Advertentie
2026-4 – BOOM Banner DNBG voor site

Voorbij de fictie. Ontwikkelingen in de hedendaagse Franse literatuur

In de Franse literatuur zijn de afgelopen jaren feit en fictie steeds meer met elkaar vermengd. Franse romanciers van Annie Ernaux tot Mohamed Mbougar Sarr verwerkten autobiografische en politieke feiten op verschillende manieren in hun romans. Marjolein Corjanus schetst de recente ontwikkeling van de Franse roman en geeft meer dan 25 leestips voor deze zomer.

Besproken boeken

Het gebruik van fictie is niet meer toonaangevend voor het Franse predicaat ‘roman’. De verbeelding is nog vaak aanwezig in dystopische romans en in de francofonie waar de fictionele invalshoek zijn meerwaarde behoudt. Een feitenrelaas is echter onontkoombaar wanneer de schrijver aandacht vraagt voor misstanden uit heden of verleden. Anderszins kan de schrijver ook kiezen voor een eerbetoon aan het werk of het bestaan van een ander persoon en biedt daarmee in zijn ‘roman’ een zelfgekozen perspectief dat vaak beweegt tussen feiten en fictie.

In de afgelopen decennia heeft de roman in Frankrijk een steeds meer hybride karakter gekregen. Schrijvers eisen de aandacht met genres als autobiografie en autofictie of doen verslag van andermans leven (biofictie). Echte fictie floreert nu voornamelijk in dystopische romans en ook in de francofonie, waar de verbeelding een grote rol speelt bij het schetsen van een geschiedenis of een (utopische) toekomst. Opvallend is hoeveel romans van de herfstrentrée van 2025 aansloten bij de thematiek van relaties binnen een gezin of familie en hoe daarbij betrekkelijk weinig fictie werd gebruikt.

Het feitenrelaas als aanklacht

Soms dient een boek vooral om misstanden of daaruit voortgekomen eigen trauma’s op schrift te stellen. De schrijver heeft dan de verantwoordelijkheid om de daarmee samenhangende, soms vergaande, beschuldigingen op zo veel mogelijk feiten te baseren. 

De Franse uitgeverijwereld is allang geen mannenbolwerk meer: de redacteur is vaak een vrouw. Stemmen die lang niet werden gehoord krijgen nu een platform.

In 2020 publiceerde Vanessa Springora haar debuut Le Consentement, dat een zedenschandaal rondom schrijver-pedofiel Gabriel Matzneff onthulde en de uitgeverswereld op zijn kop zette. De Franse uitgeverijwereld is allang geen mannenbolwerk meer: de redacteur is vaak een vrouw. Stemmen die lang niet werden gehoord (zoals bij eerdere aanklachten tegen Matzneff) krijgen nu een platform. Zo publiceerde Camille Kouchner, naar eigen zeggen gesteund door het boek van Springora, in 2021 La familia grande, een incestgeschiedenis die haar jeugd binnen een politiek-cultureel vooraanstaande familie beheerste. 

Nog recenter is de aanklacht tegen geweld tegen vrouwen die Natacha Appanah in 2025 publiceerde, het meermaals bekroonde La nuit au coeur, een feitenrelaas dat ze baseerde op eigen ervaringen en die van twee andere vrouwen. ‘Féminicide’ zoals de Franse term luidt, is ook hier in Nederland een uiterst actueel onderwerp. De als journaliste opgeleide en van Mauritius afkomstige Appanah startte haar carrière als journaliste en publiceert sinds 2003 activistische, op feiten gebaseerde romans. La nuit au coeur is geschreven door de vrouw die partnergeweld wist te overleven en zich nu inleeft in twee andere vrouwen die niet ontkwamen aan de spiraal van geweld waarin ze opgesloten zaten. Ze onttrekt hun individuele verhaal aan het zwijgen van families en de (vervormende) aandacht van de media en justitie.  

Leestip: Vanessa Springora, Le consentement (Grasset), Instemming (Leesmagazijn)

Leestip: Camille Kouchner, La familia grande (Seuil), Een grote familie (De Geus)

Leestip: Neige Sinno, Triste Tigre (P.O.L.), Trieste tijger (Prometheus)

Leestip: Virginie Despentes, Cher connard (Grasset), Beste klootzak (De Geus)

Leestip: Natacha Appanah, La nuit au coeur (Gallimard)

Polemiek over feiten vs. fictie

Vanaf het nieuwe millennium laat een nieuwe generatie Holocaustschrijvers zich horen, waarvan de van oorsprong Amerikaanse schrijver Jonathan Littell (1967) wel als pionier wordt beschouwd. In Les Bienveillantes (2006) wordt de lezer geconfronteerd met de gedachten en het zeer gewelddadige handelen van SS-hoofdman Maximilien Aue. Het is een buitengewoon goed gedocumenteerde roman die de lezer als een mokerslag treft. Littell zelf is in de roman niet expliciet aanwezig (Aue is de niet al te betrouwbare verteller) en verklarende voetnoten of een bronnenlijst ontbreken, hoewel Littell er wel zijn eigen oorlogservaringen als humanitair hulpverlener in verwerkte. Overal waar de roman (in vertaling) verscheen, ontstonden lezersfora waar men ervaringen en meningen kon uitwisselen, variërend van ontzetting tot ontzag. 

