Driestemmig: Grondwerk
In de bejubelde debuutroman Grondwerk van dichter Tijl Nuyts – bekroond met de Boon 2026 – zit verzet in alle aardlagen. Voor deze editie van Driestemmig groeven historicus Kristof Smeyers, onderzoeker en activist Gert-Jan Vanaken en dichter en boekverkoper Aline de Jonge mee met de naakte molrat – verteller van Grondwerk – en hielden diens geloofwaardigheid tegen het licht. Want wat is precies de waarde van een dierlijk perspectief op de mensenwereld als dat inzicht in mensentaal moet worden gevat?
Besproken boeken
Kristof Smeyers
Graven als activisme
In Brussel zakken megalomane bouwwerven en langverwachte infrastructuurwerken weleens weg. Moerasgrond, eeuwenlang prutsen en boren in klei-, en turflagen en de wispelturige bedding van de Zenne hebben ervoor gezorgd dat de stad op onzekere funderingen rust. Soms brengen verzakkingen allerlei ongevraagds naar boven. In Vorst, een gemeente ten zuidwesten van de stad, creëerde een boring op een bouwwerf een stuwschacht voor een ondergronds waterreservoir; in de bouwput vormde zich een nieuw moeras, kelders liepen onder.
De onvoorspelbare ondergrond is een dankbare metafoor voor Belgisch politiek immobilisme, ze voedt ook samenzweringstheorieën over de Europese deep state (‘Drain the swamp!’). In 2024 riep Michiel Hoogeveen van JA21 dat het Paul-Henri Spaakgebouw, waar het Europees Parlement zetelt, in een moeras wegzinkt: reden genoeg om het parlement naar Straatsburg over te hevelen, want ‘laten we dat gebouw terugschenken aan het moeras’. (Er bleek niets van waar.)
Om maar te zeggen: het is geen toeval dat Grondwerk zich grotendeels in en onder Brussel afspeelt. Het is een politiek boek over scheuren en zinkgaten die de waan van de status quo blootleggen in een tijd van klimaat- en biodiversiteitscatastrofe. Tijl Nuyts geeft de gevaarlijke ondergrond – de aarde – agency in de vorm van zijn ik-figuur: een naakte molrat, een rozig beestje dat in de Hoorn van Afrika in eusociale tunnelkolonies leeft. Gaandeweg leren we dat het knaagdier deel uitmaakt van een groots opgezet Plan, een samenzwering (dus toch!) die de heerschappij van de mens wil ondergraven en de planeet op een hoopvollere koers wil zetten. Haar missiegebied is een ‘provinciale uithoek’, hoofdstad van een uitgeteld continent.
In afwachting van instructies begint het dier, voor het eerst sinds haar vertrek uit de kolonie, een autonoom individu, met graven. Dat doet het heel efficiënt. Al snel staat Brussel in rep en roer, asfalt verbrokkelt, metro’s ontsporen en de grondvesten van nationale en internationale politieke instellingen daveren. Als een freudiaans droombeeld graaft het hoofdpersonage zich ook naar de oppervlakte op het Vaderlandsplein, waar ze haar nieuwe thuis heeft gemaakt: in Nuyts’ verhaal lijkt ze soms op een boodschapper uit het (menselijke) onderbewuste. Zoals het grondwater in Vorst komt de naakte molrat naar boven om mensen – ons, lezers – eraan te herinneren dat ze deel uitmaken van een groter geheel.
Waarom willen net naakte molratten de wereld redden? In de magisch-realistische wereld van Grondwerk is geen andere soort in staat om het planetaire plaatje zo duidelijk te zien – en, crucialer, tot actie over te gaan.
Aan de oppervlakte raakt de eenzame verteller aan de praat met een menselijke klimaatactivist. Hoofdstukken over hun moeizame relatie wisselen zich af met flashbacks naar de Afrikaanse tunnels die de oorsprong van het Plan tonen en een psychologisch portret schetsen van ‘onze’ naakte molrat. Die Afrikaanse hoofdstukken geven een inkijk in de cultuur van een andere soort, waar het algemeen belang (en het centraal aangestuurde, uiterst xenofobe matriarchaat) een transcendentaal langetermijndenken mogelijk maakt.
