Een ongehoord goed verhaal: uitgefilterd
Iwan Brave

Een ongehoord goed verhaal: uitgefilterd (Brieven uit Suriname) | Iwan Brave


25 jaar geleden besloot de Surinaams-Nederlandse journalist Iwan Brave Nederland te verruilen voor Suriname, uit onvrede over een minderhedendebat waarin vooral over minderheden gesproken werd, maar zelden met hen. In Brieven uit Suriname blikt hij terug op het Nederland van toen, en naar het Nederland van nu. Hoe staan we ervoor, vanuit De West bezien? Een ongehoord goed verhaal, deel 2: uitgefilterd.


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *


Dit essay verscheen in dNBg 2021#4

Tijdens het hoogtepunt, of beter gezegd dieptepunt, van mijn frustraties als ‘allochtone’ Nederlander hield ik mensen voor: ‘Breng een marsmannetje geblinddoekt naar aarde, laat hem in een afgesloten ruimte enige tijd naar de Nederlandse televisie kijken en dagbladen en tijdschriften lezen. Zijn beeld van Nederland zal dat zijn van een overwegend witte samenleving met enkele donkere spatjes. Laat hem vervolgens los in de Kalverstraat en hij zal, verbijsterd over zoveel diversiteit, zijn beeldvorming danig moeten bijstellen.’

Zwarte jongeren in Nederland moeten nog altijd opboksen tegen negatieve beeldvorming. De overwegend witte media zijn nog altijd niet in staat zich daadwerkelijk rekenschap te geven van multicultureel Nederland.
Als je een denkbeeldig marsmannetje moet invliegen om je maatschappelijk gelijk te halen, dan kun je beter zelf vertrekken. Een kwart eeuw later is er niet veel veranderd. ‘Zwart’ Nederland wordt er nog altijd vrijwel uitgefilterd door de mainstream media. Zo werd ook duidelijk na de inauguratie van de Amerikaanse president Joe Biden in januari. Daarbij veroverde de tweeëntwintigjarige dichter Amanda Gorman als nieuw licht wereldwijd harten, met haar aanstekelijke ‘The Hill We Climb’. Twee dagen later bracht de geïnspireerde slam poetry-dichter Lisette Ma Neza, van Nederlandse bodem, een ode aan Gorman bij Humberto op NPO Radio 1. Het filmpje ging hier in Suriname viral op sociale media.

‘Alle mensen die ons met Amanda vergeleken de volgende ochtend. (…) We zijn haar, we zijn hier, we zijn gehoord, het zwarte meisje schreef, het zwarte meisje sprak’, reciteerde Ma Neza niet minder aanstekelijk. In wezen zei ze: eindelijk werden we herkend en erkend in positieve zin. Zwarte jongeren in Nederland moeten nog altijd opboksen tegen negatieve beeldvorming. De overwegend witte media zijn nog altijd niet in staat zich daadwerkelijk rekenschap te geven van multicultureel Nederland. ‘Allochtonen’ komen nog altijd vooral voor als het gaat om criminaliteit of maatschappelijke misstanden.

Het verzwartingsproces

Zoals in de vorige aflevering gezegd, vatte mijn naïeve veronderstelling als zwarte medewerker van Het Parool te kunnen bijdragen aan een evenwichtige minderhedendiscussie post in het voorjaar van 1992. In die tijd hielden ‘zwarte scholen’ en de door de media aangewakkerde ‘witte vlucht’ daaruit de gemoederen flink bezig. De tegenstelling werd nog verder versterkt door het snode bezuinigingsplan Samen naar School, dat voorzag in de opheffing van delen van het speciaal onderwijs – dat in toenemende mate gebruikt was om ‘allochtone’ kinderen in te dumpen – en de opname van de betreffende leerlingen met ‘leer- en opvoedingsmoeilijkheden’ in het reguliere onderwijs. De bezorgdheid onder witte ouders werd breed uitgemeten.

