Blog

Voor een overzicht van redactionele overwegingen, ontwikkelingen bij de Nederlandse Boekengids en meer kunt u de berichten hieronder lezen.

Nooit meer Indië: de zes denkfouten van Kester Freriks
🖋 Remco Raben

Begin oktober verscheen Kester Freriks’ ‘pamflet’ voor ‘eerherstel’ van tempo doeloe – zeg maar de goede oude tijd in Nederlands-Indië. Daags ervoor verschafte NRC Handelsblad zijn eigen medewerker de ruimte om zijn punt alvast te maken. ‘Tempo doeloe – ook een mooie tijd’ kopte het stuk. Meteen verschenen er verontwaardigde en vlammende reacties die beweerden dat Freriks het systematische geweld van het kolonialisme ontkende of verzachtte. Ook Remco Raben was geneigd zich bij dit koor aan te sluiten, maar hield zich in: zijn naam is Pavlov, zegt hij, maar de hond bleef aangelijnd. Dit was te gemakkelijk. Misschien had Kester Freriks ons iets te vertellen. Konden we niet, in plaats van hem a priori af te fikken, proberen te begrijpen waarom Freriks dit pamflet geschreven heeft? Welk punt maakt hij precies? Laten we dat eerst proberen vast te stellen. Vervolgens kunnen we zien of hij overtuigt.

* Verder lezen én de Boekengids steunen? Word nu abonnee. (Al abonnee? Log dan eerst even in.)

Waarom Jens van Tricht niet goed genoeg is voor mannen
🖋 Harm Hendrik ten Napel

Er bestaat, in ieder geval in Nederland, ruimte voor boeken over mannenemancipatie – voor een feministisch betoog over hoe patriarchale structuren ook mannen onderdrukken. Dat is best een complex onderwerp, zeker als je de meest geprivilegieerden van die groep mannen wilt bereiken. Harm Hendrik ten Napel signaleert Jens van Trichts Waarom feminisme goed is voor mannen.

* Verder lezen én de Boekengids steunen? Word nu abonnee. (Al abonnee? Log dan eerst even in.)

Gemeentepolitiek: Thijs Kleinpaste leest Megafoonpolitiek
🖋 Thijs Kleinpaste

In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen lezen dNBg-auteurs recent verschenen titels over (gemeente)politiek. Thijs Kleinpaste las Megafoonpolitiek, over de rol van communicatie, beeldvorming en imago in het politieke spel, en politici die hun kiezers het hoofd op hol brengen. Door Thijs Kleinpaste

* Verder lezen én de Boekengids steunen? Word nu abonnee. (Al abonnee? Log dan eerst even in.)

Gemeentepolitiek: Dirk Alkemade leest Gemeente in de genen
🖋 Dirk Alkemade

In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen lezen dNBg-auteurs recent verschenen titels over gemeentepolitiek. Dirk Alkemade prijst Wim Voermans en Geerten Waling voor hun succesvolle pleidooi voor gemeentepolitiek. Toch mogen we de gevolgen van het decentraliseringsbeleid niet vergeten. ‘Lokale partijen en bestuurders zijn lang niet in dezelfde mate toegerust op al die omvangrijke taken.’ Door Dirk Alkemade

* Verder lezen én de Boekengids steunen? Word nu abonnee. (Al abonnee? Log dan eerst even in.)

Gemeentepolitiek: Rob Hartmans leest Dorpspolitiek
🖋 Rob Hartmans

In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen lezen dNBg-auteurs recent verschenen titels over gemeentepolitiek. Martijn Bolkestein en Meindert Fennema schrijven iDorpspolitiek onder meer over de veranderde rol en positie van de burgemeester, en zien de komst van de gekozen burgemeester als onontkoombaar. 'Maar waarom verder met een heilloos experiment?' vraagt Rob Hartmans zich af. Door Rob Hartmans.

