🆕 Een vervelende, omhooggevallen, maar zeer avontuurlijke man
🖋 Maite Karssenberg

Dik van der Meulen, Dr. Hendrik Muller: wereldreiziger voor het vaderland (1859-1941) (Querido 2020), 488 blz.


Handelsreiziger, reisschrijver en diplomaat Hendrik Muller (1859-1941) was in zijn tijd een Bekende Nederlander, maar is tegenwoordig vergeten. Onlangs verscheen Dik van der Meulens biografie over deze vervelende, omhooggevallen, maar zeer avontuurlijke man. Historicus Maite Karssenberg vraagt zich af of hij niet te mild oordeelt over zijn hoofdpersoon.


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *


Dik van der Meulen, Dr. Hendrik Muller: wereldreiziger voor het vaderland (1859-1941) (Querido 2020), 488 blz.
Dik van der Meulen, Dr. Hendrik Muller: wereldreiziger voor het vaderland (1859-1941) (Querido 2020), 488 blz.

Eind november 1882 ging de drieëntwintigjarige handelsman en reisschrijver Hendrik Muller in Mozambique aan boord van de Zambesi en voer hij zuidwaarts richting de Britse kolonie Natal. Het schip verliet een door pokken getroffen gebied en moest daarom van de Britten eenentwintig dagen wachten tot het mocht aanmeren. Schip en bemanning waren daar niet op toegerust; de passagiers van de Zambesi werden steeds vuiler en dorstiger. Het ergst waren de kakkerlakken: ‘Vroolijk deden ze zich te goed aan mijne nagels en wandelden zij over mijn gezicht, ja in mijn mond,’ schreef Muller, die getroffen door malariakoortsaanvallen in zijn kooi lag.

Maar het ergste moest nog komen: de zee begon te stuwen. Mullers biograaf, Dik van der Meulen, tekent op:

Een plotselinge schok voer door de Zambesi, zodat velen omvielen. Een van de twee ankerkettingen bleek gebroken. Even later ging ook het tweede anker, waarna de schoenerbrik aan de branding was overgeleverd. “De schuit is naar de haaien,” hoorde Muller de kapitein mompelen.

Met groot geweld sloeg de Zambesi tegen de grond. Muller en zijn medepassagiers spoelden aan op het strand bij Durban, waar ze niet bepaald een warm welkom wachtte; ze werden omsingeld door de politie en Muller vernam via een briefje van een ‘bevriend landgenoot’ dat hij moest maken dat hij wegkwam, omdat de autoriteiten van plan waren de quarantaine met nog eens drie weken te verlengen. Muller wist er tussenuit te piepen door de duinen in te lopen, viel uitgeput in slaap langs de kant van een weg, werd gewekt door een agent die hem voor een landloper aanzag, ontsnapte en kwam uiteindelijk goed terecht.

Een very goodlooking juffie

Dr. Hendrik Muller, wereldreiziger voor het vaderland (1859-1941) is het nieuwe boek van een van de beste biografen van Nederland, Dik van der Meulen (bekend van biografieën over Multatuli en Willem III), en staat vol met dit soort sappige anekdotes. Met humor en een prettige distantie schetst Van der Meulen de avonturen van deze grillige handelsreiziger, reisschrijver en diplomaat, een Bekende Nederlander in zijn tijd, maar nu goeddeels vergeten. De reden dat Van der Meulen desondanks een biografie aan deze man wijdde, is simpelweg dat de Stichting Dr. Hendrik Muller’s Vaderlandsch Fonds (dat Muller zelf bij testament oprichtte, ‘in het belang van het Nederlandsche volk’, en nog steeds subsidies en studiebeurzen verstrekt) hem hiervoor vroeg. Van der Meulen besloot, hoewel hij nog nooit van Muller had gehoord, op het verzoek in te gaan. De biograaf verklaarde in radio-interviews dat hij na het onder handen nemen van eerdere beroemde figuren nu eenvoudigweg wel nieuwsgierig was naar de onbekende, eigenzinnige Muller.

