Advertentie
BannerNederlandseBoekengids-winter2025

Wapens voor de wereld

In het tijdperk van Trump is niets zeker. De NAVO biedt geen garantie meer op militaire bescherming, niet in Europa en zeker niet in de rest van de wereld. Nu herbewapening ook in Nederland weer hoog op de agenda staat, is het extra belangrijk om de wapenindustrie kritisch te blijven volgen. 

Besproken boeken

In 2011 zette onderzoeker Andrew Feinstein in The Shadow World: Inside the Global Arms Trade al zeer gedetailleerd uiteen hoe de vaak onzichtbare, grimmige en cynische wereld van de internationale wapenhandel haar invloed uitoefent op vrijwel alle dossiers in de wereld. Met behulp van klokkenluiders, aanklagers, militaire bronnen en wapenhandelaren zelf schreef de Zuid-Afrikaanse wapenhandelexpert een doorwrocht relaas over de verwevenheid van politiek, defensie en industrie – het militair-industrieel complex – en herinnerde hij de lezer eraan dat we deze onzichtbare, maar alomtegenwoordige hand niet uit het oog mogen verliezen als we het hebben over de hedendaagse politiek. Want in deze schaduwwereld zijn de netwerken, diplomatieke samenwerkingen en deals doordrenkt van corruptie, hebzucht en misleiding. Geld gaat hier boven alles, ook boven vrede.

In de schaduwwereld van het militair-industrieel complex zijn de netwerken, diplomatieke samenwerkingen en deals doordrenkt van corruptie, hebzucht en misleiding. Geld gaat hier boven alles, ook boven vrede.

We kunnen het kortom niet vaak genoeg over de wapenindustrie hebben. Monstrous Anger of the Guns kan gezien worden als het logische vervolg op The Shadow World: een kort overzichtswerk dat zich niet zozeer richt op documentatie maar vooral op het inzichtelijk maken van de gevolgen van deze almachtige sector en hoe ertegen in actie te komen. Een kritiek geschreven door een divers gezelschap van onderzoekers en activisten uit alle hoeken van de wereld.

Amerika nummer één

De Russische invasie van Oekraïne en Israëls etnische zuiveringen in Gaza hebben volgens de schrijvers
opnieuw de aandacht gevestigd op de relatie tussen ‘making war and making money’. Zonder te ontkennen dat er op de achtergrond ook daadwerkelijk politieke conflicten spelen, is het duidelijk dat wapenfabrikanten zoals Lockheed Martin, RTX, BAE Systems en Airbus goed garen spinnen bij het feit dat het aantal grote oorlogen en de geopolitieke spanningen de afgelopen jaren juist weer toenemen. In de Indo-Pacific is de wapenwedloop tussen de VS en China al hard onderweg en vestigen beide machten steeds meer bases en troepen op grondgebied van hun bondgenoten. Ook heeft de Russische invasie van Oekraïne de wapenproductie in de VS en Europa een grote impuls gegeven, evenals de plannen voor een Europees leger. Bovendien hebben de VS onlangs opnieuw een wapendeal met Israël gesloten, terwijl Gaza en Zuid-Libanon bezaaid liggen met door Israël afgevuurde munitie van Amerikaanse makelij.

Maar wat, zo rept het voorwoord, hebben al die oorlogen nou opgeleverd, en wat zegt dat over de huidige conflicten? Afghanistan is na twintig jaar oorlog weer in handen van de extremistische Taliban. De Irakoorlog was verantwoordelijk voor niet alleen honderdduizenden slachtoffers, maar ook voor de opkomst van Islamitische Staat in Irak en Syrië (ISIS/IS). De zogenaamde war on terror is nog niet beëindigd, gezien de verspreiding van IS naar Oost-Afrika en Zuid-Azië.

