Nonnenkoorts: de Middeleeuwen als plek van toevlucht, inspiratie en verzet
Medievalcore, nonnenkoorts, Jeanne d’Arc: middeleeuwse vrouwen zijn populair. Waarom spreekt de middeleeuwse vrouw ons nu zo aan – zowel binnen als buiten de academische wereld? En is die interesse een vorm van verzet of escapisme? Mediëvist Lieke Smits bespreekt het aan de hand van vier recente boeken.
Besproken boeken
-
Hetta Howes Poet, Mystic, Widow, Wife: The Extraordinary Lives of Medieval Women (Bloomsbury 2024), 320 blz.
-
Eleanor Janega The Once and Future Sex: Going Medieval on Women’s Roles in Society (Norton & Co. 2023), 272 blz.
-
Carmen Urbita & Ana Garriga Kloosterwijsheden. Een niet bepaald heilig zelfhulpboek (vert. Annemie de Vries) (Balans 2025), 336 blz.
-
Middeleeuwse vrouwen spreken al sinds de negentiende eeuw sterk tot de culturele verbeelding. Het meest iconische voorbeeld is waarschijnlijk Jeanne d’Arc, die laat zien dat één figuur groepen met heel verschillende identiteiten en politieke overtuigingen kan aanspreken. Haar strijd tegen buitenlandse indringers wordt omarmd door nationalisten, haar crossdressing door lhbtq+-gemeenschappen. Volgens velen, onder wie Margaret Atwood, is Greta Thunberg de Jeanne d’Arc van het klimaat. Maar niet alleen strijdende vrouwen zijn populair. Hildegard von Bingen, een twaalfde-eeuwse homo universalis die onder meer over theologie, kosmologie en het vrouwelijk orgasme schreef, is ook nog steeds een bron van inspiratie. Soms op onverwachte manieren – zo koos Marlies Dekkers de abdis als muze voor haar Ecclesia-lingerielijn (winter/herfst 2023).
Gewone vrouwen
De bestseller Femina. Een nieuwe geschiedenis van de Middeleeuwen, via de vrouwen die daaruit zijn geschrapt van Janina Ramirez uit 2022 haakte aan bij deze fascinatie voor vrouwen die de normen van hun tijd doorbraken en bij het huidige feministische verlangen om vrouwen die door de geschiedschrijving vergeten zijn te rehabiliteren. Al is het de vraag of het boek dat daadwerkelijk doet. Claire Weeda merkte in haar bespreking voor de Nederlandse Boekengids terecht op dat Ramirez helemaal geen vergeten vrouwen bespreekt; ze vestigt juist aandacht op de al bekende namen, zoals Hildegard von Bingen en Margery Kempe. De levens van ‘gewone vrouwen’ blijven grotendeels buiten beeld, terwijl daar in academisch onderzoek inmiddels wel veel aandacht voor is.
In de populaire cultuur is er de laatste jaren een culturele verschuiving gaande, waarin de fascinatie voor premoderne vrouwen zich uitstrekt voorbij de uitzonderlijke heiligen, heersers en strijders.
Ook in de populaire cultuur is er de laatste jaren een culturele verschuiving gaande, waarin de fascinatie voor premoderne vrouwen zich uitstrekt voorbij de uitzonderlijke heiligen, heersers en strijders. Niet alleen popsterren als Chappell Roan en Taylor Swift, maar ook talloze sociale mediagebruikers hebben de modetrend medievalcore omarmd, met een esthetiek gebaseerd op harnassen en maliënkolders, prinsessenoutfits en gotische en katholieke elementen. Ook is er nuncore: een fascinatie met al dan niet middeleeuwse nonnen, waar niet alleen een esthetiek bij hoort maar ook een ideaal van afzondering van de wereld (en van mannen). Het gaat in deze trends niet meer zozeer om iconische, bijzondere vrouwen, maar om een bredere levensstijl waar vooral jonge vrouwen zich aan spiegelen.
Waarom spreken middeleeuwse vrouwen zo aan? In de media wordt de populariteit van de Middeleeuwen, en van nonnen, verschillend geduid. Waar men het over eens is, is dat het gaat om jonge generaties die zich niet thuis voelen in de gemondialiseerde wereld gedomineerd door techbro-futurisme en die op zoek zijn naar verbinding met het verleden. Maar is dat een vorm van politiek verzet en cultuurkritiek (mediëvisten Matthew Gabriele en David Perry gebruiken de term peasants’ revolt) of een puur escapistisch verlangen naar een geromantiseerde verbeeldingswereld? Vier boeken over premoderne vrouwen die sinds Femina zijn verschenen laten zien dat het verleden als toevluchtsoord én als bron van verzet kan dienen.
Vrouwen die terugschrijven
In Poet, Mystic, Widow, Wife: The Extraordinary Lives of Medieval Women stelt Hetta Howes vier bekende en, niet onbelangrijk, schrijvende vrouwen centraal: Marie de France (poet), Juliana van Norwich (mystic), Christine de Pizan (widow) en Margery Kempe (de ‘no good’ wife). Howes heeft deze bekende vrouwen gekozen omdat ze ‘de verwachtingen van hun tijd uitdaagden en terugschreven tegen de vrouwenhaat die ze ervoeren.’ In ieder hoofdstuk staat een aspect van het vrouwenleven centraal, zoals zwangerschap, huwelijk, werk en reislust. Howes gebruikt de levens en teksten van haar vier vrouwen daarbij steeds als ingang, maar laat een wijde variëteit aan historische bronnen de revue passeren, zoals medische en religieuze traktaten, encyclopedieën, brieven en legenden, die ook aan de levens van gewone vrouwen raken. Met die combinatie van bronnen geschreven door, voor en over vrouwen schetst ze een genuanceerd beeld.
Howes schrijft over liefde, seks en vriendschappen tussen vrouwen. Ze benadrukt regelmatig dat middeleeuwse vrouwen net zoals wij waren, en hun worstelingen net zoals die van ons.
De onderwerpen van de hoofdstukken zijn niet gekozen vanuit de thema’s die de middeleeuwse bronnen aandragen, maar vanuit een modern idee van wat er in het leven van een vrouw speelt. Zo schrijft Howes over liefde, seks en vriendschappen tussen vrouwen, iets waar middeleeuwse teksten weinig over spreken. Toch vind je ze wanneer je op zoek gaat, bijvoorbeeld in de liefdesbrieven van twee twaalfde-eeuwse nonnen, die door historici niet altijd als geliefden zijn erkend. Howes benadrukt regelmatig dat middeleeuwse vrouwen net zoals wij waren, en hun worstelingen net zoals die van ons.
In haar conclusie gaat Howes de thema’s van al haar hoofdstukken nog eens langs en stelt ze de vraag: hoe zit het daarmee in onze huidige wereld? Anders dan toen, maar in sommige opzichten ook heel vergelijkbaar, stelt ze vast. De vier uitgelichte vrouwen kunnen inspireren om tegen de misogyne stroom in te gaan en je eigen pad te kiezen. Maar hoe precies, is me na het lezen van het boek niet helemaal duidelijk. Dat middeleeuwse vrouwen tegen vergelijkbare problemen als wij aanliepen maar dat sommigen ondanks die obstakels toch hun stem lieten horen, blijft een beetje een open deur, waardoor de cultuurkritiek die het boek wil bieden niet goed uit de verf komt.
Men gone wrong
Eleanor Janega heeft hier in The Once and Future Sex: Going Medieval on Women’s Roles in Society concreter over nagedacht. De reikwijdte van haar boek is vergelijkbaar met die van Howes. Aan de hand van intellectuele en literaire bronnen toont Janega dat het huidige idee dat vrouwen zwak en inferieur zijn een overblijfsel is uit zowel de Oudheid als de Middeleeuwen; vrouwen werden gezien als men gone wrong. Ook werden middeleeuwse vrouwen, net als in de huidige cultuur, vooral op hun uiterlijk beoordeeld, met onhaalbare schoonheidsidealen – al was de checklist niet helemaal hetzelfde als nu. En net als nu moesten vrouwen ook weer niet te hard hun best doen om aan dat ideaal te voldoen. Volgens theologen lag ijdelheid immer op de loer en was er een dunne scheidslijn tussen het gebruik van cosmetica en zwarte magie. In andere opzichten verschilde het middeleeuwse vrouwbeeld juist sterk van het onze. Het beeld van vrouwelijke seksualiteit was zelfs compleet tegenovergesteld. Vrouwen werden gezien als onverzadigbare wezens, die de mannelijke logica ontbeerden en hun zondige natuur dus niet in bedwang konden houden. Om hun lusten te bevredigen zouden ze hun toevlucht nemen tot overspel en magie.
Vrouwen werden gezien als onverzadigbare wezens, die de mannelijke logica ontbeerden en hun zondige natuur dus niet in bedwang konden houden. Om hun lusten te bevredigen zouden ze hun toevlucht nemen tot overspel en magie.
