Waarom ik behalve wetenschapper ook klimaatactivist ben
Peter Roessingh

Bart Verheggen, Wat iedereen zou moeten weten over klimaatverandering (Prometheus 2020), 208 blz.


Doorgaans bemoeien wetenschappers zich niet met klimaatactivisme: traditioneel gezien is het immers hun taak om objectief de feiten te rapporteren. Maar is deze tweedeling tussen objectiviteit en activisme nog wel houdbaar nu we midden in een klimaatcrisis zitten? Evolutiebioloog Peter Roessingh beweert van niet.


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *


Bart Verheggen, Wat iedereen zou moeten weten over klimaatverandering (Prometheus 2020), 208 blz.
Bart Verheggen, Wat iedereen zou moeten weten over klimaatverandering (Prometheus 2020), 208 blz.

Toen ik laatst ‘klimaatcrisis’ invoerde in mijn zoekmachine, wees de tweede link me naar de pdf van een dik rapport. Een van de auteurs was een Nobelprijswinnaar en het stuk maakte een degelijke en betrouwbare indruk. De eerste zin luidde: ‘A global network of more than 700 scientists and professionals has prepared an urgent message: “There is no Climate Emergency”.’ Wat is hier aan de hand? Is dit misinformatie? En als die er zo overtuigend uitziet, hoe is die dan nog te onderscheiden van de wetenschappelijke feiten? Over dit probleem en die wetenschappelijke consensus is recent een fantastisch boek verschenen van klimaatwetenschapper Bart Verheggen: Wat iedereen zou moeten weten over klimaatverandering.

Ik kan niet claimen dat mijn bespreking volstrekt onafhankelijk is. Verheggen en ik hebben samen gepubliceerd over de zeer opvallende verschillen tussen de kijk van de wetenschap op klimaatverandering en wat daar op het internet over wordt geschreven. Verder ben ik overtuigd klimaatactivist, een wat ongewone keuze voor een wetenschapper. In mijn ogen is activisme echter noodzakelijk, juist in het licht van de vele ontkenningen van de wetenschappelijke feiten over klimaat en ecologie.

Het is makkelijker het probleem te bagatelliseren of geheel te ontkennen dan de vaak angstaanjagende consequenties van de feiten onder ogen te zien.
Verheggen bouwt zijn verhaal systematisch en zorgvuldig op. Eerst definieert hij het probleem. Waarover gaat het maatschappelijk debat, en waarom weigeren sommigen de wetenschappelijke consensus te accepteren? Politieke ideologie blijkt verreweg de belangrijkste factor om de klimaatwetenschap te wantrouwen. Oplossingen die botsen met diepgewortelde overtuigingen, zoals het uitgangspunt dat de overheid zo weinig mogelijk moet ingrijpen, worden krachtig afgewezen. Daarnaast spelen angst en ontkenning een rol. Het is makkelijker het probleem te bagatelliseren of geheel te ontkennen dan de vaak angstaanjagende consequenties van de feiten onder ogen te zien. Koppel dat aan een niet aflatende stroom van misinformatie, goed vergelijkbaar met wat de tabaksindustrie jaren gedaan heeft over de gevaren van roken, en het plaatje is compleet.


Lees ook dit essay van Joeri Verbesselt. Onze ecologische toekomstverbeelding lijdt onder een impasse: we worden overspoeld met enerzijds futuristische voorbeelden van het optimistische geloof in wetenschappelijke vooruitgang en anderzijds dystopische visioenen van de apocalyps. Joeri Verbesselt onderzoekt de sombere toekomstbeelden.


Het interessantste deel van dit inleidende hoofdstuk is het overzicht van de algemene kenmerken van wetenschapsontkenning. Bij pogingen om goed onderbouwde feiten onderuit te halen worden steeds dezelfde retorische constructies gebruikt. Een voorbeeld is de misvatting dat als er onzekerheden zijn over de feiten, dat die feiten nutteloos zou maken. Maar zo werkt wetenschap niet. Onzekerheid hoort juist bij de wetenschappelijke methode, en is iets volstrekt anders dan onwetendheid.

Klimaatontkenning en wetenschappelijke logica

Verheggen geeft een kristalhelder overzicht van de feiten en de harde natuurwetten die aan de klimaatwetenschap ten grondslag liggen. Het is al meer dan honderd jaar bekend dat de aanwezigheid van broeikasgassen in de atmosfeer de temperatuur zal verhogen. De realiteit van het broeikaseffect wordt onder andere geïllustreerd door de waarneming van de temperatuur op andere planeten. Hier komt de kracht van Verheggens benadering goed naar voren. De feiten en wetmatigheden in een wetenschappelijke theorie zijn niet zomaar losse elementen die je naar behoefte kan toevoegen of weglaten: ze hangen allemaal samen en ondersteunen elkaar.