Hoewel Rusland en China ook aan bod komen, richt het boek zich met name op het Westen, en dan vooral de Amerikaanse rol in het militair-industrieel complex. Nu kun je je afvragen: er woeden toch ook oorlogen waarin het Westen geen (noemenswaardige) rol speelt? Ja, zeker. Maar we kunnen er niet omheen dat de VS de sector wereldwijd domineren en daarmee vaak alsnog indirect betrokken zijn. Het land is veruit de grootste wapenexporteur, verantwoordelijk voor een derde van al het handelsverkeer, en heeft de grootste industrie en het meest geavanceerde leger ter wereld. 41 van de 100 grootste wapenproducenten heeft zijn hoofdkantoor in de VS. Bovendien loopt een fors gedeelte van de contracten via het overheidsprogramma Foreign Military Sales (FMS), wat de innige verweving tussen staat en industrie verder onderstreept. Uiteraard zijn ook Rusland, China en productielanden als het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk grote spelers, maar het verschil met de VS op nummer één is gigantisch. Praten over de internationale wapenhandel kan dus niet zonder het te hebben over de hard power waarmee de VS hun hegemonie hebben afgedwongen.

De bijdrage van de Australisch-Duitse onderzoeksjournalist Antony Loewenstein is in het bijzonder actueel. Als auteur van het boek The Palestine Laboratory (2023) wist hij door te dringen tot diep in de werkkamers van de Israëlische defensie-industrie en de daar geldende doctrine. In zijn bijdrage zet hij uiteen hoe het Palestijnse grondgebied al jaren dient als proeftuin voor Israëlische surveillance-apparatuur, wapens en andere repressieve systemen, ook nu weer in Gaza. Zo slaat het Israëlische leger, dat sinds jaar en dag voor miljarden aan steun en wapen uit de VS krijgt, al langdurig beelden op van duizenden Palestijnen in databases die aan gezichtsherkenningssoftware worden gevoerd. ‘Smart Shooter’, een van de vele wapen-start-ups, testte zijn op afstand bestuurbare pistool in de stad Hebron en ontwikkelde een opzetje zodat ‘als je niet wil doden maar afschrikken, het systeem weet waar te raken, bijvoorbeeld alleen onder de knie’. ‘Succesvol’ bevonden apparatuur wordt vervolgens de markt op gebracht, niet zelden vergezeld van een label als ‘Getest in Gaza’.

Militarisatie

Ook in India vindt een ingrijpende militarisering van de samenleving plaats. Het land wordt in het Westen weleens geassocieerd met Ghandi en geweldloos verzet, maar kan zich inmiddels een van de zwaarst bewapende landen ter wereld noemen. Het is de grootste wapenimporteur en heeft een snelgroeiend defensiebudget (13 procent groei in 2023 ten opzichte van het jaar ervoor). De defensiesector is in toenemende mate geliberaliseerd om meer private en buitenlandse investeringen aan te trekken. Ook exporteert het land steeds meer wapens, bijvoorbeeld door voor miljoenen dollars per jaar wapens te verkopen aan de gewelddadige militaire junta in Myanmar.

In Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse landen worden de maatschappijen dan weer vooral overspoeld met kleinere wapens, zoals machinegeweren. Hier heeft de wereldwijde wapenhandel al decennialang een verwoestend effect, omdat die alomtegenwoordigheid van wapens conflicten aanwakkert en doet escaleren. Het gevolg is een constante destabilisatie en afhankelijkheid van buitenlandse actoren, wat vaak weer de oude koloniale machtsstructuren bestendigt. Anna Penido schrijft bijvoorbeeld dat Zuid-Amerikaanse overheden zeer afhankelijk zijn van Amerikaanse wapens vanwege de Amerikaanse war on drugs. Tegelijkertijd maken de militarisatie van de politie en de hoeveelheid wapens in deze landen niet een einde aan drugskartels (wat in theorie de bedoeling is), en veroorzaken ze juist meer repressie door de staat en criminele organisaties.

Ook het laatste hoofdstuk, waarin activist Kawenaʻulaokalā Kapahua over de maar weinig besproken casus van Hawaï schrijft, laat die nog altijd bestaande koloniale structuren van westerse machten voor militaire hegemonie goed zien. Sinds de volgens velen illegale annexatie van Hawaï eind negentiende eeuw dient de Polynesische eilandengroep als de Amerikaanse uitvalsbasis voor het U.S. Indo-Pacific Command, een belangrijke locatie voor militaire operaties aan deze kant van de wereld. De inheemse bevolking heeft hiervoor een hoge prijs betaald, van onderdrukking tot milieurampen en de verwoesting van grondgebied door oefeningen met bombardementen.

