worden, laat zich toch lezen als een kroniek van de naderende dood. Veel kranten zijn overgeleverd aan hongerige investeerders die opzien tegen radicale veranderingen. Is er eigenlijk nog wel een toekomst voor de pers als waakhond van de democratie? Door Harry van Dalen.

Er gaat niets boven de geur van drukinkt, een tastbare krant, zo zal de oudere garde denken. Al die nieuwe technologieën maken een site of een krant weliswaar gelikter, maar aan het eind van de dag moet er allereerst gewoon een goed, gedegen stuk klaarliggen voor de drukker. Er valt ook zeker wat te zeggen voor papier: een papieren krant wordt veel langer gelezen – gemiddeld 16-18 minuten –, terwijl de digitale lezer al na 2-3 minuten afhaakt. En wat te denken van serendipiteit – het lezen van artikelen die buiten de directe interessesfeer van lezers liggen? Het is een kwaliteit die in de fysieke omgeving langzaam maar zeker verdwijnt en zich online moeilijk laat nabootsen.


Essay uit dBNg 2017#2


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder Wie doet het licht weer aan in de journalistiek?

Europa’s gemankeerd laboratorium

In de slipstream van alle hedendaagse euroscepsis is het bon ton om neer te kijken op het zuidelijk deel van de Lage Landen. Maar als proeftuin zou België gezien haar strategische positie op ons werelddeel juist met welwillende belangstelling gevolgd moeten worden. Om te beginnen door de banden met de directe buren aan te halen om zo een Europa van onderop eindelijk een serieuze kans te geven. Kan de nood tot samenwerking van en in België ons iets leren over de toekomst van Europa? Steven van Schuppen denkt van wel: een advies aan Brussel. Door Steven van Schuppen.

België als pars pro toto van Europa. Hier ontmoeten Noord en Zuid, Germaans en Romaans, nuchter-zakelijk en Bourgondisch elkaar. Als ergens de proef op de som van Europese samenwerking genomen zou kunnen worden, dan wel daar. Zeker nu de grootschalige aanpak van de Europese Unie toenemende kritiek ontmoet, is nader onderzoek naar de casus België de moeite waard. In historische analyses van naar het Belgische reilen en zeilen overheerst veelal de politieke kant van de geschiedenis, waarbij onvermijdelijk de aandacht gericht is op de taalstrijd tussen het Nederlands en het Frans. Des te opmerkelijker dat er in de herfst van vorig jaar twee studies over de economische geschiedenis van het land verschenen. In Het gestolde land van Kristof Smeyers en Erik Buyst ligt de nadruk op de periode vanaf de Eerste Wereldoorlog. In De onzichtbare hand boven België van René De Preter wordt ingezoomd op de laatste veertig jaar, het tijdperk waarin het neoliberalisme doorbrak.


Essay uit dBNg 2017#2

    


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder Europa’s gemankeerd laboratorium

Hoe een bibliotheek wordt geboren

Om een bibliotheek te stichten zijn vier dingen onontbeerlijk, wist Thomas Bodley, de oervader van Oxfords universiteitsbibliotheek: kennis, geld, vrienden en vrije tijd. Zijn tijdgenoot, de Leidse Johannes Thysius (1622-1653) werd amper 31, maar kon bij de opbouw van zijn eigen roemruchte bibliotheek niettemin ruimschoots in alle vier voorzien. Door Kristof Smeyers.

