Advertentie
Banner-Mutsaers-1454×183 px

De Tuin van de Ongeschreven Boeken

De Staat van de Europese Literatuur is een jaarlijkse lezing door een auteur of dichter van internationale faam, over Europa vanuit het perspectief van de literatuur. Op 21 mei hield de Oekraïense schrijver Andrej Koerkov de lezing in de Aula van de Oude Lutherse Kerk. Als partner van de Staat van de Europese Literatuur publiceert de Nederlandse Boekengids bij deze de tekst van zijn lezing. 

Op 23 februari 2022, rond 16.00 uur, was ik klaar met het schrijven van een van de eerste hoofdstukken van mijn nieuwe roman en begon ik het avondeten voor te bereiden. We verwachtten een aantal vrienden. Het verhaal van de nieuwe roman leefde al een eigen leven in mijn hoofd, het breidde zichzelf voortdurend uit en werd steeds interessanter voor mij, de auteur.

Ik wist dat ik de volgende ochtend mijn laptop mee zou nemen naar café Boulangerie café op de hoek van Gonchar Street en Yaroslaviv Val en dat ik daar verder zou werken aan de roman. Maar toen de winteravond naderde, was ik blij dat ik verder kon gaan met het bereiden van borsjtsj en me erop kon verheugen vrienden om de tafel te hebben – onze gedachten te delen en elkaar een beetje af te leiden van de dagelijkse discussies over de vraag of Rusland ons zou aanvallen.

Onder de gasten waren de journalisten Luke Harding en Tim Judah, de Britse journaliste en schrijfster Lily Hyde, die ongeveer vijftien jaar in Kyiv heeft gewoond en veel over de Krim-Tataren heeft geschreven, de directeur van het Museum van de Geschiedenis van de Geneeskunde, Vadim Shipulin, en de Braziliaanse ambassadeur in Oekraïne, Norton Rapesta.

Toen iedereen er was, ging het gesprek aan tafel al snel over een mogelijke oorlog. Een van de gasten grapte somber: ‘Misschien is dit de laatste borsjtsj in Kyiv!’

‘Een goede titel voor een roman’, antwoordde ik, voortbordurend op de grap. ‘”De laatste borsjtsj in Kyiv” is als “Last Tango in Paris“.’

Veel later drong het tot me door dat niemand en niets Parijs kon stoppen of de tango kon annuleren. Hetzelfde kan gezegd worden van Kyiv en borsjtsj. Maar deze gedachten kwamen een jaar of anderhalf jaar na dat diner bij me op.

De volgende ochtend – 24 februari 2022 – verliep niet volgens mijn plan. Het ging volgens het plan van Moskou.

De volgende ochtend –  24 februari 2022 – verliep niet volgens mijn plan. Het ging volgens het plan van Moskou. Om 5 uur ’s ochtends weerklonken de eerste drie explosies boven de stad buiten mijn raam. Even later realiseerden we ons dat er in bijna alle Oekraïense steden Russische raketten waren ontploft. Honderdduizenden Oekraïners zetten hun gezinnen in auto’s of op de trein en vertrokken naar de westelijke grens, weg van Rusland, weg van de grootschalige Russische agressie die net was begonnen.

Het centrum van het culturele leven verhuisde van Kyiv, vijfhonderd kilometer naar het westen, naar Lviv. Theaters, cafés, restaurants en alle boekwinkels in Kyiv werden gesloten. De oorlog maakte het lezen van boeken onmogelijk. Niemand las iets anders dan het nieuws uit de gevechtszones in het zuiden van Oekraïne, in de Donbas, aan de rand van Kyiv en in Kharkiv.

Al snel verschenen de eerste berichten over gevluchte Oekraïense schrijvers; het werd duidelijk wie waar naartoe was gegaan. Schrijvers die festivals bijwoonden of op schrijfretraites in Europa werkten toen de oorlog uitbrak, bleven in Europa, althans voor een tijdje. Terwijl het literaire leven in Oekraïne stilviel, kwam het Oekraïense literaire leven in Europa tot leven, waarbij de focus van festivals en boekensalons werd verlegd naar de oorlog in Oekraïne, naar de Russische agressie.

