Wat is De Nederlandse Boekengids?

de Nederlandse Boekengids is het tijdschrift voor de ware lezer.

We brengen zes keer per jaar tientallen pagina’s nieuwe boekencultuur op tabloidformaat, in de vorm van essays, boekbesprekingen, interviews en signalementen over non-fictie en fictie in de volle breedte, door schrijvende wetenschappers en denkende schrijvers.

De redactie mist, zeker sinds de teloorgang van de Academische Boekengids, een Nederlandstalig tijdschrift dat goedgeïnformeerde, verrassende én toegankelijke essayistiek brengt, uit alle disciplines, prikkelend geschreven, met één oog op recent verschenen boeken en een ander op de actualiteit. Een traditie die in de ons omringende landen, maar vooral in de Angelsaksische wereld (met The New York Review of BooksThe London Review of Books en TLS) springlevend is, en die ook door Nederlandse en Vlaamse lezers zeer gewaardeerd wordt. Wij willen hetzelfde doen voor het Nederlandse taalgebied; met uw hulp…

Een jaarabonnement (papier, digitaal of papier+digitaal) op de Nederlandse Boekengids kost € 30,-. Losse nummers zijn bij alle Nederlandse en Vlaamse boekhandels te krijgen. Als abonnee krijgt u toegang tot de digitale edities van al onze nummers.

Een overzicht van onze nummers tot nu toe vindt u hier.
Een overzicht van onze auteurs tot nu toe vindt u hier.

Veel leesplezier!

001wt_dnbg_5_2016_hr_def_%c6%92-01Schermafbeelding 2016-08-28 om 21.10.28

A.S. Byatt, op zoek naar hereniging van intellect en passie, door Margot Dijkgraaf

logo-erasmusprijsWat maakt het werk van A.S. Byatt zo bijzonder, zo humanistisch en zo Europees? Margot Dijkgraaf, de afgelopen tien jaar vice-voorzitter van het bestuur dat Byatt dit jaar de Erasmusprijs toekende, probeert er haar vinger erop te leggen. