Advertentie
2026-4 – BOOM Banner DNBG voor site

Slodderwetenschap

Aanzien en roem kunnen wetenschappers helpen meer onderzoeksgeld te verwerven. Een perverse prikkel, want daardoor loont het om claims op te pompen in tv-programma’s en zelfs neptijdschriften en nepconferenties te verzinnen. Ruud Abma bespreekt een pijnlijk voorbeeld daarvan uit Sloppy Science en sluit zich aan bij Van Pelts suggesties om het tij te keren.

Besproken boeken

Nederlanders hebben veel vertrouwen in de wetenschap, zo constateerde het Rathenau Instituut in 2025. Op grond van het boek Sloppy Science van wetenschapsjournalist Stan van Pelt zou je kunnen concluderen dat dat onterecht is. Er wordt namelijk nogal wat gesjoemeld in onderzoek en bij de publicatie van onderzoeksresultaten. De oorzaak daarvan: belangen, belangen, belangen. 

Om te beginnen zijn er de belangen van onderzoekers: voor hun eigen reputatie doen zij er goed aan veel te publiceren, bij voorkeur in tijdschriften met veel aanzien, zoals Nature en Science. Als dat lukt, kunnen ze gemakkelijker geld binnenhalen voor nieuw onderzoek. Dat alles straalt gunstig af op de universiteit waar die onderzoekers aan verbonden zijn, en maakt ook de samenwerking met commerciële partners gemakkelijker. Daar profiteert iedereen van, zo is het idee.

In het tv-programma De Wereld Draait Door raakte Matthijs van Nieuwkerk niet uitgepraat over ‘die knappe koppen’. Als onderzoekers zelf zich hierdoor ook laten meeslepen kan het gebeuren dat claims overdreven worden.

De roes die zo’n succesverhaal met zich meebrengt wordt vaak verhevigd door media-aandacht. In het tv-programma De Wereld Draait Door raakte Matthijs van Nieuwkerk niet uitgepraat over ‘die knappe koppen’. Als onderzoekers zelf zich hierdoor ook laten meeslepen kan het gebeuren dat claims overdreven worden en de onderzoeksresultaten te positief voorgesteld. Sloppy Science geeft hiervan een stortvloed aan illustratieve voorbeelden. Ik licht er één uit.

Verwijtbare onzorgvuldigheid

In het hoofdstuk ‘Het majoranamysterie’ schetst Van Pelt het meervoudige krachtenspel rond de ontdekking van majoranadeeltjes in het laboratorium van hoogleraar Leo Kouwenhoven aan de TU Delft. Die deeltjes zijn van groot belang voor het ontwikkelen van stabiele kwantumcomputers: supercomputers die veel berekeningen tegelijkertijd kunnen uitvoeren en dus geschikt zijn voor de meest complexe doeleinden. 

Kouwenhoven heeft onder andere door een publicatie in Science dan al wereldfaam verworven. Microsoft ziet in hem de ideale kandidaat om de prestigieuze kwantumcomputer te helpen ontwikkelen en weet hem in 2016 tot een overstap te bewegen, waarbij hij – onbezoldigd – zijn Delftse hoogleraarsfunctie behoudt. In 2018 slaagt het team van Kouwenhoven erin het bewijs te leveren voor het bestaan van de majoranadeeltjes en volgt een spraakmakende publicatie in Nature. Een jaar later opent koning Willem-Alexander het nieuwe Quantum Laboratorium, waarmee Delft de ‘quantumhoofdstad van Europa’ moet worden. 

Maar het loopt anders. In experimenten van een groep Amerikaanse kwantumonderzoekers (onder wie een oud-collega van Kouwenhoven) verschijnen de majoranadeeltjes, ondanks een identieke werkwijze, niet. Ze vragen de meetgegevens op en constateren dat het artikel in Nature de zaken te mooi voorstelt en dat de conclusie over de majoranadeeltjes niet gerechtvaardigd is. Moet het artikel worden teruggetrokken? 