* Verder lezen én de Boekengids steunen? Word nu abonnee. (Al abonnee? Log dan eerst even in.)

dNBg leest: Zadie Smiths Feel Free
🖋 Kim Schoof

In haar nieuwste boek en tweede essaybundel, Feel Free, doet Zadie Smith er alles aan haar heldenstatus wat te temperen. In zowat ieder stuk ontkent ze stellig een expert te zijn op het gebied van wat dan ook, stelt ze zich bescheiden op. De valse bescheidenheid van een superster? Ik denk het niet: bescheidenheid is, zo blijkt uit Feel Free, de kern van Smiths schrijverschap, en precies wat haar zo’n held maakt. Door Kim Schoof

* Verder lezen én de Boekengids steunen? Word nu abonnee. (Al abonnee? Log dan eerst even in.)

De rivier, de hond en de winnaar
🖋 Maartje Amelink

Op 9 november wordt de ECI Literatuurprijs uitgereikt aan een van de zes auteurs die met recent werk op de shortlist staan. Maartje Amelink bespreekt hier alle zes de titels, haar persoonlijke top drie wat uitgebreider, inclusief de wat haar betreft beoogde winnaar. Door Maartje Amelink.

* Verder lezen én de Boekengids steunen? Word nu abonnee. (Al abonnee? Log dan eerst even in.)

De vele gezichten van de reformatie
🖋 Niklas Anderberg

Het zal u niet ontgaan zijn dat het vandaag 500 jaar geleden is dat Maarten Luther zijn 95 stellingen aan de deur van de Slotkerk van Wittenberg timmerde en de Reformatie begon. Hoewel ‘de Reformatie’? De veelheid aan bewegingen die we gewoon zijn onder die noemer te vatten ving daar niet aan, was verre van uniform en kende nogal wat verschijningsvormen die moeilijk te rijmen zijn met het moderne gereformeerde geloof. De veelgeprezen Cubaans-Amerikaanse historicus Carlos Eire schreef er een verrassend bont boek over. Door Niklas Anderberg.

* Verder lezen én de Boekengids steunen? Word nu abonnee. (Al abonnee? Log dan eerst even in.)

De lessen van Robert B. Silvers en The New York Review
🖋 Merlijn Olnon

Eind april vertrok Merlijn Olnon, hoofdredacteur van de Nederlandse Boekengids (dNBg), met een reisbeurs van het Nederlands Letterenfonds voor een werkbezoek naar New York. Eenzelfde bezoek aan Londen staat gepland voor deze zomer, met eind dit jaar nog een tweede bezoek aan New York.

* Verder lezen én de Boekengids steunen? Word nu abonnee. (Al abonnee? Log dan eerst even in.)

Van socialisme naar barbarij: Orbáns strijd tegen de Ander
🖋 Tivadar Vervoort & Ilse Josepha Lazaroms

In Nederland leert ’s lands premier ons dat politieke visie een olifant is die het zicht belemmert. Inderdaad is de West-Europese democratie sinds Thatcher verregaand gedepolitiseerd geraakt. Hoe anders is de situatie in Hongarije. Daar lijkt het de democratie zelf waartegen de ambities van Viktor Orbán zich in de loop van zijn inmiddels bijna zeven jaar durende premierschap in toenemende mate keren. Zijn project noemde hij in 2015 expliciet het bouwen van een ‘illiberale’ Hongaarse staat. Het blijkt een uitnodiging om zoveel mogelijk externe en interne vijanden te zoeken bij zijn strijd voor Hongarije. Liberalen, socialisten, zij die hun Hongaarse identiteit niet voorop stellen; ze horen niet in Orbáns utopie thuis. Dat we zijn illiberalisme heel serieus moeten nemen, bleek afgelopen week, toen het standbeeld van de wereldberoemde denker Georg Lukács werd verwijderd én een wet werd aangekondigd die Boedapests Central European University (CEU) met sluiten bedreigt. Het is geen toeval dat Lukács een Hongaars-joodse marxist was en dat de CEU door de Hongaars-joodse durfkapitalist en filantroop George Soros (oprichter van het Open Society Institute, inmiddels Open Society Foundations) werd gesticht. De voornemens en koers van Orbán, de demonstraties van vandaag, de stemming over de wet morgen, en de gebeurtenissen die erop volgen, zullen uitwijzen hoe ver de anti-kosmopolitische politiek in Hongarije kan gaan. Door Tivadar Vervoort met Ilse Josepha Lazaroms.

