Advertentie
BannerNederlandseBoekengids-winter2025

Israël als vestigingskoloniale staat

Het in hartje Amsterdam gevestigde Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Sciences (NIAS) selecteert ieder jaar meer dan vijftig excellente onderzoekers uit Nederland en de rest van de wereld om voor de duur van een of twee semesters voltijd vrij onderzoek te komen doen in een inspirerende multidisciplinaire woon- en werkomgeving. Areej Sabbagh-Khoury verblijft het gehele academische jaar 2025-2026 als fellow aan het NIAS.

De raison d’état van een vestigingskoloniale staat is in de eerste plaats het behoud en de expansie van de soevereiniteit van de kolonisten tegenover interne en externe uitdagingen. Dat betekent dat de staat onophoudelijk verwikkeld is in een proces van grensvorming en -uitbreiding. Politiek geweld neemt daarbij de vorm aan van ‘biospatiale’ tactieken om de ruimte af te bakenen, te controleren, te beheren, vorm te geven en er betekenis aan toe te kennen. In zo’n staat zijn niet alleen bestuurlijke willekeur, bureaucratische afstandelijkheid en raciale heerschappij alomtegenwoordig, maar worden processen van blijvende onteigening gezien als (in de meer sociale betekenis die Pierre Bourdieu aan capital gaf) ‘staatskapitaal’, wat ertoe leidt dat niet alleen onteigening, maar ook plundering, etnische zuivering, ‘liquidatie’ en ontheemding er als legitieme vormen van geweld worden beschouwd.

Het resultaat is een veelvormige dynamiek van onderwerping, controle, uitwissing en uitroeiing van Inheemse gemeenschappen. Vestigingskolonialisme kan dan worden opgevat als een ‘totaal sociaal feit’, een sociale formatie met implicaties op sociaal, politiek, economisch, cultureel en bijbehorend institutioneel niveau. Met zijn uitwaaierende vormen van geweld, variërend van culturele assimilatie tot regelrechte genocide, geeft het aanleiding tot een brede reeks aan sociale structuren. Het begrijpen van de kruispunten van deze vormen is cruciaal voor het aanscherpen van het denken over het karakter en gedrag van zo’n staat – en de vormen van verzet die het oproept.

Het Israëlische staatsgeweld speelt zich af langs twee zelfgecreëerde grenzen, een ‘eerste’ en een ‘tweede kolonie’, ieder geanimeerd door een project van bevolkingsvervanging dat verschillende vormen aanneemt. Bij elkaar genomen hebben zij de demografische en territoriale minimalisering van de Palestijnse aanwezigheid tot doel.

Zoals elke staat heeft Israël aanspraak gemaakt op het geweldsmonopolie. Dat begon met het vergaren van kapitaal door geweld tegen een Inheemse nationale bevolking die aanvankelijk was uitgesloten van de Joodse nationale etnos. Deze accumulatie vond plaats door een reeks militaire, wetgevende, juridische, culturele en economische praktijken die allemaal aanzienlijk werden gesteund door de imperialistische macht. De vroege staat probeerde het nationaal-collectieve bestaan van de Palestijnen als een groep met soevereine territoriale aanspraken uit te wissen – zowel door staatsvorming als door natievorming – en het voortbestaan van de kolonisten en een Joods nationaal thuisland te bevechten op Inheems verzet. Joodse natievorming had, met andere woorden, als voorwaarde Palestijnse natieverplaatsing.

Het Israëlische staatsgeweld speelt zich af langs twee zelfgecreëerde grenzen, een ‘eerste’ en een ‘tweede kolonie’, ieder geanimeerd door een project van bevolkingsvervanging dat verschillende vormen aanneemt. Bij elkaar genomen hebben zij de demografische en territoriale minimalisering van de Palestijnse aanwezigheid tot doel. Gedurende decennia van koloniale overheersing is de Israëlische staat gekomen tot vier ‘ideaaltypen’ van koloniaal bestuur, ieder met zijn eigen temporele en geografische bijzonderheden, en in reactie op verschillende omstandigheden (zie tabel). Elke locatie (locus, site) heeft zijn eigen politieke veld. Elke locatie wordt mede gevormd door Inheems Palestijns verzet dat de contouren van het koloniale project van de kolonisten mede vormgeeft. En elke locatie heeft dus ook een ander beleid en verschillende praktijken – overeenkomsten en verschillen die zicht geven op het overkoepelende proces van de opbouw van een natiestaat door kolonisten.

