Tagarchief: essay

De lessen van Robert B. Silvers en The New York Review

Eind april vertrok Merlijn Olnon, hoofdredacteur van de Nederlandse Boekengids (dNBg), met een reisbeurs van het Nederlands Letterenfonds voor een werkbezoek naar New York. Eenzelfde bezoek aan Londen staat gepland voor deze zomer, met eind dit jaar nog een tweede bezoek aan New York.

Al vrijwel sinds het eerste nummer in februari 1963 wordt The New York Review of Books (NYRB) – volgens sommigen naast The Times Literary Supplement (TLS) en, sinds 1979, The London Review of Books (LRB) – beschouwd als hét tijdschrift voor het review essay: de door oprichtend redacteuren Robert B. Silvers en Barbara Epstein tot literaire kunstvorm verheven essayerende boekbespreking, waarin wetenschappers met een scherpe pen en schrijvers met een scherpe geest (in gelukkige gevallen verenigd in één en dezelfde persoon) nieuwe boeken naast hun eigen ervaring en de actualiteit leggen, om ieder onderwerp zo in de volle breedte en in uiterst leesbare vorm aan hun lezers te presenteren. Wat kan de dNBg als Dutch Review of Books uit de eerste hand van deze rijke traditie leren? Het korte ziekbed en plotselinge overlijden van Silvers in maart plaatste het voor april-mei geplande werkbezoek opeens in een heel ander, niet minder onthullend, licht.

Het is bij binnenkomst op het kantoor zo stil dat je een speld zou kunnen horen vallen. Tenminste, had er geen doorsnee grijs kantoortapijt gelegen. Links van me een verplaatsbare wand met de eredoctoraten van Silvers (1929-2017), van het allereerste nummer tot zijn dood op 20 maart de drijvende kracht achter het meest toonaangevende literaire – en politieke, wetenschappelijke, culturele – tijdschrift ter wereld. Rechts van me staat een ronde keukentafel met een wit tafelkleedje erop, daarachter een onbemande receptiebalie en een diepe pijpenla van een postkamer waar twee medewerkers druk bezig zijn met wat de afwikkeling van de zojuist van de drukker gekomen jaargang 54, nummer 8 moet zijn, het tweede nummer in het bestaan van het blad dat niet onder Silvers’ redacteurschap ‘naar bed gebracht’ werd. Voorbij de postkamer ligt een reeks aan het zicht onttrokken ruimtes achter witte tussenwanden, met links de redactieruimten en rechts die van de uitgeverij. Voor me strekt zich een aantal open huiskamerachtige ruimtes uit. Dit doodnormale kantoor in de New Yorkse Village is het thuis van The Review en zijn circa dertig medewerkers.


Essay uit dBNg 2017#3 (een eerdere versie van dit essay werd 26 mei gepubliceerd op nrc.nl


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *

Lees verder De lessen van Robert B. Silvers en The New York Review

Rouwen in het Antropoceen

Sommige begrippen dienen enorm goed als stok om mee te slaan. ‘Neoliberalisme’ is daar een mooi voorbeeld van. Gewoon ‘neoliberalisme’ roepen en klaar is Kees. Kaltgestellt. Het buzzword van dit moment, ‘Antropoceen’ heeft een vergelijkbaar effect. Al dient dit begrip niet zozeer als stok om anderen mee te slaan, als wel als zweep om mee aan zelfkastijding te doen. Met de introductie van dit nieuwe geologische tijdperk proberen we de vinger op de zere plek te leggen: de mens – de antropos – die een puinzooi maakt van onze planeet. Door Lisa Doeland.

Volgens de recent verkozen Denker des Vaderlands, René ten Bos, gaat van naamgeving een bezwerende werking uit. Onbenoemd maakt onbekend. En angstig: ‘we geven namen omdat we bang zijn’. In Dwalen in het Antropoceen (2017) laat Ten Bos zien hoe we aan de onzekerheid die gepaard gaat met leven in tijden van klimaatopwarming, zeespiegelstijging en massa-extinctie, het hoofd proberen te bieden door het beest een naam te geven: het Antropoceen. Het probleem met Antropoceen met een grote ‘A’ is volgens Ten Bos dat het een richting suggereert, een aanknopingspunt, een weg het bos uit. En dat is volgens hem nou juist wat we níet moeten doen. We hebben de weg nooit geweten en we moeten vooral niet denken dat we die nu opeens wél kunnen vinden: verdwaald zijn is de permanente conditie van de mens. Met geo-engineering en andere technologische quick fixes om de ‘cascade aan catastrofes’ het hoofd te bieden (zoals het bouwen van een megadam in de Beringzee om de Noordpool te beschermen, of een reflecterend zonnescherm in de ruimte plaatsen om wat zonlicht tegen te houden) heeft hij dan ook weinig op. Want als het Antropoceen ons íets leert, dan is het wel dat wij op onze omgeving inwerken en de omgeving op ons. En ook dat er geen buitenperspectief is dat ons toestaat van een afstandje te bepalen wat er aan de hand is en wat we zouden moeten doen om elders te komen. We staan er niet boven of buiten, we zitten er middenin.