In Oekraïne zelf was het eind februari en begin maart 2022 koud. De bewolkte hemel drukte op de psyche. Soms brak de zon door en keken we verlangend naar de helderblauwe lucht tussen de wolken, alsof we hoop koesterden – naar een droom van een rustig en stabiel leven.

De natuur bereidde zich langzaam voor op de lente. De vogels zongen ’s ochtends luider en als ik bij zonsopgang naar ze luisterde, probeerde ik de oorlog heel even te vergeten. Dat lukte niet. Ik vergat wel mijn onafgewerkte roman – de personages vluchtten een paar maanden lang van me weg. Literaire fictie in het algemeen verloor alle relevantie voor mij. Het was niet langer een belangrijk en dagelijks onderdeel van mijn leven.

Ik herinner me dat het op een bepaald moment – toen ik al als ontheemde in Oezjhorod woonde, in Zakarpattia, vlakbij de grens met Slowakije – bij me opkwam dat de oorlog de literatuur aan het vermoorden was. Op dat moment was de regionale bibliotheek van Chernihiv, gevestigd in een historisch herenhuis, nog niet door raketten beschoten. De centrale bibliotheek voor kinderen en jongeren in Cherson was toen nog intact. Op dat moment was de drukkerij van mijn uitgever in Derhachi, vlakbij Charkiv, nog niet opgeblazen door een raketaanval. Op dat moment leefde de Oekraïense vertaler van Aristoteles nog, Oleksandr Kislyuk, die onder Russische bezetting leefde in de buurt van Kyiv, in de stad Irpin. Wij, Oekraïners, begonnen nog maar net te begrijpen wat er in het land gebeurde – een totale oorlog – en wat er binnen in onszelf gebeurde.

Begin maart begon ik te denken dat de oorlog de schrijver in een mens de dood in kon jagen. Tegelijkertijd flitste de niet geheel rationele gedachte door mijn hoofd dat een ‘gewonde’ schrijver niet een schrijver was die door een kogel of een granaatscherf was geraakt, maar een die door de oorlog was gescheiden van zijn voornaamste bezigheid – het schrijven.

Al snel zette de oorlog zelf de puntjes op de ‘i’ en toonde aan dat schrijvers – zowel gesneuvelde als gewonde – in oorlogstijd niet anders zijn dan alle andere gewonde en gesneuvelde burgers. Op 5 maart 2022 liep de Oekraïense vertaler van Aristoteles, OIeksandr Kislyuk, de drempel van zijn huis in Irpin bij Kyiv op. Een Russische tank die langs zijn huis reed, draaide onmiddellijk zijn koepel en schoot op hem. De tankbemanning wist niet op wie ze schoten en het kon ze ook niet schelen. Het is onwaarschijnlijk dat ze ooit van Aristoteles hadden gehoord, laat staan van Kislyuk. Dit was een nieuwe realiteit, een verschrikkelijk agressieve kracht waartegen de literatuur machteloos stond, in eerste instantie althans.

Dit is waarschijnlijk wat er gebeurt aan het begin van een oorlog – aan het begin van elke oorlog.

In vredestijd is er leven en is er literatuur over dit leven. En dan plotseling stopt het leven, en stopt ook de literatuur en lijkt die te verdwijnen. Het leven zonder literatuur is niet echt. Het leven dat niet beschreven wordt in literatuur lost op zonder een spoor na te laten in de geschiedenis, wordt iets mistigs en moeilijk voorstelbaars.

