De lessen van Robert B. Silvers en The New York Review

Eind april vertrok Merlijn Olnon, hoofdredacteur van de Nederlandse Boekengids (dNBg), met een reisbeurs van het Nederlands Letterenfonds voor een werkbezoek naar New York. Eenzelfde bezoek aan Londen staat gepland voor deze zomer, met eind dit jaar nog een tweede bezoek aan New York.


Lees verder

Op zoek naar een nieuw nationaal verhaal

Recentelijk verscheen in Frankrijk het boek Histoire mondiale de la France, een overzichtswerk onder leiding van mediëvist Patrick Boucheron. Een pavé, dus letterlijk een kassei, maar ook figuurlijk, want niets minder dan een steen in de vijver. Dit boek heeft namelijk alles te maken met de hedendaagse Franse worsteling met nationale identiteit.  Door Niek Pas.


Lees verder

‘We’ll always have Paris’

In december vorig jaar verscheen La La Land in de Nederlandse bioscopen. Anders dan de gender- en rassenpolemiek rond deze lm doet vermoeden, is het decor ervan – de Amerikaanse ‘megalopolis’ Los Angeles – de eigenlijke sleutel tot zijn boodschap. Het ogenschijnlijk vrolijke drama, waarin de American Dream en de Pursuit of Happiness worden beproefd door de grillen van het moderne leven, is boven alles een stadsverhaal dat aantoont hoe waardevol populaire kunst kan zijn voor het doorzien van onze maatschappelijke structuren en conventies. Door David Rijser.


Lees verder

Rouwen in het Antropoceen

Sommige begrippen dienen enorm goed als stok om mee te slaan. ‘Neoliberalisme’ is daar een mooi voorbeeld van. Gewoon ‘neoliberalisme’ roepen en klaar is Kees. Kaltgestellt. Het buzzword van dit moment, ‘Antropoceen’ heeft een vergelijkbaar effect. Al dient dit begrip niet zozeer als stok om anderen mee te slaan, als wel als zweep om mee aan zelfkastijding te doen. Met de introductie van dit nieuwe geologische tijdperk proberen we de vinger op de zere plek te leggen: de mens – de antropos – die een puinzooi maakt van onze planeet. Door Lisa Doeland.


Lees verder

De revolutie van Wilhelm Reich: een interview met James E. Strick

James Strick doceert wetenschapsgeschiedenis aan het Franklin & Marshall College in Pennsylvania in de Verenigde Staten. Daar ontmoette ik hem zo’n tien jaar geleden voor het eerst, toen ik min of meer bij toeval een introductievak volgde over Thomas Kuhn en zijn theorie over wetenschappelijke revoluties. Voor dit interview sprak ik Strick in de vroege ochtend (zijn ochtend) via Skype. Het was het begin van de voorjaarsvakantie en hij was snipverkouden. Stricks echtgenote was bezig op de achtergrond en onderbrak hem tijdens ons gesprek één keer kort om hem erop te wijzen dat hij in herhaling viel. Door Matei Iagher.

James Strick heeft uiteenlopende studies gepubliceerd over de geschiedenis van het denken over de oorsprong van het leven – van negentiende-eeuwse debatten over generatio spontanea tot aan huidige, door de NASA aangestuurde, astrobiologische experimenten. Zijn meest recente boek is een grondige beschouwing van Wilhelm Reichs biologische experimenten, uitgevoerd in Oslo tussen 1934 en 1939. Gebruikmakend van documenten uit de Reich-archieven, bestrijdt Strick in deze biografie de heersende aanname dat Reich een ongekwalificeerde kwakzalver zou zijn geweest, en zijn werk een schoolvoorbeeld van pseudowetenschap. Het boek karakteriseert Reich wel als een onorthodoxe wetenschapper (hij was van oorsprong psychoanalyticus) met een aantal bijzondere ideeën over de oorsprong van leven en het ontstaan van kanker. Strick, die zelf microbiologie studeerde, laat zien dat het werk van Reich is gegrond in ampel en zeer nauwkeurig uitgevoerd experimenteel onderzoek. Wilhelm Reich, Biologist is een historisch werk, maar Stricks achtergrond in de biologie stelt hem in staat om Reichs experimenten te beoordelen op hun wetenschappelijke validiteit. Het boek staat uitgebreid stil bij Reichs ontdekking van de zogenaamde ‘bionen’ – microscopische deeltjes waarvan hij vermoedde dat ze de schakel vormden tussen leven en onbezielde materie. Daarnaast luidde Reichs hypothese dat bionen ook een rol spelen bij de ontwikkeling van kanker. Als er van de ontdekkingen van Reich ook maar een gedeelte waar zou blijken te zijn, dan zou zijn onderzoek ongetwijfeld alsnog een revolutionaire omwenteling in de huidige biologie veroorzaken.