Essay uit dBNg 2017#3

    


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder Rouwen in het Antropoceen

Beelden van Egypte: fotografie en Oriëntalisme in Huis Marseille

In Huis Marseille is er tot 4 juni aanstaande een bijzondere tentoonstelling te zien over negentiende-eeuwse fotografie in Egypte. Diederik Burgersdijk bezocht deze tentoonstelling en modereerde het SPUI25– programma ‘Egyptomanie. Reizigers en fotografen 1850-1900’. Zo zag hij hoe Egypte een rijke bron is voor observanten van alle tijden, van antieke toeristen tot fotografen van vroeger en vandaag. Door Diederik Burgersdijk.

In een tentoonstellingszaal van Huis Marseille ligt het lang vergeten ‘Reisindrukken in het Oosten’ van de Rotterdamse dominee Louis Heldring (1846-1909), een oudoom van de journalist Jérôme Louis Heldring (1917-2013). De pagina’s, waarop een reisverslag naar de Levant via Griekenland en Egypte, zijn in bruin stofomslag gebonden. De kaft is gesierd met gouden letters en een tekening van ‘Rachels graf’, een lieu de mémoire in Palestina. De reisbeschrijving, uit het laatste decennium van de negentiende eeuw, is verluchtigd met kaarten en aquarellen van de Duitse kunstenaar R.J. Hartmann, die enkele van de bezochte plaatsen verbeelden. Het tentoongestelde exemplaar bevat een bijzonderheid. In de katernen meegebonden zijn foto’s van de hand van de reizende dominee zelf, met handgeschreven onderschriften. Er bestaan drie van die exemplaren: voor elk van de kinderen van de auteur een.


Essay uit dBNg 2017#3

In Egypte / Reizigers en fotografen, 1850–1900, Huis Marseille, Amsterdam, 11 maart 2017 – 4 juni 2017. Conservator: Saskia Asser


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder Beelden van Egypte: fotografie en Oriëntalisme in Huis Marseille

16 juni: Bloomsday!

Op 16 juni is het weer zover: Bloomsday. Bloomsday is de dag die wordt beleefd door Leopold Bloom, de held van Ulysses, de befaamde roman van James Joyce die zich afspeelt binnen een etmaal – op 16 juni 1904. Doordat hij wordt gadeslagen en vooral door wat hij denkt, mompelt, zegt en schrijft komen we als lezers te weten wat Bloom bezighield tijdens zijn miniatuur-odyssee, die bestaat uit omzwervingen door Dublin. Joyce besteedde daar een kwart miljoen woorden aan, niet bepaald het format van een bestseller, maar de bespiegelingen van Bloom werden op zo’n oorspronkelijke, vrolijke en scherpzinnige manier gepresenteerd dat het boek uitgroeide tot een monument. Door Luuc Kooijmans.

In Dublin wordt de dag jaarlijks gevierd en er is geen evenement dat niet is voorzien van een woordspeling op zijn naam. Dat is in stijl natuurlijk (zijn tweede beroemde boek, Finnegans Wake, is een grote woordspeling), maar over het enthousiasme voor de viering in Dublin zou de schrijver misschien wel wat schamper hebben moeten lachen. Het duurde jaren voor hij er een boek uitgegeven kreeg. Ulysses werd uitgebracht in Parijs, want in Dublin vond men het boek schokkend immoreel. Verstikkend conventioneel vond Joyce er de atmosfeer, dodelijk voor de kunstenaarsziel. Voor hij 23 was had hij de stad verlaten en hij keerde er nooit meer terug.


Essay uit dBNg 2017#3 


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *

Lees verder 16 juni: Bloomsday!

Een verdediging van het kleine leven

Boeken over het leven van een kunstenaar of anderszins bekend persoon zijn erg in trek: ze zouden een inkijkje geven in ‘het echte leven’. Vaak zijn uitgegeven dagboeken echter aaneenschakelingen van escapades, en gaan ze minder over het leven dan over het escapisme van de persoon in kwestie. Lodewijk Verduin bespreekt drie recente, weinig sensationele maar daarom juist levensechte (auto)biografieën. Door Lodewijk Verduin.

Literatuur over kunstenaarslevens heeft een mysterieus allure. Egodocumenten en autobiografieën worden anders en steevast gretiger gelezen dan romans en dichtbundels. Het is alsof ze een uniek geheim bevatten, ons meer kunnen vertellen over kunst en leven dan de kunst zelf. Niet voor niets vormen literaire egodocumenten een uiterst populair genre op zich, dat uitnodigt tot een voyeurisme dat in dienst staat van het achterhalen van dit geheim. Wat zoeken mensen in de levens van kunstenaars dat ze in hun werk kennelijk niet vinden?


