Het begrip antisemitisme: definities en politisering
Yolande Jansen

Hannah Arendt, Antisemitisme (Boom 2021), 280 blz.

Bij het verschijnen van de eerste Nederlandse vertaling van Hannah Arendts Antisemitisme (1951) concludeert Yolande Jansen dat Arendts bijdrage vooral schuilt in het inzicht dat antisemitisme en de Holocaust in continuïteit met kolonialisme, imperialisme en racisme moeten worden begrepen. De les die wij daaruit nu kunnen trekken is vooral dat minderheden vragen om hun religieuze achtergronden in het publieke leven onzichtbaar te maken niet garandeert dat deze achtergronden van minder politiek belang worden – eerder het omgekeerde.


Lees verder

De aard van het beestje
Hans Ulrich Jessurun d’Oliveira

Hannah Arendt, Antisemitisme (Boom 2021), 280 blz.

Bij het verschijnen van de eerste Nederlandse vertaling van Hannah Arendts Antisemitisme (1951) vraagt Hans Ulrich Jessurun d’Oliveira zich vooral af of Arendts hoofdthese – dat de Joden het slachtoffer waren van een conflict tussen het negentiende-eeuwse hoogtepunt van de natiestaat enerzijds en de toekenning van het staatsburgerschap aan de joden anderzijds – de confrontatie met de Nederlandse casus wel overleeft. Het antwoord laat zich raden, en voorspelt weinig goeds voor haar analyse, al legt die de vinger wel op de zere plek.


Lees verder

Joodse emancipatie à la Arendt
Marieke Borren

Hannah Arendt, Antisemitisme (Boom 2021), 280 blz.

Bij het verschijnen van de eerste Nederlandse vertaling van Hannah Arendts Antisemitisme (1951) ziet Marieke Borren de denker al haar vermogens inzetten om te begrijpen waarom uitgerekend de Joden het slachtoffer werden van de nationaalsocialistische vernietigingsmachine. Dat ze daarbij wil laten zien dat zij niet louter slachtoffer waren, is volgens Borren het beste te beschouwen als een logische consequentie van haar toewijding aan de politieke emancipatie – in plaats van de sociale assimilatie – van deze groep.


Lees verder

Overal en nergens
Arnon Grunberg

Hannah Arendt, Antisemitisme (Boom 2021), 280 blz.

Bij het verschijnen van de eerste Nederlandse vertaling leest Arnon Grunberg Hannah Arendts Antisemitisme (1951). In plaats van ‘gebrek aan liefde voor het Joodse volk’ ziet hij vooral een principiële weigering om te stoppen met denken. Natuurlijk, Arendt roeit met haar persoonlijke, historische en analytische riemen – en dus met haar beperkingen. Maar voor Grunberg is ze vooral een denker die wordt gedreven door de ‘overtuiging dat de waarheid een zoektocht is die niet ophoudt, dat waarheid nooit iets kan worden wat je bezit’. Wie erin slaagt zo te denken, zet nogal wat op het spel.


Lees verder