Janega bestrijdt een moderne aanname die ze vaak ziet: als vrouwen het nu al moeilijk hebben, zullen middeleeuwse vrouwen, die gelijke rechten, de pil en andere voordelen van de moderne wereld moesten missen, het nog wel veel zwaarder hebben gehad. Dit vindt Janega een fatalistische aanname, waarachter het idee schuilt dat vrouwen natuurlijke tekortkomingen hebben waar in de geschiedenis altijd op vergelijkbare manier op is gereageerd (al betwijfel ik of dit idee er noodzakelijkerwijs achter zit). We stellen ons zelden de vraag hoe middeleeuwse vrouwen nu precies gezien en behandeld werden, stelt Janega. Door middeleeuwse gendernormen in kaart te brengen en vast te stellen waar die verschillen van de onze, zien we ze voor wat ze zijn: sociale constructen, die ook in het heden veranderd kunnen worden. ‘Door het verleden onder ogen te zien en te verwerpen’, schrijft ze, ‘kunnen we ons nieuwe toekomsten voorstellen en veranderen wat nodig is om een rechtvaardigere wereld te creëren.’
Therapeutische lessen
Een uiterst persoonlijke benadering van premoderne vrouwen is te vinden in Kloosterwijsheden. Een niet bepaald heilig zelfhulpboek. De auteurs, Anna Garriga en Carmen Urbita, leerden elkaar kennen tijdens hun promotietijd aan Brown University en lanceerden in 2020 hun populaire Spaanstalige podcast Las hijas de Felipe, waarin ze de geschiedenis van de zestiende en zeventiende eeuw aan het heden verbinden. In Kloosterwijsheden komen nonnen uit de vroegmoderne periode voorbij, maar bijvoorbeeld ook de middeleeuwse Hildegard von Bingen en Catharina van Siena. De ‘nonnenkoorts’ van de afgelopen jaren noemen de auteurs revolutionair en vrolijk, ‘een afrekening met het isolement van ons 21e-eeuwse leven.’
Net als de twee eerder besproken boeken, gaan Garriga en Urbita belangrijke thema’s uit een vrouwenleven langs, zoals vriendschap, werk en geld. Een groot verschil is dat ze steeds vanuit hun eigen persoonlijke ervaringen en worstelingen uit hun promotietijd vertrekken. De verhalen over de nonnen waren daarbij hun ‘meest waardevolle overlevingsinstrument, met een schat aan therapeutische lessen’. Soms komt het zoeken naar overeenkomsten wat krampachtig en grotesk over. Zo verwijzen de auteurs veelvuldig naar celebrity’s en internetcultuurfenomenen als girl math (creatieve rechtvaardigingen van onverstandige aankopen) en sadfishing (emoties overdrijven op sociale media om aandacht te krijgen), die ze menen te herkennen in de nonnenlevens. De grens tussen ironie en oprechtheid is daarbij niet altijd duidelijk. Garriga en Urbita geven ze zo’n dramatische voorstelling van hun levens als promovendi dat zelfs ik, iemand die vindt dat er gezondheidswaarschuwingen bij vacatures voor promotietrajecten zouden moeten staan, er ongeduldig van werd. Op andere momenten is de toon weer raak en humoristisch, bijvoorbeeld wanneer Teresa de Jésus en María de San José, die overmoeibaar werkten om de orde van de ongeschoeide karmelietessen uit te breiden door nieuwe kloosters te stichten, ons in het hoofdstuk over vriendschap leren dat ‘geen band zo onoverwinnelijk is als die band die is ontstaan uit het delen van een ambitieuze en duizelingwekkende strategie voor geo-religieuze expansie.’
In de epiloog noemen Garriga en Urbita hun nonnenverhalen niet zozeer bronnen om concrete lessen uit te trekken, maar een ‘therapeutisch toevluchtsoord voor onzekerheid’. Ze vonden er een ‘draagbaar klooster voor de 21e eeuw’ en een schuilplaats waarin ze rituelen hebben gevonden die een anker bieden in het bevreemdende heden vol beproevingen die ‘alleen te verdragen zijn als je omringd wordt door de warmte van een gemeenschap van heiligdom.’ Hoewel het boek bij vlagen cultuurkritisch is, ligt de nadruk hier eerder op persoonlijke verbinding en terugtrekken uit de wereld dan op het veranderen van die wereld.
Moderne hervertelling
Middeleeuwse vrouwen inspireren niet alleen zelfhulpboeken, maar ook schrijvers van fictie. In het Nederlandse taalgebied is de mystica Hadewijch populair bij hedendaagse auteurs. Ook middeleeuwse fictieve verhalen over vrouwelijke personages lenen zich voor hedendaagse bewerkingen. Ze sluiten aan bij de trend van hervertellingen van Griekse mythen vanuit feministisch perspectief. Zoals Jacqueline Klooster betoogt in Medusa in de spiegel. Wat mythen ons vertellen over wie we zijn, speelt de MeToobeweging daarin een belangrijke rol. Dat lijkt ook te gelden voor de Middeleeuwen, zoals al te zien was in het in 2022 verschenen Hine van Lotte Kok, met de ondertitel Een waarachtig en zeer wonderlijk verhaal gebaseerd op Mariken van Nimwegen.
