Tagarchief: bibliotheek

Hoe een bibliotheek wordt geboren

Om een bibliotheek te stichten zijn vier dingen onontbeerlijk, wist Thomas Bodley, de oervader van Oxfords universiteitsbibliotheek: kennis, geld, vrienden en vrije tijd. Zijn tijdgenoot, de Leidse Johannes Thysius (1622-1653) werd amper 31, maar kon bij de opbouw van zijn eigen roemruchte bibliotheek niettemin ruimschoots in alle vier voorzien. Door Kristof Smeyers.

Johannes Thysius was een jurist met een gedegen opvoeding, een erfenis gespekt met VOC-aandelen en een ruime kennissenkring in het boekenvak. Hij werd niet gehinderd door een geleerdencarrière of een gezin. Hij voldeed dus aan Bodleys vier basisvoorwaarden. Bovendien werd hij gedreven door een bibliomanie avant la lettre. Althans, dat is een verleidelijke gedachte wanneer je zijn bibliotheek, op de hoek van de Leidse Steenschuur en de Groenhazengracht, binnenwandelt. Al bijna vierhonderd jaar staat daar Thysius’ levenswerk, opgetrokken uit baksteen, maar vooral uit meer dan 3.000 verweerde boekruggen die de vakjurist in zijn korte leven bij elkaar sprokkelde (pamfletten niet meegerekend). Binnen kijken in de Bibliotheca Thysiana is als onder een historische stolp gluren. Achter de gevel leeft de Gouden Eeuw gewoon verder. Of eerder: staat die er al die tijd stil.


Essay uit dBNg 2017#2


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder Hoe een bibliotheek wordt geboren

Wie wat wil in Oxford, kan maar beter naar de bibliotheek gaan

Door Jacob Zwaan, leraar Grieks en Latijn op het Barlaeus Gymnasium in Amsterdam. Hij studeert psychologie.


Essay uit DBNg 2016#3

Oxford: Wie hier studeert kan veilig denken

De Bodleian Library is als een kasteel: vierkant en met dikke muren – wie hier studeert kan veilig denken. De muren lopen uit in kantelen en de voor Oxford kenmerkende spires: lange smalle stenen punten die de lucht in steken, met horizontale uitsteeksels daar weer aan vast. Als student fantaseerde ik dat de ingewikkelde gedachten van bijvoorbeeld T.S. Eliot overeenkomst vertoonden met deze ingewikkelde torentjes en dat zijn denken neerdaalde op de dreaming spires. Na een korte blik zou hij gauw weer in zijn Aeneis gaan lezen, ervan overtuigd dat dromen uitbreiding verdienen in grondige studie en omgekeerd dat dromen een van de doelen van studeren is.

De Bodleian was de plek voor serieus werk en dus de plek voor ons. We waren studenten klassieke talen en zoals iedereen weet is classics de moeilijkste studie. Een classicus die niet in de bibliotheek zit, draagt de bibliotheek mee in zijn hoofd, namelijk in zijn geweten. In de eerste week van onze studie hoorden we van de principal – een soort rector magnificus – het motto: ‘In Oxford, if work goes well, life goes well.’ Deze aansporing voor de intelligente Britse jeugd en een enkele buitenlander zoals ik, namen we ter harte. Het was verschrikkelijk, maar ergens aan het eind van die tunnel wachtte de trots. Ooit bestond het enige te volgen curriculum in Oxford uit klassieke talen, filosofie en een beetje wiskunde, hadden we begrepen.

Uit de Lower Reading Room op de eerste verdieping schijnt vanaf de schemering, die in de winter om halfvier al inzet, een oranjeachtig licht dat zou kunnen doen denken aan een groot vuur. Maar binnen staat op elke studieplek een bordje met het uitdrukkelijke verbod ‘to kindle any flame’. Tussen de enorme ramen staan de boekenkasten en de gehele zaal is gevuld met lange tafels die aan beide kanten in compartimentjes zijn verdeeld, met genummerde metalen plaatjes, vanaf L001. Op die studieplekken zaten niet alleen eerstejaars die meteen het diepe in wilden, zoals ik, maar ook oudere studenten en tutors. Wanneer ik door de zes grote zalen van deze Lower Reading Room liep, waar eigenlijk alles op de plank stond wat je nodig had om langer klassieke talen te studeren dan je ooit zou kunnen, kwam ik onze tutor, Gavin, tegen. Gavin kwam hier al twintig jaar en had een democratische inslag: soms als je ‘hoi’ zei liet hij zijn lijst zien met Latijnse woorden die hij nog niet kende en tijdens zijn lectuur van Cicero was tegengekomen. ‘Kijk, ik maak ook woordenlijsten’ – in dertig pagina’s Latijn was hij drie keer een onbekend woord tegengekomen. De lijsten die wij maakten waren pagina’s lang. Per pagina Latijn noteerden we zeker dertig woorden. Mijn vrouwelijke medestudenten vonden Gavin schattig, maar mijn vriend Arthur en ik voelden ons door hem geïntimideerd.

* Abonnees lezen verder. Neem ook een abonnement! *

Bent u al abonnee, maar ziet u hieronder niet waarvoor u kwam? Logt u dan eerst even in via 'Online toegang' in het menu hierboven?