Toevallig een vrouw
In een rap opkomend genre van historische hervertellingen over vrouwen verscheen onlangs de biografie van de Romeinse heerseres Fulvia. Tijdens het lezen vroeg Jacqueline Klooster zich af in hoeverre de misogynie van weleer daadwerkelijk te omzeilen is. Wordt in Jane Draycotts poging Fulvia’s tirannieke leiderschap in hedendaagse standaarden te vatten, haar wreedheid niet juist onderschat?
Besproken boeken
Premoderne vrouwen zijn ineens overal. Na Femina (Ramirez, 2023), een zeer succesvolle geschiedenis van de Middeleeuwen ‘through the women written out of it’, is er nu ook Mythica (Hauser, 2025), over de wereld van Homerus – je raadt het al: ‘through the women written out of it’. The Missing Thread (Dunn, 2024), ook al een geschiedenis van de vrouwen die de Oudheid in de luwte ‘vormgaven’, en natuurlijk de vele recente biografieën: Messalina (Cargill-Martin, 2024), Agrippina (Southon, 2018), Cleopatra (Prose, 2022) en De dochter van Cleopatra (Draycott, 2024). Het is duidelijk: er wordt hier een inhaalslag gemaakt. Of, als je het cynischer wilt bekijken, er is een markt aangeboord.
Het is duidelijk: er wordt hier een inhaalslag gemaakt. Of, als je het cynischer wilt bekijken, er is een markt aangeboord.
Het is hetzelfde principe als bij de eveneens zeer populaire hervertellingen van mythen vanuit een vrouwelijk perspectief: kan een andere blik op de bronnen, een andere invalshoek, deze vrouwen een ander gezicht geven? De beste titels werpen door nieuwe vragen te stellen en de beschikbare informatie kritisch te lezen daadwerkelijk ander licht op vrouwen die in de geschiedschrijving verwaarloosd of zwartgemaakt werden. Fulvia (ca. 80 tot 40 voor onze jaartelling), hoofdpersoon van de nieuwe biografie van Jane Draycott, is een vrouw die in elk geval in allebei deze categorieën met stip thuishoort. Dus wat levert een revisie op van deze vervaarlijke maar ook vaak belasterde vrouw, die zich te midden van de Romeinse burgeroorlogen staande moest houden?
Bloeddorstig, bazig en hebzuchtig
Eerst die burgeroorlogen. Als ik de afgelopen jaren probeerde uit te leggen wat voor sfeer er heerste in groep zeven en acht van de basisschool in Oud-Zuid die mijn dochter destijds bezocht, kwam ik altijd als vanzelf bij ze uit. Net als in die roerige, dodelijke en intens moeilijk te volgen historische periode aan het einde van de Romeinse Republiek, ging het op het schoolplein over lijken. Bij wijze van spreken. Dagelijks wisselende allianties; wie eerst hartsvriend(inn)en waren, bleken plots onverzoenlijke tegenstanders die elkaar met liefde een dolk in de rug plantten. Wilde X populair worden ten koste van Y? Terwijl die twee ermee bezig waren, greep Z de macht en verspreidde per WhatsApp een lijst met mensen die niet meer op het volgende verjaarspartijtje mochten worden uitgenodigd; X en Y bovenaan. Ja: precies de Romeinse burgeroorlogen, maar dan met logeerpartijtjes, Labubu’s en online pesten in plaats van senaatszittingen, legers en proscriptielijsten. Het is blijkbaar een algemeen en tijdloos menselijk principe.
Fulvia mengde zich met verve, zelfs fysiek, als we de verhalen mogen geloven, in de strijd. Haar (mannelijke) Romeinse tijdgenoten zoals Cicero en latere historiografen trokken de voorspelbare vaten misogynie open.