Essay uit dBNg 2017#3


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder Een verdediging van het kleine leven

Russische hoop

Wie de Russische president Vladimir Poetin heeft leren vrezen, maakt zich grote zorgen over het aantreden van Donald Trump als Amerikaans president: beiden zijn autocraten, achter wier verachting van burgerlijke vrijheden en democratie, een nietsontziend streven naar persoonlijke macht en gewin schuilgaat. Vrijheidslievende Rusland-deskundigen roepen op tot actief verzet en burgerzin, voor het te laat is in de Verenigde Staten en daar – net als in Rusland – de Amerikaanse civil society op de knieën wordt gedwongen met leugens in de media en een meeslepend beroep op archaïsche, xenofobe en militaristische sentimenten. Ruslandkunde wordt fuck-Trumpologie. Door Raymond van den Boogaard.

De Russisch-Amerikaanse journalist Masha Gessen, auteur van onder andere de Poetin-biografie De man zonder gezicht en Het woord als wapen, het beste boek over de feministische activisten van Pussy Riot, was er het eerste bij. Autocracy: Rules for survival heette haar stuk op de site van de New York Review of Books, twee dagen na Trumps onverwachte verkiezingsoverwinning, toen tegenstanders als Clinton en Obama zich nog sportieve verliezers wilden betonen en velen de (inmiddels voos gebleken) hoop koesterden dat de rouwdouw Trump van de campagne zich zou ontpoppen tot een geciviliseerde president. Laat je niet in de luren leggen, betoogde Gessen, verwijzend naar de manier waarop Poetin – in het bijzonder sinds zijn herverkiezing in 2012 – korte metten heeft gemaakt met al wat zijn macht kan bedreigen – schijnprocessen en politieke moorden niet schuwend. Gessen stelde een reeks regels op: laat je niet in de luren leggen door de autocraat, want hij meent wat hij zegt; laat je niet bedotten door kleine tekenen van normaliteit die slechts de voorbode van grotere wandaden zijn; denk niet dat de instituties je wel zullen beschermen, want de autocraat zal die onttakelen. Wapen je, moreel, en stel je in op verzet.


Essay uit dBNg 2017#2

     


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder Russische hoop

De waarde van waarden: schrijvers en lezers in een veranderende wereld

De schrijver is niet meer alleen schrijver, maar ook publieke intellectueel, mediapersoonlijkheid en celebrity. Via teksten, optredens en sociale media beïnvloeden auteurs politiek en maatschappij. Hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde Yra van Dijk bespreekt een reeks recente voorbeelden van zulk engagement in het licht van recent Nederlands onderzoek. Door Yra van Dijk.

Maart 2017. Het is het laatste weekend voor de verkiezingen, en vele stemmen roeren zich in het publieke debat. Opvallend is dit jaar hoeveel van die stemmen aan schrijvers toebehoren. ‘Ongevraagd advies’, geeft de Dichter des Vaderlands bijvoorbeeld in een gedicht in NRC Handelsblad: gooi je stem niet te grabbel, is de strekking van Esther Naomi Perquins vers. Een dag later in die krant politieke columns van Christiaan Weijts en Ilja Pfeijffer, en een opiniestuk over stemgedrag van schrijver Philip Huff. Op de zaterdagmiddag daarna woon ik de opnamen van Hier is… Adriaan van Dis bij, waar Hillary Mantel spreekt over geweld in heden en verleden. Zaterdag op Facebook David van Reybrouck over zijn speech in de Bundestag, en Alma Mathijsen over de Women’s March die ze die middag bijwoonde. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de 24 toekomstverhalen in het vlak voor de verkiezingen verschenen Als dit zo doorgaat, de door Auke Hukst bij Ambo|Anthos gebundelde krachten van een groep schrijvers die verontrust is over het ‘trumpisme’ en het populisme.


Essay uit dBNg 2017#2


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder De waarde van waarden: schrijvers en lezers in een veranderende wereld

‘My blackness is all cultural appropriation’

De Amerikaan Paul Beatty brak twintig jaar na zijn debuut door bij het grote publiek met zijn vierde roman The Sellout. Al zijn hele loopbaan verzet hij zich tegen de hokjes waarin hij geplaatst wordt en die ook duidelijk de receptie van zijn laatste werk kleuren. Door Fiep van Bodegom.

The Sellout van Paul Beatty won de Man Booker Prize 2016 en werd jubelend ontvangen als genadeloze satire over ras in hedendaags Amerika. Zelf gaat de schrijver ongemakkelijk op zijn stoel schuiven van zowel het woord ‘ras’ als ‘satire’, en wil niet dat zijn werk zonder meer ‘politiek’ wordt genoemd. De vraag is: wat is het dan wél? Zijn terughoudendheid over deze categorieën zegt veel over de schrijver en zijn werk, dat op het eerste gezicht inderdaad een geslaagde satire over ras is.


