Baudet en Wesseling: een oude vriendschap herleeft, in boeken

Dit jaar zag een groot nieuw werk van H.L. Wesseling en een heruitgave van een sleutelwerk van Henry Baudet. Geerten Waling onderzoekt wat deze twee grote historici verbindt, treurt om de haast verloren gegane kunst van de grote historische greep en moedigt zijn eigen en volgende generaties aan de kunst af te kijken van deze oude meesters. Door Geerten Waling.


Lees verder

Op zoek naar een nieuw nationaal verhaal

Recentelijk verscheen in Frankrijk het boek Histoire mondiale de la France, een overzichtswerk onder leiding van mediëvist Patrick Boucheron. Een pavé, dus letterlijk een kassei, maar ook figuurlijk, want niets minder dan een steen in de vijver. Dit boek heeft namelijk alles te maken met de hedendaagse Franse worsteling met nationale identiteit.  Door Niek Pas.


Lees verder

Leven met Hitler

Ian Kershaw geldt voor velen als de hoogste autoriteit op het gebied van het nationaalsocialisme, het Derde Rijk en het leven van Adolf Hitler. Kershaws tweedelige Hitlerbiografie werd niet alleen door vakgenoten geprezen voor haar eruditie en gedegen onderzoek, maar wist ook een veel groter publiek te bereiken. Al decennia is Kershaw een historicus die binnen én buiten de kaders van het wetenschappelijk debat veel lof oogst. Rob Hartmans gaat in op Kershaws loopbaan en zijn positie binnen de historiografie van het Derde Rijk. Door Rob Hartmans.

Nadat in 1998 het eerste deel van zijn volumineuze Hitlerbiografie was verschenen, kreeg Ian Kershaw van journalisten die zijn boek niet of nauwelijks gelezen hadden, dikwijls de vraag of het niet heel deprimerend was om zich jarenlang met zo’n abject figuur bezig te houden. Met typisch Britse beleefdheid ontkende hij dit en benadrukte hij dat je zelfs Hitler en diens regime op een zo nuchter mogelijke wijze kon en moest bestuderen. Tegenwoordig voegt hij hier nog wel eens aan toe dat het enige wat hem soms nachtmerries bezorgt, een nederlaag van Manchester United is.

Uiteraard betekent dit niet dat Kershaw een gevoelloos type is, want toen ik hem in het najaar van 1998 in Manchester opzocht om hem voor De Groene Amsterdammer te interviewen, vertelde hij dat hij kort daarvoor een schokkende ervaring had gehad. Op de Frankfurter Buchmesse was heel veel aandacht geweest voor zijn boek, en zijn uitgever had in de enorme hal metershoge banieren laten ophangen met dezelfde vormgeving als het boek. Dat betekende dat links in forse blokletters de naam ‘Hitler’ stond, en dat rechts een portret was afgebeeld. Omdat het publiekelijk afbeelden van Hitlers portret strafbaar is, aangezien het volgens paragraaf 86a van het Strafgesetzbuch geldt als een ‘Kennzeichen verfassungswidriger Organisationen’, was de overbekende tronie met spuuglok en Charlie Chaplinsnor vervangen door de vriendelijke gelaatstrekken van Kershaw. Voor de bescheiden historicus was het sowieso een enorme schok om zijn eigen gezicht zo uitvergroot te zien, en dan ook nog in combinatie met die omineuze naam. Hoewel niemand hem met Hitler zou verwarren, voelde die welhaast fysieke nabijheid buitengewoon onaangenaam.


Essay uit dBNg 2017#3

  

  

 


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *


Lees verder

Jonathan Israel, of: het slagveld van de ideeëngeschiedenis

In de ogen van buitenstaanders is ideeëngeschiedenis ongetwijfeld een saai en stoffig vak, uitgeoefend door bedaagde lieden die geen vlieg kwaad doen. Toch kunnen de emoties hier hoog oplaaien, en heeft dit vakgebied soms de trekken van een slagveld. Veldheer Jonathan Israel en zijn criticasters kunnen erover meepraten. Door Rob Hartmans.

Een paar jaar geleden kwam de Amerikaanse historicus David A. Bell met een opvallende metafoor, toen hij probeerde duidelijk te maken hoe de visie op de Verlichting de afgelopen decennia was veranderd. Lange tijd was die namelijk gezien als een duidelijk omlijnde beweging met een specifiek ‘programma’, of om met Peter Gay te spreken ‘a single army with a single banner’. [1] Vooral onder invloed van de zogenoemde ‘Cambridge School’ van historici als Quentin Skinner en John Pocock, is dat veranderd. Er kwam veel meer aandacht voor de verschillen tussen allerlei denkers en schrijvers, er werd nauwkeurig gekeken naar de context waarbinnen ideeën waren geventileerd, waardoor ook meer nadruk werd gelegd op de verschillende vormen die de Verlichting in diverse landen aannam. Er werd onderzocht hoe denkbeelden werden verspreid, en welke betekenis bepaalde begrippen in die tijd hadden – een betekenis die niet zelden afwijkt van wat wij er tegenwoordig onder verstaan.


Essay uit dBNg 2016#4

Radical Enlightenment Enlightenment Contested Democratic Enlightenment Revolutionary Ideas


Bell schrijft dat ideeënhistorici zich veel meer bewust werden van de ‘landmijnen’ die op hun terrein verborgen liggen, en die ervoor kunnen zorgen dat een helder beeld of een overtuigend klinkende generalisatie in duizend stukken uiteenspat. Veel historici zijn echter zo bevangen door deze vrees, dat ze nauwelijks nog ‘vooruit’ komen en niet meer in staat zijn een duidelijk beeld van het verleden te schilderen. Anderen lijken daarentegen meer op maarschalk Zjoekov, tijdens de Tweede Wereldoorlog de bevelhebber van het Rode Leger, die zijn opmars niet liet vertragen door de mijnenvelden die de Duitsers hadden aangelegd en zijn infanterie daar dwars doorheen liet marcheren. Dit ging ten koste van enorm veel slachtoffers, maar hij bereikte uiteindelijk wel Berlijn. Deze historici laten zich niet afleiden door Skinneriaanse subtiliteiten, maar rukken onverdroten op naar hun einddoel en hebben geen boodschap aan de nuances en gerechtvaardigde vraagtekens die onderweg sneuvelen. Volgens Bell is met name Jonathan Israel zo’n ‘Zjoekov’. [2]

* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *

Lees verder

Herlezen: Huizinga’s zelfportret