Maar je zult er maar middenin zitten. Vooral als je niet volwaardig mee mag doen, omdat je een vrouw bent en geacht wordt bezorgd vanaf de zijlijn toe te kijken. Wat dan? Als je zelf niet bang bent uitgevallen is het antwoord misschien: je toch maar niets aantrekken van de heersende norm, en riskeren als ‘manwijf’ (virago) uitgekotst te worden? Dit was Fulvia’s dilemma. Uiteindelijk mengde ze zich met verve – zelfs fysiek, als we de verhalen mogen geloven – in de strijd. Haar (mannelijke) Romeinse tijdgenoten zoals Cicero en latere historiografen trokken de voorspelbare vaten misogynie open. Ze kwam te boek te staan als uitzonderlijk bloeddorstig, bazig en hebzuchtig. En natuurlijk was er ook altijd wel weer iemand die op niets af beweerde dat ze promiscue was (Cicero) of zich voor de lol prostitueerde (Valerius Maximus). Tegelijk maakte ze zoveel indruk dat alleen haar voornaam al genoeg was. Draycott, auteur van een nieuw boek over haar leven, merkt op dat vandaag de dag maar weinig vrouwen haar dat nadoen: Madonna, Cher, Zendaya.
Niet beroemd
Geboren als dochter van de aanzienlijke maar tot onbekendheid vervallen familie van de Tuditani aan het eind van de eerste Romeinse burgeroorlog in de jaren tachtig van de eerste eeuw voor onze jaartelling, maakte Fulvia twee latere oorlogen mee. Maar uitzonderlijk genoeg veroorzaakte ze ook zelf met haar daden een vierde oorlog (waarin Octavianus tegenover Fulvia’s zwager Lucius Antonius stond). En tot slot droeg ze in belangrijke mate bij aan een vijfde (Octavianus versus haar echtgenoot Marcus Antonius). In de tussentijd trouwde ze driemaal met vooraanstaande Romeinen, verloor ze twee echtgenoten door geweld (Clodius Pulcher en Scribonius Curio) en één door Cleopatra (Marcus Antonius). Ze kreeg vijf kinderen, van wie er ook weer drie door geweld om het leven kwamen, en eentje kortstondig met Fulvia’s latere aartsvijand Octavianus getrouwd was. Dit klinkt als veel om persoonlijk te verstouwen, maar vooral als een ongewone en uiterst intrigerende levensloop. Het verbaast dan ook dat Fulvia niet minstens zo beroemd is als haar legendarische rivaal in de liefde, Cleopatra; de Egyptische vorstin die achtereenvolgens de minnares van Julius Caesar en Marcus Antonius werd en die zich natuurlijk ook in de nodige oorlogen mengde.
Voor historicus Draycott is dit gebrek aan moderne aandacht aanleiding voor haar studie. Anderzijds wil ze er ook achter komen wat de talrijke antieke bronnen prijsgeven als je ze tegendraads leest. Als je Cicero niet zomaar op zijn woord gelooft, wanneer hij Fulvia een hebzuchtige en wrede feeks noemt, en haar eerste man Clodius een incestueuze, enge dandy – in zijn verdedigingsrede voor de moordenaar van Clodius, nota bene. Draycott toont een uitstekende beheersing van het bronnenmateriaal en een aanstekelijke verwondering over de vele ongelofelijke feiten van Fulvia’s bestaan, terwijl ze ook nog eens een helder en overtuigend beeld van het einde van de Romeinse Republiek schetst en Fulvia’s levensloop afzet tegen de traditionele fasen uit het leven van een getrouwde Romeinse vrouw uit de gegoede kringen.
