Vertalen naar de menselijke kern. Djûke Poppinga en de Arabische literatuur
Dit jaar heeft Het Cultuurfonds besloten de Cultuurfonds Vertaalprijs Martinus Nijhoff 2026 toe te kennen aan vertaler Djûke Poppinga voor haar vertalingen uit het Arabisch. Poppinga ontvangt de prijs voor ‘haar prachtige en veelzijdige oeuvre, haar constante toewijding aan het vertaalvak en de Arabische literatuur en de maatschappelijke bijdrage die ze met haar werk levert’.
Besproken boeken
-
-
-
-
-
-
-
Ishaq Musa al-Husseini Memoires van een kip (vert. Djûke Poppinga) (Uitgeverij Jurgen Maas 2024), 155 blz.
Ze liet Nederlandse lezers kennismaken met de werken van auteurs uit onder andere Marokko, Libanon, Egypte, Syrië en Irak. Ze vertaalde een aanzienlijk corpus aan Palestijnse literatuur, van Ghassan Kanafani en Sahar Khalifeh tot Adania Shibli en Mahmoud Jouda. Naast Nobelprijswinnaar Nagieb Mahfoez vertaalde ze ook andere internationaal gelauwerde auteurs als Hoda Barakat en Hassan Blasim. Onder haar auteurs zijn taboedoorbrekers als Hanan al-Shaykh, schrijvers die mensenrechtenschendingen aan de kaak stellen, zoals Mustafa Khalifa en Abdelrahman Munif, of Europa een spiegel voorhouden, zoals Ghayath Almadhoun.
Ambassadeur
Er zijn maar weinig vertalers van wie het oeuvre zo’n groot gebied bestrijkt en zo divers is: mannen en vrouwen, zwaargewichten en opkomend talent, romans, verhalenbundels en poëzie. En dan te bedenken dat het bijna niet zo was gelopen. Ze werd geboren in Luxemburg en bracht haar schooltijd door in Brussel. Opgroeien in een internationale omgeving wakkerde een belangstelling voor talen aan. Haar studiekeuze viel – enigszins willekeurig – op Arabisch, nadat haar vader haar een zetje in die richting had gegeven. Na een stroeve start – ‘in het begin vond ik het Arabisch vreselijk’ – zette ze door en begon haar liefde voor de taal echt in Syrië, waar ze een jaar studeerde. Al snel sloeg ze aan het vertalen. Ruim veertig jaar later staat de teller op ruim zestig titels. Haar productiviteit over zo’n lange periode is voor een vertaler uit het Arabisch ongeëvenaard in het Nederlandse taalgebied: ze is de eerste en enige literair vertaler uit het Arabisch die van haar roeping haar beroep heeft kunnen maken. Vandaag zorgt ze opnieuw voor een primeur: voor het eerst in de geschiedenis van de Cultuurfonds Vertaalprijs Martinus Nijhoff bekroont de jury een vertaler uit het Arabisch. De laureaat van dit jaar is Djûke Poppinga.
Haar indrukwekkende oeuvre alleen al maakt Djûke Poppinga tot een ambassadeur zonder weerga voor de Arabische literatuur in Nederland. Naast het vertalen ziet de jury bij Poppinga een onvermoeibare drive om de Arabische literatuur te promoten. Tot haar pensioen in 2023 was ze docent Arabische taal en literatuur aan de Universiteit van Amsterdam; ze trad op als mentor, zowel voor individuele vertalers als bij gelegenheidsprojecten als de Vertalersfabriek van het Letterenfonds, en vervulde adviesfuncties bij Winternachten en Writers Unlimited. Ook werkt ze graag samen, zoals met haar man Richard van Leeuwen – met wie ze in 2005 de Fonds voor de Letteren Vertaalprijs ontving – en Heleen Koesen. In 2024 startte Poppinga met mede-Nijhofflaureaat Hanneke van der Heijden de rubriek ‘Aldaar’ in de Nederlandse Boekengids, om te laten zien ‘hoe literatuur nieuwe, meer doorleefde perspectieven kan bieden op wat hier actualiteit heet’. Verder zijn er natuurlijk de talloze optredens op literaire festivals, vaak in gesprek met auteurs uit de Arabische wereld en regelmatig vergezeld van een gelegenheidsvertaling van haar hand.