politieke status van Palestijnenvormen van koloniaal geweld 
I. 1948 Israëlkolonisten-koloniaal burgerschapraciaal discriminerende wetten, de jure en de facto discriminatie, ‘judaïsering’, grensvorming, onteigening en etnische zuivering in de Negev-woestijn, tweederangsbehandeling
II. Westelijke Jordaanoeverstaatloosheidmilitaire bezetting, ontheemding, vermenging, onteigening, etnische zuivering, geweld van kolonisten en landdiefstal
III. Oost-Jeruzalempermanente verblijfsvergunningmilitaire bezetting, ontheemding en onteigening, grensvorming, geweld door kolonisten, etnische zuivering, landdiefstal
IV. Gazastaatloosheidbelegering, omheining, gettovorming, ontbering, massale ontheemding, etnische zuivering, vernietiging, massamoord

Ideaaltypen

I. 1948 Israël: Ten eerste zijn Palestijnen die het Israëlische staatsburgerschap hebben gekregen binnen een binnengrens (‘het eigenlijke Israël’ of ‘binnen de Groene Lijn’) onderworpen aan voortdurende territoriale kolonisatie, ook wel ‘judaïsering’ genoemd. Daaronder rekenen we onder andere het militaire bewind van 1948-1966, dat het bemachtigen van land mogelijk maakte via gelegaliseerde tactieken van onteigening (de consolidatie van land door de Israel Land Authority (ILA) en de Custodian of Absentee Properties Department); gebeurtenissen van spectaculair geweld, zoals het bloedbad van Kafr Qasim in 1956, de Landdag van 1976 waar zes Palestijnse burgers werden gedood, of de buitengerechtelijke executies van meer dan tien Palestijnse burgers in oktober 2000; alledaagse vormen van geweld, zoals economische achterstand, urbicide en de vernietiging van de bebouwde omgeving; en politiek geweld, zoals door circa 76 discriminerende wetten en de facto discriminerende praktijken – culminerend in de ‘Basic Law: Israel as the Nation-State of the Jewish People’, een de jure praktijk van de soevereine entiteit om het stichtende koloniale geweld van de Joodse suprematie van 1948 te vereeuwigen. Sinds 7 oktober 2023 worden de Palestijnen in Israël geconfronteerd met een heropleving van het militaire bewind dat hun staatsburgerschap schijnbaar tenietdoet en dat gemilitariseerde Joodse burgers de ruimte geeft om ook een eigen monopolie op geweld te laten gelden. Dit patroon, dat al eerder bestond, is sinds de Dignity Intifada van mei 2021 verder en verder geïnstitutionaliseerd en sinds 7 oktober aanzienlijk geïntensiveerd; een escalatie die heeft geleid tot een aanzienlijke (re)militarisering van de publieke sfeer.

Sinds 7 oktober 2023 worden de Palestijnen in Israël geconfronteerd met een heropleving van het militaire bewind dat hun staatsburgerschap schijnbaar tenietdoet en dat gemilitariseerde Joodse burgers de ruimte geeft om ook een eigen monopolie op geweld te laten gelden.

II. Westelijke Jordaanoever: Geweld vindt plaats langs – en door – een strategisch vage buitengrens, voorbij de grenzen van de wapenstilstand van 1949, en geeft uitdrukking aan een voortdurend proces van kolonisatie. Het koloniale staatsapparaat ondersteunt de uitbreiding van de nederzettingen binnen de ‘grens’ van 1967 door middel van militaire bezetting. Sinds 1967 is het koloniale geweld onafgebroken in de bezette Palestijnse gebieden, die gebukt gaan onder een oorlogszuchtige militaire bezetting en een robuuste bureaucratie van koloniale overheersing. Elke locatie is een specifieke uitwerking van een voor de Israëlische staat ideaaltype van overheersing. Op de Westelijke Jordaanoever reproduceert een verzameling van gewelds-, bureaucratische, politieke en economische systemen de voorwaarden voor kolonisatie door statelijke en niet-statelijke actoren.

Sinds het midden van de jaren negentig is de bezetting hier in zekere zin uitbesteed aan de Palestijnse Autoriteit (PA). Palestijnen zijn er staatloos, hebben geen staatsburgerschap en zijn onderworpen aan Israëlische mobiliteitsbeperkingen. Sinds de ontsporing van de Oslo-akkoorden hebben Israëlische nederzettingen zich Palestijns land toegeëigend en inmiddels staat ongeveer veertig procent van de Westelijke Jordaanoever onder directe controle van de nederzettingen. Daar leiden wisselende militaire en kolonistenpraktijken tot gewelddadige willekeur. Zulk geweld omvat de agressie van kolonisten tegen Palestijnen, die zich vrijwel weerloos weten, aangezien de gewelddadige acties van de kolonisten worden uitgevoerd met de impliciete steun van het leger en de politie.