Essay uit dBNg 2017#2

     


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder ‘My blackness is all cultural appropriation’

Kunst tussen bewustzijn en ‘onbewustzijn’

Wanneer de natuurwetenschappen zich op het terrein van de geesteswetenschappen wagen, klinkt al gauw het verwijt dat zij ‘reductionistisch’ te werk gaan. In zijn nieuwe boek Ons creatieve brein verweert Dick Swaab zich tegen dit verwijt. Een neurobioloog die in de hersenen speurt naar de fysieke bron van onze schoonheidservaring, kan nog best zelf dingen mooi vinden. Of, als zijn object de liefde betreft, zelf verliefd worden. Arnold Heumakers twijfelt er geen moment aan, maar wijst er op dat argwanende geesteswetenschappers iets anders bedoelen als zij hun collega’s uit de bètawetenschappen van reductionisme betichten. Door Arnold Heumakers.

Wat geesteswetenschappers dwarszit, is een vorm van extreme eenzijdigheid: ingewikkelde fenomenen die worden teruggebracht tot een al te simpele kern, onder verwaarlozing van alle andere aspecten. Een goed voorbeeld hiervan zijn de darwinisten die zich sinds de jaren negentig van de vorige eeuw met literatuur en kunst bezighouden. Zij kunnen vanuit evolutionair perspectief uitstekend verklaren waarom mensen verhalen vertellen, muziek maken of tekeningen vervaardigen. Verhalen versterken de empathie die onze sociale aard vereist, en net als muziek stimuleren ze de onderlinge cohesie. Beeldende kunst creëert een virtuele werkelijkheid, die we met magie en ritueel beter aankunnen dan de ongrijpbare echte werkelijkheid.


Essay uit dBNg 2017#2

   

   


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder Kunst tussen bewustzijn en ‘onbewustzijn’

De actualiteit van Charles Sanders Peirce

In de Verenigde Staten herleeft momenteel de belangstelling voor de pragmatische waarheidsfilosofie van Charles Sanders Peirce (1839-1914). Het zou al te kort door de bocht zijn om dat volledig aan het actuele publieke debat over post-truth te wijten, maar dit recente fenomeen maakt deze filosofie wel degelijk relevanter. Voor Peirce waren ‘waarheid’ en ‘rechtvaardigheid’ de twee belangrijkste richtingbepalende waarden (leading values) die in de wetenschap als in het leven tot uiting komen als respect voor feiten en eerlijkheid (fairness). Wat vertelt zijn denken ons over de wegen – meningen, feiten, redeneringen – waarlangs we tot waarheid (truth) proberen te komen en hoe het komt dat we daarin zo vaak tekortschieten. Door Kees Schuyt.

Het pragmatisme in het algemeen, en dat van Peirce in het bijzonder, mag nu extra actueel zijn, de heropleving dateert niet van vandaag en gisteren. Eigenlijk is die al bijna twee decennia aan de gang; in ieder geval sinds de hernieuwde bestudering van Peirce’s kennistheorie in onder andere Cheryl Misak’s Truth and the End of Inquiry (2004) en Christopher Hookway’s Truth, Rationality and Pragmatism (2000). Misak schreef al eerder over de vernieuwende toepassing van Peirce’s kennistheorie op problemen van democratische besluitvorming, deliberatie en consensus (Truth, Politics, Morality, 2000); Robert Westbrook vervolgde zijn werk met de invloedrijke studie Democratic Hope, Pragmatism and the Politics of Truth (2005). Een derde fase in de heropleving vond plaats in de logica, waar meer aandacht is gekomen voor abductief redeneren, dat wil zeggen redeneren van specifieke gevallen naar de meest eenvoudige en waarschijnlijke verklaring ervan, als erkende methode in de wetenschap, vooral gebruikt in zogenaamd kwalitatief sociaalwetenschappelijk onderzoek (I. Tavory & S. Timmermans, Abductive Analysis, Theorizing Qualitative Research, 2014).


Essay uit dBNg 2017#2


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder De actualiteit van Charles Sanders Peirce

Gender is net zo echt als Sinterklaas: de impact van Judith Butler

Ze had en heeft een ongekende invloed op ons begrip van gender en seksualiteit: de Amerikaanse ster-academica Judith Butler. Eigenhandig zette ze de vastgeroeste ideeën over identiteit van de Tweede Feministische Golf op losse schroeven en bewees dat we niet man, vrouw, mannelijk en vrouwelijk zijn, maar veeleer doen. Wees subversief, zei ze, want achter die hokjes zit geen waarheid. Linda Duits legt uit waarom Butlers klassieke werken Gender Trouble en Bodies That Matter levensveranderend waren en ook anno 2017 niets aan relevantie hebben ingeboet. Door Linda Duits.

Halverwege de jaren ’90 ging ik studeren, midden in de backlash tegen feminisme. De Amerikaanse journalist Susan Faludi koos dat woord om de tegenstroom te beschrijven die opkwam nadat de Tweede Golf geluwd was. Media roemden de verdiensten van de vrouwenbeweging, maar zetten deze tegelijkertijd bij het vuil. Gelijkheid was behaald, maar daarvoor was – zo stelden pers en populaire cultuur – een hoge prijs betaald: met het feminisme waren vrouwelijkheid en al het heilige dat daarbij hoorde verloren gegaan. Faludi signaleerde antifeminisme, al hielden sommige andere denkers het bij het vriendelijker klinkend ‘postfeminisme’.