De uitdagingen van het Arabisch
Het Arabisch stelt de vertaler voor lastige uitdagingen. Het is een balanceeract die Djûke Poppinga tot in de puntjes beheerst. De taal waarin Arabische literatuur wordt geschreven, het Modern Standaard Arabisch of MSA, is een schrijftaal die in het dagelijks leven zelden wordt gesproken. De moedertaal van Arabieren is het gesproken dialect van hun land of regio, met een eigen uitspraak, woordenschat en grammatica. Deze diglossie – het naast elkaar bestaan van een formele schrijftaal en een informele spreektaal – kent geen equivalent in het Nederlands. Bij het vertalen uit het MSA, met ‘de afstandelijkheid die er inherent aan is, de dode letter’, moet de vertaler de tekst in de doeltaal leven inblazen, en dus meer doen dan vertalen. Een moedertaalspreker van het Arabisch leest automatisch door de formele laag van het MSA heen, dichter naar de eigen gevoelswereld toe – een interne vertaalslag die een Nederlandse lezer niet kan maken. Dit is wat Poppinga bedoelt wanneer ze zegt een tekst te willen vertalen zoals die bedoeld is: door de formele laag van het MSA heen, naar de menselijke kern.
Bij het vertalen uit het Modern Standaard Arabisch moet de vertaler de tekst in de doeltaal leven inblazen, en dus meer doen dan vertalen.
Een voorbeeld is Ghassan Kanafani’s klassieker Mannen in de zon. De jonge Palestijn Marwaan kijkt hoopvol uit naar een beter leven als hij eenmaal in Koeweit is, en zijn moeder kan onderhouden. Een letterlijke vertaling uit het Arabisch levert een stijf, weinig idiomatisch Nederlands op: ‘hij zou haar en zijn broers en zusters overspoelen met voorspoed en van hun lemen hut een goddelijk paradijs maken’. Poppinga vertaalt deze zin als: ‘hij zou haar en zijn broertjes en zusjes overstelpen met cadeautjes en de lemen hut omtoveren tot een goddelijk paradijs’. Ze blijft dicht bij de brontekst, maar met het aanbrengen van de verkleinwoorden en het gebruik van omtoveren voegt ze een kinderlijke genegenheid toe die bovendien de tragische naïviteit van de fantasie benadrukt.
Het omgaan met deze uitdaging is niet alleen een kwestie van woordkeuze. De structuur van het Modern Standaard Arabisch staat zowel op het niveau van de zin als dat van de tekst ver af van het Nederlands. Zo kent het geen systematische interpunctie en kan de werkwoordstijd zomaar veranderen. Iedere auteur heeft hierin bovendien een eigen stijl. Dit plaatst de vertaler voor een voortdurend vertaalprobleem waarvoor per zin, alinea of hoofdstuk zorgvuldig de strategie moet worden gekozen.
Deze uitdaging wordt nog groter bij auteurs die zowel qua vorm als qua inhoud de grenzen van de Arabische literaire conventies opzoeken, zoals de Iraakse Fin Hassan Blasim. Poppinga vertaalde zijn Allah 99, een complexe roman met vele wisselingen in stijl en register, van grof naar geestig en alles ertussenin. Deze vertaling leverde haar in 2022 een nominatie op voor de Filter Vertaalprijs. Een andere auteur met een rauw randje is de Marokkaanse schrijver Mohamed Choukri. In een interview over haar vertaling van Gezichten omschrijft Poppinga de stijl van de auteur als ongepolijst en associatief, doorspekt met de taal van de straat: een taal die tegelijk grof, ontwapenend en kwetsbaar is. We zien een grote zorg om de auteur recht te doen en het juiste register te hanteren. Ze schuwt de grove woorden niet, maar mijdt sensatiezucht.
Ook in de omgang met kleinere vertaalproblemen is Poppinga vindingrijk. In het Arabisch is het gebruikelijk om te beschrijven met twee of meer ongeveer synonieme bijvoeglijke naamwoorden die in samenspraak een genuanceerde betekenis uitdrukken. Waar in een letterlijke vertaling ‘hun gevoelens waren ontregeld, verstoord’ zou hebben gestaan, vertaalt Poppinga in De automobielclub van Caïro, van Alaa Al Aswani, ‘zij waren van de wijs gebracht’. ‘Volkomen en onwankelbaar’ wordt ‘onaangetast’. Verder is Poppinga een meester in kleine ingrepen in de woordkeuze die de doeltekst naar een hoger niveau tillen. Het voertuig dat centraal staat in de climax van Mannen in de zon, in het Arabisch omschreven als ‘een zware wagen’, specificeert Poppinga tot ‘tankwagen’, wat het beeld voor de lezer scherper maakt. In Choukri’s Gezichten verandert Poppinga ‘omdat hun foto niet daar was’ in de veel meer beeldende formulering ‘omdat hun foto niet aan de muur hing’. ‘De meeste mensen die deze bar frequenteren’ wordt in Het boek van de verdwijning ‘de meeste stamgasten’.
Naturaliseren of exotiseren?
In algemene zin ziet de jury dat Poppinga in het omzetten van de structuur van het Arabisch kiest voor een naturaliserende vertaalstrategie, kort gezegd het omzetten van het Arabisch in een zo natuurlijk mogelijk Nederlands. Ze knipt lange zinnen op tot kortere en past de werkwoordstijden aan aan het verwachtingspatroon van de Nederlandse lezer. Dit voorkomt dat een tekst bij de lezer een onbedoeld bevreemdend effect oproept.
De keuze om naturaliserend of exotiserend te vertalen is niet alleen een kwestie van literaire voorkeur, maar ook een morele.
Tegenover naturaliserend vertalen staat exotiserend vertalen, waarbij juist de nadruk ligt op het weergeven van de vreemde of exotische aspecten van de taal en cultuur. De keuze om naturaliserend of exotiserend te vertalen is niet alleen een kwestie van literaire voorkeur, maar ook een morele. Het beeld van de broncultuur dat via vertaling wordt uitgedragen in de doelcultuur is ervan afhankelijk: of stereotypes worden versterkt of juist op overdreven wijze gemeden. De goede vertaler is in staat de momenten uit te kiezen waarop ze deze technieken inzet.
In specifieke situaties kiest Poppinga voor een exotiserende strategie, bijvoorbeeld door woorden onvertaald te laten of door dicht bij de brontekst te blijven in het vertalen van beeldspraak en idioom. Ze biedt daarmee een tegenwicht aan het naturaliseren van de structuur van de tekst. Sommige Arabische en islamitische termen zijn al ingeburgerd in het Nederlands, zoals hadj en ramadan, hummus en falafel. Andere zijn minder bekend, maar kunnen uit de context worden opgemaakt, zoals de omschrijving ‘in abaja’s gehulde vrouwen’. Elke lezer begrijpt dat dit om kledij gaat, en wie graag precies wil weten wat een abaja is, heeft het antwoord snel gevonden. Ook intifada en recenter het begrip Nakba zijn woorden die als bekend mogen worden verondersteld, en Poppinga doet er goed aan de lezer dat toe te vertrouwen.
Het vertalen of laten staan van het woord intifada (opstand) is een mooie casus van het gevoelige karakter van exotiseren en naturaliseren. In een interview met Hanneke van der Heijden noemt Poppinga een gesprek met de Palestijnse schrijfster Adania Shibli, van wie ze Een klein detail vertaalde. Voor Shibli vormde de praktijk om Arabische woorden onvertaald te laten een teken van kolonialisme, mogelijk vanuit de gedachte dat zulke exotiserende keuzes de afstand tot de Arabische ander bevestigen en vooroordelen versterken. Intifada klinkt mogelijk minder neutraal of sympathiek dan opstand; wat voor bijbetekenissen roept het op? Poppinga was het daar niet mee eens: ‘Ja, het woord intifada laat zich zonder problemen vertalen naar het Nederlands maar in de context van Palestijnse protesten tegen de Israëlische bezetting is het een begrip op zich geworden. (…) Soms is het bewaren van de Arabische term minder exotisch dan de vertaling.’
‘Ja, het woord intifada laat zich zonder problemen vertalen naar het Nederlands maar in de context van Palestijnse protesten tegen de Israëlische bezetting is het een begrip op zich geworden. (…) Soms is het bewaren van de Arabische term minder exotisch dan de vertaling.’
Dit bewustzijn van het effect van haar keuzes is tekenend voor Poppinga’s vertalingen. Door de exotisering zorgvuldig te doseren, en er altijd voor te waken dat dit niet tot een karikatuur leidt, biedt Poppinga de lezer een vertaling die goed leesbaar is en tegelijkertijd de broncultuur laat doorschemeren op een manier die de leeservaring verrijkt en de broncultuur recht doet.