Waarom willen net naakte molratten de wereld redden? In de magisch-realistische wereld van Grondwerk is geen andere soort in staat om het planetaire plaatje zo duidelijk te zien – en, crucialer, tot actie over te gaan. Nuyts zit zijn hoofdpersonage dicht op de gerimpelde huid. Ik leef al snel mee met het opvliegende, gefrustreerde, smachtende beest. Toch is Grondwerk een fabel voor en over mensen. Het openscheurende Brussel is een poëtische en effectieve metafoor – maar wel vooral een metafoor. Zeker in latere hoofdstukken moet ik meermaals aan Donna Haraway denken, die in haar The Companion Species Manifesto schreef dat ‘honden geen alibi zijn voor andere thema’s’. De ik-figuur vat de spanning in de boodschap van Grondwerk zelf het best, wanneer ze de klimaatactivist toesnauwt dat die haar mensenverhaal misschien ‘in de huls van mijn woorden duwt’. De acties van de naakte molrat sturen een verhaal over het onvermogen van mensen om te kijken en te luisteren naar anderen. Of het Plan uiteindelijk wordt uitgevoerd, is dan ook minder van tel dan de hoop die ontvonkt uit de band tussen molrat en mens, daar op het Vaderlandsplein.
Gert-Jan Vanaken
Tunnels lopen over van taal
Met een paar regels was ik overtuigd. ‘Grondwerk onthult een verborgen wereld onder het Vaderlandsplein in Brussel. Er broeit iets in het bestuurlijke hart van Europa. Is er een opstand ophanden?’
Met die teaser kondigde het Muntpunt, de Nederlandstalige bibliotheek in Brussel-Stad, in het najaar van 2025 een leesclub aan. Toegegeven, in al mijn enthousiasme had ik in de aankondiging nogal vluchtig over een belangrijk detail heen gelezen. Bijgevolg ging ik bij de openingspagina’s nogal aan het duizelen. Wie is die malle ik-verteller die zich helemaal alleen ingraaft onder een onooglijk pleintje waar ik iedere week weleens met de tram overheen dender? En wat met die overmatige prikkelgevoeligheid? Teer, bloesems en benzine dringen haar neusgaten binnen. De elektriciteit knettert door haar oren. Groeiende boomwortels drukken hun boodschappen door. De stad is een aanslag op haar zenuwstelsel. Maar nog voor ik zelf enigszins houvast krijg, wisselt de situatie al, een voorbode van wat nog zal volgen, weg van de stad, weg van de isolatie. Voortlezen maar.
Op een plek ‘ver van dit plein in jouw land’ zitten we opnieuw ondergronds. ‘Ik’ wordt verruild voor ‘wij’, het soloproject voor een gezamenlijke onderneming. Maar net als in de stad gonst ook dit gangenstelsel van de prikkelende ervaringen. ‘Tunnels lopen over van taal’, schrijft Nuyts. Er is het gemonkel van poetsers die gangen vegen, onderwijzers die grommen en kleuters bij hun nekvel naar de kinderkamers slepen. Recycleurs zamelen al babbelend keutels in. Militairen, administratief personeel en voedselverzamelaars dringen langs elkaar door de smalle tunnels; al voelend, ruikend, tastend, tsjirpend, kent ieder zijn plek. De bedrijvigheid valt stil wanneer de indringende, vertrouwde acaciageur de komst van de koningin aankondigt bij de koloniegenoten.
We lezen vanuit een dierlijk oogpunt, zover was ik wel mee. Maar dit zijn duidelijk geen bijen of termieten. En daar stopt mijn biologische kennis over collectivistische diersoorten. Naakte molratten, zo noemen wij mensen hen blijkbaar. Zonderlinge, hypersociale knaagdieren, zo goed als blind, maar wonderlijk bestand tegen dementie en kanker. Fascinerend, maar ook weinig bekend onder de westerse homo sapiens (ik beken!).
