Doofpot en documentaire. Over oorlogsmisdaden in Vietnam en Soldier’s Bones
De documentaire Soldier’s Bones van de Nederlandse filmmaker Kasper Verkaik, die vanaf deze week in de bioscoop te zien is, vertelt over het onderzoek naar grootscheepse Amerikaanse oorlogsmisdaden tijdens de Vietnamoorlog. Historicus Rimko van der Maar zag de film en concludeert dat die visueel geslaagd is, maar de kijker met veel vragen achterlaat.
Onlangs gaf ik op verzoek van het filmfestival ‘Movies that Matter’ in een aantal filmhuizen een toelichting op een nieuwe Nederlandse documentaire: Soldier’s Bones. Deze gaat over de jonge Newsweek-verslaggever Alec Shimkin die in 1971 ontdekte dat bij een geheime Amerikaanse militaire operatie in de Zuid-Vietnamese Mekongdelta op grote schaal oorlogsmisdaden werden gepleegd. Het verraste me dat een Nederlandse filmmaker – Kasper Verkaik – zich zo had verdiept in een verhaal dat zich tijdens de oorlog in Vietnam afspeelde. Later bedacht ik mij dat Verkaik past in een nieuwe generatie geëngageerde Nederlandse filmmakers met belangstelling voor omstreden (internationale) geschiedenissen. Zo verscheen in 2023 Indië verloren – Selling a Colonial War van In-Soo Radstake over propaganda en beeldvorming tijdens en na de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog. En in 2025 bracht Daan Veldhuizen The Promise uit, over de in Nederland vergeten tragedie van de oorspronkelijke bewoners van West-Papoea, voormalig Nederlands Nieuw-Guinea. Bij de overdracht van het gebied in de jaren zestig werd aan de Papoea’s beloofd dat zij door middel van een volksraadpleging over hun eigen toekomst konden beslissen. Dit bleek echter een schijnvertoning; onderworpen aan een nieuwe kolonisator, Indonesië, zijn de Papoea’s sindsdien massaal onderdrukt, verdreven en vermoord.
Dekolonisatiegolf
Op basis van gegevens van het Amerikaanse leger, waaruit bleek dat er meer dan tien keer meer vijandelijke strijders waren gedood dan wapens in beslag genomen, kwam hij tot de conclusie dat bij deze operatie duizenden ongewapende burgers waren gedood.
Hoewel het heel verschillende documentaires zijn, hebben ze een overeenkomst: alle drie gaan over de rol en betekenis van geopolitiek, macht, misleiding en censuur tijdens en na de grote dekolonisatiegolf tussen 1945 en 1975. Net als Selling a Colonial War en The Promise, gaat Soldier’s Bones – op zijn manier – over het verzet tegen hogere politieke en amorele belangen in oorlogssituaties. We volgen een bevlogen mens die op zoek is naar gerechtigheid, maar die niet wordt gehoord en machteloos staat. Alexander ‘Alec’ Shimkin was een idealistische journalist die in zijn studententijd actief was voor de burgerrechtenbeweging in het zuiden van de Verenigde Staten. Als kind wilde hij legerofficier worden, maar na zijn studie volgde Shimkin een andere route. Om aan zijn dwingende vader te ontsnappen vertrok hij eerst als vrijwilliger voor een NGO naar Zuid-Vietnam, later werd hij daar informant en verslaggever voor Amerikaanse media. Hij deed vooral onderzoek naar de controversiële militaire operatie ‘Operation Speedy Express’, die tot doel had vijandelijke troepen (de ‘Vietcong’) in de Mekongdelta ‘uit te schakelen’. Op basis van gegevens van het Amerikaanse leger, waaruit bleek dat er meer dan tien keer meer vijandelijke strijders waren gedood dan wapens in beslag genomen, kwam hij tot de conclusie dat bij deze operatie duizenden ongewapende burgers waren gedood.
