Advertentie
Banner DBNG 2026 #2

Het is tijd voor een nieuw hoofdstuk

Sommige lezers willen korte, snappy hoofdstukjes, andere kiezen voor een ‘wiegende zee van woorden’. Guido van Hengel las een letterkundige studie naar de geschiedenis van ‘het hoofdstuk’ en concludeert dat je ook buiten het boek goed kunt nadenken over hoe je een verhaal opdeelt. ‘Hoofdstukken geven mensen de ruimte om op adem te komen, om ordening aan te brengen in de overweldigende, chaotische werkelijkheid.’

Besproken boeken

Wie weleens in een boekhandel komt, weet dat ‘boekjes’ populair zijn. Nu lagen er altijd al boekjes bij de kassa, maar tegenwoordig brengen vrijwel alle Nederlandse uitgeverijen boekjes uit, bedoeld voor mensen met een korte aandachtsspanne. Je vindt ze niet alleen bij de kassa, maar ook op de tafels en de planken: boekjes over wandelingen, treinreizen, kleuren, sterrenbeelden. Vooral De Correspondent brengt zijn boekjes als hapklare brokken. Wat is fascisme? – dat werk. Het binnenwerk van die boekjes: witregels, korte hoofdstukken, veel tussenkoppen met vraagtekens, en ademruimte.

Kekke boekjes en Krasznahorkai – het zijn twee verschillende leeservaringen. Een schotel met daarop drie à vier bonbonnetjes of een massief desembrood. Hoe wilt u de tekst opgediend krijgen?

Vanuit dat perspectief is het interessant en ook wel grappig dat de Nobelprijs voor de Literatuur in 2025 werd toegekend aan László Krasznahorkai. De Hongaarse brombeer schrijft niet voor mensen met een korte aandachtsspanne. Integendeel. Hij excelleert in lange stroperige zinnen (soms uitgesmeerd over een heel boek) die trage scènes oproepen met ondoorgrondelijke personages, eindeloos mompelend, prakkiserend, doordravend op niets minder dan Grote Thema’s. Ook vertikt Krasznahorkai het om zijn teksten op te knippen in korte hoofdstukjes, en aan alinea’s doet hij zelden. De lezer moet zich maar mee laten voeren in een deinende, wiegende zee van woorden.

Kekke boekjes en Krasznahorkai – het zijn twee verschillende leeservaringen. Een schotel met daarop drie à vier bonbonnetjes of een massief desembrood. Hoe wilt u de tekst opgediend krijgen?

Cesuren en een nieuw begin

De Hongaarse Nobelprijslaureaat wordt meermaals genoemd aan het einde van het opmerkelijke The Chapter van Nicholas Dames. Hierin analyseert de Amerikaanse literatuurwetenschapper ruim twee millennia geschiedenis van ‘het hoofdstuk’ en de menselijke behoefte om ordening aan te brengen in de chronologie. Hij begint bij Griekse samenvattingen en Romeinse wetteksten, en meandert dan via de Bijbelboeken en de chaotische hoofdstukken van Don Quichot, de befaamde tijdservaring in Tolstojs Oorlog en vrede, de circadiaans-dickensiaanse hoofdstukken (die ’s ochtends beginnen met het ontwaken en eindigen met de nachtrust) door tot aan de stream of consciousness en de postmoderne roman.

Waar je vroeger week na week uitkeek naar de volgende aflevering van een televisieserie, kijk je nu in één avond, met vierkante ogen, een heel seizoen aan afleveringen op Netflix

The Chapter gaat over hoofdstukken, maar Dames doet je vooral nadenken over onze verhouding tot de tijd. Wanneer eindigt een episode, in een boek of in het leven (of een samenleving)? Hoe verhouden de pauzes in de tekst zich tot de pauzes in de beleefde tijd? De mens beschikt over onverwoestbare narratieve neigingen om betekenis (en vorm) te geven aan een voortdurende stroom gebeurtenissen en ontwikkelingen – zowel de trage (geologische en geografische) als de vluchtige (Trump post weer iets debiels op Truth Social). Het is allemaal tegen beter weten in, een strohalm in de tijd, of zoals Thomas Mann zijn personage Serenus Zeitblom liet mopperen in Doctor Faustus: ‘Omdat ik alleen uit consideratie met de lezer, die altijd naar rustpunten, cesuren en een nieuw begin uitkijkt, datgene in verschillende hoofdstukken heb opgedeeld dat, als men mij, schrijver, naar mijn oprechte, moreel verantwoorde mening zou vragen, geen enkel recht op zulk een onderverdeling kan doen gelden…’

Die lezer ook altijd! Hij wil zijn tekst voorgesneden krijgen.

