Wie was Ingeborg Bachmann? Een omstreden leven

Vijfenveertig jaar na Ingeborg Bachmann's dood bestond er nog steeds geen echte biografie van de grootste Duitstalige schrijfster na de Tweede Wereldoorlog. Tot nu: Wil Rouleaux neemt twee recente studies over dit veelbewogen schrijversleven onder de loep. Door Wil Rouleaux

* Deze inhoud is alleen voor abonnees. Word nu abonnee en lees meteen verder. (Bent u al abonnee, maar kunt u hieronder niet verder lezen? Logt u dan eerst even in via 'Uw account' in het menu hierboven?)

Ruziemaken met Mondriaan: man, mythe, schepping & werk

Wie was Piet Mondriaan? Een vraag die niet zo lastig te beantwoorden is, zou je denken. Na bestudering van recent biografisch werk over de kunstenaar legt Bram Ieven echter een waar slagveld bloot. De identiteit en het artistieke proces van Mondriaan worden nog altijd sterk betwist, hetgeen aanleiding blijkt te geven tot aanzienlijke fabricage, mythologisering en intrige. Door Bram Ieven


Lees verder

De zure room van de herinnering: de biografie tussen wetenschap en literatuur

Toen de biografie over Jan Wolkers uitkwam – die als proefschrift pas door een tweede promotiecommissie werd toegelaten – barstte de discussie weer los: moet een biografie over een kunstenaar zijn werk in context plaatsen, of doet meer aandacht voor de ontwikkeling van een eigen oeuvre en poëtica het werk meer recht? Willem Otterspeer pleit aan de hand van twee ongebruikelijke maar briljante biografieën over Vladimir Nabokov en Robert Lowell voor dat laatste, en deelt terloops nog een aantal rake klappen uit aan het wetenschappelijk-biografische discours. Door Willem Otterspeer


Lees verder

Leven en werk van Ernst Kantorowicz

Ernst Kantorowicz vocht tegen communisten in de straten van München en tegen communistenhaters in het bestuur van de universiteit van Berkeley. Hij beminde zowel mannen als vrouwen, was Joods maar schreef het favoriete boek van Goebbels en verwierf onsterfelijkheid met de uitleg van de zin ‘de koning is dood, lang leve de koning!’ in The King’s Two Bodies. Sjoerd van Hoorn neemt het tegenstrijdige leven van Kantorowicz onder de loep. Door Sjoerd van Hoorn.


Lees verder

Leven met Hitler

Ian Kershaw geldt voor velen als de hoogste autoriteit op het gebied van het nationaalsocialisme, het Derde Rijk en het leven van Adolf Hitler. Kershaws tweedelige Hitlerbiografie werd niet alleen door vakgenoten geprezen voor haar eruditie en gedegen onderzoek, maar wist ook een veel groter publiek te bereiken. Al decennia is Kershaw een historicus die binnen én buiten de kaders van het wetenschappelijk debat veel lof oogst. Rob Hartmans gaat in op Kershaws loopbaan en zijn positie binnen de historiografie van het Derde Rijk. Door Rob Hartmans.

Nadat in 1998 het eerste deel van zijn volumineuze Hitlerbiografie was verschenen, kreeg Ian Kershaw van journalisten die zijn boek niet of nauwelijks gelezen hadden, dikwijls de vraag of het niet heel deprimerend was om zich jarenlang met zo’n abject figuur bezig te houden. Met typisch Britse beleefdheid ontkende hij dit en benadrukte hij dat je zelfs Hitler en diens regime op een zo nuchter mogelijke wijze kon en moest bestuderen. Tegenwoordig voegt hij hier nog wel eens aan toe dat het enige wat hem soms nachtmerries bezorgt, een nederlaag van Manchester United is.

Uiteraard betekent dit niet dat Kershaw een gevoelloos type is, want toen ik hem in het najaar van 1998 in Manchester opzocht om hem voor De Groene Amsterdammer te interviewen, vertelde hij dat hij kort daarvoor een schokkende ervaring had gehad. Op de Frankfurter Buchmesse was heel veel aandacht geweest voor zijn boek, en zijn uitgever had in de enorme hal metershoge banieren laten ophangen met dezelfde vormgeving als het boek. Dat betekende dat links in forse blokletters de naam ‘Hitler’ stond, en dat rechts een portret was afgebeeld. Omdat het publiekelijk afbeelden van Hitlers portret strafbaar is, aangezien het volgens paragraaf 86a van het Strafgesetzbuch geldt als een ‘Kennzeichen verfassungswidriger Organisationen’, was de overbekende tronie met spuuglok en Charlie Chaplinsnor vervangen door de vriendelijke gelaatstrekken van Kershaw. Voor de bescheiden historicus was het sowieso een enorme schok om zijn eigen gezicht zo uitvergroot te zien, en dan ook nog in combinatie met die omineuze naam. Hoewel niemand hem met Hitler zou verwarren, voelde die welhaast fysieke nabijheid buitengewoon onaangenaam.


Essay uit dBNg 2017#3

  

  

 


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *


Lees verder

Némirovsky, of de verleidingen van fictionalisering en nonfictionalisering

Het is verleidelijk de romans van oorlogsslachtoffers in de eerste plaats te bezorgen en te lezen als getuigenissen van hun dramatische levensloop. Neem nu Irène Némirovsky, wier literaire oeuvre in de afgelopen tien jaar haast overstemd raakte door de wederwaardigheden van haar leven en erfenis. Toch zou het vreemd zijn haar werk niet in dat licht te lezen. Wat te doen met deze wisselwerking tussen de fictionalisering van oorlogslevens en de nonfictionalisering van oorlogsverhalen? Kan het beter – met meer respect voor levens én werk? Jazeker, zo demonstreert The Némirovsky Question. Door Marjolein Corjanus.

Een jonge, succesvolle schrijfster, in 1942 in Auschwitz vermoord, verschijnt zestig jaar later weer in een reeks sprekende portretten op de omslagen van haar heruitgegeven werk: de ‘herontdekking’ van Irène Némirovsky als auteur van een prachtig Frans literair oeuvre sprak de afgelopen jaren zeer tot de verbeelding van het lezerspubliek. De postume uitgave van de roman Suite Française, in 2004 bekroond met de Prix Renaudot, leidde tot hernieuwde aandacht voor leven en werk van de joodse Némirovsky. Met het internationale succes deed evenwel ook de mythevorming haar intrede.


Essay uit dBNg 2017#3

 

  


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *

Lees verder

Een verdediging van het kleine leven

Boeken over het leven van een kunstenaar of anderszins bekend persoon zijn erg in trek: ze zouden een inkijkje geven in ‘het echte leven’. Vaak zijn uitgegeven dagboeken echter aaneenschakelingen van escapades, en gaan ze minder over het leven dan over het escapisme van de persoon in kwestie. Lodewijk Verduin bespreekt drie recente, weinig sensationele maar daarom juist levensechte (auto)biografieën. Door Lodewijk Verduin.

Literatuur over kunstenaarslevens heeft een mysterieus allure. Egodocumenten en autobiografieën worden anders en steevast gretiger gelezen dan romans en dichtbundels. Het is alsof ze een uniek geheim bevatten, ons meer kunnen vertellen over kunst en leven dan de kunst zelf. Niet voor niets vormen literaire egodocumenten een uiterst populair genre op zich, dat uitnodigt tot een voyeurisme dat in dienst staat van het achterhalen van dit geheim. Wat zoeken mensen in de levens van kunstenaars dat ze in hun werk kennelijk niet vinden?


Essay uit dBNg 2017#3


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *

Lees verder