Vanaf het nieuwe millennium laat een nieuwe generatie Holocaustschrijvers zich horen, waarvan de van oorsprong Amerikaanse schrijver Jonathan Littell wel als pionier wordt beschouwd.

De lang gevoerde discussie over het gebruik van fictie bij het verbeelden van de Holocaust werd door de waardering voor Littells werk enigszins beslecht. Terwijl in 1994 Claude Lanzmann, maker van de baanbrekende documentaire Shoah (1985), Steven Spielberg nog een openbare brandbrief stuurde om protest aan te tekenen tegen diens film Schindler’s List, schaarden hij en schrijver en Holocaustoverlevende Jorge Semprun zich uiteindelijk achter Littells meesterwerk. 

In het kielzog van Littells roman verscheen een reeks boeken van schrijvers die wel als de ‘génération Littell’ worden aangeduid en die steeds een andere mengeling van feiten en fictie laten zien. Zo schreef Laurent Binet het volledig op feiten gebaseerde en zeer succesvolle HhhH (2010), publiceerde Christophe Boltanski in 2015 zijn debuutroman La Cache, een deels fictieve zoektocht naar zijn Joodse roots en volgde Oliver Guez in 2017 met La disparition de Josef Mengele, deels biografie en deels fictie.

Opmerkelijk in deze ‘trend’ is het recente Tombeaux : Autobiographie de ma famille (2022) van Annette Wieviorka. Wieviorka (1948), vooraanstaand historica in Frankrijk, staat bekend om haar diepgaande onderzoek naar de (Franse) Holocaust. Na haar proefschrift Déportation et génocide : entre la mémoire et l’oubli (1992) werd ze directeur van het toonaangevend onderzoeksinstituut CNRS. Haar publicatie L’ère du témoin (1998) werd een ijkpunt voor de omgang met getuigen en getuigenissen, haar autoriteit onmiskenbaar en ongenaakbaar.

Des te verrassender is haar recente autobiografie Tombeaux aan het eind van haar wetenschappelijke carrière verdiepte Wieviorka zich alsnog in haar eigen familie, na lang om het zo persoonlijke en emotionele onderwerp heen te hebben gelopen. Ze interviewde bijvoorbeeld al in de jaren zeventig haar vader, maar hield haar aantekeningen lang opgeborgen. Als haar oude tante Berthe in 2012 overlijdt, vormt dit voor Wieviorka uiteindelijk de aanleiding om haar familiegeschiedenis uit te zoeken en op te schrijven, wat een zeer ontroerend relaas opleverde. Wieviorka komt erachter dat haar vader Aby (Abraham) in Amsterdam werd geboren, de herkomst van hun achternaam blijft echter een mysterie. Achterin het boek heeft Wieviorka een stamboom opgenomen waarin het wemelt van nationaliteiten, migraties en overlijdensdata in de jaren veertig: nabije familieleden die ze nooit heeft gekend.

Leestip: Jonathan Littell, Les Bienveillantes (Gallimard), De Welwillenden (Arbeiderspers)

Leestip: Laurent Binet, HHhH (Grasset), HhhH (Meulenhoff)

Leestip: Christophe Boltanski, La Cache (Gallimard), De schuilplaats (Cossee)

Leestip: Anne Berest, La carte postale (Grasset), De ansichtkaart (Rainbow)

Leestip: Annette Wieviorka, Tombeaux : Autobiographie de ma famille (Seuil)