De bezetting is op de Westelijke Jordaanoever in zekere zin uitbesteed aan de Palestijnse Autoriteit (PA). Palestijnen zijn er staatloos, hebben geen staatsburgerschap en zijn onderworpen aan Israëlische mobiliteitsbeperkingen. Inmiddels staat ongeveer veertig procent er onder directe controle van de nederzettingen. Daar leiden wisselende militaire en kolonistenpraktijken tot gewelddadige willekeur.

III. Oost-Jeruzalem: In Oost-Jeruzalem wordt de implementatie van een systematisch apartheidsregime door Israël gekenmerkt door de koloniale regeringsmacht (of ‘bestuurlijkheid’, naar Michel Foucaults gouvernementalité) van stedelijke kolonisten en de alomtegenwoordige discriminatie van, en segregatie jegens, Palestijnse inwoners die daarvan het gevolg is. Deze vorm van bestuur heeft in Oost-Jeruzalem een duidelijk karakter gekregen, vooral na de bouw van de scheidingsmuur in 2002. De meerderheid van de Palestijnen in Oost-Jeruzalem heeft een Israëlische permanente verblijfsstatus, maar geen staatsburgerschap. Zo wordt ze blootgesteld aan een unieke vorm van regeringsmacht die nadrukkelijk gericht is op haar ‘integratie’ in specifieke domeinen – zoals de arbeidsmarkt, het Israëlische onderwijssysteem en landregistratieprocessen.

De inwoners van Oost-Jeruzalem worden geconfronteerd met de constante dreiging van ontheemding, voornamelijk georkestreerd door particuliere kolonistenorganisaties die worden gesteund door de gemeente en het rechtssysteem. Deze vorm van regeringsmacht heeft tot doel collectieve politieke claims te depolitiseren en de mogelijkheid van Jeruzalem als hoofdstad van een toekomstige Palestijnse staat uit te sluiten. In Jeruzalem wordt het geweld aangezwengeld door kolonisten-burgers die in Palestijnse plaatsen wonen en controle uitoefenen over het land, zoals in de wijk Sheikh Jarrah in Oost-Jeruzalem. Om de unieke structuur van koloniale staten te begrijpen, is het van cruciaal belang oog te houden op kolonistengeweld. Op de Westelijke Jordaanoever en in Jeruzalem hebben kolonisten sinds 1967 een deel van het geweldsmonopolie in handen, met staatssteun.

IV. Gaza: Gaza, dat sinds 2007 onderworpen is aan een escalerende belegering, vertegenwoordigt een ander ideaaltype van geweld, in veel opzichten verschillend van de andere drie. In Gaza definiëren blokkade, bombardementen, omheining en (meer recentelijk) een genocidale oorlog het koloniale geweld van kolonisten. Bevolkingsbeheer neemt de vorm aan van gettovorming, terwijl de civiele administratie van Gaza wordt uitbesteed. Israël oefent controle uit over het luchtruim, de territoriale wateren, de landovergangen, het water, de elektriciteit, de elektromagnetische velden en de civiele infrastructuur van Gaza, en over het bevolkingsregister. Daarnaast is ook de specifieke vorm die het Palestijnse verzet aanneemt, en de Israëlische reactie erop, onderdeel van dit ideaaltype. Het ingewikkelde samenspel van al deze factoren vormt het complexe landschap van geweld binnen de context van Gaza.

Geweldsmonopolie(s)

Hoewel bepaalde acties van de staat, zoals die binnen het leger of de rechtbanken, extremistische niet-statelijke actoren ongeldig kunnen verklaren of kunnen bestraffen, is de kolonistenstaat in belangrijke mate gebouwd op het moedwillig vage onderscheid tussen burger en kolonist.