Maatschappelijk engagement
De jury heeft grote waardering voor de inspanningen die Djûke Poppinga heeft geleverd, niet alleen in het ontsluiten van verschillende Arabischtalige literaturen, maar ook in de selectie van de werken die ze vertaalt. Hieruit spreekt naast een neus voor kwaliteit en diversiteit ook een sterk maatschappelijk engagement, wat de jury betreft een belangrijk aspect van Poppinga’s ambassadeurschap. Bij de keuze van de boeken valt op dat beleving een centrale rol inneemt. Veel van deze romans laten zien wat maatschappelijke en persoonlijke omstandigheden zoals een revolutie, angst voor het regime, censuur, onderdrukking, migratie of genderissues met een gewone mens kunnen doen.
Vlak voor de meest recente Gaza-oorlog, die is uitgemond in een Israëlische genocide op de Palestijnen aldaar, begon Poppinga aan ‘Stemmen uit Gaza’, een project in samenwerking met de Hope Foundation en uitgeverij Jurgen Maas: vijf jaar lang brengen ze elk jaar een Palestijnse roman uit Gaza uit – een project dat na oktober 2023 alleen maar in urgentie is gestegen. In een tijd dat vele vakgenoten zich hebben afgevraagd wat ze kunnen doen, geeft Poppinga een inspirerend voorbeeld: ze gebruikt haar expertise en netwerk om Palestijnen uit Gaza een stem te geven door hun literatuur te vertalen. Ze is hierin bovendien een pionier: er is nog niet eerder literatuur uit Gaza vertaald in een Europese taal. De impact van een roman als Mahmoud Jouda’s Een tuin voor verloren benen, die vertelt over de gevolgen van de escalatie van Israëlisch geweld tegen Palestijnen in Gaza, wordt nog groter nu we de namen van de steden, kampen en ziekenhuizen erin teruglezen: opeens herkenbaar uit het nieuws, inmiddels grotendeels verwoest.
Statement
Uit de selectie van werken die Poppinga vertaalt, spreekt naast een neus voor kwaliteit en diversiteit ook een sterk maatschappelijk engagement.
Net als bij oorspronkelijk literair werk kan ook van een vertaling een statement uitgaan. In een interview over haar vertaling van De dag dat de leider vermoord werd, van Nagieb Mahfoez, karakteriseert Poppinga Mahfoez als iemand die zich niet mengde in het politieke debat en liever zijn werk liet spreken. Poppinga constateert echter ook dat Mahfoez met deze novelle toch ernstige maatschappelijke problemen aan de kaak stelde. Toen de vertaling verscheen, in 2014, was de macht in Egypte weer stevig in handen van het militaire regime. Bijna dertig jaar na de oorspronkelijke verschijningsdatum in 1985 zien we dat er niets is veranderd aan het toekomstperspectief van de gewone Egyptenaar. De lezer kan niet aan de gedachte ontsnappen dat dit boek net zo goed vandaag had kunnen zijn geschreven.
Hetzelfde valt op aan een deel van de recent door Poppinga vertaalde Palestijnse literatuur, zoals het al genoemde Mannen in de zon, dat oorspronkelijk verscheen in 1962 en in 2023 in vertaling van Poppinga uitkwam. In 2024 volgde Poppinga’s vertaling van Ishaq Musa al-Husseini’s dierenfabel Memoires van een kip, uit 1943. De auteur zou hebben geprobeerd zich te distantiëren van politieke bijbedoelingen: ‘Mijn roman gaat niet over Palestijnen en Joden’, zou hij hebben gezegd, ‘maar over kippen.’ Maar, zoals Lucia Admiraal schrijft in haar recensie voor het NRC, het is de politieke lezing – toen en nu – die de roman urgentie geeft.
Voor haar prachtige en veelzijdige oeuvre, haar constante toewijding aan het vertaalvak en de Arabische literatuur en de maatschappelijke bijdrage die ze met haar werk levert, is het de jury een groot genoegen de Cultuurfonds Vertaalprijs Martinus Nijhoff 2026 toe te kennen aan Djûke Poppinga.
Henk Pröpper (voorzitter), Stella Linn, Diana Chin-A-Fat, Jan Willem Bos, Ilse Josepha Lazaroms, Hisham Hamad.