Nuyts doet ons afvragen hoe ver actie mag gaan wanneer het leven zelf op het spel staat. Is afbraak gerechtvaardigd om ruimte te maken voor opbouw? Hebben we een overkoepelend Plan nodig met instructies van bovenaf, of komen we zelf in actie, onzeker waar we zullen eindigen?
Omgekeerd blijken de naakte molratten hun huiswerk over de mens wel gedaan te hebben. De grond in de Hoorn van Afrika droogt op. Smakelijke bataten worden schaarser. En de kolonie weet: het is menselijke activiteit die ze moeten ondergraven om de ecologische schade te stoppen. De kortzichtige mensheid alleen krijgt dit niet rechtgetrokken. ‘Jullie overschouwen de wereld met jullie hoge ogen, maar steeds vanuit een bepaalde hoek.’ Collectieve actie is nodig, een van de specialiteiten van de molrat.
Meer-dan-menselijke perspectieven zijn erg hip and happening in de kunsten en de humane wetenschappen. Maar Nuyts maakt het zichzelf niet makkelijk. De molrat ziet geen steek en in de gangen is het aardedonker. Toch is de roman een zintuiglijk avontuur, van begin tot eind. En via die overvloedige taal lukt het Nuyts om de grote thema’s van de tijd over te brengen: klimaatontwrichting, migratie, complotdenken. En nog voor ik kan denken dat molratten de hele mensheid over eenzelfde vervuilende, xenofobe kam scheren, vertoont het oordeel reliëf. Ook onder mensen blijken er pogingen te worden gewaagd om collectief tot verandering te komen. Nuyts hint naar eeuwenoude tradities van inheemse samenlevingen. En met meeslepende scènes van de bestorming van het Belgische Koninklijk Paleis en van de meerdaagse bezetting van een bouwwerf van een fossiele gascentrale bij Luik, zet hij klimaatactivisten op een voetstuk (shout-out naar Extinction Rebellion en Code Rood!). Doorheen de hoofdstukken wisselen verschillende diersoorten tactieken uit. De konijnen dromen ervan dijken te ondergraven en steden blank te zetten. Rode vuurmieren saboteren elektriciteitscabines met hun nesten. En in de tussentijd wacht onze naakte molrat in Brussel ongeduldig op een marsorder. Nuyts doet ons zo afvragen hoe ver actie mag gaan wanneer het leven zelf op het spel staat. Is afbraak gerechtvaardigd om ruimte te maken voor opbouw? Hebben we een overkoepelend Plan nodig met instructies van bovenaf, of komen we zelf in actie, onzeker waar we zullen eindigen? Wat het ook wordt, de naakte molrat tsjirpt ons in ieder geval hoop in. ‘Worstelende mensaap, besloten in je gladde huid. Je weet niet waar je toe in staat bent.’
Aline de Jonge
Een al te menselijke molrat-verteller
Een molrat op missie die zich ingraaft onder het Vaderlandsplein in Brussel en vanuit daar de stad ondergraaft en ontwricht? Een molrat en mens die in gesprek raken en samen een intersoortelijk klimaatprotest op poten zetten? Een wonderlijk en boeiend vertrekpunt voor een verhaal. Maar zo’n fantastisch idee uitwerken brengt vele uitdagingen met zich mee. Hoe breng je het onwaarschijnlijke over zodat het geloofwaardig wordt? Hoe laat je een dier als personage spreken en hoe laat je dier en mens elkaar verstaan?
Het ongeloof van de lezer opschorten is geen sinecure; deze zover krijgen dat hij bereid is om het onlogische, onmogelijke of onwaarschijnlijk te accepteren, komt nauw. Helaas viel ik tijdens het lezen telkens uit mijn geloof. Het was de stapeling aan ongelijksoortige onwaarschijnlijkheden. Veel vragen bleven onbeantwoord, veel opgeworpen raadsels werden niet opgelost. Hoe kwam de molrat vanuit Afrika in Brussel terecht? Hoe kan dat kleine beestje in haar eentje heel Brussel ondergraven, zodat zinkgaten ontstaan en metrogangen dreigen in te storten? Hoe kon de mens een molrattentaal hebben geleerd (nota bene nog voor ze de molrat ontmoette)? Wat is precies Het Plan dat ontstaat in de molrattenkolonie in reactie op verergerende klimaatproblemen? Wat is de missie van de molrat? Is ze eigenlijk wel op missie of is ze haar kolonie ontvlucht? Veel blijft onnodig vaag. Misschien vraagt het verhaal meer overgave dan ik kon opbrengen. Misschien verdient een ambitieus debuut als dat van Nuyts meer welwillendheid van de lezer. Toch legde ik het boek niet weg, want Grondwerk heeft veel kwaliteiten die het lezen belonen.