En wanneer de oren gewend raken aan de regelmatige kanonnades, aan explosies, wanneer kinderen al onderscheid kunnen maken tussen het geluid van een raketexplosie en het geluid van een drone-explosie, dan begint de literatuur zich aan te passen – gewond en nog steeds geschokt door wat er gebeurt, richt die voorzichtig haar hoofd op, kijkt rond, op zoek naar iets om mee te schrijven, en begint te vertellen over de problemen en het verdriet, over de rook en wat er over is van dat vroegere leven, als er al iets van over is. 

Deze literatuur is zwart-wit; ze is bang voor felle kleuren. Door ingehouden, gewone woorden te gebruiken, doortrokken van angst of ijzingwekkend realisme, leren schrijvers heel eenvoudig over verschrikkelijke dingen te schrijven.

Orwells 1984 als een criterium voor zelfevaluatie, een meetlat waarmee Chapeye zijn eigen overtuigingen en daden kan beoordelen.

Het lijkt logisch dat documentair proza over het dagelijks leven het eerste  geschrevene was dat verscheen in de lege ruimte in de moderne Oekraïense literatuur die door de oorlog was ontstaan. Verhalen van Oekraïense vluchtelingen en ontheemden, over de verschrikkingen die ze meemaakten en hun omzwervingen, verschenen in boekvorm tegelijkertijd in Oekraïne en Europa.

Even later begonnen er in Europa teksten te verschijnen van Oekraïense schrijvers die zich vrijwillig hadden aangemeld om te vechten in het Oekraïense leger. Markiyan Kamysh vertelde Italiaanse lezers over de oorlog op de pagina’s van de krant La Republica. Oleksandr Mikhed schreef over de oorlog in de Financial Times. Artem Chapeye begon te schrijven voor de New York Times en Le Monde. ‘De situatie in Oekraïne’ kwam op de lijst van dagelijkse onderwerpen van de massamedia en het land begon alleen nog geassocieerd te worden met de oorlog. Oekraïense literatuur, haastig vertaald in vele talen, bevestigde deze associatie van Oekraïne met de oorlog alleen maar. Oekraïne en oorlog leken één te zijn geworden.

Een van de meest veelbelovende jonge Oekraïense schrijvers van de nieuwe generatie, Artem Chapeye, meldde zich in 2022 vrijwillig bij het Oekraïense leger. Hij vergat onmiddellijk de literatuur, hoewel het in feite de literatuur was die hem in de gelederen van de verdedigers van Oekraïne had geduwd. Vreemd genoeg is zijn favoriete boek het dystopische 1984 van George Orwell, en het was Orwell die het vaakst in Chapeye’s gedachten opkwam, wanneer hij voor de oorlog het nieuws over Rusland las of bekeek.

De hoofdpersoon van de roman 1984, Winston Smith, is 39 jaar oud. Voor het begin van de oorlog werd Artem Chapeye 41 jaar. Ik heb me vaak afgevraagd waarom Chapeye zo van deze roman hield. Was het mogelijk om van een held te houden die uiteindelijk niet in staat is om voor de waarheid en zijn idealen te vechten, die zichzelf verraadt en zijn geliefde opoffert om de pijn van marteling te vermijden? Maar toen, nadat hij soldaat was geworden, legde de schrijver in een van zijn interviews zijn relatie met het hoofdpersonage van 1984 uit en werd het duidelijk dat Artem Chapeye zich had aangemeld om Oekraïne te verdedigen om juist niet als Winston Smith te worden, om niet te verraden waar hij van hield, om geen slachtoffer te worden dat alles wat hem het dierbaarst was in zijn leven heeft verloren.

Als de sneeuw smelt, vullen de rivieren zich met water en lopen hun oevers over. Tijdens droogte neemt de waterdiepte in de rivieren af en drogen kleine rivieren helemaal op.

Dat wil zeggen, Artem Chapeye waardeert Orwells roman als een criterium voor zelfevaluatie, een meetlat waarmee hij zijn eigen overtuigingen en daden kan beoordelen.