Essay uit dBNg 2017#2

 


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder Gender is net zo echt als Sinterklaas: de impact van Judith Butler

Een rationele en liefdevolle islam: de filosofie van Souleymane Bachir Diagne

Een boek dat een eyeopener kan zijn voor het Nederlandse islamdebat: Filosoferen in de islam? van de Senegalese filosoof Souleymane Bachir Diagne, over de rol van de rede en de liefde in de islam. Michiel Leezenberg verwelkomt dit ‘pleidooi voor een dialoog tussen de islam en het moderne denken’, maar vraagt zich daarbij af waar de wegen van islamitische filosofie en theologie van elkaar scheiden. Wat is moderniteit in de islam precies? En is de rede voor Diagne niet al te heilig? Door Michiel Leezenberg.

Een van de opvallendste kenmerken van wat in Nederland nog altijd eufemistisch ‘het islamdebat’ wordt genoemd, is de totale minachting voor historische feiten die eruit spreekt. Elk beroep op de realiteiten van de islamitische wereld – of dat nu de afwezigheid van een kerk is, de eeuwenlange praktijk van tolerantie ten aanzien van religieuze minderheden (die zelfs door Voltaire in zijn Traité sur la tolérance werd geprezen, en aan de Franse koning ten voorbeeld werd gesteld), of het bestaan van een traditie van filosofisch denken en van publieke debatten (moenâzarât) over theologische kwesties – wordt door zelfbenoemde islamcritici achteloos terzijde geschoven als ‘apologetisch’. Zelfs het bestaan van, en het historische belang van, een filosofische en wetenschappelijke traditie in de islam wordt door deze islamofoben glashard ontkend. [1]


Essay uit dBNg 2017#2


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder Een rationele en liefdevolle islam: de filosofie van Souleymane Bachir Diagne

Zeker als je nog niks hebt, kun je heel veel riskeren

Kunstenaars die van hun kunst kunnen rondkomen zijn in Nederland een schaars goed. Recente publicaties proberen de dialoog over de erbarmelijke arbeidsvoorwaarden van kunstenaars te openen, maar het is de vraag of zij daarin slagen. Harm Hendrik ten Napel ziet in de zzp’ende artiest die moet zwoegen en bijklussen om het hoofd boven water te houden een extreem voorbeeld van een veel bredere tendens: de precarisering van de werkende Nederlander. Door Harm Hendrik ten Napel.

‘Eigenlijk zijn wij geen van tweeën het standaardverhaal,’ stelt schrijver en beeldhouwer Maria Barnas tegenover Anne Vegter, de ex-Dichter des Vaderlands. In het eerste interview van Het laatste taboe, een bundeling gesprekken over kunstenaarschap en inkomen, stellen de twee zo vast dat hun perspectief op deze thema’s niet zo relevant is. ‘Interessanter zijn eigenlijk,’ gaat Barnas verder, ‘de mensen die jarenlang proberen en proberen en hun werk niet zichtbaar krijgen. Dat is echt een probleem.’ Hiermee verwoordt ze precies het probleem van dit eerste deel van ‘Het kabinet’, een serie essayistische publicaties van Van Oorschot. Het doel van de gesprekken – een prikkelende dialoog te openen over de slechte financiële situatie van kunstenaars in Nederland – wordt tegengewerkt door de opzet van de interviews.


Essay uit dBNg 2017#2

  


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder Zeker als je nog niks hebt, kun je heel veel riskeren

Wie doet het licht weer aan in de journalistiek?

Verhalen over de toekomst van de journalistiek zijn zonder uitzondering donker getoonzet. Al jaren kelderen de oplagecijfers van kranten en tijdschriften, adverteerders lopen weg, nieuwsredacties worden noodgedwongen gehalveerd, regionale kranten opgeheven of uitgekleed tot een plaatselijk suffertje, en geld voor grote journalistieke onderzoeksprojecten raakt op. Dat is niet alleen het beeld in Nederland, maar ook internationaal. De opkomst van digitale kranten tempert de daling enigszins, maar het verhaal van weekbladen die maandbladen worden, laat zich toch lezen als een kroniek van de naderende dood. Veel kranten zijn overgeleverd aan hongerige investeerders die opzien tegen radicale veranderingen. Is er eigenlijk nog wel een toekomst voor de pers als waakhond van de democratie? Door Harry van Dalen.