Op de grens tussen fictie en non-fictie

Het autobiografische karakter van het werk van Annie Ernaux (1940) zal niet voor elke Fransman een plezierige leeservaring zijn, zozeer legt ze het vergrootglas op het Franse ‘vie privée’ dat men traditiegetrouw zo graag voor zichzelf houdt. Ze debuteerde in 1974 met Les armoires vides waarvan de thematiek (familie, sociaal milieu) en schrijfstijl (nietsontziend) al haar daaropvolgende werk typeert. In L’Usage de la Photo (2005), omschreven als een ‘fotobiografie’, beschrijft ze haar strijd tegen borstkanker, inclusief intieme foto’s van haar ziekteproces. En in haar boek L’Événement uit 2000 schrijft Ernaux openlijk over de abortus die ze in de jaren zestig onderging en over de reacties die haar beslissing in haar omgeving opriep. In 2021 werd er een Amerikaanse documentaire over dit werk gemaakt (Happening), juist in de periode dat in de VS de abortuswet (Roe v Jade) werd afgeschaft. Dat Ernaux kort daarna de Nobelprijs voor de Literatuur zou ontvangen, kan niet helemaal toevallig zijn. Een Nobel-bekroning is zelden zonder politieke lading. 

In ‘L’Événement’ uit 2000 schrijft Ernaux openlijk over de abortus die ze in de jaren zestig onderging. Dat Ernaux kort daarna de Nobelprijs voor de Literatuur zou ontvangen, kan niet helemaal toevallig zijn. Een Nobel-bekroning is zelden zonder politieke lading.

Het werk van Édouard Louis (1992) is ook in Nederland welbekend. Louis veranderde al vroeg zijn naam (oorspronkelijk ‘Eddy Bellegueule’) en wist zich mede dankzij zijn studie te ontworstelen aan zijn sociale milieu waar zijn homoseksualiteit niet getolereerd werd. Zijn ervaringen legde hij in 2014 vast in zijn debuutroman En finir avec Eddy Bellegueule dat zeer goed ontvangen werd en in vele talen vertaald. Zijn autobiografische familiekroniek sloot hij in 2024 af met Monique s’évade (over zijn moeder) en met L’effrondrement (over zijn halfbroer). Na aldus afstand te hebben genomen van zijn milieu en familie, werkt Louis inmiddels ook in het theater, onder met meer bewerkingen van zijn oeuvre, bijvoorbeeld met Ivo van Hove. Louis werkte daarnaast mee aan verfilmingen van zijn werk en aan diverse documentaires, waarin hij zich zeer regelmatig politiek geëngageerd toont. 

Schrijver, scenarist en filmmaker Emmanuel Carrère (1957) debuteerde in 1983 met de roman L’amie du jaguar maar schrijft sinds de jaren negentig uitsluitend non-fictiewerk, waarin hij ook zelf als (zoekende en onderzoekende) schrijver aanwezig is. In 2014 verscheen het indrukwekkende Le Royaume, dat niet alleen de zoektocht van de schrijver binnen het katholieke geloof beschrijft maar ook een zeer diepgaande en interessante analyse van bijbelteksten is. In 2025 publiceerde hij Kolkhoze (Prix Médicis), een portret van zijn moeder, Hélène Carrère d’Encausse, vooraanstaand Rusland-specialiste, met wie hij een moeizame verhouding had. Tegelijkertijd is zijn boek een uitmuntende analyse van de geschiedenis van de Sovjet-Unie waarbij Carrère zich mede baseerde op de Russisch-Georgische stamboom die zijn (Franse) vader in het geheim voor zijn echtgenote maakte. In 2023 kreeg Hélène een staatsbegrafenis, enkele maanden later overleed haar echtgenoot Louis, naar verluidt, aan een gebroken hart.

Leestip: Annie Ernaux, L’Événement (Gallimard), Het voorval (Arbeiderspers)

Leestip: Jonathan Littell, Un endroit inconvénient en Ukraine (Gallimard) Een ongemakkelijke plek (Arbeiderspers)

Leestip: Al het werk van Édouard Louis verscheen bij uitgeverij Seuil en werd in Nederland uitgebracht door De Bezige Bij

Leestip: Emmanuel Carrère, Le Royaume (P.O.L.), Het Koninkrijk (De Bezige Bij)

Leestip: Emmanuel Carrère, V13 (P.O.L.), V13 (Arbeiderspers)

Het leven van de ander verbeeld

Biofictie is een vrij recent en zeer variabel genre. Noem het een biografie zonder de grenzen van de biografie, gebaseerd op fragmenten van andermans leven, verwerkt in fictie met een voor de lezer duidelijke invalshoek. Zo passeren veel schrijverslevens in allerlei perspectief de revue, van Shakespeare, Hugo en Zola tot Yourcenar en Zweig. De roman Le vingtième siècle (Aurélien Bellanger, 2023) over leven en werk van de Duitse kunstenaar, historicus en filosoof Walter Benjamin mag hier niet ontbreken.

Biofictie is een vrij recent en zeer variabel genre. Noem het een biografie zonder de grenzen van de biografie, gebaseerd op fragmenten van andermans leven, verwerkt in fictie met een voor de lezer duidelijke invalshoek.