Het geweldsmonopolie van de staat ziet er bij al deze typen dus anders uit – en juist dat is een bepalend kenmerk van de vestigingskoloniale staat. Kolonisten-burgers hebben het geweldsmonopolie actief gedeeld. Door de zionistische protostaat en de Israëlische staatsinstellingen gerekruteerd om land toe te eigenen, zijn ze zich gaandeweg actief gaan bezighouden met het vestigen van grenzen. Zowel de vestiging van historische toren- en palissadenederzettingen voor de arbeidersbeweging door de zionistische beweging (1936-1939, voorafgaand aan de institutionalisering van de kolonistenstaat en tijdens de Grote Arabische Opstand) als de huidige vestiging van zogenaamde buitenposten is hier onderdeel van. Niet alleen houden deze politiek geweld in stand door verplichte militaire dienst en verlengde reservedienst, hun kolonisten-burgers plegen bovendien actief fysiek geweld. Hoewel bepaalde acties van de staat, zoals die binnen het leger of de rechtbanken, extremistische niet-statelijke actoren ongeldig kunnen verklaren of kunnen bestraffen, is de kolonistenstaat in belangrijke mate gebouwd op het moedwillig vage onderscheid tussen burger en kolonist.

In de nasleep van de Dignity Intifada van mei 2021 stichtte de toenmalige premier Naftali Bennett bijvoorbeeld de zogenaamde Israëlische Garde-eenheid van de grenspolitie. Maanden later riep minister van Nationale Veiligheid Itamar Ben-Gvir op tot een massale uitbreiding van de omvang van de nationale garde en een nieuwe gewapende nationale burgermacht om het land te ‘beveiligen’ en het bestuur (meshilut) te herstellen. Na de aanslag van Hamas op 7 oktober heeft het ministerie van Ben-Gvir duizenden Israëlische burgers van vuurwapens voorzien en meer dan 100.000 nieuwe wapenvergunningen verleend.

Het expansionistische karakter van de nederzettingen leidt tot vormen van buitenwettelijk, buitenstatelijk geweld. Met buitenwettelijk geweld bedoel ik dat dit geweld buiten de gelegaliseerde instrumenten van het leger van de staat valt en wordt gepleegd door niet-statelijke actoren. En toch noem ik dit geweld ‘legitiem’, aangezien de koloniale staat van de kolonisten dat geweld heeft gesanctioneerd, het goedkeurt, het niet stopt of bestraft, en zijn macht versterkt met militaire en discursieve steun. Zelfs na de opkomst van een kolonistenstaat is de rol van buitenstatelijke actoren van het grootste belang voor het behoud van de territoriale soevereiniteit en de uitbreiding daarvan. In Palestina/Israël hebben kolonisten en vrijwillige milities de rol op zich genomen om onafhankelijk van de staat geweld te gebruiken.

Crisis- en noodtoestanden

Een belangrijk instrument binnen alle koloniale ideaaltypen is de noodtoestand; een paradoxale legalisering van de opschorting van juridische rechten en procedures – zoals wanneer de staat kolonisten niet vervolgt voor het overtreden van de wet. Zo’n opschorting is een afwijkende of buitengerechtelijke maatregel, bedoeld om de rechten van een bevolking in te trekken en het gezag van de regeringsleiding verder te consolideren. Soevereiniteit vloeit naar de instellingen van de uitzonderingsstaat, waardoor de gedesoevereiniseerden vervallen tot het ‘naakte leven’ – een staat van totale onderwerping aan soevereine beslissingen over leven en dood.

In mei 2021 kregen Palestijnse burgers in Israël, vooral die in ‘gemengde steden’, te maken met Israëlische bestuurlijke willekeur die deed denken aan het militaire bewind van 1948-1966. In die periode verleende Israël het staatsburgerschap aan de resterende Palestijnse bevolking, toen al gedecimeerd door de Nakba van 1948. Tegelijkertijd werden hun rechten ingeperkt, werden wettelijke mechanismen ingesteld voor verdere onteigening, werd verzet onderdrukt en werden terugkeerpogingen bestraft.

De relatie tussen de nieuwe, soevereine Israëlische staat en Palestijnse burgers is al sinds de vroege jaren van die staat controversieel vanwege de invoering van een hiërarchisch burgerschap en de institutionalisering van marginalisering, de uitvinding en het begrip van de Palestijn als sociale Ander, toenemende onteigeningen en aanhoudende desoevereinisering. Onder de noodtoestand kon het staatsapparaat zijn soevereiniteit uitoefenen door verzettende Inheemse Palestijnen aan te wijzen als interne vijanden, hun politieke strijd te criminaliseren en hun subjectiviteit te reduceren tot naakt leven. Deze noodtoestand duurde stilletjes voort maar kwam weer onder de aandacht in mei 2021, vanwege de inspanningen van kolonisten-burgers – die werden gemachtigd door de nu regerende rechtse elites, onderschreven door de staatsmacht en ondersteund door het rechtssysteem – om de Palestijnen in Sheikh Jarrah te onteigenen ten dienste van de bredere Israëlische agenda om de Palestijnen te desoevereiniseren en te voorkomen dat Jeruzalem hun hoofdstad wordt.