Er gaat niets boven de geur van drukinkt, een tastbare krant, zo zal de oudere garde denken. Al die nieuwe technologieën maken een site of een krant weliswaar gelikter, maar aan het eind van de dag moet er allereerst gewoon een goed, gedegen stuk klaarliggen voor de drukker. Er valt ook zeker wat te zeggen voor papier: een papieren krant wordt veel langer gelezen – gemiddeld 16-18 minuten –, terwijl de digitale lezer al na 2-3 minuten afhaakt. En wat te denken van serendipiteit – het lezen van artikelen die buiten de directe interessesfeer van lezers liggen? Het is een kwaliteit die in de fysieke omgeving langzaam maar zeker verdwijnt en zich online moeilijk laat nabootsen.


Essay uit dBNg 2017#2


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder Wie doet het licht weer aan in de journalistiek?

Hoe een bibliotheek wordt geboren

Om een bibliotheek te stichten zijn vier dingen onontbeerlijk, wist Thomas Bodley, de oervader van Oxfords universiteitsbibliotheek: kennis, geld, vrienden en vrije tijd. Zijn tijdgenoot, de Leidse Johannes Thysius (1622-1653) werd amper 31, maar kon bij de opbouw van zijn eigen roemruchte bibliotheek niettemin ruimschoots in alle vier voorzien. Door Kristof Smeyers.

Johannes Thysius was een jurist met een gedegen opvoeding, een erfenis gespekt met VOC-aandelen en een ruime kennissenkring in het boekenvak. Hij werd niet gehinderd door een geleerdencarrière of een gezin. Hij voldeed dus aan Bodleys vier basisvoorwaarden. Bovendien werd hij gedreven door een bibliomanie avant la lettre. Althans, dat is een verleidelijke gedachte wanneer je zijn bibliotheek, op de hoek van de Leidse Steenschuur en de Groenhazengracht, binnenwandelt. Al bijna vierhonderd jaar staat daar Thysius’ levenswerk, opgetrokken uit baksteen, maar vooral uit meer dan 3.000 verweerde boekruggen die de vakjurist in zijn korte leven bij elkaar sprokkelde (pamfletten niet meegerekend). Binnen kijken in de Bibliotheca Thysiana is als onder een historische stolp gluren. Achter de gevel leeft de Gouden Eeuw gewoon verder. Of eerder: staat die er al die tijd stil.


Essay uit dBNg 2017#2


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder Hoe een bibliotheek wordt geboren

‘Making sense of an overheated world’

Nu het werk van zijn onderzoeksgroep in het kader van het interdisciplinaire onderzoeksproject ‘Overheating: The three crises of globalisation. An anthropological history of the early 21st century’ (European Research Council 2011 advanced grant) voltooiing nadert, weet Thomas Hylland Eriksen het zeker: zonder verregaande interdisciplinaire samenwerking op alle niveaus van onderwijs en onderzoek zal de mensheid er hoe dan ook niet in slagen de drie gelijktijdige crises van de globalisering – de economische, de culturele en de klimatologische – het hoofd te bieden. Een kritiek op kennisdomeinen en de academia, én een vurig pleidooi voor radicale interdisciplinariteit en maximale interactie tussen wetenschap, kunst en maatschappij; niet toevallig ook het credo van de Nederlandse Boekengids, door Thomas Hylland Eriksen:

We earthlings of the early 21st century live in an overheated world, a planet characterised by accelerated change. Never before has humanity placed its stamp on the Earth in ways even remotely comparable to the situation today. Global human domination is such that the scientists Paul Crutzen and Eugene Stoermer proposed, already in the 1980s, to name the current geological era the ‘Anthropocene’, based on the realisation that humanity had placed its indelible stamp on the whole planet. If this nomenclature is officially adopted, the Holocene (which began just after the last Ice Age, 11,500 years ago) becomes a very brief interlude in the history of the planet. Be this as it may, we live in an era which, since the onset of the industrial revolution in Europe, is marked by human activity and expansion in unprecedented ways.


Essay uit dBNg 2016#5

 


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder ‘Making sense of an overheated world’

Keep Calm and Carry On?!

Ondanks een joekel van een klimaatprobleem en een vloedgolf aan burn-outs, versnellen we op de planeet aarde druk verder: die economie kan harder! Verscheidene filosofen en sociologen signaleren een kwalijke ‘versnellingskringloop’ en publiceren pleidooien voor alternatieve, meer ‘geaarde’ levenshoudingen. Lisa Doeland neemt die pleidooien eens onder de loep, in alle rust. Door Lisa Doeland.

‘Keep calm and carry on’– opeens dook overal die rode kaart met witte letters op, erboven een kroontje. Kennelijk gaat er een kalmerende werking uit van de kaart, gezien de mate waarin ze aan muren van kantooromgevingen prijkt – buffel rustig door, het komt allemaal wel goed! Een raadzaam advies, lijkt het, voor de chronisch overbezette zzp’er, hoewel de boodschap oorspronkelijk voor een heel ander soort publiek bedoeld was. Het blijkt te gaan om een poster die in 1939 was ontworpen om in Groot-Brittannië te verspreiden in geval van een Duitse invasie. Een boodschap voor burgers in oorlogstijd dus, bedoeld om de moraal op te vijzelen. Het kroontje verwijst naar wat ‘Victorian stoicism’ genoemd wordt, waarbij de ‘stiff upper lip’ als symbolisch attribuut geldt. De Brit, die disciplineert zichzelf wel, houdt zijn hoofd koel en ook de zeden hoog in times of trouble. Maar de Battle of Britain werd in het voordeel van de Engelsen beslecht, de poster is nooit gedrukt en raakte in de vergetelheid – tot een boekhandelaar in 2000 een proefdruk ontdekte en haar in zijn winkel ophing. Die vond weerklank en ging in 2008 alsnog in massaproductie.