John Biharie, een orthopedagoog van Surinaamse afkomst, wees me op het verzwartingsproces van het speciaal onderwijs in de Randstad en hoe dat ‘de legitimiteit en effectiviteit van dit type onderwijs’ had ondermijnd. ‘Witte journalisten negeren dit proces, ik vind dat jij er wat mee moet doen.’ Ik stond argwanend tegenover de dynamiek die van elke kleurgenoot vanzelfsprekend een bondgenoot maakt, maar nam zijn overduidelijke kennis van zaken serieus en ging op onderzoek uit. Aan Biharies constatering dat veel migrantenkinderen, met name Surinaamse en Antilliaanse, ‘zonder behoorlijke analyse van het onderwijs en de testinstrumenten’, werden verwezen naar het speciaal onderwijs en lagere vormen van voortgezet onderwijs, viel voor wie het wilde zien moeilijk te ontkomen.

Mijn naïeve veronderstelling als zwarte medewerker van Het Parool te kunnen bijdragen aan een evenwichtige minderhedendiscussie vatte post in het voorjaar van 1992.
IQ-tests hadden te veel betrekking op de belevingswereld van autochtone kinderen, stelde Biharie. Migrantenkinderen hadden ‘veertien maal’ meer kans naar de ‘goudgerande prullenbak’ van het speciaal onderwijs te worden verwezen. Daarom had Biharie met anderen het Interetnisch Schooladvies, Beroepskeuze en Begeleidingsinstituut (ISBI) opgezet. ‘Niet verwijzen maar remediatie’, was de aanpak. ‘In de zeven jaar dat wij bestaan hebben we nog geen enkel kind hoeven te verwijzen naar het speciaal onderwijs.’ Tegenover mij zat iemand die niet alleen een misstand aankaartte maar ook een effectieve oplossing bleek te hebben.

Met terugwerkende kracht bevreemdde het ook mij dat tijdens de mediacommotie geen enkele zwarte ouder of leerling – in woord noch in beeld – de revue was gepasseerd. Mijn journalistieke bloed borrelde, want ik dacht te gaan scoren met een welkom onderbelicht aspect: het verzwartingsproces van het speciaal onderwijs, de hoge kosten en het lage maatschappelijk rendement dat daarmee gepaard ging, gezien de geringe arbeidskansen later voor deze leerlingen. Maar het werd een deceptie. Hoe urgent en goed onderzocht ook, mijn werk werd plots categorisch afgewezen.

Het was een mentale dreun dat mijn werk na weken van gedegen journalistiek werk zo onverbiddelijk naar de prullenbak werd verwezen. Naar de concurrent sturen was not done. Wellicht was het gewicht van het onderwerp boven mijn macht, zocht ik het bij mezelf. Maar na het zoveelste afgewezen artikel of voorstel met een multiculturele invalshoek, kwam ik tot de bittere slotsom dat kritische stukken over de ‘multiculturele samenleving’ gewoon niet welkom waren – en wel om twee redenen: ze pasten niet in de perceptie van een zelfingenomen meerderheid en ze verkochten niet voldoende in een periode van tanende oplagen. Vooral dat laatste was een pijnlijke conclusie. Het lag niet aan mijn kwaliteit en inzichten.

Bij iedereen vallen weleens de schellen van de ogen. In mijn geval was dat met de constatering dat ik nooit volwaardig mee kon tellen in de Nederlandse samenleving waar ik mij als een vis in het water voelde. Dan heb ik het niet over ‘alledaags racisme’ – daarvoor was ik ervaringsdeskundig genoeg – maar over ‘geïnstitutionaliseerd racisme’ en bewust en systematisch uitgefilterd worden door zogenaamde kwaliteitsmedia.

Kleurloze kortzichtigheid

‘Er is altijd licht en / We zijn enkel het licht als we / dapper genoeg zijn / Om in het licht te kijken / En voor even, zagen we het schijnen’, bewierookte Lisette Ma Neza Amanda Gorman. Het ontroerde me, en stemde me tegelijkertijd verdrietig dat anno 2021 haar opluchting klonk als een verlossing uit een lange duisternis.

