Advertentie
2026-2 – Banner Sommer dNBg (voor website)

Infinite Digest

Vaste columnist voor de Nederlandse Boekengids Daphne de Heer zoekt er de kracht voor: ieder nummer haar kijk op kwesties in de wereld van de Nederlandse literatuur. In deze aflevering legt ze uit waarom ze zo moe wordt van het mediacircus rondom de nieuwe vertaling van David Foster Wallace.

Na wekenlang overladen te zijn met jubelrecensies en essays over Infinite Jest (Eindeloos vertier, vertaling Robbert-Jan Henkes) begreep ik de Amerikaanse comedian Jamie Loftus, die op YouTube Foster Wallace’s vermeende meesterwerk pagina voor pagina opeet, een stuk beter. Ze kwam op deze verzetsdaad nadat ze voor de zoveelste keer ge-FosterWallaceplained was door een lit bro met een eenzijdige opvatting over wat iedereen briljante literatuur zou moeten vinden.

De homogeniteit van de Nederlandse literatuurkritiek veroorzaakte de afgelopen weken een bekend gevoel van constipatie, met haar eindeloze geblaat over de eindeloze genialiteit van David Foster Wallace, waarbij met ontstellend gemak zijn weinig prettige houding ten aanzien van vrouwen en andere onderdrukte groepen werd weggelaten of in een bijzin werd weggepropt. Ik las de stukken – vakontwikkeling, volgens mijn boekhouder – en dacht alleen maar: ok, en waarom precies zou ik (en met mij nog vele, vele mensen) dit een interessant boek moeten vinden? Het voelde vooral als een millennialchallenge literair overtoepen en tellen wie na afloop de meeste Bourdieu-puntjes had verzameld. Zo goed als de literaire millennial bro’s (v/x/m) zijn in het afvliegen op de glimmende kroonjuwelen van de meta-postmoderne nineties lit, zo blind lijken ze te zijn voor hun eigen literaire arrested development

De nineties behoren ondertussen tot het domein van de nostalgie, en we weten: waar nostalgie de overhand heeft, worden progressieve krachten ondermijnd.

De nineties behoren ondertussen tot het domein van de nostalgie, en we weten: waar nostalgie de overhand heeft, worden progressieve krachten ondermijnd. Het domein van de (nog resterende) literatuurkritiek waarin de canon van de toekomst wordt gekweekt, wordt, op enkele betekenisvolle uitzonderingen na, beheerst door enerzijds literaire kliekjes die het veel te veel met elkaar eens zijn (Tove Ditlevsen!!) of eilandjes waarop iedereen haar stokpaardje zit te berijden. De grote groepen lezers die wel doorhebben dat de terreinwinst binnen de letteren zich op geen enkele manier meer verhoudt tot David Foster Wallace worden in de media die ertoe zouden moeten doen niet tot nauwelijks gerepresenteerd.

Het is hard zoeken naar een literair beschouwer van kleur bij de landelijke dagbladen, de opiniebladen of bij de radio en televisierubrieken waar aandacht aan literatuur wordt besteed. Nu ik erover nadenk zijn ze ook allemaal behoorlijk cishetero of Nina Polak. Gelukkig hebben we OneWorld, De Kanttekening en Omroep Zwart, broodnodige media, die een heel belangrijk segment innemen binnen het cultuurlandschap, maar ook ontstaan zijn vanuit de wrevel dat er binnen de redacties van oudere media weinig oog lijkt te zijn voor diversificatie.

Iedereen welkom heten in je vakgebied, je beroepspraktijk, je leefwereld, vergt aandachtigheid en oprechtheid. Je verliest niets door je deuren wat wijder open te zetten, door je netwerk te vergroten en kennis te maken met mensen die misschien wat minder op jou lijken en waarschijnlijk een andere smaak hebben.

Aan ons tijdsgewricht ligt het niet, er gebeurt genoeg, waarom vinden we die beweging dan niet terug in de Nederlandse literatuurkritiek? Dat wil zeggen, als je vindt dat literatuur zich in het domein van de kunsten bevindt en dat dat domein doorgaans op zoek is naar al dan niet radicale vernieuwing.

Bij de Theaterkrant, een toonaangevend medium voor de podiumkunsten – vergelijkbaar met dNBg, maar met een groter bereik – hebben ze het beter begrepen: daar begonnen ze in 2023 met (on)Gehoorde theaterkritiek, een talentontwikkelingstraject gericht op schrijvers/critici van kleur. Waarom bestaat zoiets niet binnen de literatuurkritiek? Ik vermoed omdat er geen urgentie wordt gevoeld, wat al blijkt uit het feit dat er geen belangenpartij is, zoals The Need for Legacy dat is voor de theaterwereld. 

Iedereen welkom heten in je vakgebied, je beroepspraktijk, je leefwereld, vergt aandachtigheid en oprechtheid. Je verliest niets door je deuren wat wijder open te zetten, door je netwerk te vergroten en kennis te maken met mensen die misschien wat minder op jou lijken en waarschijnlijk een andere smaak hebben. Wie nieuwe stemmen omarmt en mee laat doen, krijgt er niet alleen een nieuwe lezersschare bij, maar ook een ander gesprek over waar literatuur vandaag de dag over gaat, in welke ruimtes nieuwe scheuten groeien. De cultuur- en literatuurbijlages voelen verstard en old skool aan, er wordt vastgehouden aan oude ideeën over ‘briljante’ literatuur (uitleggen hoe briljant Foster Wallace is, is net zoiets als zeggen dat je de allerleukste geliefde van de wereld hebt, het gaat vooral over jezelf). We hebben nieuwe stemmen nodig in de literatuurkritiek, juist om te voorkomen dat de huidige stemmen straks alleen nog maar tegen elkaar praten.