Van Marie Darrieussecq verscheen in 2016 het geslaagde portret van de Duitse schilderes Paula Modersohn-Becker (Être ici est une splendeur. Vie de Paula M. Becker). En met Vie et mort de Vernon Sullivan publiceerde Dimitri Kantcheloff in 2023 een bruisend portret van schrijver, kunstenaar en muzikant Boris Vian, dat meteen een inkijkje biedt in de muziek, de politiek en de sfeer van Parijs in die tijd. Uiterst succesvol was de Frans- Italiaanse schrijver Giuliano da Empoli in 2022 met zijn debuut Le mage du Kremlin: een roman die gebaseerd is op Da Empoli’s eigen ervaringen in de internationale politiek en een fictief portret omvat van een Russische machthebber die veel weg heeft van Poetin. 

Politica en Holocaustoverlevende Simone Veil (1927-2017) getuigde pas aan het eind van haar leven over haar Shoah-ervaringen, zoals in Une Vie uit 2007. Anderen namen haar getuigenis over, al dan niet als reconstructie op basis van historische bronnen, zoals Adrien Bosc deed in Colonne uit 2022. Schrijver en regisseur David Teboul publiceerde in 2019 haar getuigenis L’Aube à Birkenau. Net als Bosc bewerkte Teboul met La Vie après Birkenau (2020) en Simone et ses soeurs (2022) de getuigenissen van de drie zusters Veil in boekvorm en als documentaire inclusief luisterfragmenten en een kinderversie. 

Leestip: Marie Darrieussecq, Être ici est une splendeur. Vie de Paula M. Becker (Gallimard), Hier zijn is heerlijk (Arbeiderspers)

Leestip: Giuliano da Empoli, Le mage du Kremlin (Gallimard), De Kremlinfluisteraar (Atlas Contact)

Leestip: David Teboul, Simone et ses soeurs (Les Arènes)

Dystopische- en klimaatromans

Michel Houellebecq (1956, echte naam Michel Thomas) heeft als schrijver de dystopische roman op de kaart gezet, steeds met briljant geschreven boeken die in de (nabije) toekomst spelen en bijzonder cynisch van toon zijn. Zijn doorbraak kwam in 1998 met Les Particules élementaires, waarna in rap tempo onder meer Plateforme (een pessimistisch relaas over de westerse consumptiemaatschappij, sekstoerisme en moslimterrorisme, 2001), Soumission (2015, over een toekomstige islamitische president in Frankrijk) en Anéantir (2022, wat zich afspeelt tijdens toekomstige Franse presidentsverkiezingen), in de Franse pers wisselend ontvangen. Voor La Carte et le Territoire uit 2010 ontving hij de Prix Goncourt. Tegelijkertijd met het verschijnen van Soumission vond de bloedige terroristische aanslag op de redactie van Charlie Hebdo, waarna de schrijver subiet moest onderduiken en politiebescherming kreeg. Het zal zijn wereldvreemheid alleen maar versterkt hebben. Een onderzoekjournalist van Le Monde wist in 2015 de sjofele flat op te sporen waar Houellebecq zich de laatste jaren verschool. Desalniettemin lijkt de schrijver nu toch aan een nieuw deel van zijn leven te zijn begonnen. Dit jaar verschijnen van zijn hand de dichtbundel Combat toujours perdant en een album Souvenez-vous de l’homme waarvoor hij optreedt en ook interview geeft, zelfs op televisie.

Sinds het succes van Houellebecqs werk buitelt in Frankrijk een bonte verzameling aan dystopische en-/of klimaatromans over elkaar heen.

Sinds het succes van Houellebecqs werk buitelt in Frankrijk een bonte verzameling aan dystopische en-/of klimaatromans over elkaar heen, variërend van een roman over een nieuwe ijstijd, een leven op een andere planeet of juist in een ecobubbel ergens in Californië. 

Gaspard Koenig had in 2023 veel succes met Humus, een psychologische roman over twee jonge landbouwstudenten die met hun compost-startup vastlopen op de verwikkelingen rond de moderne landbouw, klimaatactivisme en economische vooruitgang. Het oeuvre van Koenig is even divers als de carrière van Koenig zelf, die ook filosoof en politicus is en naast romans ook activistische essays publiceert. Zijn gooi naar het presidentschap in 2022 zou echter jammerlijk mislukken. 