De feiten en wetmatigheden in een wetenschappelijke theorie zijn niet zomaar losse elementen die je naar behoefte kan toevoegen of weglaten: ze hangen allemaal samen en ondersteunen elkaar.
Bij het ontkennen van klimaatwetenschap wordt vaak op basis van een (vermeende) inconsistentie een enkel punt bestreden, bijvoorbeeld dat de concentratie CO2 in de atmosfeer de temperatuur helemaal niet zou beïnvloeden. Dat met dit nieuwe ‘feit’ over CO2 heel veel andere waarnemingen volstrekt onverklaarbaar zijn, zoals de temperatuur op de planeet Venus, wordt voor het gemak even vergeten. Verheggen laat prachtig zien dat wetenschappelijke kennis geen grabbelton is waar naar behoefte een onderdeel uitgevist kan worden en zonder problemen aangepast of verwijderd. Een theorie is als een geoliede machine, waarin ieder onderdeel samenwerkt met andere onderdelen om tot een goed werkend logisch geheel te komen.

Nadat dit fundament is gelegd, bespreekt Verheggen de oorzaken van de huidige klimaatverandering. Ook hier maakt hij duidelijk hoe verschillende feiten in elkaar grijpen en met elkaar samenhangen. Een mooi voorbeeld is de uitleg waarom we zo zeker weten dat juist de mens verantwoordelijk is voor de recente opwarming van de planeet. De koolstof in fossiele brandstoffen (ontstaan uit lang geleden begraven planten) is oeroud. Het verbranden van deze oude koolstof levert een chemische vingerafdruk op die ondubbelzinnig op de fossiele (en dus menselijke) herkomst wijst. Maar er zijn nog veel meer waarnemingen die dat beeld ondersteunen. Verheggen constateert terecht dat die veelheid aan verschillende redeneringen, die allemaal in dezelfde richting wijzen, tot één onontkoombare conclusie leiden: menselijke activiteit is verantwoordelijk voor de huidige opwarming van de aarde.

Twee meter zeespiegelstijging aan het eind van de eeuw is niet uit te sluiten. Het aangezicht van de aarde zou er ingrijpend en voorgoed door kunnen veranderen.
Bij de analyse van de gevolgen van onze invloed op de planeet besteedt Verheggen nadrukkelijk aandacht aan de ongelijkheid in de wereld. Waar het rijke Westen zich kan veroorloven hoogtechnologische maatregelen te nemen om de effecten van klimaatverandering zoals zeespiegelstijging het hoofd te bieden, ontbreken in armere delen van de wereld de financiële middelen om het land en de bevolking adequaat tegen de rijzende zee te beschermen.

Verheggen schuwt hier de harde consequenties niet en benoemt onomwonden de risico’s die we momenteel lopen. Twee meter zeespiegelstijging aan het eind van de eeuw is niet uit te sluiten, vier tot vijf graden temperatuurstijging ook niet. Bovendien hoeven de veranderingen ook niet geleidelijk te gaan. Als eenmaal een kantelpunt is bereikt, kunnen er plotselinge en onomkeerbare effecten optreden. Het aangezicht van de aarde zou er ingrijpend en voorgoed door kunnen veranderen.

Burgers als aanjagers

In het laatste hoofdstuk concludeert Verheggen dan ook dat ons hele energiesysteem volledig op de schop zal moeten om een gerede kans te maken onder de afgesproken anderhalf tot twee graden opwarming te blijven. Hij stelt dat dit een opgave is die onderschat wordt en veel verder gaat dan enkele individuele aanpassingen van burgers om hun ecologische voetafdruk te verkleinen. Maar juist de burgers, zegt hij, kunnen als aanjagers van de politiek en het bedrijfsleven optreden. Hier gaat de activist in mij, lid van Code Rood en met het Extinction Rebellion-handboek This Is Not A Drill op de boekenplank, onmiddellijk rechtop zitten. Dit is in mijn ogen inderdaad precies wat er moet gebeuren. Maar Verheggen houdt – geheel in lijn met zijn ideeën over de plaats van de wetenschap in de maatschappij – afstand van het klimaatactivisme.

