Een dier is geen dier
Dieren in films zijn we geneigd te zien als symbolen. In de ogen van kijkers en critici staan onderdrukte dieren bijvoorbeeld algauw voor een onderdrukte groep mensen. Maar wie met die blik kijkt naar de dieren in populaire films mist het punt. Dat betogen Roosje van der Kamp en Kyrke Otto aan de hand van Wicked, Mickey 17 en Avatar. Hoe komt het eigenlijk dat we dieren in zulke films zo graag zien als metaforen?
My heart’s desire is to help the animals’, zegt Elpheba tegen de tovenaar in het eerste deel van Wicked. De filmserie vertelt de ontstaansgeschiedenis van de Wicked Witch of the West, de slechterik uit L. Frank Baums The Wizard of Oz. Als tiener komt Elpheba erachter dat de dieren in Oz, die van oudsher op gelijke voet met de mensen leefden, door de tovenaar worden vervolgd. Hun rechten worden stukje bij beetje ingeperkt, totdat ze uiteindelijk worden opgepakt en opgesloten. Als gevolg daarvan verliezen ze hun spraakvermogen en kunnen ze alleen nog maar blaten, mekkeren of krijsen. Elpheba, die zich als buitenbeentje in de onderdrukking van de dieren herkent, verzet zich als enige mens tegen het regime van de tovenaar en wordt zo de leider van de verzetsbeweging.
Natuurlijk moeten de dieren in dit verhaal metaforisch gelezen worden. De consensus onder kijkers is dat Wicked gaat over fascisme, jodenhaat, of in het algemeen de onderdrukking van minderheden; de dieren worden als metaforen ingezet om deze zaken aan te kaarten zonder een specifieke bestaande minderheidsgroep uit te hoeven lichten. Zoals een anonieme gebruiker op Reddit het samenvat: ‘Wicked is a social commentary. The animals represent marginalized and oppressed communities.’
De consensus onder kijkers is dat de dieren in Wicked als metaforen worden ingezet om deze zaken aan te kaarten zonder een specifieke bestaande minderheidsgroep uit te hoeven lichten.
Het feit dat de dieren van Oz worden uitgesloten, opgesloten en mishandeld, wordt dus niet gelezen als een directe kritiek op het lot van dieren in de echte wereld, die aan precies deze praktijken worden onderworpen, maar alleen als een indirecte kritiek op de manier waarop mensen worden behandeld (‘ze worden behandeld als dieren’). Deze interpretatieve beweging is zichtbaar bij meerdere films waarin een centrale rol voor dieren is weggelegd: hun onderdrukking wordt gereduceerd tot een metafoor voor andere vormen van onderdrukking. De neiging tot deze metaforische lezing is zo sterk, dat ze zelfs gekozen wordt wanneer dat ten koste gaat van de begrijpelijkheid of coherentie van het verhaal.
Labmuis
De dieren die voorkomen in Mickey 17 (2025), de nieuwste film van regisseur Bong Joon Ho, werden in veel besprekingen beschouwd als metafoor voor de inheemse volkeren van gekoloniseerde gebieden. De film gaat over Mickey Barnes, die zich bij een ruimtevaartmaatschappij aanmeldt als Expendable: een werknemer op wie risicovolle experimenten worden uitgevoerd. Deze experimenten eindigen vaak in een gruwelijke dood, maar dat geeft niks: er is namelijk een machine die steeds een nieuwe versie van de werknemer kan printen.
Het eerste deel van de film speelt zich af in het ruimteschip en gaat vooral over Mickeys ervaringen als Expendable; in het tweede deel is het ruimteschip op de planeet Niflheim geland. Mickey 17, de zeventiende iteratie van Mickey, moet onderzoek doen naar de leefbaarheid van de planeet en komt in contact met de Creepers: grommende, gezichtsloze wezens met het uiterlijk van een beerdiertje en het formaat van een zoogdier.
De film werd lauwwarm ontvangen. Volgens critici had hij niets nieuws te zeggen en was hij bovendien niet spannend, omdat Mickey toch niet echt dood kan gaan en er dus niets op het spel staat. Ook zouden de verhaallijn over Mickey en de verhaallijn over de Creepers niet genoeg verband met elkaar houden, zodat de film conceptueel warrig zou zijn.
Filmcriticus Maarten Jochems schrijft in Fantômas: ‘Met het bestaan van de Creepers lijkt de film vragen te willen oproepen rond intergalactisch kolonialisme, als een buitenaardse spiegel voor dat op aarde. Alleen weet de film klaarblijkelijk niet wat het daarover net wil zeggen – het plot springt met schijnmanoeuvres rond de kwestie heen. Met dezelfde behendigheid ontwijkt Mickey 17 de meer diepgaande repercussies van de [Expendables].’ Deze kritiek veronderstelt dat het hier gaat om twee verschillende, losstaande verhaallijnen.