Nu, drie jaar na het begin van een grootschalige oorlog, na drie jaar geen fictie te hebben geschreven, legt hij uit dat de reden hiervoor niet een gebrek aan tijd voor creativiteit was. De belangrijkste reden was de complete ineenstorting van zijn wereldbeeld en het universum waarin hij romans schreef – een ineenstorting veroorzaakt door de oorlog. Hij moest alles opnieuw overdenken, inclusief zijn eigen verleden, zijn eigen idealen en principes. Hij had niet alleen drie jaar besteed aan het vechten als soldaat, maar ook aan het bewerkstelligen van diepgaande veranderingen in het leven zelf, in zijn gedachten, in zijn innerlijke wereld. Nu is dit proces van herconfiguratie van zichzelf als schrijver voltooid en is Artem Chapeye klaar om terug te keren naar fictie, ondanks het feit dat hij nog steeds voor het vierde achtereenvolgende jaar in het Oekraïense leger dient.

Als de sneeuw smelt, vullen de rivieren zich met water en lopen hun oevers over. Tijdens droogte neemt de waterdiepte in de rivieren af en drogen kleine rivieren helemaal op.

Voor literatuur is oorlog een droogte. De Oekraïense literatuur is nooit ‘volgevloeid’ en ‘volbloed’ geweest. Ze werd gedwongen om zoveel energie te spenderen om zelfs maar te kunnen overleven. Creativiteit had geen prioriteit. In de achttiende en negentiende eeuw ontwikkelde de Oekraïense literatuur zich tijdens het verbod op de Oekraïense taal, op Oekraïens-talig theater, op onderwijs in de Oekraïense taal. Dat was de eerste Russische oorlog tegen de Oekraïense nationale identiteit. Het begon in 1720 toen tsaar Peter de Grote het eerste decreet ondertekende dat de publicatie van religieuze teksten in het Oekraïens verbood. Als ze tegen je vechten, heb je alleen korte pauzes tussen gevechten, tussen beschietingen, tussen verboden en tijdens tijdelijke rustperiodes, tussen de vrijlating van een schrijver uit de gevangenis en een nieuwe arrestatie – dit waren de weinige, korte en ademloze momenten waarin de nationale identiteit kon opbloeien. Misschien is dat de reden waarom Oekraïense poëzie een speciale plaats heeft ingenomen in de Oekraïense literatuur. Poëtische werken zijn makkelijker te onthouden, makkelijker te verbergen, makkelijker te bewaren.

Misschien is dat de reden waarom Oekraïense poëzie een speciale plaats heeft ingenomen in de Oekraïense literatuur. Poëtische werken zijn makkelijker te onthouden, makkelijker te verbergen, makkelijker te bewaren.

Misschien is dit wel de reden waarom de nationale held van Oekraïne de dichter Taras Sjevtsjenko is, die door de Russische tsaar voor vijfentwintig jaar naar het leger werd verbannen als straf voor zijn vrijdenkende houding en zijn poëzie. De tsaar bepaalde dat Sjevtsjenko in het leger niet mocht schrijven of schilderen, maar zelfs als soldaat bleef hij in het geheim nieuwe gedichten opschrijven in een klein notitieboekje dat hij altijd bij zich hield, verborgen in zijn soldatenlaars. Dit notitieboekje, bestaande uit vier aan elkaar genaaide notitieboekjes, heeft het overleefd. Het heeft het deels overleefd omdat Sjevtsjenko het geluk had dat hij niet deelnam aan militaire gevechten van het Russische leger in die tijd.

Voor de dichters van vandaag is de situatie anders, maar niet minder dramatisch – zij die Oekraïne verdedigen met wapens in de hand. ‘Mijn poëtische taal is scherper geworden, laconieker, meer in stukken gehakt’, vertelde een van de beste dichters van het huidige Oekraïne me, Artur Dron, toen ik hem vroeg hoe je poëzie aan het front schrijft. ‘In het dagelijks leven kiezen we altijd de krachtigste woorden voor onze gedichten. In oorlogstijd moet je woorden behandelen alsof het je laatste woorden zijn, alsof ze je allerlaatste tekst vormen. In deze situatie zijn de woorden die je gebruikt de enig mogelijke en ze worden geschreven in de enig mogelijke volgorde.’