Illiberale democratie

Orbáns illiberale democratie is al enige jaren in de maak. In 2012 werd zijn nieuwe grondwet aangenomen, een eitje, met een absolute meerderheid in het parlement. Die grondwet opent sindsdien met ‘Isten, áldd meg a magyart!’, God zegene de Hongaren, en spreekt in de preambule trots over de kerstening van het land door stichter Sint István (Stefan). De Hongaar is volgens de tekst trots op het beschermen en verspreiden van de Europese waarden. Die waarden blijken te bestaan uit christelijke tradities en het kerngezin. Zo’n gezin heeft vervolgens nadrukkelijk het huwelijk tussen man en vrouw als basis. Enige tolerantie tegenover (laat staan, gelijkheid voor) bijvoorbeeld vluchtelingen, moslims, Joden en de LHBTQ-gemeenschap is ver te zoeken. De staatsburger van Orbáns illiberale democratie is Hongaars, christelijk en heteroseksueel — Blut und Boden en anders niets. Toch lijkt de grootste vijand van het land nog steeds het socialisme. Bijna de helft van de constitutionele grondbeginselen zijn een afrekening met de communistische ideologie. Opvallend is dat over de Holocaust, waarin Hongarije een pijnlijke rol aan de kant van nazi-Duitsland speelde, met geen woord wordt gerept. In plaats daarvan wordt de veroordeling van het socialistische verleden van het land gebruikt om iedere vorm van hedendaags kosmopolitisme de kop in te drukken. Ironisch genoeg is de open samenleving, en niet een sluimerend bolsjewistisch bewustzijn, daar het voornaamste slachtoffer van.

* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *

* Verder lezen én de Boekengids steunen? Word nu abonnee. (Al abonnee? Log dan eerst even in.)

Setting Lincoln straight (an interview with Charles Strozier)
🖋 Arthur Eaton

credit-donnelly-marksMost biographers make psychological judgments about their subjects all the time – they simply don’t recognize them as such. Not psychohistorian Charles Strozier. A conversation.

by Arthur Eaton


Essay from dBNg 2016#6

  • Charles B. Strozier, Your Friend Forever, A. Lincoln (Columbia University Press 2016), 352 blz. (bestel)

img_9202Charles B. Strozier – Chuck – lives on a leafy street in Brooklyn, New York City. My girlfriend and I visited him on a sunny morning in October. I agreed to speak with him about his latest book on the friendship between Abraham Lincoln and Joshua Speed – Your Friend Forever. Strozier is a psychohistorian, which means that he writes history using insights from psychology. He has written about a wide range of topics, such as Christian fundamentalism in the United States, and survivors of the 9/11 attacks. His first book, Lincoln’s Quest for Union, was an acclaimed analysis of Abraham Lincoln’s inner life. And his work has been nominated for a Pulitzer Prize on two occasions. Strozier practices psychoanalysis in a second office downtown, but here in Brooklyn is “where the magic happens”. A portrait of his late father, also a well-known academic, looks out for him – and possibly down on him – from one of the walls of his otherwise book-lined study. Surrounding his father are five poster-size reproductions of the covers of his books. Whenever he mentions one of them during our conversation, he proudly points at the cover.

abraham-lincoln joshua-speed

Psychohistory has been a contested field for as long as it has existed. Historians are skeptical because psychohistorians focus on topics and questions that they consider unknowable – the subjectivity of historical figures; psychologists, in turn, have questioned the possibilities of applying psychological theories to people who cannot speak back, who are often, in fact, dead. But psychohistory has produced a number of very beautiful and sensitive works of scholarship, and Chuck is one of its greatest living representatives. By empathically engaging with his subjects, as he does with his patients in Manhattan, Strozier brings his characters to life – gives them texture and psychological depth. Strozier’s latest book, Your Friend Forever, looks into the much discussed relationship between Abraham Lincoln and his best friend, the businessman Joshua Speed. In a difficult period of his life – when he was young, poor and mourning the death of his first love, the future President spent four years of his life living in a room with Speed. This fact has spurred the imagination of many students of Lincoln’s life. Strozier’s latest book looks into this relationship closely. The following interview is a condensed version of a heavily caffeinated discussion about Abraham Lincoln, biography and psychoanalysis.