Bij iedereen vallen weleens de schellen van de ogen. In mijn geval was dat met de constatering dat ik nooit volwaardig mee kon tellen in de Nederlandse samenleving waar ik mij als een vis in het water voelde.
Wie kon bevroeden dat amper een maand later een vertalerkeuze-miskleun zou ontstaan rondom Gormans gedichtenbundel? Uitgever Meulenhoff koos voor de eveneens jonge en bejubelde Marieke Lucas Rijneveld. Maar mode-activist Janice Deul verknalde dit feestje direct. In een ingezonden stuk in de Volkskrant stak ze de lont aan: ‘Maar waarom niet gekozen voor een literator die – net als  Gorman – spoken word artist is, jong, vrouw én: unapologetically Black?’

Rijneveld, geschrokken van de ophef, trok zich daags daarna terug als vertaler. Het veroorzaakte een tsunami aan witte academische wijsheden en vingerwijzingen over ‘racisme’ in de mainstream media. De Volkskrant publiceerde een greep van de ‘vele tientallen’ lezersbrieven vol ‘woede, onbegrip en gekwetstheid’. Een mooi staaltje Nederlandse selectieve verontwaardiging. (Overigens tot mijn leedvermaak: een koekje van eigen deeg!) Kennelijk moest je onbeschaamd zwart zijn om de shocktherapiebenadering van Deul te begrijpen.

‘We lopen weg met Amanda  Gorman maar zijn blind voor het spoken word talent in eigen land.  Niet te vinden, zegt u?’, wierp Deul sarcastisch op. Zwarte mensen en andere personen van kleur zijn op allerlei gebieden in Nederland ‘niet te vinden’, zoals dat vaak heet. Het is maar wat, waar en hoe je zoekt. ‘We herkennen in haar de passie en strijd voor een inclusieve samenleving,’ motiveerde Meulenhoff achteraf de keuze voor Rijneveld. Wie niet verder kijkt dan zijn neus lang is, zal dat inderdaad nergens anders herkennen.

De kleurloze kortzichtigheid van Meulenhoff had nu een genadeloos boemerangeffect. Non-binaire Rijneveld werd onbedoeld (weer) slachtoffer van een niet-inclusieve samenleving en niet, zoals gesteld werd, van omgekeerd racisme. Maar door structurele uitsluiting binnen alle gelederen is in Nederland een evenwichtige discussie over systematisch racisme onmogelijk. Dus kon chef boeken Wilma de Rek van de Volkskrant stellen: ‘Wat tot dan geneuzel in de marge van de social media was, werd ineens een serieuze vraag.’ Met haar dedain had De Rek groot gelijk: zwarte mensen worden in Nederland de facto gemarginaliseerd.

Zwart activisme wordt gebagatelliseerd tot ‘klein groepje kwaaiige types’ en de ‘echte wereld’ is de norm in de witgedomineerde mainstream media.
‘Er is wel vaker sprake van commotie die mensen met een normaal leven ontgaat’, betoogde De Rek verder. ‘Commotie die zich afspeelt in een wereld die voornamelijk uit schermpjes bestaat, waarachter een klein groepje kwaaiige types elkaar zit op te stoken. Het gaat mis als de echte wereld de schermpjeswereld groot maakt. Zo ook toen mode-activiste Janice Deul een hele pagina kreeg om uit te leggen waarom Marieke Lucas Rijneveld het werk van Amanda Gorman niet mag vertalen.’

Deze quasi-intellectuele beschouwing steekt het boreale gebral van Thierry Baudet naar de kroon. Zwart activisme wordt gebagatelliseerd tot ‘klein groepje kwaaiige types’ en de ‘echte wereld’ is dus de norm in de witgedomineerde mainstream media. Dat biedt weinig hoop voor Deuls oproep: ‘Agenten, uitgevers, redacteuren, vertalers, recensenten van Nederland, verruim uw blik en treed toe tot de 2020’s. Be the light, not the hill.’

Welke heuvel? Nederland heeft een berg te beklimmen! Ontmoedigd door de vertalerkeuze-miskleun zei slam poetry-dichteres Ma Neza, die had gehoopt op een ‘nieuw hoofdstuk’: ‘Het voelt als een bevestiging dat zwarte mensen niet worden gezien.’ Ofwel nog altijd danig eruit worden gefilterd.