🆕 Euro, verarming en geweld in Frankrijk: een antropologische blik
🖋 Dorien Kouijzer

Emmanuel Todd, Les Luttes de classes en France au XXIème siècle (Seuil 2020), 376 blz.


Quatorze juillet, 14 juli, de dag Frankrijk haar eenheid viert – onder het motto Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap. Maar zoals dat is met idealen: het zijn idealen. De Franse werkelijkheid was en is een andere. Sinds niet alleen Arabische en zwarte Fransen daarvan getuigen maar inmiddels ook door de neoliberale wereldorde getroffen Christelijke, witte Fransen, dringt zich des te luider de vraag op of het ideaal niet tot zuivere fictie is verworden. Ziedaar de gele hesjes. Dorien Kouijzer leest hoe zij een pleitbezorger vinden in de vermaarde historisch antropoloog Emmanuel Todd, die ageert voor een Frexit en een brede en inclusieve volksbeweging tegen de sociale, economische en politieke marginalisering.


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *


Emmanuel Todd, Les Luttes de classes en France au XXIème siècle (Seuil 2020), 376 blz.
Emmanuel Todd, Les Luttes de classes en France au XXIème siècle (Seuil 2020), 376 blz.

‘99% van het Franse volk is in een proces van verarming verzeild geraakt.’ Dat is de kortst mogelijke versie van het betoog dat Emmanuel Todd in Les Luttes de classes en France au XXIème siècle opbouwt ter ondersteuning van zijn inmiddels bekende pleidooi voor een hele of halve Frexit.

Todd mag met recht Frankrijks beroemdste nog levende historisch antropoloog worden genoemd. Als oud-student van Emmanuel Le Roy Ladurie is hij gevormd door de ideeën van de befaamde École des Annales, de historische school die zich vanaf de jaren twintig van de vorige eeuw inzet voor een interdisciplinaire aanpak, met het doel alle kenmerken van een samenleving over lange periodes te kunnen beschrijven. Vanaf 1970, wanneer Todd in Engeland de empirische aanpak bestudeert, begint de École des Annales zich onder invloed van het werk van de antropoloog Claude Lévi-Strauss ook te interesseren voor de verborgen betekenissen van collectief gedrag. Eenmaal terug in Frankrijk is de tijd voor Todd rijp om zijn idee uit te werken dat familiestructuren een bepalende rol spelen bij ontstaan en ontwikkeling van religieuze en politieke ideologieën.

Veertig jaar onderzoek op dit terrein resulteerden in twee indrukwekkende wetenschappelijke verhandelingen, L’origine des systèmes familiaux (2011) en Où en sommes-nous? Une esquisse de l’histoire humaine (2017), in het Engels vertaald als Lineages of Modernity: A History of Humanity from the Stone Age to Homo Americanus (2019). Ze ontlenen hun kracht aan een antropologische interpretatie van uit alle domeinen van de menswetenschappen afkomstige data. Vanuit eenzelfde aanpak publiceert Todd al sinds de jaren zeventig met regelmaat polemische essays over actuele politieke ontwikkelingen. Todds geëngageerde, creatieve en van gevoel voor humor getuigende boeken – steevast voorzien van talloze kaartjes, grafieken en tabellen – hebben ook lezers die zijn meningen niet delen het nodige te bieden. Dit geldt zeker voor het recente Les Luttes de classes en France au XXIème siècle, dat eind januari 2020 verscheen en leidde tot levendige debatten in de Franse media.

Ondanks het feit dat de Franse regeringen met handen en voeten gebonden zijn, ziet de Franse elite Duitsland nog steeds naar de ogen.
Todd verhoudt zich in Les Luttes kritisch tot zo’n beetje alle contemporaine analyses van het politieke moment, ook die van Thomas Piketty, en ontkracht de aanname dat ongelijkheid of populisme het centrale probleem zou zijn. Hij gebruikt recente gegevens over stijgende kindersterfte, dalende vruchtbaarheid en het dalende aantal verhuizingen om de cijfers te weerleggen die het INSEE (het Franse nationaal bureau voor statistiek) voorlegt om aan te tonen dat de koopkracht de afgelopen jaren zou zijn toegenomen. Daarbij wijst hij er fijntjes op dat het INSEE de woonlasten en indirecte belastingen niet of nauwelijks bij het plaatje betrekt, en legt het gelijk bij een opiniepeiling uit 2019 die aangaf dat 66% van de Fransen vond dat hun koopkracht achteruit was gegaan.