* Verder lezen én de Boekengids steunen? Word nu abonnee. (Al abonnee? Log dan eerst even in.)

Losing our mind (English version)
🖋 Arthur Eaton

By Arthur Eaton, philosopher and psychologist. He is currently preparing a Ph.D. at University College London. He is also active as a writer and illustrator.


A conversation with George Makari

English version of an essay in DBNg 2016#3

general headshot
Photo: Dominique Nabokov

George J. Makari is a psychiatrist, historian and psychoanalyst. He is Professor at Weill Cornell Medical College and Director of Cornell’s Institute for the History of Psychiatry. He lives and works in New York City. His first book, Revolution in Mind, is widely considered the crown of a decades-long debate in academia about the value of psychoanalysis – the so-called Freud Wars. In the book, Makari showed that psychoanalysis was not Sigmund Freud’s sole creation, and that his ideas were a synthesis of existing thought. The book preserved the beauty and the usefulness of psychoanalytic concepts, while it conceded to critics that the birth of the psychoanalytic movement was gritty and problematic. It won several prizes, and was hailed by defenders and opponents of psychoanalysis alike. Novelist Paul Auster judged that: ‘George Makari has written nothing less than a history of the modern mind’. Recently Makari published his second book, Soul Machine - he calls it a prequel - in which he traces the history of the mind further back. It is a riveting history that shows how the concept of the mind was born out of intellectual debates over the connection between body and soul in 17th, 18th and 19th century Europe. One of the story’s main protagonists is philosopher and physician John Locke. Makari argues that before Locke debates centered around an immaterial soul and a material body. Only by creating a third category - ‘the mind’ - Locke invented a material soul that could be either healthy or ill. As such, he became one of the founding fathers of the mental health profession.

I spoke with George Makari about the mind in a small coffeeshop in Bloomsbury, London. He chooses his words carefully, is wary of electronic recording devices, and pats the air while he speaks.

Arthur Eaton: You’re a psychiatrist and a historian. Can you tell me about your intellectual background and how you came to have your dual career?

George Makari: My family’s profession was traditionally in medicine, but my personal interest took me more towards the humanities and the letters. It seemed to me interesting to try to combine the two. While at medical school I learned about an institute for the study of the history of psychiatry at Cornell University. I became very excited about this, transferred schools to get to Cornell, and have been there ever since.

AE: When did you decide to train as a psychoanalyst?

GM: After my psychiatry residency I got a three-year fellowship to study historiography and German. I trained as a psychoanalyst simultaneously. At the time, I was working on the history of psychoanalysis, so it was a perfect fit. The Freud Wars were in full bloom, and it was quite exciting to pry open the different assumptions that went into the building of psychoanalysis, while also trying to think about clinical work from a psychoanalytic perspective.  I joined the Columbia psychoanalytic centre, which had a multiple models of the mind approach, so you weren’t committed to any particular viewpoint. Relative to other psychoanalytic institutes it was the most free-thinking. It was academically interesting too, as it was embedded in the Columbia University system rather than a freestanding institute. I received a great deal of support there to do work that actually questioned some of the assumptions of psychoanalytic theory.

AE: Soul Machine is the story of the invention of the modern mind. Your book shows how the idea of the mind was born out of discussions between philosophers, physicians and theologians about the nature of the soul and the body. I am interested in your perspective on current debates. What contemporary discussions is your book a ‘symptom’ of?

GM, laughs: You think it’s a symptom, I don’t! That is the nature of neurosis. Look, I have two offices. One where I write, and one where I see patients. I do a lot of psychotherapy. I try to cure my patients using a concept that some people in my department say doesn’t exist: the mind. Nobody writes a book without any investment in what’s happening in the present, and as much as presentism is a big problem in history, it’s inevitable. I was motivated by a number of strains in my surroundings. I work alongside psychiatrists who are extremely scientistic, and who make all sorts of dangerous claims about having solved the mind-brain problem. The truth is: they haven’t. An example of these claims becoming very concrete is the current notion that the mind is an information processing machine, a computer. This position is being supported by Google and IBM. A lot of money is being poured into the idea that Artificial Intelligence can do what you and I can do. Some propose that machines will take over many of our jobs. In my book you’ll find that the idea that our bodies are machines is very old. I see it as a dangerous, anti-humanist position that has very little being said against it at the moment. On the other hand, I see that the basic premise of mentalism, which undergirds secular liberal culture, is under attack from reductionistic scientists, postmodernists, and in part by religious fundamentalists.

