Advertentie
Banner Ambo Anthos 2026-5 – webformaat

De negen levens van de kat 

Het onderzoek naar mens-dier relaties zit enorm in de lift. Je zou daarbij bijna de dieren over het hoofd zien die elke dag bij je op de bank liggen. Maarten Reesink bespreekt een aantal recente studies over de geschiedenis van de relatie tussen katten en mensen – van de Egyptische sarcofagen tot de TikTok-filmpjes van vandaag. Niet alleen de mens, maar ook de kat is zich door de jaren heen anders gaan gedragen, en evolueert mee.

Besproken boeken

Grote wilde katten als leeuwen en tijgers behoren van oudsher tot de door de mens meest bewonderde en gevreesde dieren, zo valt op te maken uit diverse rotsschilderingen. Vandaag de dag behoren zij tot de meest charismatische dieren in de meeste dierentuinen. De huiskat is het enige gedomesticeerde dier (op de hamster na) dat van nature niet in sociale groepen maar solitair leeft, en dus niet per se op gezelschap gesteld is. Toch is de kat inmiddels de hond qua populariteit als gezelschapsdier voorbijgestreefd en daarmee, na de mens, het succesvolste grote zoogdier op de planeet. 

De huiskat is niet op gezelschap gesteld. Toch is de kat inmiddels de hond voorbijgestreeft qua populariteit en daarmee, na de mens, het succesvolste grote zoogdier op de planeet.

Naar allerlei aspecten van de band met onze katachtige huisgenoten wordt dan ook volop onderzoek gedaan. Over het voortschrijdend inzicht in hun gedrag, hun gezondheid en zelfs hun emotionele leven zijn inmiddels boekenkasten vol (populair)wetenschappelijke boeken geschreven. Maar wat betreft academisch werk over de geschiedenis van onze relatie met deze carnivore viervoeters moesten we het tot voor kort doen met Classical Cats van Donald Engels, een publicatie uit 1999, toen het dominante idee nog was dat alles was begonnen met de verering van de kat in het oude Egypte van de farao’s. Die lacune is in de afgelopen drie jaar opgevuld door liefst drie publicaties over de ontwikkeling van de mens-katrelatie, die elkaar ook nog eens perfect aanvullen. 

Mensenschedels en kattenbotten

De eerste twee van die studies doen uitgebreid verslag van de ontdekking van een gedeeld graf van een man met een kat op Cyprus, gedateerd op een kleine tienduizend jaar oud. De vondst wordt in 2004 gedaan door een groep Franse zoöarcheologen, en daarna volgen nog meer ontdekkingen in de regio van de Vruchtbare Halvemaan die langzaam maar zeker het verhaal verder invullen van hoe de band tussen mens en kat ooit begon. 

Het Nabije Oosten is de streek waar na de laatste ijstijd landbouw en daarna ook veeteelt tot bloei komen, wat de jagende en verzamelende mens in staat stelt tot een meer sedentaire manier van leven. Die leidt tot een snelle groei van de bevolking, en de daarvoor noodzakelijke voedselvoorziening en -zekerheid vereist de opslag van grote hoeveelheden graan, de ideale voedselbron van allerlei knaagdieren, in het bijzonder de uit India en omstreken afkomstige huismuis. En die vormen weer een lopend buffet voor de kleine roofdieren ter plaatse, waarbij de Afrikaanse wilde kat zich onderscheidt doordat zij de nabijheid van de mens en van onnatuurlijk grote aantallen soortgenoten rond deze voedselbronnen voor lief weet te nemen. Dit alles speelt zich af millennia voor hun verering in Egypte.

Interessant is dat archeologen op verschillende plaatsen aanwijzingen hebben gevonden voor de langzaam maar zeker verschuivende machtsrelaties tussen katten en mensen: mensenschedels met sporen van kattentanden maakten plaats voor kattenbotten bewerkt door mensen.

Deze episode komt pas halverwege de prachtig uitgegeven monografie Cat Tales: A History van Jerry D. Moore, archeoloog en emeritus hoogleraar antropologie aan California State University. Want de relatie tussen katten en mensen begint bij het ontstaan van de mensheid, als er op de Afrikaanse savannes al een aantal vervaarlijke grote katten rondlopen; sterker nog, dat zijn de geduchtste medeschepsels waaraan de mens in den beginne zelf nog voortdurend gevaar loopt ten prooi te vallen. In die zin, zo stelt Moore, ligt het voor hand dat de fysieke en mentale ontwikkeling van de mens (denk aan onze snel groeiende herseninhoud en tweebenige loopvermogen) mede is ingegeven door onze strijd met grote katten: die hebben ons mede gemaakt tot wie en wat we nu zijn. 

Ook toen de diverse menssoorten zich in de loop van de tijd vanuit hun Afrikaanse geboortegrond verspreidden over de rest van de planeet zouden zij overal leden van de kattenfamilie tegen het lijf blijven lopen. Interessant is dat archeologen op verschillende plaatsen aanwijzingen hebben gevonden voor de langzaam maar zeker verschuivende machtsrelaties tussen katten en mensen: mensenschedels met sporen van kattentanden maakten plaats voor kattenbotten bewerkt door mensen.

Deze strijd tussen katten en mensen om de heerschappij over de planeet vormt wellicht de oorsprong van onze sterk ambivalente verhouding met katten: ze wekken bij veel mensen affectie maar bij vele anderen nog altijd antipathie of zelfs haat. De ironie wil dat rond de tijd dat de sabeltandkatten en holenleeuwen overal in het wild worden uitgeroeid, de domesticatie van hun kleinere neefje in het Nabije Oosten een aanvang neemt. 