Zijn reisnotities verraden dat hij vooral genoot van het reizen zelf en van het opschrijven van zijn reisavonturen.
Hendrik Muller bereisde alle continenten behalve Australië en Antarctica, in de hoedanigheid van (zelfverklaard) diplomaat en belangenbehartiger van de Oranje Vrijstaat, en in zijn jonge jaren als handelaar. Hij was een zoon uit een voorname Rotterdamse handelsfamilie, een aanvankelijk hecht gezin. Muller schrijft in zijn jonge jaren uitzonderlijk openhartig aan zijn ouders. Van der Meulen noteert:

Met gefronste wenkbrauwen lazen vader en moeder Muller zijn verslag van een dansavond in de zaal bij de tuinen van Belle Vue in Manchester. (…) Hij vergaapte zich aan het elektrisch licht – een nieuw fenomeen – en “snorde”, zoals hij het uitdrukte, “een very goodlooking juffie op, niet al te onfatsoenlijk.”

De familie kreeg veel voor de kiezen met Muller: ‘Reizen, seks en zelfs ‘lanterfanten’ deed hij met grote inzet. Maar het hinderlijkste van al was zijn onstilbare honger naar eerbetoon en erkenning,’ aldus Van der Meulen. En inderdaad, Muller was altijd bezig om zijn stand en positie te vergroten en zich in te likken bij allerlei belangrijke figuren, maar steeds voelde hij zich gekrenkt en miskend. Hij raakte dan ook gebrouilleerd met velen, onder wie zijn eigen ouders. Op de rouwkaarten van zijn juist overleden moeder maakte hij nog aantekeningen over de mogelijke naamsuitbreiding – hij vond ‘Muller’ te min – waar zijn ouders allebei tegen waren.

Zijn reisnotities verraden dat hij vooral genoot van het reizen zelf en van het opschrijven van zijn reisavonturen. Hij had duidelijk schrijftalent en bracht verschillende reisboeken uit, die op een groot lezerspubliek konden rekenen. In de vele andere rollen die hij vervulde (als handelsman, wetenschapper, vertegenwoordiger van de Boerenrepublieken, baas van een Belgisch vluchtelingenkamp ten tijde van de Eerste Wereldoorlog en diplomaat in Boekarest en Praag) blonk Muller niet uit. De beschrijvingen van enkele van deze episodes in het boek zijn dan ook niet bijzonder interessant, hoewel ze wel een inkijkje bieden in de vele kwesties van zijn tijd. Van der Meulen roemt Muller in zijn conclusie vooral als een reizende chroniqueur, als ooggetuige van een verdwijnende wereld. Daarnaast, schrijft Van der Meulen, vonden velen (waaronder zonder twijfel de biograaf zelf) hem een zelfingenomen kwast.

Een westers, wit heerschap

Die eindbeoordeling is nog mild te noemen. In zijn opvattingen en activiteiten was Muller onmiskenbaar een koloniale heerser, een man die zich als westers, wit heerschap superieur voelde aan anderen, en daar ook naar handelde. In de inleiding, op pagina twaalf, lezen we Mullers zelfvoldane verslag van de afranseling van een zwarte drager met een tweepuntige karwats (hij liet zich door de Afrikaanse jungle dragen). In 1890 ronselde hij onder valse voorwendselen zwarte mannen in Liberia om de Nederlanders als soldaten te dienen in de Atjehoorlog. Hij vroeg zich achteloos af of Nederland geen protectoraat over Liberia kon aanvaarden of ‘een stuk Klein-Azië nemen’ als het Ottomaanse Rijk ‘verdeeld moest worden’. Hij was groot bewonderaar van Coen en Van Heutsz en vond hoger onderwijs en persvrijheid voor de Indische koloniën uit den boze. Hij wantrouwde joden en keek neer op mulatten, omdat ze waren begiftigd met ‘de gewone zwakheden’ die hij zwarte mensen toedichtte. Dr. Hendrik Muller is een levensverhaal doorspekt met kolonialisme, racisme, antisemitisme, vriendjespolitiek, belangenverstrengeling, machtshonger en nationalisme. Het staat symbool voor de westerse cultuur waaruit Muller zelf voortkwam, in het bijzonder voor die van de conservatief-liberale (mannelijke) elite waartoe hij behoorde.

In zijn opvattingen en activiteiten was Muller onmiskenbaar een koloniale heerser, een man die zich als westers, wit heerschap superieur voelde aan anderen, en daar ook naar handelde.
Van der Meulen toont sec hoe normaal dit in die tijd was, en dat in die zin Mullers opvattingen weinig opvallend zijn te noemen. Hij benadrukt steeds dat Muller een kind van zijn tijd was. Maar wanneer hij schrijft dat Muller wel een uitzonderlijke sympathie had voor de volkeren die hij tegenkwam op zijn reizen wringt het. Enerzijds is dat waar – Muller schreef uitvoerig en vol belangstelling over de gebruiken en gewoonten van de mensen die hij tegenkwam, liet er zich niks aan gelegen om dichtbij andere volkeren te komen en legde een uitgebreide verzameling etnografica aan. Anderzijds betoont Van der Meulen zich in de manier waarop hij over Mullers meer positieve beoordelingen schrijft een tikje ouderwets. Zoals wanneer hij schrijft dat Muller ‘overdonderd (was) door de uiterlijke schoonheid van veel (zwarte) Afrikanen, wier intelligentie en praktische inzichten hem vaak verrasten’, en daaraan toevoegt: ‘Tegelijk kwam hij met beschrijvingen en conclusies die nu als denigrerend of zelfs ronduit racistisch zouden worden beschouwd.’ Of wanneer hij, in de conclusie, stelt dat Mullers beschrijvingen van zwarte vrouwen ‘een enkele keer een haast zinnenprikkelende toon kregen’, gevolgd door: ‘Gevoelens die overigens heel goed samengingen met de gangbare denkbeelden over etnische en raciale ongelijkheid.’ Dat de bewondering van Van der Meulen gestoeld was op denkbeelden over etnische en raciale ongelijkheid lijkt me ronduit evident, evenals dat zijn beschrijvingen, ook de positieve, eigenlijk zonder uitzondering ronduit racistisch zijn. Muller was in alles doortrokken van het racistische superioriteitsgevoel van de negentiende eeuw, ook in zijn meer positieve waarderingen. Daar geeft Van der Meulen wel blijk van, maar hij blijft hierin nog beduidend coulant, en gaat er verder niet bijzonder diep op in. Maar het kan geen kwaad, lijkt mij, om het onrecht, de koloniale mechanismen en de kwalijke racistische denkbeelden waar Muller zich in wentelde met iets meer scrupules te bezien.

Als Hendrik Muller iets was, dan was hij een patriottisch en uitzonderlijk bereisd lid van het Nederlandse establishment, iemand die inderdaad een chroniqueur was van zijn tijd, vanuit de typische blik van een zich verheven voelende koloniale heerser.
Van der Meulen laat hierin bovendien een diepere laag in het boek liggen. Als Hendrik Muller iets was, dan was hij een patriottisch en uitzonderlijk bereisd lid van het Nederlandse establishment, iemand die inderdaad een chroniqueur was van zijn tijd, vanuit de typische blik van een zich verheven voelende koloniale heerser. Een diepgravender analyse daarvan had Muller, naast zijn vele omzwervingen en mislukte carrièrepaden, van een diepere betekenis kunnen voorzien. Hoe verhoudt Muller zich tot andere negentiende-eeuwse wereldreizigers? Wat maakt Muller bij uitstek Nederlands in zijn blik op de wereld en zijn beschrijvingen van de ‘Ander’? Waar kwam zijn racistische beeldvorming uit voort en veranderde dit met de tijd? Maar zo’n diepere analyse was niet het project van Van der Meulen. Hij bleef dicht op de huid van zijn onderwerp, en schetst daarmee wel een levendig tijdsbeeld van de wereld rond 1900. Een echt nieuw beeld is dit echter niet.

Dat neemt niet weg dat Van der Meulen, geboren biograaf, met dit boek een zeer goed geschreven en prachtig geïllustreerde biografie heeft afgeleverd, over een vervelende, omhooggevallen maar zeer avontuurlijke man die de hele wereld zag voordat het vliegtuig was uitgevonden. Een aloude bebaarde negentiende-eeuwer die vond dat hem alles toekwam, en die zelden tot nooit op enige bescheidenheid kon worden betrapt. Behalve misschien als het om zijn biografie ging, waarover hij tot ieders verbazing schreef: ‘Daarvoor ben ik niet belangrijk genoeg.’