Misschien wel de voornaamste reden om door te willen lezen is de taal. Nuyts, een begenadigd dichter, schrijft prachtige, klinkende zinnen. De taal leeft. Ritme en klank zijn zo sterk dat sommige stukken erom vragen hardop gelezen te worden. Je leest in alles hoe grondig Nuyts zich heeft ingeleefd in de molrat; hij is als het ware in haar naakte huid gekropen.
Wanneer een schrijver een dier wil laten spreken, maakt hij het, het kan niet anders, ten dele tot mens. Hij geeft het mensentaal en met die taal komt begrip en betekenis mee die niet eigen is aan het dier.
Maar hoe geef je als schrijver een dier, zeker een dier dat ons zo vreemd is, nou een stem? Dat is, helaas, niet mogelijk zonder je te zondigen aan antropomorfisme. De taal van de mens is immers niet die van het dier, zijn begrips- en betekeniskaders zijn ons volledig vreemd. Wanneer een schrijver een dier wil laten spreken, maakt hij het, het kan niet anders, ten dele tot mens. Hij geeft het mensentaal en met die taal komt begrip en betekenis mee die niet eigen is aan het dier.
Ook Nuyts ontkomt er niet aan. De molrat die in Grondwerk onder het Vaderlandsplein schuiltis een dierlijk wezen in haar zintuiglijkheid. Ze tast, luistert, ruikt, leest de trillingen in de grond. Maar verder is ze een (al te) menselijk wezen, vol menselijke emoties en bovenal bijzonder intelligent. Ze doorziet, analyseert en geeft commentaar. Op de mensheid, op de manier waarop mensen omgaan met hun omgeving, met elkaar en met de geschiedenis. Als zodanig is de molrat meer een spreekbuis voor de meningen van de schrijver, voor het punt dat hij wil maken.
Een deel van het verhaal speelt zich af in Brussel, maar een andere verhaallijn speelt in de kolonie, voordat de molrat op missie vertrekt. Daarin wordt de wonderlijk-vreemde, matriarchale en collectivistische samenleving van de naakte molrat geschetst. Nuyts heeft hierin het molrattenbestaan vertaald naar menselijke begrippen en organisatiestructuren. De molratten hebben carrières, organiseren kinderopvang, ze vergaderen, patrouilleren en bedrijven politiek. De molrat vertelt hoe ze het contact verloor met haar jeugdvriendin, een ambitieuze molrat die kolonel wordt en later koningin. Eenmaal aan de macht wijst de kolonel-koningin haar soortgenoten op de verergerende klimaatverandering en zet een grootschalig verzet tegen de mensen op touw. Anders dan haar vriendin is de molrat-verteller te dienstbaar en volgzaam om buiten de grenzen van haar kolonie te denken.
Mijns inziens was alleen dit verhaal van de molrat in haar kolonie goed genoeg geweest. Dat las als een sciencefictionverhaal à la Ursula Le Guin, waarin via een alternatieve samenleving de mens een spiegel wordt voorgehouden. Het verhaal over de molrat-vriendinnen, de brave ambtenaar en de strijdlustige visionair, die elkaar uit het oog verliezen en elkaar niet meer verstaan, is prachtig. Daar stoorde ik me niet aan het al te menselijke van de molrat-verteller. Helaas raakte deze verhaallijn verloren in het verwarrende geheel. Nuyts heeft met Grondwerk een origineel en boeiend debuut geschreven, maar het wonderlijke was meer tot zijn recht gekomen als er scherpere keuzes waren gemaakt.