Onlangs ontmoette Artur Dron een soldaat die poëzie begon te schrijven toen hij in Russisch krijgsgevangenschap zat. De voormalig krijgsgevangene vertelde dat veel soldaten in gevangenschap met poëzie begonnen, maar niets konden opschrijven. Ze mochten van de Russen geen potlood of papier hebben. Daarom componeerden ze gedichten in hun hoofd en vertelden ze die herhaaldelijk aan elkaar in een poging om ze in hun geheugen te bewaren.

De soldaten-dichters die terugkeerden uit krijgsgevangenschap schreven uit hun hoofd enkele gedichten op van kameraden die niet terugkeerden, maar het resultaat van de meeste creativiteit van deze krijgsgevangenen is waarschijnlijk verloren gegaan en zal de lezer nooit bereiken, zoals de laatste teksten van de dichters Boris Gumenyuk en Mykola Leonovich, die als vermist werden opgegeven.

Literatuur is een intellectuele deken waarmee elk land, elke natie, elk volk zich met zijn eigen geschiedenis bedekt. Literatuur, als onderdeel van de nationale cultuur, creëert een speciale warmte die de natie verenigt. Deze warmte kan intellectueel zijn of alleen spiritueel, zoals een lievelingslied.

Vreemd genoeg gebeurde dit in de jaren 1920, toen de meest getalenteerde Oekraïense schrijvers geloofden in de idealen van het communisme. 

In de Oekraïense context heeft deze ‘culturele’ deken vaker de bescherming en steun van Oekraïners nodig gehad dan dat hij hen heeft kunnen beschermen en steunen. Er was één moment in de ontwikkeling van de nationale Oekraïense literatuur en cultuur in het algemeen, waarop het erop leek dat deze deken in staat zou zijn een omvang en stevigheid te bereiken die de Oekraïners in staat zou stellen in haar warmte en bescherming te leven. Vreemd genoeg gebeurde dit in de jaren 1920, toen de meest getalenteerde Oekraïense schrijvers geloofden in de idealen van het communisme, in de gelijkheid en broeder- en zusterschap van culturen die werden beloofd door de nieuwe Sovjetregering, die was verrezen op de ruïnes van het Russische Rijk en op de ruïnes van de onafhankelijke Oekraïense Volksrepubliek, die kort daarvoor door de bolsjewieken was verslagen. 

Tien jaar lang bemoeide de Sovjetregering zich niet met de inspanningen van Oekraïense schrijvers om een nieuwe Oekraïense literatuur te creëren, die bol stond van gedrevenheid en verbazingwekkende, unieke verbale energie. Maar dit verhaal van tijdelijke vrijheid en tijdelijke culturele voorspoed eindigde in de jaren 1930 met massa-arrestaties en de bijna volledige uitroeiing van een hele generatie Oekraïense dichters, schrijvers, toneelschrijvers en theaterregisseurs, filosofen en leraren. 

Het hoogtepunt van deze massale uitroeiing van Oekraïense intellectuelen en culturele figuren vond plaats op 3 november 1937, toen in het noorden van Rusland, ter ere van de twintigste verjaardag van de Oktoberrevolutie, meer dan honderd bekende – je zou kunnen zeggen iconische – figuren werden doodgeschoten.  Zonder hen waren de Oekraïense literatuur en cultuur ondenkbaar. De beroemdste Oekraïense theaterregisseur en theoreticus van de theaterontwikkeling, Les Kurbas, werd vermoord, en de schrijvers Mykola Kulish, Valerian Pidmohylny, Matviy Yavorsky, Marko Voronoy en tientallen anderen werden doodgeschoten. Authentieke, levendige literatuur werd vervangen door literaire propaganda van de Sovjet-Unie, geschreven in de Oekraïense taal.