Frankrijk is op het moment een van de minst geïndustrialiseerde landen van Europa. Dit komt volgens Todd voornamelijk door het beleid van de Europese Centrale Bank sinds het Verdrag van Maastricht (1992). De hoge rente was niet in het voordeel van Spanje, Italië en Frankrijk, die minder productief zijn op industrieel gebied, minder exporteren buiten Europa en minder gebruik kunnen maken van geschoolde maar goedkope Oost-Europese arbeidskrachten. Na de crisis van 2008 werd de Europese Unie ook een politieke macht die de nationale begrotingen controleert. Todd betoogt dat het functioneren van de parlementaire democratie daarmee onmogelijk is gemaakt: de Franse uitvoerende macht heeft nauwelijks nog macht over het economisch beleid en het parlement kan de regering daar op haar beurt nauwelijks meer op aanspreken. Ondanks het feit dat de Franse regeringen met handen en voeten gebonden zijn, ziet de Franse elite Duitsland nog steeds naar de ogen. In deze situatie zijn volgens Todd alle verkiezingsrituelen een cynische komedie geworden. De heersende klasse lijkt wel tegen het volk te regeren, fulmineert hij, zich afvragend of de agressie die hij ontwaart in de woorden van de president en het optreden van de politie niet vooral een teken is van onmacht.


Lees ook ‘Identiteitspolitiek, ‘c’est un peu l’affaire Dreyfus’‘ van Marjolijn Voogel. Dat identiteit ons momenteel bezighoudt is een understatement. Maar of dat ook altijd tot een begrip van identiteit leidt – Nathalie Heinich betwijfelt het. Marjolijn Voogel sprak met de Franse wetenschapper, die ons al te beladen identiteitsbegrip met sociologisch instrumentarium fileert.


Todds centrale vraag is hoe het mogelijk is dat juist op het moment dat de desastreuze gevolgen van het Europese monetaire beleid voor Frankrijk zichtbaarder zijn dan ooit, het electorale verzet ertegen volkomen is weggeëbd. Hij zoekt de verklaring voor deze paradox in de mentale gesteldheid van de bevolking – die hij beschrijft als een staat van verlammende berusting, vals bewustzijn, en angst voor verdere verarming door een eventueel verlaten van de euro – maar ook in de historische ontwikkeling van verschillende sociale groepen. Om die eigentijdse ontwikkeling te kunnen begrijpen en beschrijven heeft hij gekozen voor wat hij een ‘dynamisch historische aanpak’ noemt, die duidelijk moet maken van welke groep een impuls tot verandering te verwachten is. Hij maakt daarbij op originele wijze gebruik van de termen die – de titel maakt er geen geheim van – Marx aanreikt in De klassenstrijd in Frankrijk (1850) en De achttiende Brumaire van Louis Bonaparte (1852). Todd legt uit dat hij Marx nodig heeft vanwege diens beschrijvingen van de Franse sociale klassen en hun rol in historische gebeurtenissen en ontwikkelingen. Zijn nieuwe indeling resulteert in een prangende schets van de ontwikkeling die de Franse maatschappij tussen 1992 en 2019 doormaakte.

De nieuwe klassen

Voor de periode 2015-2018 is Todd tot een indeling van sociale klassen gekomen die zowel inkomensverschillen als maatschappelijke veranderingen weerspiegelt.

Hij schaart alle ongekwalificeerde beroepen in industrie, zorg, handel enzovoort onder het proletariaat (30% van de bevolking). In deze groep – die de meeste Le Pen-stemmers levert – domineren mannen.

Gediplomeerden verdienen steeds minder en hebben minder interessant werk. Toch voelt de ‘hoogopgeleide kleinburgerij’ zich superieur, eenvoudigweg omdat ze naar beneden kan kijken.
Een grote, centrale groep die zowel boeren als middenstanders, ambachtslui, verplegers en geschoolde arbeiders omvat, maar ook de verarmde kinderen van hoogopgeleide ouders, heeft hij verzameld onder de term ‘centrale versplinterde massa’ (50%). Hij wil hiermee de nadruk leggen op de hoge mate van individualisering en de politieke ongrijpbaarheid van deze snel groeiende groep, waarin vrouwen domineren.