Dat is wel begrijpelijk, want het is traditioneel gezien de taak van wetenschappers om objectief de feiten te rapporteren. In zijn conclusie haalt Verheggen de Canadese klimaatwetenschapper Katharine Hayhoe aan, die zegt dat ‘erover praten’ waarschijnlijk het belangrijkste is wat een burger kan doen. Dat gaat voor mij nog niet ver genoeg. De rustige, wetenschappelijke stijl die in het begin van het boek zo goed werkt, begint hier voor mij een beetje te knellen. Verheggen zet de huiveringwekkende gevolgen van ons handelen voor het klimaat en de wereld als geheel met klinische precisie uiteen. Het boek biedt daarmee een fantastisch overzicht van alle aspecten van het klimaatprobleem – inderdaad, van dingen die iedereen zou moeten weten. Maar het blijft wel een wat onderkoelde weergave van de dramatische toekomst die, zoals Verheggen uiteen zet, vrijwel zeker voor ons ligt. Verheggen slaagt er in mijn ogen dan ook net niet in om de enorme urgentie van de huidige crisis werkelijk voelbaar te maken.

We are the only rational voice in a world designed to ignore us

Extinction Rebellion, This Is Not A Drill: An Extinction Rebellion Handbook (Penguin 2019), 208 blz.
Extinction Rebellion, This Is Not A Drill: An Extinction Rebellion Handbook (Penguin 2019), 208 blz.

Qua toon en conclusies over wat er nu nodig is had het verschil tussen Verheggens boek en This Is Not A Drill niet groter kunnen zijn. Gebaseerd op dezelfde feiten gaat This Is Not A Drill verder waar Verheggen stopt: zorgen dat de bevolking in actie komt om het debat aan te jagen en verandering te bewerkstelligen. Met acht hoofdstukken nuchtere wetenschappelijke analyse van Verheggen nog vers in mijn systeem sloegen de ‘Declaration of Rebellion’ en de inleiding bij mij in als een bom. Hier spat de emotie ervan af. Het boek trapt af met: ‘We are prepared to speak the truth and demand real political change. We are the only rational voice in a world designed to ignore us. We demand to be heard.’ Daarmee is de toon gezet.

Je kan de kracht van This is not a drill alleen ervaren door het te lezen. Het is een heel andere kracht dan de glasheldere logica van Verheggen, maar beide boeken vullen elkaar mooi aan.
Ik kan de rijkdom van de bijdragen in het eerste deel van het boek onmogelijk goed weergeven. De taal is direct en indringend, de voorbeelden zijn persoonlijk. In elke bijdrage komt de absolute urgentie van onze situatie naar voren. Alle auteurs laten dat vanuit hun eigen perspectief zien. De eilandbewoner die zijn land onder de golven ziet verdwijnen maar vecht voor gerechtigheid (‘Wij zijn kwetsbaar, maar nog niet bereid ons land te laten sterven’). De brandweerman in Californië met zijn angst voor de groeiende natuurkrachten die ziet dat juist de zwakkeren in de samenleving getroffen worden. De ervaringen van een geweldloze activiste, eenzaam in een politiecel. Je kan de kracht van dit boek alleen ervaren door het te lezen. Het is een heel andere kracht dan de glasheldere logica van Verheggen, maar beide boeken vullen elkaar mooi aan.

This Is Not A Drill is radicaal en net als bij Verheggen is de logica ook hier onweerlegbaar. De voorbeelden van nu al door klimaatverandering getroffen bevolkingsgroepen, de bijdragen van wetenschappers van politici en van activisten, wijzen allemaal op de noodzaak van een volledige transformatie van het systeem. Burgerlijke ongehoorzaamheid om de politiek en industrie daadwerkelijk aan te jagen wordt onomwonden neergezet als een morele plicht. In ferme bewoordingen schetst het boek de verbanden tussen energiewinning, kolonialisme, ecocide en de uitroeiing van soorten en culturen.

Activisten tegen wil en dank

This is not a drill nodigt de lezer uit het sociale contract tussen staat en burger (in versimpelde vorm achter in het boek weergegeven) op te zeggen, en letterlijk uit het boek te scheuren.
Verheggen bracht deze feiten ook nadrukkelijk naar voren, maar in This Is Not A Drill worden de consequenties verder uitgewerkt. Het nodigt de lezer uit het sociale contract tussen staat en burger (in versimpelde vorm achter in het boek weergegeven) op te zeggen, en letterlijk uit het boek te scheuren. Als de staat haar verplichtingen niet nakomt, verzuimt haar bevolking te beschermen en bewust het algemeen belang opzij schuift ten behoeve van winsten op de korte termijn, dan is het de plicht van burgers om geweldloos in opstand te komen. Het is hun plicht de democratie te herstellen en ervoor te zorgen dat de oplossingen die nodig en beschikbaar zijn om de klimaatcatastrofe af te wenden daadwerkelijk ingezet worden. ‘Wij weigeren straks een stervende planeet aan de komende generaties door te moeten geven. Wij komen in actie in naam van het leven,’ aldus XR. Alweer is de kracht van de woorden bijna fysiek voelbaar. Maar de wetenschapper in mij deinst ook wat terug. In This Is Not A Drill worden voorstellen gedaan die ver buiten de traditionele rol van de wetenschap vallen. Extinction Rebellion doet aanbevelingen die overduidelijk op het vlak van de politiek liggen, tot voor kort een no-goarea voor wetenschappers.