Een door de TU Delft ingestelde integriteitscommissie oordeelt dat de auteurs ten prooi waren gevallen aan confirmation bias: ‘door de opwinding van het moment blind geworden voor de meetgegevens die niet pasten bij hun doel’. De TU noemt het ‘een lichte integriteitsschending’. Ook het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit vindt dat de fouten in het artikel ‘verwijtbaar onzorgvuldig’ zijn. In 2021, drie jaar na publicatie, trekken Kouwenhoven c.s. het Nature-artikel terug, en weer een jaar later neemt Microsoft afscheid van Kouwenhoven als medewerker.

Er valt over deze zaak nog veel meer te vertellen (en Van Pelt doet dat ook), maar alleen al het bovenstaande kan duidelijk maken hoezeer belangen een rol spelen: een smet op het blazoen van onderzoekers tast ook de reputatie van de universiteit aan en voor techgigant Microsoft, die vol had ingezet op majorana’s als basis voor kwantumcomputers, was het terugtrekken van de bewuste publicatie moeilijk te verkopen aan de aandeelhouders. Kouwenhoven was verbolgen over de uitgebreide reconstructie van de zaak die Van Pelt publiceerde in de Volkskrant – een tegenhanger van eerdere ronkende persberichten over de gevonden majorana’s. Kouwenhoven kwam in 2024 wel weer in dienst van de TU Delft, maar moest constateren dat het met zijn hoge status gedaan was.

Competitiemodel

Integriteitsschendingen in de wetenschap zijn niet nieuw, maar Van Pelt merkt terecht op dat er vanaf de jaren negentig een competitiemodel werd gecreëerd dat de prestatiedruk opvoerde en daarmee ook de neiging bij wetenschapsbeoefenaren vergrootte om bochtjes af te snijden in hun onderzoek en de presentatie van hun resultaten. De wetenschap werd steeds vaker getypeerd als topsport en ‘daar moet je alles voor opzij zetten’ – dus ook een al te scrupuleuze publicatiecultuur.

Wetenschap is geen topsport. De dolgedraaide publicatiefabrieken die universiteiten de laatste halve eeuw geworden zijn moeten worden uitgebannen.

Sloppy Science vormt een actualisering ten opzichte van eerdere publicaties als Ontspoorde wetenschap (2012) van Frank van Kolfschooten en Tussen fout en fraude (2014) van Kees Schuyt. Van Pelt noemt deze voorgangers niet, zoals hij überhaupt karig is met literatuurverwijzingen (die staan wat losjes door de tekst gestrooid). Wel is het interessant om te lezen hoe de omvorming van wetenschappelijke instituties tot ‘bedrijven’ nieuwe fenomenen in het leven roept als ‘neptijdschriften’ en ‘nepcongressen’, waaraan flink geld verdiend wordt. 

Aan het slot concludeert Van Pelt dat burgers het vertrouwen in de wetenschap niet hoeven te verliezen. Zeker waar bevindingen maatschappelijk in de praktijk worden gebracht was en is er sprake van check and double check. Bovendien zijn universiteiten, onderzoeksinstituten en wetenschappelijke tijdschriften steeds waakzamer geworden op misstanden. Niettemin vindt Van Pelt dat er ingrijpender maatregelen nodig zijn om ontsporingen de wereld uit te helpen. Tijdschriften moeten bijvoorbeeld veel sneller en strenger handelen als er wetenschappelijk wangedrag is geconstateerd. Nog beter is het om überhaupt te stoppen met door commercie beheerste tijdschriften. Waarom zou men in de wetenschappelijke wereld niet zelf tijdschriften gaan uitgeven? Om slodderwetenschap echt uit te bannen moet volgens Van Pelt alle onderlinge competitie in de wetenschap radicaal afgeschaft worden en plaatsmaken voor een collegiaal model waarin een gedeeld verantwoordelijkheidsgevoel bestaat. Wetenschap is geen topsport. De dolgedraaide publicatiefabrieken die universiteiten de laatste halve eeuw geworden zijn moeten worden uitgebannen. Van Pelt heeft hierin volkomen gelijk, maar de cruciale vraag blijft: hoe verminder je de greep van het bedrijfsleven op het wetenschappelijk onderzoek? Hier ligt een mooie opgave voor Rianne Letschert, enkele jaren terug initiatiefnemer van het vernieuwende beoordelingsmodel ‘Erkennen en waarderen’ en nu onze nieuwe minister van Onderwijs.