De werken van de vermoorde schrijvers en dichters werden uit bibliotheken en boekhandels verwijderd en vernietigd, hun namen werden verboden en uiteindelijk vergeten. Geen van mijn leraren op school of op de universiteit in de jaren zeventig en tachtig, had het ooit over een van hen. En zelf hoorde ik pas over deze geëxecuteerde generatie na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, na het verdwijnen van de Sovjetcensuur en de Sovjetpropaganda.

Verschillende generaties Oekraïners leefden onder de dekmantel van een valse pseudocultuur – de pseudoculturele propaganda van de Sovjet-Unie, haar boeken, liedjes en films.

Pas vanaf 1991 begon Oekraïne zijn spirituele ‘deken’ te herscheppen en zijn culturele ruimte terug te winnen van de dode Sovjet pseudocultuur.

Een nationale literatuur steunt op haar voorgangers, op haar klassiekers, op de beste hedendaagse werken van de laatste tijd. De Oekraïense literatuur heeft niet het privilege van een wereldberoemde historische erfenis. Er zijn Oekraïense klassiekers die veelal onbekend zijn bij lezers en zelfs bij literaire specialisten buiten Oekraïne, en er is ook een reeks Oekraïense werken die alleen bestaat in de ether boven de slagvelden –  werken die ongeschreven blijven – hun auteurs zijn de schrijvers en dichters die zijn vermoord. Hun vroegtijdige dood laat onze cultuur onvolledig achter.

De overlevende Oekraïense schrijvers en de huidige en toekomstige generaties kinderen die opgroeien tot schrijvers en dichters zullen deze gaten in onze literatuur moeten opvullen.

De overlevende Oekraïense schrijvers en de huidige en toekomstige generaties kinderen die opgroeien tot schrijvers en dichters zullen deze gaten in onze literatuur moeten opvullen. Deze generaties zullen de behoefte voelen om een tijdperk te weerspiegelen waarin zij niet hebben geleefd. De realiteit waar we vandaag de dag mee te maken hebben is dus de dagelijkse strijd om een overblijfsel van onze cultuur te beschermen tegen vernietiging om door te geven aan toekomstige generaties creatieve Oekraïners –  om bibliotheken, musea, theaters, huizen en straten waar Oekraïners wonen te beschermen, die voortdurend het doelwit zijn van Rusland.

Oekraïense schrijvers vechten vandaag samen met hun lezers voor het bestaan van Oekraïne zelf. Oekraïense acteurs en theaterliefhebbers vechten samen en sterven samen op het slagveld van een defensieve strijd tegen Russische agressors. De culturele ‘deken’ die tijdens onze dertig jaar onafhankelijkheid werd gecreëerd, wordt steeds dunner en er verschijnen gaten in, omdat Rusland er doelbewust op mikt. 

De moord op de jonge Oekraïense dichter en kinderboekenschrijver Volodymyr Vakulenko kan een daad van vernietiging van de Oekraïense cultuur worden genoemd. De moord op de Oekraïense schrijfster Victoria Amelina, die de dood van Vakulenko onderzocht en andere oorlogsmisdaden van het Russische leger documenteerde, is nog een daad van vernietiging van de Oekraïense cultuur.

Op 24 september 2022 groef Victoria Amelina vanonder een kersenboom Vakulenko’s laatste woorden op – het dagboek dat hij bijhield tijdens de bezetting van zijn dorp. Hij begroef zijn dagboek begin maart 2022, de dag voordat de Russische bezetters hem voorgoed uit zijn huis haalden.

Het eerste kwartaal van de eenentwintigste eeuw loopt ten einde en we hebben het weer over vermoorde schrijvers en dichters, we hebben het weer over onrecht, over de voortdurende barbaarsheid van het ene land tegenover het andere.