Leestip: Michel Houellebecq, La Carte et le Territoire, (Flammarion) De kaart en het gebied, (De Arbeiderspers)

Leestip: Gaspard Koenig, Humus, (Observatoire), Humus (Mozaiek)

Leestip: Claudie Hunzinger, Un chien à ma table, (Grasset), Een hond aan mijn tafel, (Oevers)

Francofonie: feiten en verbeelding

Hoewel het gebruik van de Franse taal binnen Afrikaanse landen vanwege het koloniale verleden gevoelig ligt, blijft het Frans, ondanks verzet en initiatieven om andere talen te gebruiken, de lingua franca in West-Afrikaanse landen en eveneens het middel om in Europa gehoord te worden. Veel schrijvers kiezen er daarom toch voor hun romans, geworteld in het Afrikaanse heden of verleden, in het Frans te publiceren.

De Senegalees-Franse schrijfster Fatou Diome (1968) brak in 2003 door met haar roman Le Ventre de l’Atlantique, waarin ze over haar eigen wortels schreef, maar ook over de emigratie vanuit Senegal en het Afrikaanse droombeeld van Europa. Deze nog steeds uiterst actuele thema’s vormen de rode draad in haar romans (waaronder Ketala uit 2006) en haar politieke stellingnames (zoals haar essay Marianne face aux faussaires uit 2022 waarin ze zich keert tegen de Franse identiteitspolitiek). In 2025 lukte het haar een (zeer emotioneel) portret te schrijven over haar grootvader van moederskant, die haar opvoedde en haar mentor was: Aucune nuit ne sera noire. Indirect is het een portret van haar moeder die ze nooit mocht aanspreken als ‘maman’ maar als ‘grande soeur’.

Het Frans blijft de lingua franca in West-Afrikaanse landen en eveneens het middel om in Europa gehoord te worden. Veel schrijvers kiezen er daarom toch voor hun romans, geworteld in het Afrikaanse heden of verleden, in het Frans te publiceren.

De Congolees-Franse schrijver Alain Mabanckou (1966) debuteerde in 1998 met Bleu-Blanc-Rouge, bekroond met de Grand prix littéraire d’Afrique noire. Zijn doorbraak kwam in 2009 en 2010 met respectievelijk Black Bazar en Demain j’aurai vingt ans, romans die goed ontvangen en eveneens bekroond werden. Eind 2025 verscheen van zijn hand een rijke roman, Ramsès de Paris, die zich in de levendige volksbuurt Chateau Rouge afspeelt en door zijn uitgever een Afrikaanse Duizend-en-een-nacht is genoemd.

En in 2021 was daar ineens de Prix Goncourt voor Mohamed Mbougar Sarr, een jonge Senegalees-Franse schrijver die in dat jaar doorbrak met het briljante La plus secrète mémoire des hommes. De schrijver (geboren in 1990) kwam evenwel niet uit het niets: zijn eerdere romans, waaronder zijn debuutroman Terre Ceinte (2015) en Silence du Coeur (2017), verschenen bij een Afrikaanse uitgever en werden al eerder bekroond. Veel van zijn werk heeft het kolonialisme tot onderwerp, waarover hij een zeer uitgesproken standpunt op nahoudt, maar hij beschrijft ook de vluchtingenproblematiek en, redelijk opvallend in Franstalig Afrika, homoseksualiteit. In La plus secrète mémoire des hommes gaat de verteller, Diégane, op zoek naar het leven en de geschriften van een mysterieuze Senegalese schrijver, genaamd T.C. Élimane. Sarr liet zich daarbij inspireren door het leven van de Malinese schrijver Yambo Ouologuem, een literaire sensatie in de Parijse uitgeefwereld in 1968 (Prix Renaudot) die kort daarna, beschuldigd van plagiaat, van het toneel verdween. Sarrs zoektocht voert langs een bonte verzameling personages, verschillende (al dan niet) fictieve literaire invloeden en diverse continenten. 

Twee Algerijns-Franse schrijvers, Boualem Sansal (1944) en Kamel Daoud (1970), verdienen vermelding hier, niet alleen vanwege hun literaire werk maar ook om hun moedige kritiek op de politieke situatie in Algerije. Beide schrijvers kregen de Franse nationaliteit. Zie het essay dat Niek Pas in 2025 voor De Nederlandse Boekengids schreef (2025#3).

Leestip: Fatou Diome, Aucune nuit ne sera noire (Albin Michel)

Leestip: Kamel Daoud, Houris (Gallimard), Houris (Ambo|Anthos)

Leestip: Alain Mabanckou, Petit Piment (Seuil), Prins Peper (De Geus)

Leestip: Mohamed Mbougar Sarr, La plus secrète mémoire des hommes (Philippe Rey), De diepst verborgen herinnering van de mens (Atlas Contact)

Leestip: Boualem Sansal, La légende (Grasset)