Monddood
Dat veel van de slechte pers die Fulvia in de historische bronnen krijgt, verband houdt met de politieke vijandschappen waarin haar mannen verwikkeld waren, ligt voor de hand. In een wereld waarin politiek een zero-sum game is (wie niet wint, wordt een kopje kleiner gemaakt) verbaast het niet dat karaktermoord op echtgenotes standaard wordt ingezet. Toch moet Fulvia wel degelijk een hardvochtige kant hebben gehad, als we haar meest iconische en gruwelijke daad, door talloze schilders vereeuwigd, in ogenschouw nemen. Cicero, die in een eindeloze reeks politieke speeches Marcus Antonius en Fulvia zwartmaakte, was door de machtige Antonius vogelvrij verklaard. Op de vlucht viel hij uiteindelijk in handen van diens doodseskader, dat hem onthoofdde. Een koerier bracht zijn afgehakte hoofd naar de echtelieden, waarbij Fulvia prompt de lange, puntige zilveren haarspeld uit haar kapsel griste en Cicero’s tong, die haar zo vaak door het slijk gehaald had, meermaals doorboorde. Er is geen reden om te twijfelen aan de waarachtigheid van dit verhaal.
Fulvia gedraagt zich als een van de wreedste verkrachters uit de Griekse mythologie, maar gebruikt het vrouwelijkste dat er bestaat als wapen: een zilveren haarspeld.
Het is een even afschuwelijke als interessante handeling, als je denkt aan de antieke mythen waarin een vrouw, soms letterlijk, na een verkrachting monddood wordt gemaakt door haar tong af te hakken (de antieke mythe van Philomela, onder meer verteld in Ovidius’ Metamorfosen). En dan die suggestieve handeling van het doorboren, die wel een penetratie lijkt. Fulvia gedraagt zich als een van de wreedste verkrachters uit de Griekse mythologie, maar gebruikt het vrouwelijkste dat er bestaat als wapen: een zilveren haarspeld. Je vraagt je af of ze het erom deed. Als dat zo was, had ze misschien toch beter moeten nadenken over het eind van Philomela’s verhaal: uiteindelijk vond die immers een manier om haar verkrachting door Tereus toch te vertellen, geweven als beeldverhaal in een kleed. Net zo hielden Cicero’s teksten (het Latijnse woord textus betekent zowel tekst als weefsel) nooit op Fulvia te belasteren – al leest Draycott ze hier met aanzienlijk meer scepsis dan vorige generaties historici.
Een behoorlijk vervaarlijk karakter, kortom. Ze schrok er ook al niet voor terug om de gewelddadige dood van haar eerste echtgenoot Clodius in te zetten om zijn aanhangers op te hitsen tot een gevaarlijke volkswoede. Daarbij werd er in de senaat een geïmproviseerde brandstapel voor hem opgericht, waardoor het gebouw uiteindelijk zelfs in vlammen opging. Wat Fulvia overkwam, ging heel Rome aan, daar zorgde ze wel voor. Dat ze eigenhandig meevocht in een oorlog, die zij organiseerde en financierde, laat al evenzeer zien dat ze minstens zo strategisch en daadkrachtig was als de grote mannelijke spelers in de conflicten die haar leven tekenden. En rijk was ze ook, onmetelijk rijk. Fulvia was een van de meest vermogende vrouwen van Rome. Het lijkt alsof ze haar echtgenoten er doelbewust op uitzocht.
Drie keer zo meedogenloos
Jammer en een beetje paradoxaal is het daarom dat Draycott toch hier en daar probeert af te zwakken en goed te praten wat Fulvia deed. ‘Het hoofd van een dode mishandelen is minder erg dan iemand vermoorden’, staat er zelfs op een bepaald moment – wat ook een behoorlijk merkwaardige parti-pris verraadt. Inderdaad lijkt Draycott zich in bochten te wringen om te beredeneren dat Fulvia acceptabel is in morele termen naar onze moderne standaarden. Immers: minder wreed dan de genocidale Julius Caesar, die hele volkeren afslachtte, en minder hebzuchtig (en wreed!) dan diens adoptiefzoon Octavianus. Draycott benadrukt keer op keer dat ze in de eerste plaats een moeder en liefhebbende echtgenote was die alles op alles zette voor haar familie. Ja, misschien, maar maakt dat het beter?
Jammer- en paradoxaal genoeg lijkt Draycott zich in bochten te wringen om te beredeneren dat Fulvia acceptabel is in morele termen naar onze moderne standaarden.