Johannes Thysius was een jurist met een gedegen opvoeding, een erfenis gespekt met VOC-aandelen en een ruime kennissenkring in het boekenvak. Hij werd niet gehinderd door een geleerdencarrière of een gezin. Hij voldeed dus aan Bodleys vier basisvoorwaarden. Bovendien werd hij gedreven door een bibliomanie avant la lettre. Althans, dat is een verleidelijke gedachte wanneer je zijn bibliotheek, op de hoek van de Leidse Steenschuur en de Groenhazengracht, binnenwandelt. Al bijna vierhonderd jaar staat daar Thysius’ levenswerk, opgetrokken uit baksteen, maar vooral uit meer dan 3.000 verweerde boekruggen die de vakjurist in zijn korte leven bij elkaar sprokkelde (pamfletten niet meegerekend). Binnen kijken in de Bibliotheca Thysiana is als onder een historische stolp gluren. Achter de gevel leeft de Gouden Eeuw gewoon verder. Of eerder: staat die er al die tijd stil.


Essay uit dBNg 2017#2


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder Hoe een bibliotheek wordt geboren

De man Montaigne

‘Dit lezer, is een eerlijk boek. Het waarschuwt U al direct dat ik het uitsluitend voor privé-doeleinden en huiselijk gebruik bestemd heb. Ik heb geen moment gedacht aan het nut voor U of aan mijn eigen glorie. Zo’n opzet zou mijn krachten te boven gaan.’ Met deze bescheiden woorden opende Michel de Montaigne zijn beroemde Essais, waarmee hij een heel nieuw literair genre schiep en zichzelf presenteerde als de sceptische intellectueel die zich had teruggetrokken uit een wereld die werd geregeerd door hebzucht, machtswellust en het verlangen naar roem. In plaats daarvan ging hij op zoek naar kennis, inzicht en wijsheid. Zo is het beeld ontstaan van Montaigne, zittend in het torentje van zijn château waarvan hij de balken had laten beschilderen met citaten uit de klassieken, met grote distantie en scherpzinnigheid nadenkend over de condition humaineDoor Rob Hartmans.

Het is vaak deze Montaigne die literatoren en filosofen ons tonen. Zij zien in zijn Essais niet zelden een materiaalverzameling voor het ultieme zelfhulpboek (zie bijvoorbeeld de bestseller van Sarah Bakewell uit 2010, waarin uit Montaignes werk een soort ‘levenskunst’ wordt gedestilleerd). Mensen die dit beeld graag overeind willen houden, en weigeren te twijfelen aan de oprechtheid van Montaignes woorden aan de lezer, kunnen de vuistdikke biografie van Philippe Desan beter niet lezen. Dat Desan Montaignes leven geheel anders bekijkt blijkt al uit de ondertitel van de oorspronkelijke Franse editie: Une biographie politique. Desan laat overtuigend zien dat Montaigne, afkomstig uit een geslacht van rijke handelaren die hartstochtelijk verlangden naar adellijke status, er alles aan deed om de maatschappelijke ladder te bestijgen. Door uitvoerig onderzoek te doen naar de politieke instituties en machtsverhoudingen, en zeer nauwgezet de verschillen tussen de diverse edities van de Essais te bestuderen, schildert de biograaf het beeld van een man die allesbehalve een onthechte denker was.


Essay uit dBNg 2017#2


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder De man Montaigne

Het ware geluk

Het oeuvre van de Franse denker Alain Badiou valt uiteen in twee samenhangende delen. Aan de ene kant zijn er omvangrijke abstracte werken waarin een mathematisch-poëtisch filosofisch systeem uiteen wordt gezet; aan de andere korte polemische boeken waarin de radicaal-emancipatoire implicaties van deze filosofie voor de kunst, politiek, ethiek en liefde worden overdacht. Door Lukas Verburgt.

Badiou dankt zijn populariteit in Nederland tot op heden voornamelijk aan vlotte vertalingen van denkinterventies, zoals het iets meer dan 100 pagina’s tellende Filosofie van het ware geluk. Dat is tegelijkertijd een vloek en een zegen: Badious pas in 2005 naar het Engels vertaalde, 600 pagina’s tellende, magnum opus L’Etre et l’Evenement (1988) waarin deze interventies hun oorsprong, grond en legitimatie vinden, is een duizelingwekkend rotding.


Essay uit dBNg 2017#2


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder Het ware geluk