Dat dit niet het geval is, wordt pas duidelijk wanneer je de dieren niet als metafoor voor inheemse volkeren leest, maar serieus neemt als dieren. Al vroeg in de film wordt een verband gelegd tussen dieren en Expendables, wanneer Mickey 17 suggereert dat zijn huidige toestand een straf is voor het ontleden van een kikker toen hij op de middelbare school zat. Mickey is nu zelf een ‘labrat’ – of liever gezegd, als we zijn naam serieus nemen, een labmuis.
Wanneer het ruimteschip geland is en Mickey 17 de bevroren planeet moet verkennen, zakt hij door het ijs en valt hij in een diep ravijn waar hij door zijn beste vriend voor dood wordt achtergelaten. Op het schip wordt daarom een nieuwe Mickey, Mickey 18, geprint. Maar Mickey 17 blijkt niet dood te zijn en wordt gered door de Creepers, die in het ondergrondse gangenstelsel wonen. Er lopen nu dus voor het eerst twee kopieën van Mickey rond. Die kopieën zijn fysiek dan wel gelijk, maar blijken een heel andere persoonlijkheid te hebben. Mickey 18 is een stoere, hardvochtige kerel die door zijn vriendin ‘Habanero Mickey’ gedoopt wordt, en Mickey 17 is de zachtaardige, naïeve ‘Mild Mickey’.
De film Mickey 17 laat zien dat proefdieren, hoe vervangbaar ze ook lijken, uiteindelijk toch individuen zijn.
De film laat op deze manier zien dat proefdieren, hoe vervangbaar ze ook lijken, uiteindelijk toch individuen zijn. Precies hetzelfde geldt voor de Creepers, die in eerste instantie een woelige massa lijken, maar gaandeweg blijken te bestaan uit individuen met een naam, familie en persoonlijkheid. Mickey en de Creepers zijn dus slachtoffers van dezelfde misvatting, en het is door het perspectief van Mickey dat wij in staat zijn om in te zien dat de Creepers ook onze sympathie verdienen. Dit is dezelfde beweging die in Wicked wordt gemaakt, waarin we ons via Elpheba inleven in de onderdrukte dieren.
De irreduceerbaarheid van Mickey en die van de Creepers zijn twee kanten van dezelfde munt. Wanneer je de Creepers als metafoor voor onderdrukte mensen ziet, wordt de film incoherent omdat de Expendable-plotlijn en de Creepers-plotlijn niets met elkaar te maken lijken te hebben. Het probleem is niet dat Mickey, een mens, wordt gebruikt als proefdier, maar dat (proef)dieren überhaupt als vervangbare dingen behandeld worden. De film laat ons eerst inzien dat Mickey een individu is, en vraagt ons daarna om dat inzicht breder toe te passen.
De film eindigt wanneer Mickey 17 de menselijke printmachine met een druk op de knop opblaast. Besprekingen van de film noemden dit een teleurstellende ontknoping, omdat Mickey met het opblazen van de machine eindelijk dood kan gaan en er dus nu pas iets op het spel staat. Maar de film maakt duidelijk dat elke Mickey een eigen Mickey is: Mickey als ‘soort’ zal wel blijven voortbestaan zolang de machine werkt, maar elke individuele Mickey gaat echt dood. Als je denkt dat er de hele tijd niets op het spel heeft gestaan, ben je dus gevallen voor de retoriek dat Mickey echt ‘expendable’ is.
De stem en de naam
Waarom bestaat er zo’n sterke neiging om films waarin dieren een belangrijke rol spelen alleen metaforisch te lezen? Misschien voelen mensen zich gerechtvaardigd in zo’n lezing doordat de dieren in films vaak een taal spreken, een mensentaal of een taal die naar de mensentaal kan worden omgezet. In Wicked spreekt zowel mens als dier Engels; in Mickey 17 wordt er een vertaalmachine uitgevonden die het gegrom van de Creepers omzet naar een voor de mensen begrijpelijke taal. De gedachte is dat de dieren in onze wereld niet over taal of stem beschikken, en dat de dieren in de film dus niet kunnen staan voor deze echte dieren, maar een metafoor moeten zijn voor een bepaalde groep mensen.
Waarom bestaat er zo’n sterke neiging om films waarin dieren een belangrijke rol spelen alleen metaforisch te lezen? Misschien omdat de dieren in films vaak een taal spreken.