Shimkin had hiermee materiaal in handen voor de Pulitzer Prize. De Verenigde Staten zaten toen midden in de nasleep van de onthulling van Amerikaanse oorlogsmisdaden in het Vietnamese dorpje My Lai. In 1968 hadden soldaten hier meer dan 500 burgers – mannen en vrouwen van allerlei leeftijden en kinderen in koele bloeden vermoord. Bovendien had de legerleiding geprobeerd deze moordpartij in de doofpot te stoppen, maar dat was dus niet gelukt. Bij de onthulling waren zelfs kleurenfoto’s van de doodgeschoten lichamen gepubliceerd. In aantallen slachtoffers overtrof Shimkins ontdekking My Lai ruim, maar desondanks wilde zijn werkgever Newsweek zijn verhaal niet uitbrengen. In de zomer van 1972 verscheen alsnog een sterk ingekorte, afgezwakte versie, maar die maakte weinig los. Daarmee verdween de omstreden ‘Operation Speedy Express’ in de vergetelheid. Slechts een paar weken na de publicatie raakte Shimkin in Vietnam vermist en dat blijft hij tot op de dag van vandaag. Hij is slechts zevenentwintig jaar geworden.
Notenapparaat
De omstreden ‘Operation Speedy Express’ verdween in de vergetelheid. Slechts een paar weken na de publicatie over de operatie raakte Shimkin in Vietnam vermist en dat blijft hij tot op de dag van vandaag. Hij is slechts zevenentwintig jaar geworden.
Visueel is Soldier’s Bones aantrekkelijk en zeer geslaagd (dat geldt ook voor The Promise en in wat mindere mate voor Selling a Colonial War). Door bijvoorbeeld het Vietnamese dorpsleven van een zekere, anonieme afstand te filmen heeft Verkaik de kalme sfeer die hier heerst goed weten te vangen. Indrukwekkend zijn de regelmatige overgangen naar oude beelden van Amerikaans oorlogsgeweld, waardoor enigszins invoelbaar wordt hoe overweldigend, afschrikwekkend en vernietigend de oorlog voor de bevolking in de Mekong Delta moet zijn geweest. Om Shimkin tot leven te brengen, heeft Verkaik ervoor gekozen de stem van de hoofdpersoon met behulp van AI te bewerken en onder de beelden te plaatsen. De journalist leest voor uit zijn dagboeken en uit de vele brieven die hij indertijd stuurde aan het thuisfront.
Een documentaire is geen boek of artikel met een notenapparaat. De documentairemaker heeft weliswaar de mogelijkheid met bewegend beeld een historische casus op een nieuwe manier te belichten en invoelbaar te maken voor de kijker, maar er is veel minder ruimte om te verklaren, te duiden, uit te wijden en te verantwoorden. Desalniettemin leveren documentaires een – belangrijke – bijdrage aan de geschiedschrijving, maar ook aan de beeldvorming rondom een bepaald onderwerp of episode. Waarom zouden we ze dus niet beoordelen op grond van drie criteria waarop historisch onderzoek doorgaans wordt afgerekend? Namelijk: situering/contextualisering van het onderzoek, selectie van de bronnen en oordeelsvorming/conclusies (er zijn meer eisen, maar die laat ik hier achterwege). Het eerste criterium gaat over de relevantie van het onderzoek en zijn plaats in een breder, historiografisch kader. Shemkins verhaal is op zichzelf bijzonder genoeg voor een documentaire. ‘Operation Speedy Express’ heeft in de vakliteratuur bovendien veel te weinig aandacht gekregen. Door deze controversiële missie echter in beperkte mate in de bredere context van de Vietnamoorlog te plaatsen, is de documentaire wel voornamelijk Amerikaans gericht en in die zin eenzijdig, c.q. traditioneel geworden. In zowel Selling a Colonial War als The Promise gaat verreweg de meeste aandacht weliswaar uit naar voormalig kolonisator Nederland, maar worden de Indonesische Republikeinen niet ontzien en de dubieuze omgang van de postkoloniale Indonesische staat met het verleden aangekaart. Hieruit blijkt dat dekolonisatie complexer was dan het zwartwitbeeld dat er vaak van bestaat. In Soldier’s bones ontbreekt het besef van die complexiteit en wordt de oorlog in Vietnam neergezet als een tweestrijd tussen Amerikaanse daders en Vietnamese slachtoffers. Dat het Amerikaanse leger buitensporig veel geweld gebruikte staat vast, maar historici hebben tegenwoordig wel terecht veel meer oog voor het aandeel van het communistische Noord-Vietnam en het Nationaal Bevrijdingsfront (de Vietcong dus) in deze oorlog en hun (eveneens) meedogenloze leiders. Bovendien was Zuid-Vietnam veel complexer en diverser dan slechts het terrein van Amerikaans anticommunistisch oorlogsgeweld. Er was sprake van een Vietnamese burgeroorlog met een lange geschiedenis, maar in Soldier’s Bones blijft Noord-Vietnam onzichtbaar. Alleen op het einde van de documentaire wordt het land kort genoemd aangezien Shimkin tragisch genoeg vermoedelijk door Noord-Vietnamese militairen is vermoord nadat hij de grens overstak.
