Tagarchief: toerisme

‘We’ll always have Paris’

In december vorig jaar verscheen La La Land in de Nederlandse bioscopen. Anders dan de gender- en rassenpolemiek rond deze lm doet vermoeden, is het decor ervan – de Amerikaanse ‘megalopolis’ Los Angeles – de eigenlijke sleutel tot zijn boodschap. Het ogenschijnlijk vrolijke drama, waarin de American Dream en de Pursuit of Happiness worden beproefd door de grillen van het moderne leven, is boven alles een stadsverhaal dat aantoont hoe waardevol populaire kunst kan zijn voor het doorzien van onze maatschappelijke structuren en conventies. Door David Rijser.

Het eerste shot van La La Land toont het diffuse licht van een stralende Californische zomerhemel, en pant dan van de zinderende zon naar de snelweg daaronder, LA’s variant op wat in een Europese stad een straat met trottoir is. Op de ‘big freeway’ (Burt Bacharach) die de stad is, een onafzienbaar file-lint, de horizontale pendant van de verticale lijnen van de wolkenkrabbers op de achtergrond. We horen een kakofonie van claxons en elkaar overschreeuwende autoradio’s, die regisseur Chazelle binnen enkele ogenblikken triomfantelijk transformeert in een musicalnummer (Another Day of Sun) dat de bestuurders in staat stelt zich even letterlijk en figuurlijk te bevrijden uit het isolement van hun cabines. Zo lijkt het zowaar dat zelfs de bewoners van een moderne reuzenstad een collectief kunnen vormen: in perfecte harmonie zingen, dansen en springen ze. Het is ook een springplank voor de plot, die twee bestuurders van opeenvolgende auto’s – de actrice Mia en de jazzpianist Sebastian – bij elkaar zal brengen en weer uiteen zal drijven. En uit dat laatste blijkt dan weer dat de suggestie van een collectief, van ‘samen spelen’, misleidend is als het om de praktijk van het moderne bestaan gaat, in een relatie net zo goed als in de samenleving als geheel.


Essay uit dBNg 2017#3

 


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder ‘We’ll always have Paris’

Beelden van Egypte: fotografie en Oriëntalisme in Huis Marseille

In Huis Marseille is er tot 4 juni aanstaande een bijzondere tentoonstelling te zien over negentiende-eeuwse fotografie in Egypte. Diederik Burgersdijk bezocht deze tentoonstelling en modereerde het SPUI25– programma ‘Egyptomanie. Reizigers en fotografen 1850-1900’. Zo zag hij hoe Egypte een rijke bron is voor observanten van alle tijden, van antieke toeristen tot fotografen van vroeger en vandaag. Door Diederik Burgersdijk.

In een tentoonstellingszaal van Huis Marseille ligt het lang vergeten ‘Reisindrukken in het Oosten’ van de Rotterdamse dominee Louis Heldring (1846-1909), een oudoom van de journalist Jérôme Louis Heldring (1917-2013). De pagina’s, waarop een reisverslag naar de Levant via Griekenland en Egypte, zijn in bruin stofomslag gebonden. De kaft is gesierd met gouden letters en een tekening van ‘Rachels graf’, een lieu de mémoire in Palestina. De reisbeschrijving, uit het laatste decennium van de negentiende eeuw, is verluchtigd met kaarten en aquarellen van de Duitse kunstenaar R.J. Hartmann, die enkele van de bezochte plaatsen verbeelden. Het tentoongestelde exemplaar bevat een bijzonderheid. In de katernen meegebonden zijn foto’s van de hand van de reizende dominee zelf, met handgeschreven onderschriften. Er bestaan drie van die exemplaren: voor elk van de kinderen van de auteur een.


Essay uit dBNg 2017#3

In Egypte / Reizigers en fotografen, 1850–1900, Huis Marseille, Amsterdam, 11 maart 2017 – 4 juni 2017. Conservator: Saskia Asser


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder Beelden van Egypte: fotografie en Oriëntalisme in Huis Marseille