Ondanks het feit dat meer Fransen dan ooit hoger onderwijs volgen (in 2018 heeft 47% van de bevolking meer dan twee jaar hoger onderwijs genoten), is de correlatie tussen opleidingsniveau en intelligentie volgens Todd aan het verdwijnen: het niveau van de diploma’s daalt en ze dienen voornamelijk om aan de werkloosheid te ontsnappen. Gediplomeerden verdienen steeds minder en hebben minder interessant werk. Toch voelt de ‘hoogopgeleide kleinburgerij’ (19%) zich superieur, eenvoudigweg omdat ze naar beneden kan kijken. Deze groep stemde grotendeels op Macron bij de eerste ronde in 2017.

De hoge ambtenaren die Frankrijk regeren zijn volgens Todd pseudo-neoliberalen die geen kaas hebben gegeten van markteconomie en klakkeloos de directieven van de EU betreffende budgetbeheersing naleven.
In de periode van 1992 tot nu is de Franse staatsmacht, de hoge ambtenarij, waaruit ook de uitvoerende macht voortkomt, steeds meer verstrengeld geraakt met de financiële macht. Samen met de allerrijksten vormen deze allerhoogst opgeleiden in de analyse van Todd de ‘stato-financiële klasse’ (1%). Een carrière als die van Macron – die controller was bij het ministerie van Financiën, in dienst trad van een bank alvorens minister te worden (en in zijn geval zelfs president), om in de toekomst eventueel door te stromen naar een positie als CEO van een groot bedrijf en te eindigen als bijvoorbeeld lid van de Raad van State – is in Frankrijk bepaald geen zeldzaamheid. De industriële bourgeoisie van vroeger bestaat niet meer, de veertig Franse miljardairs hebben weinig in te brengen, het staatsapparaat overheerst. De hoge ambtenaren die Frankrijk regeren zijn volgens Todd pseudo-neoliberalen die geen kaas hebben gegeten van markteconomie en klakkeloos de directieven van de EU betreffende budgetbeheersing naleven. Dit komt neer op bezuinigingen op overheidsuitgaven (gezondheidszorg, pensioenen, …) en flexibilisering van de arbeidsmarkt. De laatste jaren heeft de Franse elite vreemd genoeg meer industrie gedelokaliseerd dan enig ander land. Met als desastreus resultaat een werkloosheidscijfer dat al vijfentwintig jaar schommelt tussen de 8 en 12% en een daling van de levensstandaard van de hele bevolking.

Perspectief

De gele hesjes, die deel uitmaken van Todds proletariaat, hebben volgens hem met hun protest tegen verhoging van een accijns op benzine in de herfst van 2018 aangetoond dat indirecte belastingen wel degelijk drukken op het levenspeil van de bevolking.

De herlezing van Marx en de aanpassing van diens theoretisch kader (oorspronkelijk ontwikkeld om de mislukte revolutie van 1848 te beschrijven) hebben het Todd mogelijk gemaakt aan te tonen dat klassenstrijd nog altijd een onderdeel is van de Franse identiteit. Tegelijkertijd geeft hij langs deze weg de gele hesjes een fiere plaats in de nationale geschiedenis. En zo kan hij het behoorlijk pessimistische La Lutte des classes au XXIe siècle afsluiten met een wat geforceerd aandoende droom: een gestructureerde opstand – in tegenstelling tot de anarchie van de gele hesjes – die de representatieve democratie herstelt, Frankrijk met steun van de Verenigde Staten losmaakt van de Europese munt, en het land haar soevereiniteit en industrie weer teruggeeft. De motor van die verandering moet volgens hem de centrale versplinterde massa zijn, min of meer de snel verarmende groep die noch Le Pen, noch Macron stemt.

Vrij naar het idee van Marx dat het uur van de revolutie slaat als de kleinburgerij in opstand komt, suggereert Todd dat de centrale versplinterde massa – die het sociale zwaartepunt van de maatschappij vormt – door centrifugewerking een gedeelte van het proletariaat en de hoogopgeleide kleinburgers wakker zal schudden uit hun valse bewustzijn en lethargie. De eersten zouden dan moeten begrijpen dat Le Pen geen enkel politiek-economisch perspectief biedt, de laatsten dat er voor vrijwel iedereen, ook voor mensen met veel diploma’s, verarming op het programma staat. Dat lijkt nogal ambitieus. Toch houdt hij het niet voor onmogelijk aangezien meer dan 70% van de Fransen in opiniepeilingen aangaf de eisen en de acties van de gele hesjes te steunen. In woord, niet in daad. Maar Emmanuel Todd ziet potentieel.