Archiefbeelden
Passend bij het gehanteerde perspectief zijn in Soldier’s Bones veel Amerikaanse oorlogsbeelden te zien. Een deel van deze (graphic) beelden zijn bovendien nog niet eerder vertoond; ze zijn namelijk gemaakt door de Negende Divisie die ‘Operation Speedy Express’ uitvoerde. Ook de makers van Selling a Colonal War en The Promise hebben bijzondere beelden uit archieven opgediept, waarvan het bestaan misschien voor een klein groepje deskundigen bekend was, maar op groot scherm veel indruk maken. Om het effect te maximaliseren liet documentairemaker Daan Veldhuizen voor The Promise zelfs 35-mm archiefmateriaal intensief restaureren en bewerken, waardoor de getoonde beelden nogal afwijken van het origineel.
Geen Vietnamees zal zich op film kritisch uitlaten over het doen en laten van de communistische strijders op wiens overwinning de huidige Vietnamese staat is gebouwd.
Dat er in Soldier’s bones niet is gekozen voor interviews met deskundigen is op zich begrijpelijk omdat het zo’n persoonlijk verhaal is, maar dit heeft wel een prijs. De dagboeken en brieven waaruit wordt voorgelezen zijn (begrijpelijkerwijs) subjectief als het gaat om de beschrijving van de oorlog. Shimkin kon de militaire strijd destijds onmogelijk overzien. De autobiografische passages worden aangevuld met recente interviews met familie, vrienden en collega’s en met Vietnamese getuigen van Amerikaanse oorlogsmisdaden. Die verhalen maken de film levendig en de vraaggesprekken zijn indrukwekkend, maar de gemiddelde westerse kijker is zich niet van bewust van de invloed van de huidige regering. Geen Vietnamees zal zich op film kritisch uitlaten over het doen en laten van de communistische strijders op wiens overwinning de huidige Vietnamese staat is gebouwd.
Door het ontbreken van expertise komt er ook niet echt een antwoord op de belangrijke vraag waarom het onderzoek van Shimkin destijds niet groots is opgepakt. De suggestie is dat de redactie van Newsweek is gezwicht onder druk van de Amerikaanse regering onder leiding van president Richard Nixon. Er zou sprake zijn van een doofpot. De film werkt hier gestaag naartoe, maar op het moment suprême wordt de beschuldiging niet concreet en er ook geen bewijs voor geleverd. Meer oog voor context en uitleg over het begin van de jaren zeventig had hier wel enige uitkomst kunnen bieden. De strijd was toen namelijk al zo lang bezig en er was al zoveel gepasseerd (zoals het Tet-offensief, My Lai, de Amerikaanse inval in Cambodja en de publicatie van de Pentagon Papers) dat er in de Verenigde Staten sprake was van een diepe oorlogsmoeheid. Terwijl Nixon de Amerikaanse troepen gestaag terugtrok, vonden zowel voor als achter de schermen bovendien ellenlange onderhandelingen over een vredesakkoord plaats. Meer onderzoek naar de overwegingen van Newsweek is nodig, maar gezien de omstandigheden aan het begin van 1972 is het ook weer niet zo vreemd dat journalisten terughoudend waren om op basis van een cijfermatig onderzoek en geanonimiseerde interviews (geen beelden) een explosief artikel te publiceren van bijna 5000 woorden over een militaire operatie van drie jaar eerder. En toen een ingekorte versie verscheen was dit aan het einde van een grootschalig Noord-Vietnamees offensief dat ten doel had Zuid-Vietnam te overlopen. Hierdoor was de kritiek in de Amerikaanse media op de eigen regering tijdelijk verstomd en viel het verhaal over de genoemde operatie waarschijnlijk minder op.