De noodtoestand werd na 7 oktober 2023 verlengd – in oorlogstijd en onder een speciale mobilisatie – en heeft gevolgen voor het leven van alle Palestijnen, die niet mogen protesteren en ernstige sociale en economische gevolgen ondervinden vanwege uitingen over de oorlog. Maar belangrijker is dat Palestijnen, vooral die in Gaza, wederom worden onderworpen aan de totaliserende omstandigheden van naakt leven. Voor de inwoners van Gaza bepalen Israëlische instellingen de voorwaarden voor leefbaarheid en vroegtijdige dood. Maar in tegenstelling tot de situatie in mei 2021, toen de noodtoestand de Palestijnen in ieder geval niet volledig wist te onderwerpen aan het naakte leven, zijn de Palestijnen nu beperkt in hun vermogen om zich politiek te organiseren en zich te verzetten tegen de ogenschijnlijk onoverkomelijke kracht van de kolonistenstaat, gesteund door hegemoniale geopolitieke machten.

Veiligheidsdrang

Deze periode doet denken aan het regime van 1948-1966, inclusief de opschorting van de rechten van de Palestijnen. Onderdrukking, de effecten van pogingen tot ‘Israëlisering’ en ‘integratie’ en angst spelen hierbij allemaal een rol. De tijd zal leren of Palestijnse burgers zich mobiliseren rond een politiek project van dekolonisatie, ondanks de sociale en politieke krachten die werken aan het depolitiseren van hun collectieve doelen. Er is niettemin een duidelijk patroon te ontwaren: wanneer de koloniale samenleving vreest voor de omkeerbaarheid van haar permanentie, onderdrukt ze het Inheemse verzet. Dit apparaat van toezicht en controle wordt beheerd door zowel de staat als zijn burger-kolonisten; uitmondend in de vergroting en verspreiding van de koloniale macht van de kolonisten.

Een belangrijk kenmerk van de koloniale overheersing door Israël, en die van vele andere koloniale regimes, is de overtuiging dat de kolonistenstaat voortdurend geweld kan en mag plegen tegen de Inheemse bevolking om de veiligheid en beveiliging van de kolonie te handhaven.

Mede vanwege de (feitelijk onjuiste) consternatie over de eventuele omkeerbaarheid van de soevereiniteit van kolonisten is veiligheidsdrang (‘securitisering’) inmiddels misschien wel verworden tot het belangrijkste mechanisme voor het veiligstellen van Israëls raison d’état. Een belangrijk kenmerk van de koloniale overheersing door Israël, en die van vele andere koloniale regimes, is de overtuiging dat de kolonistenstaat voortdurend geweld kan en mag plegen tegen de Inheemse bevolking om de veiligheid en beveiliging van de kolonie te handhaven. In Israël is de Iron Dome sinds 2011/2012 zowel een symbolisch als een materieel verdedigingssysteem geworden, gebruikt om de Israëlische bevolking gerust te stellen dat haar veiligheid gegarandeerd is, zelfs als ze een ander volk met geweld bezet. Israël kan zonder gevolgen doorgaan met het toebrengen van geweld als het zijn veiligheidsapparaat maar sterk genoeg opbouwt, zo luidt de gedachte. Ogenschijnlijk heeft ‘7 oktober’ dit idee verbrijzeld, en de extreme reactie van Israël sindsdien is in belangrijke mate bedoeld om het dogma te herstellen dat Israël veilig kan blijven terwijl het anderen onderwerpt.

Deze bijdrage is een sterk ingekorte en gepopulariseerde vertaling van ‘On the monopoly of violence: Ideal types of settler colonial violence and the habitus of sumud’, Current Sociology 73/3 (maart 2025), pp. 1-26, dat aan de hand van de Dignity Intifada van mei 2021 en de genocidale oorlog sinds 7 oktober 2023 ingaat op staatsgeweld en de uitzonderingstoestand, en betoogt dat een beter begrip van de materiële en symbolische processen van het vestigingskolonialisme inzicht geeft in het voortbestaan en karakter van zowel ‘oorlog-door-andere-middelen’ als vormen van Inheems verzet daartegen. Redactie en vertaling: Merlijn Olnon, met dank aan de auteur.