In lijn daarmee wordt ook het feit dat de dieren in Wicked hun stem verliezen uitsluitend overdrachtelijk gelezen. De ‘stem’ wordt geïnterpreteerd als een politieke metafoor: de onderdrukking van de dieren leidt tot het verlies van hun rol als burgers van Oz, en dat wordt veruitwendigd door het verlies van hun letterlijke vermogen om te spreken. Ontkennen dat iemand over taal beschikt, het iemand verbieden of onmogelijk maken om zich uit te drukken, of simpelweg niet luisteren naar wat iemand te zeggen heeft – het zijn allemaal manieren om iemand diens stem te ontnemen. Zoals de geit Dr. Dillamond zegt, vlak voordat hij wordt opgepakt: ‘If you make it discouraging enough, you can keep anyone silent.’ En als je maar vroeg genoeg begint, kun je ook de ontwikkeling van de stem in de kiem smoren: de jonge welp die gevangen wordt genomen en door Elpheba en haar vriend Fiyero wordt bevrijd in een eerste daad van verzet, zou nooit hebben geleerd om te spreken als hij in gevangenschap zou zijn opgegroeid.
Maar waarom zou je dit alleen als metafoor moeten lezen? De dieren met wie wij in werkelijkheid de wereld delen kunnen zich wel degelijk uitdrukken, op verbale en non-verbale manieren. Het probleem is juist, precies zoals in Wicked, dat de meeste mensen niet de moeite nemen om te proberen hen te begrijpen of zelfs maar naar hen te luisteren. Er wordt bij voorbaat ontkend dat ze een stem zouden kunnen hebben, en ze worden op deze manier (politiek) monddood gemaakt. Bovendien krijgen veel dieren die in gevangenschap opgroeien, en niet door hun ouders of soortgenoten worden grootgebracht, niet de gelegenheid om hun eigen communicatievormen te ontwikkelen.
De kwestie van de dierentaal houdt ook nauw verband met het thema van de individualiteit van specifieke dieren, omdat talige dieren hun eigen namen kunnen hebben. De Creepers in Mickey 17 spreken een complexe taal, die de mensen in eerste instantie alleen voor gegrom aanzien. Pas als er een vertaalmachientje wordt ontwikkeld, ontdekt Mickey 17 dat de kleine Creeper die eerder door de mensen is gedood, een baby was en een naam had: Luco. Ook de baby die op het schip in gijzeling is genomen heeft een naam: Zoco. Op dit moment realiseert zowel de kijker als Mickey 17 zich dat elk van de krioelende, gezichtsloze wezentjes als individu geliefd is door zijn familieleden.
Net als de Creepers, hebben de Mickeys in eerste instantie geen naam. Ze worden geïdentificeerd, zoals de dieren in laboratoria of de vleesindustrie, aan de hand van hun versienummer. Die nummers wijzen erop dat de verschillende Mickeys alleen maar gelden als iteraties van de ‘soort’ Mickey, en niet als individuen. Zodra Mickey 17 en 18 tegelijkertijd op het toneel verschijnen, zien we dat zij wel degelijk twee heel verschillende personen zijn. Wanneer Mickeys vriendin ‘17’ en ‘18’ op hun borst schrijft om hen uit elkaar te houden, of wanneer de autoritaire leider Kenneth Marshall Mickey 18 brandmerkt door een heet ijzer tegen zijn wang te houden, komt dit als een schok voor de kijker. Is zo’n markering echt nodig? Is het niet overduidelijk hoezeer de twee Mickeys van elkaar verschillen?
Ecologisch reductionisme
Mensen worden vaak beschouwd als de enigen die aanspraak kunnen maken op individualiteit, terwijl dieren op allerlei manieren worden gereduceerd tot hun soortwezen. Dit is duidelijk in het geval van proefdieren: wetenschappelijke accuraatheid vereist immers reproduceerbaarheid. In een dierproef gaat het niet om de capaciteiten van individuele muizen, maar om de manier waarop ‘de Muis’ reageert op verschillende (vaak verschrikkelijke) omstandigheden. Ook is het duidelijk zichtbaar in de bio-industrie: dieren zijn vleesproducten of machines die melk en eieren produceren. Maar ook in de manier waarop over wilde dieren wordt gesproken is een vergelijkbare reductie zichtbaar, omdat de uitsterving van soorten vaak belangrijker wordt geacht dan het lijden van individuele dieren.
Het is gek dat het dierenactivistische element in Avatar nauwelijks aandacht krijgt, omdat de film steeds de nadruk legt op de individuele ervaring van dieren.