Veiligheidsdilemma’s

Monstrous Anger of the Guns is een waardevol boek, dat poogt het standaardverhaal over eindeloze militarisatie en wapenhandel onder het voorwendsel van veiligheid uit te dagen. Hoewel vredesbewegingen en activisten hier al decennialang op wijzen, erkennen we nog steeds onvoldoende hoe gemilitariseerd onze politiek is en hoe deze industrie vooral conflict, onderdrukking en economische uitbuiting voedt. Het boek is daarmee minder een pacifistisch en moraliserend manifest dan een structurele kritiek op het huidige internationale systeem.

Hoewel verschillende vredesbewegingen en activisten hier al decennialang op wijzen, erkennen we nog steeds onvoldoende hoe gemilitariseerd onze politiek is en hoe deze industrie vooral conflict, onderdrukking en economische uitbuiting voedt.

Toch blijft het boek vaag over concrete alternatieven voor een betere en veiligere internationale orde. Het pleit voor meer diplomatie, maar werkt niet uit hoe die kan worden ingezet in complexe conflicten waar autoritaire regimes hun eigen en andere bevolkingen terroriseren en duidelijk hebben gemaakt niet aan redelijke diplomatieke onderhandelingen mee te willen doen. Daarnaast schiet de historisering op sommige punten tekort. Over het algemeen zijn de auteurs zeer kritisch over de uitbreiding van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), die zich al veel te lang offensief en ronduit vijandig
zou hebben opgesteld tegenover Rusland en China. Dit is, zo schrijven zij, een gevolg van de Amerikaanse bezwaren tegen de ‘Euraziatische integratie’ die een dalende Amerikaanse invloed als gevolg zou hebben. Hier wordt de analyse echter simplistisch. De auteurs betogen dat er in de jaren negentig, na het uiteenvallen van de Sovjetunie, weinig reden was om de NAVO voort te zetten en dat wapenfabrikanten desondanks voor uitbreiding lobbyden, ‘alleen omdat ze meer wapens wilden verkopen aan Polen, Hongarije en Tsjechië’. Dit leidde volgens de auteurs zelfs ‘onvermijdelijk’ tot de Russische oorlog met Oekraïne. Dat er natuurlijk veel meer gaande was en nog steeds is – zoals de gegronde angst voor Russisch imperialisme en een actieve lobby voor NAVO-uitbreiding door voormalige Sovjetlanden zelf – met name Oekraïne, wordt achterwege gelaten.

Irak, 2004

Die beperkte probleemanalyse van conflicten en internationale relaties is de zwakke plek van het boek. Zo doet Corbyn de oorlog in Syrië af als een conflict dat het Westen ‘direct promootte’ of waar het in elk geval zijn wapens kon slijten, en spreekt de Britse socialist Lindsey German slechts over ‘oorlogszucht’ en ‘proxy-interventie’ in het Midden-Oosten. Het past wellicht goed in hun pleidooi tegen westerse bemoeienis en imperialisme, maar de twee gaan hier grotendeels voorbij aan het feit dat Syriërs tijdens de Arabische Lente de straten op gingen voor hun eigen rechten en zelf jaren om westerse hulp vroegen terwijl Assad met hulp van Iran en Rusland steden platbombardeerde. Veel Syriërs voelden zich terecht in de steek gelaten nadat de zelfbenoemde vrije, liberale wereld, die juist altijd beweerde voor mensenrechten op te komen, hen aan hun lot overliet. Het is niet voor niets dat velen van hen nu een afkeer hebben van de in hun ogen hypocriete westerse opmerkingen over ‘inclusiviteit’ ten aanzien van de nieuwe machthebbers, pas nu zij zelf na jaren van terreur een einde aan Assads regime hebben gemaakt.Dit gebrek aan aandacht voor veiligheidsdilemma’s is zonde, dat zijn geheid thema’s die binnen de vredes- en anti-wapenindustriebeweging besproken worden. Wanneer is zelfverdediging gelegitimeerd als diplomatie niets meer uithaalt, en hoe moet dat dan bereikt worden? En moet de beweging niet kritisch zijn op alle vormen van imperialisme, uit welke windrichting dan ook? Monstrous Anger of the Guns bekijkt conflicten al te vaak alleen als geopolitieke schaakborden, waardoor het te weinig recht doet aan de zelfbeschikking van de mensen voor wie het beweert op te komen.