Het einde van het hoofdstuk

De woordenstroom van László Krasznahorkai doet zowel archaïsch als modern aan. Ja, hij is een bebaarde, witte, traditionele intellectueel die veel vraagt van zijn lezers en weigert te werken met hapklare brokken. Maar aan de andere kant spiegelt zijn onafgebroken gedachtestroom ook de huidige, vooral digitale ervaring van nieuws en entertainment. Want die snappy boekjes met korte hoofdstukken doen het goed in de boekhandel, maar het leven buiten de letteren valt nauwelijks nog te behappen. De ochtendkrant vertelt niets nieuws, want dat heb je allemaal al online gelezen. De informatie stort op je neer, zonder onderbreking, zonder pauze. Algoritmes op sociale media maken dat je eindeloos blijft doorscrollen; de filmpjes lopen in elkaar over en verworden tot een visuele, hoofdpijnbevorderende brei. Waar je vroeger week na week uitkeek naar de volgende aflevering van een televisieserie, kijk je nu in één avond, met vierkante ogen, een heel seizoen aan afleveringen op Netflix. Of neem Spotify: door te shuffelen vergeet je de doordachte constellatie en ordening van ‘het album’, waarbij elk nummer een functie heeft in een groter geheel. Ook wij op de redactie van de Nederlandse Boekengids denken na over de volgorde van de essays in de papieren editie, en hoe de verschillende thema’s op elkaar aansluiten. Wie dit nu online leest, ontgaat dat.

Naar de metafoor van het leven als reis, fungeert het hoofdstuk als een spreekwoordelijke herberg – een plek waar je tot rust komt en rond kunt kijken. Sommige herbergen zijn aangenamer dan andere, en daar wil je langer verpozen. Bij andere besluit je zo snel mogelijk door te reizen.

Zo lijkt The Chapter ook een elegie – een in memoriam. Een laatste hoofdstuk in de geschiedenis van het hoofdstuk. Want hoofdstukken geven mensen al heel lang de ruimte om op adem te komen, om ordening aan te brengen in de overweldigende, chaotische werkelijkheid. Om te reflecteren en even afstand te nemen tot de chronologie. Ter illustratie noemt Dames hierbij de opdelingen van de leergesprekken van Epictetus (de tweede-eeuwse stoïcijnse filosoof), zoals aangebracht door diens leerling Arrianus. Naar de metafoor van het leven als reis, fungeert het hoofdstuk als een spreekwoordelijke herberg – een plek waar je tot rust komt en rond kunt kijken. Sommige herbergen zijn aangenamer dan andere, en daar wil je langer verpozen. Bij andere besluit je zo snel mogelijk door te reizen.

De herberg is slechts een van de vele metaforen die voorbijkomt in dit soms wat droge literatuurwetenschappelijke werk. De overgang van het ene naar het andere hoofdstuk kan ook een drempel zijn, een jaarring, een nacht, een dag, een grens, een transitie. En vergeet de nummers niet. Verder analyseert Dames op nogal nerdy wijze de lengte van hoofdstukken, en vergast hij de lezer op statistiekjes van woordenaantallen. Daarbij vergeet je soms de samenballende gedachte van dit boek, namelijk dat het hoofdstuk gaat over het ritme en de ordening van de tijd.

De tijd in stukjes

Er wordt tegenwoordig veel gefilosofeerd over de soms verstikkende dominantie van de (westerse) lineaire tijdsopvatting. Mensen als Jenny Odell of Hartmut Rosa, en in Nederland Joke Hermsen, Marli Huijer en Miriam Rasch hebben er interessante dingen over geschreven. Niet zelden grijpen ze terug op Henri Bergson en zijn concept van de durée, en verwijzen ze naar andere tijdspercepties, zoals de cyclische, vitale, kairotische, of mythologische. Het hoofdstuk, echter, is en blijft bij uitstek een instrument dat hoort bij de lineaire tijd.

Met enige aarzeling werk ik nu toe naar het einde van deze bespreking. Een clou of conclusie zou aardig zijn. Daar zit u misschien zelfs op te wachten – gewend aan de formats.

Maar daar komt een interessante paradox of zelfs ironie om de hoek kijken. Juist de dwingende chronologie (of chronocratie?) van de hoofdstukken die eigenlijk altijd van één naar twee naar drie (enz.) lopen, kunnen we – als schrijvers, en ook een beetje als lezers – saboteren door te talmen, te vertragen, terug of door te bladeren, of tijd en plaats stil of apart te zetten. Dames zegt daarover: het hoofdstuk is een norm, en een manier om je te bevrijden van die norm.

Dat maakt dit boek ook interessant voor mensen die geen boeken meer lezen. Want het ‘hoofdstuk’ als metafoor doorkruist onze politieke en persoonlijke taal – misschien nu wel meer dan ooit. Sinds de coronapandemie spreekt men over ‘de nieuwe wereld’ (zie het YouTube-kanaal) en gaat elke verkiezingsoverwinning gepaard met de retoriek van een ‘nieuw begin’. Historici dicteerden begin jaren negentig al een ‘End of History’ en tegenwoordig horen we veel over een ‘nieuw hoofdstuk’ in de trans-Atlantische betrekkingen. Dat roept de vraag op van Jacques Le Goff: Must we divide history into periods? Komen tijdperken vanzelf, als seizoenen, of knippen wij in de tijdlijn? En zo ja, wie is ‘wij’? De uitvoerende politici, de woedende massa’s, of de wetenschappers? En waarom? En wanneer wordt of is een hoofdstuk ‘afgesloten’?

Met enige aarzeling werk ik nu toe naar het einde van deze bespreking. Een clou of conclusie zou aardig zijn. Daar zit u misschien zelfs op te wachten – gewend aan de formats. Dit is geen pleidooi voor kekke boekjes of Krasznahorkai. Het is eventueel een reminder, om na te blijven denken over de macht van het hoofdstuk, en waarom en wanneer je het eindigt, of begint. Want uiteindelijk zijn het mensen die hoofdstukken maken en ernaar leven en beleven – binnen en buiten het boek.