Essay uit dBNg 2017#1 (in samenwerking met deFusie.net)

omslag 9789023473039omslag 9789089536082omslag 9789023494188PHomslag 9789023489672

PH510053 U0C Hermsen_Stil:Hermsen Heimweeomslag 9789046704950omslag 9789089534651

Beeld: DOE IETS, Serge Verheugen, Wibautstraat Amsterdam, 2011.


De oproep om kalm te blijven en door te gaan, is in het huidige tijdsgewricht echter geen teken van verzet, maar veeleer van onderwerping aan de status quo. Veel variaties op de iconische boodschap beamen het verschil: Keep calm and carry on, and on, and on, … and go on shopping, … and enjoy capitalism. In het huidige tijdsgewricht appelleert ‘keep calm’ aan gedachteloos voortjakkeren. Er hijgt ons immers geen wereldoorlog in de nek, eerder een doorgedraafd consumptiekapitalisme.

* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder Keep Calm and Carry On?!

Onkunde, onbegrip en onbehagen: Turkije in Nederland nu

De vierhonderd jaar oude betrekkingen tussen Nederland en Turkije waren nog nooit zo nauw als nu, en nog nooit zo slecht. We zien een re-actualisatie van middeleeuwse vijandbeelden en cliché’s die het zicht op de culturele en politieke realiteit belemmeren. Dit betekent een gevaar voor onze samenleving en leidt tot onnodig veel spanningen tussen de ‘echte’ Nederlanders en de niet minder echte Turkse Nederlanders. Wat is er toch aan de hand? Een pleidooi tegen snelle meningen en reacties en voor kennis en onderzoek. Door Alexander H. de Groot.

Waar, is de vraag, ging het de afgelopen jaren dan mis met de aloude Nederlands-Turkse vriendschap? Meer dan in de betrekkingen op zich of de ontwikkelingen in Turkije, was dat bij de ontwikkelingen binnen de EU en Nederland. Het is redelijk noch verstandig om het eeuwenoude streven naar aansluiting bij het Westen en ‘Europa’ van de Turken ongegrond te verklaren op basis van gebrekkige historische feitenkennis en binnenlandspolitieke preoccupaties. Bovendien… of de Turken nu wel of niet thuishoren in dit deel van de wereld, ze zijn er allang, als landgenoten. Het laat zich aanzien dat het eerder loont ze beter dan slechter te begrijpen.


Essay uit dBNg 2016#5

  

  


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *

Lees verder Onkunde, onbegrip en onbehagen: Turkije in Nederland nu

Roetvlek in het historisch bewustzijn

In zijn The Economy of Machinery and Manufactures (1835) schreef Charles Babbage, tegenwoordig vooral bekend als de uitvinder van een vroege voorloper van de computer, het volgende over klimaatverandering: ‘[Deze] chemische veranderingen, zorgen voor een constante toename in de atmosfeer van grote hoeveelheden koolstofzuur [CO2] en andere gassen die schadelijk zijn voor dierlijk leven. Er is nog onvoldoende bekend over de manier waarop de natuur deze elementen ontleedt, of ze omzet in een solide vorm.’ Babbage’s boek bewijst dat wetenschappers al in de negentiende eeuw nadachten over de schadelijke effecten van de uitstoot van grote hoeveelheden CO2. Hoewel er veel natuurwetenschappelijk onderzoek is gedaan naar klimaatverandering, zijn de historische wortels van dit proces nog nauwelijks onderzocht. In twee nieuwe, nu al veelgeprezen standaardwerken over de negentiende eeuw wordt klimaatverandering zelfs helemaal niet genoemd. Waarom hebben historici nauwelijks aandacht voor het ontstaan van klimaatverandering? En waarom is het belangrijk om dit proces beter te begrijpen? Door Thomas Smits.

In De eeuw van de macht (2016) geeft de Britse historicus Richard Evans een overzicht van politieke ontwikkelingen in het Europa van de negentiende eeuw. Hoewel hij verschillende landen los van elkaar behandelt, neemt Evans ook belangrijke overkoepelende trends waar. Ten eerste beschrijft hij de lange strijd die ertoe zou leiden dat nieuwe groepen, zoals arbeiders, horigen en vrouwen, eindelijk een stem binnen de politieke besluitvorming zouden krijgen. Deze grootschalige emancipatie verbindt Evans op een knappe manier aan de opkomst van het nationalisme, zowel in oude staten, zoals Frankrijk en Engeland, als in landen die aan het begin van die eeuw nog gevormd moesten worden, zoals Italië en Duitsland. De tweede belangrijke overkoepelende politieke ontwikkeling die Evans waarneemt is het imperialisme: de uitbreiding van de macht van Europese landen over grote delen van de wereld die in de late negentiende eeuw zou uitmonden in de zogeheten wedloop om Afrika.