Essay uit dBNg 2017#3


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *

Lees verder

Beelden van Egypte: fotografie en Oriëntalisme in Huis Marseille

In Huis Marseille is er tot 4 juni aanstaande een bijzondere tentoonstelling te zien over negentiende-eeuwse fotografie in Egypte. Diederik Burgersdijk bezocht deze tentoonstelling en modereerde het SPUI25– programma ‘Egyptomanie. Reizigers en fotografen 1850-1900’. Zo zag hij hoe Egypte een rijke bron is voor observanten van alle tijden, van antieke toeristen tot fotografen van vroeger en vandaag. Door Diederik Burgersdijk.

In een tentoonstellingszaal van Huis Marseille ligt het lang vergeten ‘Reisindrukken in het Oosten’ van de Rotterdamse dominee Louis Heldring (1846-1909), een oudoom van de journalist Jérôme Louis Heldring (1917-2013). De pagina’s, waarop een reisverslag naar de Levant via Griekenland en Egypte, zijn in bruin stofomslag gebonden. De kaft is gesierd met gouden letters en een tekening van ‘Rachels graf’, een lieu de mémoire in Palestina. De reisbeschrijving, uit het laatste decennium van de negentiende eeuw, is verluchtigd met kaarten en aquarellen van de Duitse kunstenaar R.J. Hartmann, die enkele van de bezochte plaatsen verbeelden. Het tentoongestelde exemplaar bevat een bijzonderheid. In de katernen meegebonden zijn foto’s van de hand van de reizende dominee zelf, met handgeschreven onderschriften. Er bestaan drie van die exemplaren: voor elk van de kinderen van de auteur een.


Essay uit dBNg 2017#3

In Egypte / Reizigers en fotografen, 1850–1900, Huis Marseille, Amsterdam, 11 maart 2017 – 4 juni 2017. Conservator: Saskia Asser


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *

Lees verder

Némirovsky, of de verleidingen van fictionalisering en nonfictionalisering

Het is verleidelijk de romans van oorlogsslachtoffers in de eerste plaats te bezorgen en te lezen als getuigenissen van hun dramatische levensloop. Neem nu Irène Némirovsky, wier literaire oeuvre in de afgelopen tien jaar haast overstemd raakte door de wederwaardigheden van haar leven en erfenis. Toch zou het vreemd zijn haar werk niet in dat licht te lezen. Wat te doen met deze wisselwerking tussen de fictionalisering van oorlogslevens en de nonfictionalisering van oorlogsverhalen? Kan het beter – met meer respect voor levens én werk? Jazeker, zo demonstreert The Némirovsky Question. Door Marjolein Corjanus.

Een jonge, succesvolle schrijfster, in 1942 in Auschwitz vermoord, verschijnt zestig jaar later weer in een reeks sprekende portretten op de omslagen van haar heruitgegeven werk: de ‘herontdekking’ van Irène Némirovsky als auteur van een prachtig Frans literair oeuvre sprak de afgelopen jaren zeer tot de verbeelding van het lezerspubliek. De postume uitgave van de roman Suite Française, in 2004 bekroond met de Prix Renaudot, leidde tot hernieuwde aandacht voor leven en werk van de joodse Némirovsky. Met het internationale succes deed evenwel ook de mythevorming haar intrede.


Essay uit dBNg 2017#3

 

  


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *

Lees verder