Handlangers van de duivel

De meer intieme band tussen kat en mens is niet uit liefde maar uit wederzijds praktisch nut geboren. Pas zo’n vierduizend jaar geleden, ten tijde van de hoogtijdagen van de Egyptische cultuur, worden katten door mensen op een voetstuk gezet. Letterlijk, want de Egyptenaren vereren hun katten, geven ze een prominente plaats in hun culturele en religieuze leven en zorgen er door contacten met volken rond de Middellandse Zee voor dat hun geliefde metgezellen steeds meer terrein in Europa en omstreken veroveren. Uiteindelijk verspreidt de kat zich zo over de hele wereld, met als gevolg, zo weten we nu uit DNA-onderzoek, dat alle hedendaagse huiskatten (ook de ‘oosterse’ rassen) afstammen van de Afrikaanse wilde kat uit de Oriënt. 

Dat deel en het vervolg van de mens-katgeschiedenis wordt het meest gedetailleerd verteld in Cats: A History van de Amerikaanse historicus Rod Phillips. Nadat katten in de klassieke Griekse en Romeinse wereld slechts een marginale plaats lijken te hebben gespeeld, weten ze in de loop van de Middeleeuwen in Europa toch een vaste plaats in de menselijke samenleving en culturele verbeelding te vinden. 

Vooral zwarte katten werden door de middeleeuwse clerus als handlangers of zelfs belichamingen van de duivel zelf gezien.

Maar die plaats is een heel andere dan in Egypte, zeker als in Europa vanaf de vijfde eeuw na Christus de roomse kerk een dominante factor wordt in het geestelijke leven. Hoewel katten populair blijven in het alledaagse leven van veel gewone mensen – waarbij ze bovenal ook worden gewaardeerd als effectieve bestrijders van knaagdieren – worden ze in toenemende mate verguisd door de clerus, die vooral in zwarte katten handlangers of zelfs belichamingen van de duivel zelf ziet. Katten worden daarbij in verband gebracht met vrouwen, die hen op prijs stellen om het huis vrij van muizen te houden, en met vermeend vrouwelijke eigenschappen zoals hun ongehoorzaamheid en ongeremde seksualiteit. In later eeuwen slaat de christelijke afkeer door in demonisering en vervolging van zowel katten als vrouwen.

Toch is dat niet het hele verhaal over katten en mensen in deze periode. Aan de hand van een breed palet aan voorbeelden uit boeken, schilderijen, juridische en andere documenten laat Phillips zien dat de verhoudingen tussen mens en kat vanaf de Middeleeuwen tot de moderniteit niet eenduidig zijn, maar bijna even veelkleurig en ambivalent als door de hele geschiedenis. Zo worden katten in beelden en vertellingen uit deze tijd voorgesteld als egocentrisch of juist eigenwijs, gevaarlijk maar tegelijk beminnelijk, slim of toch eerder sluw. Dat is een mooie nuancering van het traditionele, gitzwarte beeld over mens-katrelaties in die tijd, al worden het betoog en de voorbeelden ter onderbouwing wat minder overtuigend naarmate we dichter bij het heden komen. 

Veelsoortig samenleven

Over de mens-katrelatie in de laatste twee eeuwen gaat precies het meest verrassende boek, Feline Cultures: Cats Create Their History van de Franse hoogleraar contemporaine geschiedenis Éric Baratay. Hij gebruikt de meest actuele biologische, dierpsychologische en andere inzichten in katten om een groot aantal non-fictieverslagen van auteurs over hun leven en omgang met katten te analyseren. Doordat hij deze bronnen weer te combineren met bestaande historische kennis over de (mensen)maatschappij van de plaatsen en tijden in kwestie (voor elk type bron gebruikt hij een ander lettertype!), komt Baratay tot verrassende nieuwe inzichten: dat niet alleen het gedrag van mensen ten opzichte van katten in de afgelopen eeuwen sterk is veranderd, maar ook andersom. 

Pas in de zeventiende eeuw raakt voor het spinnen van katten in het Engels de term ‘purring’ in zwang, omdat het spelen met katten in die tijd ongebruikelijk was – het werd als kinderlijk of gevaarlijk gezien.

Katten blijken wezens die als soort met de mensenwereld mee-evolueren en zich ook individueel aanpassen aan mensen. Een simpel voorbeeld: pas in de zeventiende eeuw raakt voor het spinnen van katten in het Engels de term ‘purring’ in zwang, en nog later ‘ronronner’ in het Frans, omdat het spelen met katten zoals wij nu gewend zijn in die tijd nogal ongebruikelijk was – het werd vaak als kinderlijk of juist als gevaarlijk gezien. Mensen hadden daardoor minder oor voor katten, die door de geringere interactie ook minder tegen hen spinden.

Baratay toont aldus aan hoe onze veelsoortige samenlevingen van mensen en (andere) dieren in de praktijk werken. Dat maakt deze studie niet alleen methodologisch innovatief, maar biedt daarmee ook verrassende nieuwe inzichten in ons samenleven met dieren in het algemeen. Bekeken vanuit een minder antropocentrisch perspectief krijgen we als vanzelf meer oog voor het gedrag van onze katachtige huisgenoten. Zij zien er dan wel iets minder als beast uit dan ooit de sabeltandkatten, maar aan beauty hebben ze nog niets verloren – en nu blijken ze dus veel meer brains te bezitten dan we al die tijd voor mogelijk hielden.