Essay uit dBNg 2017#1

omslag 9780691169804 omslag 9780713990881 omslag 9781784781293

omslag 9781848549005 omslag 9783406582837 omslag 9789045031170


De eeuw van de macht is niet alleen een politieke geschiedenis. In een aantal thematische hoofdstukken knoopt Evans allerlei technologische, economische, sociale en culturele processen aan elkaar die in negentiende eeuw tot wasdom komen. Het hoofdstuk ‘De verovering van de natuur’ beschrijft bijvoorbeeld zowel het temmen van de wilde natuur buiten de mens (de cultivatie van bossen, rivieren en bergen), als de wilde natuur in de mens zelf (het puriteinse onderdrukken van ‘primaire driften’ en de bijbehorende opkomst van de psychiatrie). Dit perspectief op de natuur die overwonnen, veroverd of onderdrukt moet worden, komt ook terug in Evans’ beschrijving van de opkomst van stoomkracht. Deze ‘beslissende doorbraak’ zorgde ervoor dat de maatschappij zich eindelijk vrij kon maken van ‘de tirannie van de elementen en de begrenzingen van menselijke, elementaire en dierlijke kracht in de creatie van industriële macht’. Het is echter de vraag of deze loskoppeling van de natuur alleen maar positief was.

* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder Roetvlek in het historisch bewustzijn

Lussen of snaren? Op zoek naar kwantumzwaartekracht

In de zoektocht naar een allesomvattende theorie pogen natuurkundigen al sinds Einstein de maar niet op elkaar passende theoretische extremen van het hele grote en het hele kleine – de algemene relativiteitstheorie en de kwantummechanica – in één allesomvattende theorie te verenigen. De heilige graal: een theorie van kwantumzwaartekracht. Onlangs was de Nederlandse natuurkundige Erik Verlinde wereldnieuws met zijn beschrijving van een emergente zwaartekracht. Over de theorie van snaren en ‘ruimtekwanta’ enerzijds, en een niet minder serieus alternatief anderzijds: de theorie van lussen. Door Lennaert Huiszoon.

We doen het elke dag, bewegen. Maar als je er wat langer over nadenkt, ontdek je iets vreemds. Want, om een meter af te leggen moet je eerst een halve meter afleggen, daarna een kwart meter, daarna een achtste meter, daarna een zestiende meter, et cetera. En omdat elke afstand een eindige tijd duurt, en er zo een oneindig aantal afstanden zijn af te leggen, heb je een oneindige hoeveelheid tijd nodig om een meter af te leggen. Dit is in tegenspraak met onze waarneming. Wiskundigen hebben bovenstaande paradox al lang opgelost. Zij kunnen bewijzen dat de oneindige som een eindig antwoord geeft. Maar is dit wat er werkelijk gebeurt als je beweegt? Kan de ruimte in steeds kleinere stukjes worden opgedeeld? Is de ruimte continu? Op dit soort vragen probeert de Italiaanse natuurkundige Carlo Rovelli (1956) in Reality is not what it seems antwoord te geven.


Essay uit dBNg 2017#1

omslag reality is not what it seems omslag zeven korte beschouwingen over natuurkunde


Zijn boek is tot op zekere hoogte een standaard populairwetenschappelijke vertelling over de moderne natuurkunde, met ruime aandacht voor de historische context. In het eerste deel komt Newtons klassieke mechanica aan bod, Maxwells elektromagnetisme, Einsteins relativiteitstheorie en de kwantumtheorie van Bohr, Heisenberg en Dirac. Vaak weet Rovelli deze standaardkost toch origineel te belichten of met goede anekdotes te spekken. Hij heeft ook veel aandacht voor een aantal minder bekende natuurkundigen, zoals de Belgische priester LeMaître (de bedenker van de oerknaltheorie) en de tragisch jonggestorven Bronstejn (waarover later meer). Maar de held van het verhaal is ongetwijfeld Democrites, de Griekse filosoof die honderden jaren voor het begin van onze jaartelling de ‘atoomhypothese’ opstelde. Deze hypothese zegt dat alles is opgebouwd uit ondeelbare eenheden, atomen genaamd. Steeds legt Rovelli de nieuwe inzichten van de natuurkunde naast de ideeën van Democrites.

Wat het boek uniek maakt is echter het hoofdonderwerp, de lustheorie. Lustheorie is een mogelijke theorie van de ‘kwantumzwaartekracht’ en daarmee dus een concurrent van de veel bekendere (en in het veld qua gezag en funding beter gepositioneerde) snaartheorie.

* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder Lussen of snaren? Op zoek naar kwantumzwaartekracht