Het eerste kwartaal van de eenentwintigste eeuw loopt ten einde en we hebben het weer over vermoorde schrijvers en dichters, we hebben het weer over onrecht, over de voortdurende barbaarsheid van het ene land tegenover het andere, over het schaamteloos genocidale beleid van Rusland tegenover Oekraïne, tegenover de Oekraïense cultuur.

Ik weet niet hoeveel dagboeken en manuscripten van vermoorde Oekraïense schrijvers nog steeds begraven liggen in onze bodem. We weten alleen hoeveel schrijvers en dichters officieel begraven zijn. We weten niets over hun onuitgevoerde plannen, over hun onvoltooide of ongeschreven romans en dichtbundels. We kunnen ons slechts een voorstelling maken van alles wat ze niet hebben geschreven, gebaseerd op het werk dat ze wel hebben geproduceerd voordat ze met geweld werden verwijderd uit de Oekraïense literatuur, uit de Oekraïense cultuur, werden verwijderd uit het leven zelf.

In juli 2024, na verschillende mislukte pogingen, kon ik eindelijk terugkeren naar de roman waar ik nog maar net aan begonnen was toen de oorlog begon. Ik voltooide hem in november 2024 en realiseerde me hoeveel ik als schrijver veranderd was sinds het begin van de oorlog. Vroeger vermeed ik geweldsscènes in mijn romans. Nu niet meer. Oorlogsgeweld is gemeengoed geworden en ik accepteer het ook in mijn eigen werk.

Na meer dan drie jaar in het leger is soldaat-schrijver Artem Chapeye ook klaar om terug te keren naar het proza, hoewel hij begrijpt dat het niet gemakkelijk zal zijn.

Militair schrijver Sergiy ‘Saigon’ kan alleen maar dromen van het schrijven van zijn volgende roman – de laatste in een trilogie over het leven in een Zuid-Oekraïens dorp voor de oorlog. ‘Totdat ik voel dat ik vrij ben, zal ik niet kunnen beginnen met het schrijven van dit boek!’ vertelde hij me. En toen legde hij uit dat vrijheid, inclusief creatieve vrijheid, voor hem pas terug zal komen na het einde van deze oorlog.

Ik hoop dat deze vrijheid zal terugkeren en dat Sergiy ‘Saigon’ in staat zal zijn om de derde roman in zijn trilogie Yupak te schrijven. Maar voorlopig bestaat deze roman in de meest fragiele staat – in de verbeelding van een schrijver-soldaat. Een hele laag van de toekomstige literatuur van Oekraïne wacht nu in dezelfde fragiele staat.

Ik geloof in de toekomst van Oekraïne, ik geloof in de toekomst van de Oekraïense literatuur, en ik geloof dat Nederlandse lezers in de toekomst het beste van deze werken zullen kunnen lezen.

Oekraïners zijn geen fatalisten. Ondanks de vele tragedies die ze in de loop van hun geschiedenis hebben meegemaakt, blijven ze optimisten. Het is dit positieve denken dat ons in staat stelt de strijd voor ons leven, onze cultuur en de toekomst van Oekraïne voort te zetten. 

Ik blijf ook een optimist. En daarom vergelijk ik de toekomst van de Oekraïense literatuur met de Tuin van de Ongeschreven Boeken. Ik bedoel niet dat de boeken in deze Tuin ongeschreven zullen blijven. Ik denk dat de meeste wel geschreven zullen worden. Wat voor Tuin is dit anders? Ik geloof in de toekomst van Oekraïne, ik geloof in de toekomst van de Oekraïense literatuur, en ik geloof dat Nederlandse lezers in de toekomst het beste van deze werken zullen kunnen lezen en ervan zullen kunnen genieten.

Vertaling: Richard Glass

Uitgelichte afbeelding: Charkiv Muziekschool na Russische aanval (14 mei 2022)