Een dergelijke vergelijking redeneert eigenlijk precies de verkeerde kant op. Het is eerder zo dat wat Fulvia deed natuurlijk gewoon net zo afkeurenswaardig en verwerpelijk is als wat haar mannelijke tijdgenoten deden, als we het per se langs een moderne morele meetlat willen leggen. You can’t make an omelet without breaking some eggs. Als je besluit om volop mee te doen met een van de bloederigste machtsconflicten in de geschiedenis, zul je je zieltje niet hagelwit houden. Mensen vogelvrij laten verklaren zodat je hun bezit kunt inpikken, lijken mishandelen, gewapende conflicten initiëren met je enorme kapitaal? Het is allemaal nogal griezelig. Sterker nog, eigenlijk is het eerder zo dat Fulvia, juist omdat ze niet dezelfde middelen ter beschikking had als haar mannelijke tijdgenoten, veel opmerkelijker en unieker is in wat ze toch nog allemaal voor elkaar kreeg. Ze moest wel drie keer zo kien, meedogenloos en vasthoudend zijn om als matrona het effect te sorteren dat de bronnen keer op keer vol verbazing vermelden.
Terugschrijven, niet goedpraten
En dat is misschien wel het probleem: het ‘terugschrijven’ tegen de onmiskenbaar misogyne bronnen loopt vaak uit op een goedpraten van wat sowieso niet goed te praten valt, voor mannen niet, maar voor vrouwen ook niet. Ja, natuurlijk moest en wilde Fulvia keihard en angstaanjagend zijn – net als al die anderen, de mannen. En ze maakte haar tijdgenoten klaarblijkelijk dan ook flink bang, zodat ze vreselijke en soms onware dingen over haar schreven. Maar om haar te rehabiliteren hoef je misschien niet te ontkennen dat ze daadwerkelijk in bepaalde opzichten een onmens was. Ze was simpelweg een van de velen, en ze kreeg er als vrouw meer kritiek op.
Dergelijk seksisme staat allemaal nauwkeurig opgetekend in het Corpus Inscriptionum Latinarum, het grote verzamelboek van Latijnse inscripties, maar het klinkt eigenlijk meer als de hedendaagse X-koren onder een bericht over Sigrid Kaag, Hillary Clinton of Kamala Harris.
Het is nog een wonder te noemen dat Fulvia uiteindelijk na een ziekte in haar eigen bed gestorven is, in plaats van door een gewelddaad. Want welke Romeinse matrona kan er verder prat op gaan dat er (uit haar eigen oorlog) vijandelijke loden kogels met de suggestieve naam glandes (eikels) bewaard gebleven zijn, voorzien van de boodschap peto landicam Fulviae (‘ik mik op Fulvia’s clitoris’)? Het staat allemaal nauwkeurig opgetekend in het Corpus Inscriptionum Latinarum, het grote verzamelboek van Latijnse inscripties, maar het klinkt eigenlijk meer als de hedendaagse X-koren onder een bericht over Sigrid Kaag, Hillary Clinton of Kamala Harris. Tegelijk laat het ook zien waartegen Fulvia streed, en waarom ze het blijkbaar een goed idee vond om Cicero’s dode hoofd eens symbolisch te verkrachten.
Ja, ze was toevallig een vrouw. Wie weet wat ze allemaal gedaan had als ze dezelfde sociale en legale mogelijkheden, politieke bevoegdheden, een even groot leger en een net zo voortreffelijke retorische opleiding had gehad als Caesar of Octavianus? Fulvia, de eerste keizerin? Opmerkelijk was ze zeker, een slachtoffer van vrouwenhaat en karaktermoord ongetwijfeld ook. Maar ze moet vooral niet te invoelbaar en tam gemaakt worden. Uniek te blijven, in al haar angstaanjagende en nietsontziende daadkracht, dat heeft ze wel verdiend.