Onder vrijwel iedere moraal volgt dan uit de beschrijving van de feiten over natuur en klimaat ogenblikkelijk ook wat er moet gebeuren. Klimaatwetenschappers en ecologen die hun eigen resultaten serieus nemen, worden daarmee activist tegen wil en dank.
Kan een rol als klimaatactivist wel samengaan met die van objectieve wetenschapper? Veel van mijn collega’s zijn van mening dat het zeer onwenselijk is die twee rollen te mengen. Hoogstens zou je in hun ogen als mens in je vrije tijd nog wel klimaatactivist kunnen zijn, maar als wetenschapper dien je je strikt te beperken tot de feiten. Met die gedachte staan zij in een lange filosofische traditie die ten minste teruggaat naar David Hume, die (terecht) aangaf dat het pad van wat is naar wat er dan zou moeten gebeuren wetenschappelijk gezien onbegaanbaar is. Wat ‘zou moeten’ is namelijk vooral een morele kwestie, en het antwoord hangt af van normen en waarden die sterk kunnen verschillen tussen personen en culturen. Het is traditioneel het exclusieve terrein van de politiek om de moeilijke afwegingen te maken tussen vele tegengestelde belangen. Ik denk (met de filosoof Bruno Latour) echter dat deze positie onhoudbaar is geworden. Het voortbestaan van onze maatschappij en het behoud van grote delen van onze menselijke cultuur staat ondertussen op het spel. Daardoor is deze kwestie uniek en niet te vergelijken met elk ander probleem dat burgers zou kunnen aanzetten tot ongehoorzaamheid. We hebben te maken met een werkelijk existentiële crisis. Onder vrijwel iedere moraal volgt dan uit de beschrijving van de feiten over natuur en klimaat ogenblikkelijk ook wat er moet gebeuren. Klimaatwetenschappers en ecologen die hun eigen resultaten serieus nemen, worden daarmee activist tegen wil en dank.

Mogelijk nog lastiger is de vraag welke vorm dat activisme dan mag aannemen. Veel mensen zullen vraagtekens plaatsen bij het uitgangspunt in het XR-handboek dat burgerlijke ongehoorzaamheid tegen een falende overheid een noodzaak en zelfs een plicht is. We leven immers in een democratie? Er zijn geëigende kanalen om veranderingen te bewerkstelligen, zoals stemmen voor partijen die deze veranderingen voorstaan.

De noodzaak van burgerlijke ongehoorzaamheid

Hier zijn het de empirische feiten die voor mij – en zeker voor de schrijvers van het XR-handboek – de doorslag geven. De politiek heeft bijna vijftig jaar lang de steeds dringender boodschap van de wetenschap genegeerd. Het is momenteel nauwelijks denkbaar dat de politiek er op eigen kracht in zal slagen op tijd de klimaat en ecologische crises tot staan te brengen. De komende tien tot vijftien jaar zullen bepalend zijn voor duizenden jaren toekomst van de aarde. We zullen als burgers zelf in actie moeten komen om de politiek en het bedrijfsleven te dwingen voortvarender op te treden en hun verantwoordelijkheid te nemen. Voor wetenschappers, die als geen ander de feiten kennen, geldt die opdracht des te meer.

Uiteindelijk hebben we geen keus, stellen beide auteurs. En ik moet vaststellen dat de wetenschap ze hier volstrekt gelijk geeft.
Het XR-handboek geeft hier een volledige blauwdruk voor. ‘Dit is een crisis die een radicale systeemverandering vereist, op een schaal die nog niet eerder vertoond is.’ Dat is overigens ook de conclusie die de gezamenlijke klimaatwetenschappers van het IPCC en de ecologen van IPBES trekken!

Het tweede deel van This Is Not A Drill, ‘Act Now’, laat zien hoe burgerlijke ongehoorzaamheid in de praktijk effectief uitgevoerd kan worden. Er worden offers gevraagd en er moeten risico’s genomen worden. Maar uiteindelijk hebben we geen keus, stellen de auteurs. En ik moet vaststellen dat de wetenschap ze hier volstrekt gelijk geeft.

Samen laten deze twee boeken prachtig zien waarom ik naast mijn rol als afstandelijke wetenschapper die feiten aandraagt juist ook klimaatactivist ben. Het zijn namelijk de feiten die onomstotelijk duidelijk maken dat onze tijd op is. Wij, burgers, maar juist ook wetenschappers zullen zelf in actie moeten komen om de politiek en het bedrijfsleven nu echt in beweging te krijgen. Als er één ding duidelijk wordt uit deze twee boeken is dat het wel.