Garriga en Urbita geven ze zo’n dramatische voorstelling van hun levens als promovendi dat zelfs ik, iemand die vindt dat er gezondheidswaarschuwingen bij vacatures voor promotietrajecten zouden moeten staan, er ongeduldig van werd.
De recent verschenen roman Halewijn van Else Boer is een hervertelling van het middeleeuwse Lied van Heer Halewijn, dat vertelt over een prinses die via een list een vrouwenmoordenaar weet te onthoofden. Triomfantelijk rijdt ze met het hoofd naar huis, waar het bij het banket op tafel wordt gezet. Het verhaal leent zich goed voor een feministische insteek. Boer heeft van de ballade met ongedefinieerde, sprookjesachtige setting een historische roman gemaakt die zich in het twaalfde-eeuwse Gelderland afspeelt. Waar het oorspronkelijke lied over één revancherende vrouw gaat, introduceert Boer meerdere vrouwelijke personages: de slachtoffers van Halewijn en twee vrouwen die aanvankelijk tegenover elkaar staan, maar uiteindelijk samenwerken om de moordende ridder uit te schakelen. Door hun motieven en onderlinge verhoudingen te schetsen, komen de vrouwen tot leven en kunnen we ze begrijpen vanuit patriarchale dynamieken die vandaag nog steeds bestaan. Het lijkt me een uitermate geschikt boek voor middelbare scholieren om naast de middeleeuwse ballade te lezen en zo over thematiek, motieven en intertekstualiteit na te denken (Boer heeft zelf lesmateriaal bij haar roman ontworpen). Wie juist gecharmeerd is van het Tarantino-achtige beeld van de koelbloedige wreekster, kan beter het origineel lezen.
Stemmen uit het verleden
In haar verantwoording vertelt Boer wat haar zo boeit aan historische verhalen: ‘Het idee dat de wereld zoals die was, zich maar nét buiten ons gezichtsveld bevindt.’ De vraag waarom de Middeleeuwen ons nog aanspreken, is vanuit dat oogpunt misschien niet zo moeilijk te beantwoorden. Het gaat om een wereld waarvan de sporen nog steeds in de onze aanwezig zijn, zoals Howes en Janega laten zien, maar die ook zo ver weg is dat we nieuwsgierig worden en moeite willen doen om hem te begrijpen – en dat we er van alles op kunnen projecteren, zoals Garriga en Urbita dat doen met hun persoonlijke sores.
De middeleeuwse wereld is een wereld waarvan de sporen nog steeds in de onze aanwezig zijn, maar die ook zo ver weg is dat we nieuwsgierig worden en moeite willen doen om hem te begrijpen – en dat we er van alles op kunnen projecteren.
De vraag of onze interesse in de Middeleeuwen nu een vorm van verzet of escapisme is, is uiteindelijk misschien niet de juiste, omdat die op een valse tegenstelling berust. Middeleeuwers maakten onderscheid tussen vita activa en vita contemplativa, het handelende en het inactieve leven. Volgens de Koreaans-Duitse filosoof Byung-Chul Han waren dat twee zijden van dezelfde munt: actie kreeg betekenis door contemplatie. In de huidige maatschappij zijn we het contemplatieve echter verloren, schrijft Han in Vita contemplativa. Om het terug te vinden kunnen we bijvoorbeeld bij de Middeleeuwen terecht. Dat terugbrengen van de contemplatie is deels een politiek project. Uit het aandachtige nadenken komen namelijk de waardevolle ideeën die onze wereld en cultuur vormgeven voort. Toevlucht en verzet hebben elkaar nodig.
De vier besproken boeken pleiten allemaal voor contemplatie: het luisteren naar stemmen uit het verleden die resoneren, onze verbeelding voeden en ons doen inzien dat de manier waarop we onze wereld hebben ingericht ook anders kan. Dat aandachtige luisteren en verbinden kun je zien als een daad van verzet op zich.
Of dat ook voor een TikTok-trend als medievalcore geldt, durf ik als mediëvist niet met zekerheid te zeggen. Vluchtige media tasten onze aandacht aan, maar een beweging als MeToo had zonder sociale media niet bestaan.
Zelf voel ik overigens de sterkste verbinding met het verleden wanneer de stemmen geen lessen of inspiratie bieden, maar vertwijfeld naar dezelfde dingen op zoek blijken te zijn als ikzelf. ‘Het lijkt onmogelijk, gezien mijn omstandigheden’, aldus zuster María de San José, ‘dat ik zoveel kan schrijven als er geschreven moet worden.’ Amen.