Dit laatste komt tot uiting in de ontvangst van de Avatar-filmreeks. Net als Mickey 17 wordt Avatar gelezen als een metafoor voor kolonialisme, maar hier wordt dit thema gekoppeld aan de vernietiging van de planeet. De Avatar-films zijn beschreven als environmental action movies: films die het thema van ecologische vernietiging centraal stellen. Zoals filmcriticus Kolya Shields naar aanleiding van de tweede film in Orion Magazine schrijft: Avatar is een ‘almost transparent allegory for global warming and environmental devastation’. Je zou op het eerste gezicht kunnen denken dat deze lezing de dieren welals dieren serieus moet nemen, maar ook hier is sprake van een reductie tot hun soort.
In Avatar hebben de mensen de maan Pandora gekoloniseerd om grondstoffen te delven en het kostbare goedje Amrita te winnen. Dit wordt geproduceerd in de hersenklieren van de Tulkun, een soort potvis, en kan gebruikt worden om het menselijk verouderingsproces stop te zetten. De mensen in de film maken geen onderscheid tussen het delven van mineralen uit de grond en het jagen op dieren om stoffen uit hun lichamen te winnen.
In de ontvangst van Avatar worden het leed en de dood van de Tulkun vooral serieus genomen voor zover ze verband houden met het uitsterven van hun soort en het instorten van hun ecosysteem. Het is gek dat het dierenactivistische element in Avatar nauwelijks aandacht krijgt, omdat de film steeds de nadruk legt op de individuele ervaring van dieren, waaronder de pijn die de Tulkun ervaren bij de jacht en de rouw die ze voelen om hun vermoorde familieleden. Bovendien staat deze ecologische lezing op gespannen voet met de persoonlijke connectie tussen de mensachtige bewoners van Pandora en individuele dieren: elke Na’vi vormt een diepe, levenslange band met een specifiek dier, door via tentakels in het haar een neurale verbinding met hen aan te gaan.
Ook Avatar wordt incoherent wanneer je de dieren niet centraal stelt. Omdat we de wereld van Pandora leren kennen via de blik van Na’vi, is het duidelijk dat de blik van de mensen, die de Tulkun alleen als grondstof zien, fout is. Maar zodra je de films ziet als een verhaal dat in de eerste plaats om ecologische vernietiging draait, neem je de Na’vi blik, waarin dieren tellen als individuen, niet serieus genoeg en blijf je hangen in het menselijke perspectief dat de film juist bekritiseert. In de eco-lezing van Avatar worden de dieren misschien niet gezien als metaforen voor iets anders, maar is er nog steeds geen oog voor de dieren zelf.
Echte dieren
Wicked, Mickey 17 en Avatar gaan over dieren. Dat we ze ook daadwerkelijk als dierenactivistische films moeten lezen, wordt nog eens bekrachtigd door uitspraken van de cast en crew van deze drie films. Regisseur James Cameron zei het volgende over de catering op de set van Avatar: The Way of Water (2022): ‘We have to walk the walk. We have to live our lives … consistent with the message of the films. So we’re all going to eat vegan on this production.’ Ook op de set van Wicked waren dierenrechten een gesprekspunt: niet alleen zijn hoofdrolspelers Ariana Grande en Cynthia Erivo al sinds 2013 uitgesproken veganisten, maar ook Jeff Goldblum, die de tovenaar speelt, zegt door de film gestopt te zijn met het eten van vlees. Wat Mickey 17 betreft: regisseur Bong Joon Ho maakte in 2017 al Okja, een film die expliciet gaat over de gruwelen van de bio-industrie.
We zijn blind geworden voor de echte dieren: de metaforische dieren zitten in de weg. Dit heeft te maken met het idee dat het iets kinderachtigs heeft om veel om dieren te geven.
Waarom is het blijkbaar dan toch zo aantrekkelijk om de dieren in deze films als metaforen te zien, en de dierenactivistische boodschap te negeren? Misschien komt het door alle kinderboeken, fabels, sprookjes en animatiefilms waarin dieren structureel worden ingezet als symbolen, allegorieën of karikaturen van het menselijke dat deze lezing natuurlijker is gaan voelen dan de letterlijke. We zijn blind geworden voor de echte dieren: de metaforische dieren zitten in de weg. Dit heeft te maken met het wijdverbreide idee dat het iets kinderachtigs heeft om veel om dieren te geven, en al helemaal om hen serieus te nemen als politieke subjecten. Dieren zijn geen deel van de grotemensenwereld. Als een film gaat over de onderdrukking van dieren, houdt de grotemensenlezing dus in dat dit een verwijzing moet zijn naar iets dat wel een serieus probleem is, zoals kolonialisme, fascisme, of ecologische ontwrichting. In zo’n lezing zijn de dieren niets meer dan een frivool instrument.