Gezien de omstandigheden aan het begin van 1972 is het ook weer niet zo vreemd dat journalisten terughoudend waren om op basis van een cijfermatig onderzoek en geanonimiseerde interviews (geen beelden) een explosief artikel te publiceren van bijna 5000 woorden over een militaire operatie van drie jaar eerder.
In The Promise worden ook geen deskundigen ondervraagd, maar dit wordt deels opgevangen door goed ingevoerde Nederlanders te interviewen met roots in West-Papoea. Een van hen, Julia Jouwe, bezoekt bovendien een archiefinstelling in de VS waar zij in documenten ‘ontdekt’ dat de Papoea’s de dupe waren van geopolitiek en economische belangen (grondstoffen). In Selling a Colonial War spelen deskundigen wel een belangrijke rol, maar op een bijzondere manier. Terwijl de film is gebaseerd op het vele onderzoek dat historici hebben gedaan naar de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog, vond Radstake het nodig om de kenners voortdurend uit hun rol te halen door hen bijvoorbeeld (stiekem) te filmen voorafgaand aan het interview, hele grote vragen te stellen en de lange uitleg versneld af te spelen of sommigen van hen (die zich niet met geopolitiek bezighouden) bijvoorbeeld te laten toegeven dat zij de in die tijd belangrijke diplomaat Eelco van Kleffens niet kennen. Soms grappig, maar ook kwalijk omdat niet duidelijk is wat de maker ermee duidelijk heeft willen maken (dat deskundigen ook maar mensen zijn?).
Te veel
Het moet voor een documentairemaker moeilijk zijn om de conclusies van een lang historisch onderzoek over te brengen als je slechts de beschikking hebt over beeld en geluid. The Promise is lang en soms wijdlopig, maar de strekking is helder. Selling a Colonial War heeft veel vaart, maar wil te veel. Door de warrige nasleep van de oorlog langs te lopen tot en met de excuses van Mark Rutte in 2022 voor het geweld in Indonesië verliest de film focus en zeggingskracht. Soldier’s Bones is fascinerend, maar ook onbevredigend aangezien de kijker met te veel vragen achterblijft. Die gaan niet alleen over het uitblijven van de publicatie, maar ook over de onduidelijke omstandigheden rondom zijn vermissing en dood. Op het allerlaatst blijkt opeens dat de vindplaats van zijn lichaam bekend is, aangezien de Noord-Vietnamese soldaat de bewuste plek waar hij Shimkin zou hebben begraven (!) in 2014 heeft aangewezen aan een Amerikaanse instantie, die dit vervolgens pas in 2023 onder druk van het onderzoek van de documentaire bekend heeft gemaakt. Daar eindigt de film vrij abrupt mee. In interviews heeft Verkaik gesuggereerd dat Amerikaanse functionarissen niets met de informatie deden wegens Shimkins sympathie voor de Noord-Vietnamese communisten. Maar het is niet duidelijk waar dit op is gebaseerd en bovendien blijkt uit zijn film niet dat Shimkin deze sympathieën echt had. Het beeld dat overheerst is dat van een worstelende journalist met een scherp moreel kompas die niet bestand was tegen de ellende waarover hij moest rapporteren. Toen Newsweek hem de kans bood om een beeldend stuk te schrijven over de bombardementen die leidden tot de beroemde foto van het rennende ‘Napalmeisje’, blokkeerde hij. Shimkin was daar bij aanwezig geweest, maar kwam niet verder dan een droog verhaal over militaire strategie dat niet is gepubliceerd. Hoewel hij volgens zijn collega’s altijd voorzichtig was, raakte hij een maand later vermist in een gebied dat als levensgevaarlijk bekendstond. Een van zijn laatste aantekeningen luidde: ‘At last, you begin to feel that you can no longer feel, that you no longer think, that you no longer perceive the light of the sun or the stars or the wood, but only work. The forces of evil do not seem to grow less.’