AE: Postmodernists?

GM: For a long time, the field of the history of psychiatry was dominated by postmoderists, Foucaultians mainly. They have looked at the discipline of psychiatry as exclusively a form of social control. But I think it is important to remember that Foucault never cured anyone. My book is an attempt, however small, at contributing to these debates. I adopted a historical position to the problem, and I came up with historical answers.

AE: There is an important link between religion and the concept of the mind in your book.

makari (1)

GM: An important argument in my book is that the concept of the mind was created by John Locke in response to both the changing views of Nature as well as his concerns about religious fanaticism. When Locke arrived in London after his studies in Oxford, he wrote a letter to his father saying: ‘the whole town has gone mad.’ In the letter, he described how there were I-heard-it-from-God prophets on every corner of the street. Religious enthusiasm and the political instability it created spurred him on to investigate the limits of human understanding. It resulted in his famous book entitled An Essay Concerning Human Understanding (1689). In the essay, Locke argued that there is such a thing as the mind, and that it has the capacity for empirical knowledge, but he crucially added that this knowledge is fallible and therefore does not have the right to make absolute claims.

AE: Your book shows how the changing debates over the materiality or immateriality of the soul brought with them changing conceptions of normality and abnormality. You give us this lovely quote by the playwright Nathaniel Lee: ‘I asserted the world was mad, the world asserted I was mad, and confound them, they outvoted me.’ Where do you position yourself in contemporary debates about this subject? Is the standardization of diagnosis of any concern to you? And does your historical work help you in any way to reflect on it?

GM: Freud was not the first to problematize the reification of mental illness. Locke spoke about everyday misassociations, everyday madnesses of life. With his work you start to see that normality is riddled with irrationality. The construction of the mind as a fallible, natural object necessarily meant that there couldn’t be such bright boundaries between madness and sanity. The brightest boundaries occur through a more biological view that looks at the brain and isn’t very much interested in individual differences. It is interested in the unified functioning of an object, a scientific object - the brain. There is a very sharp distinction between normality and abnormality in the brain, or at least there has been. That has been part of the challenge of being a good psychiatrist: to be able to tack back and forth between thinking about the brain and its functioning, and honoring individual differences, and their capacity to be quite unusual but  not pathological. We know so little about the biological differences and mental differences that the rush to pathologize can be very dangerous. On the other hand, it is only through using these concepts that we have some empirical guidance regarding certain kinds of treatments. To throw them out completely would be wrong.

AE: Do you see us losing the concept of the mind to neurodeterminism?

GM: I am very worried about the collapse of the mind-body problem into a pseudo-solution.  The history of psychiatry is a history of cautionary tales regarding such false answers. Because history provides so many examples of things gone wrong, I think that has made me a very careful psychiatrist. To me, the neuro-utopians are very scary. I will be on a panel at a science festival soon called: ‘My neurons, My self’. The truth is that the bridge between what science sees as the brain and that of internal experience is not even nearly built. That is not to say that there will never be a bridge. I think it is possible that in a hundred years there will be more of one.  What I worry about is the people who say we are already there. Don’t get me wrong: reductionism is an important tool. It says: I’m going to think about this small part of the problem, change one variable, and see what happens downstream. The problem is when people start to confuse the one variable and what happens downstream with the whole problem. That is why neuro-utopians are dangerous. They confuse a part with the whole. I’ll tell you what the harm is through an historical example: lobotomy. Lobotomy was the most scientifically established treatment in American psychiatry the 1950s. The lobotomists played the game by all the rules of science. From the perspective of science, they were doing the right thing. This was no quackery. Now we know that scooping out parts of a person’s brain was the wrong idea, because in almost all serious mental ilness there is not just one location that’s disturbed. We now know that a lot of people got hurt unnecessarily through lobotomy, even though science seemed to say it was right at the time.

AE: How do you see the future of the mind?

GM: I see the mind as a construction of not only philosophical forces, but political, medical, and scientific forces. Its future is going to be affected by all of those domains. Unhappily for philosophers, the philosophical impact is probably the least. Political impact is huge, as I have tried to show in the book. I think scientific innovation and medical interventions are going to be the wildcards that determine the future of the mind as well. I would say, for instance, that if religious fundamentalism continues to grow, mentalism will necessarily decrease. If liberalism is under siege, the notion of a contingent mind that undergirds toleration and the notions of life, liberty and the pursuit of happiness will also diminish. I am very worried about religious fundamentalism today. While the notion of the mind is disappearing as a result of the current climate of neurodeterminism, religious fundamentalism – in various guises – is on the rise.

* Verder lezen én de Boekengids steunen? Word nu abonnee. (Al abonnee? Log dan eerst even in.)

Uit NY: Menselijke embryo’s zonder ouders
🖋 Frans W Saris

door Frans W. Saris

Vergeet Gravitatiegolven, Super Symmetry, Higgs Bosons, de Big Bang, Multiversums, en wat dies meer zij. Het enige wat nog telt na het World Science Festival 2016 (WSF-2016) in New York is het kunstmatig maken van een cel met daarin het menselijk genoom – volledig gesynthetiseerd in het lab.

Daarover gaat een artikel in Science van 4 juni 2016.

Daarover ging een besloten bijeenkomst op 10 mei in Harvard met 150 biologen, ingenieurs en entrepreneurs.

Daartegen protesteerden een bioloog en een ethicus in Cosmos Magazine van 12 mei 2016.

En, daarover ging op 4 juni 2016 dus de ‘salon’ op WSF-2016 ‘Life in Our Image – The Ethics of Altering the Human Genome’…

‘To build our genome from scratch’ zei de Harvard geneticus en initiatiefnemer George Chruch.

‘Een menselijk embryo zonder ouders!’ zei moderator Amy Harmon.

‘Human enhancement’, zei Church, ‘Virus- en kankerbestendige mensen maken.’

‘What is wrong with God’s DNA?’ zei criticus Drew Endy.

‘Moral enhancement’, zei ethicus S. Matthew Liao, ‘We maken kleinere mensen die verbruiken minder energie en mensen die geen vlees lusten verminderen het klimaatprobleem.’

‘Danger of different species’ zei ethicus Gregory E. Kaebnick.

‘No worries’, zei Church, ‘dan zenden we de ene soort naar de Maan en de andere naar Mars.’

Een jongetje in de zaal legde iedereen het zwijgen op toen hij met een hoog stemmetje vroeg: ‘wat als ze een leger maken van mensen die het niet erg vinden doodgeschoten te worden?’

Sinds 2003 zijn de productiekosten van onze genen gedaald van $ 4 naar drie cent per letter van ons DNA. Daarmee zijn de ‘printkosten’ van ons gehele genoom gedaald van ongeveer $ 12 miljard tot $ 90 miljoen. Maar volgens Drew Endy zal dat met al het geld van die entrepreneurs snel dalen tot $ 100.000.

Deze biologen en ethici hebben niets geleerd van de fouten die wij fysici in het verleden hebben gemaakt door de samenleving niet te betrekken bij wat wij deden.

‘Contain’, zei Church, maar door wie?

‘Pause’. zei Endy, ‘in the name of the sacred and the planet.’

‘Het leven op aarde kunnen we ook redden’, zei Amy Harmon, ‘zonder human genome printing’.

Ombrofilia: een liefdesverklaring aan de regen
🖋 Frans W. Saris

Duizenden scholieren eisten vorige week op het Malieveld betere klimaatwetgeving. In 2011 bleek dat slechts 48 procent van de Nederlanders met de klimaatverandering in hun maag zit. Dat percentage behoort tot de laagste ter wereld. Volgens het laatste rapport van Eurostat is Nederland het verst verwijderd van het bereiken van de Europese klimaatdoelstellingen. Frans W. Saris vraagt zich af: hoe komt dat en wat is er aan te doen?

* Verder lezen én de Boekengids steunen? Word nu abonnee. (Al abonnee? Log dan eerst even in.)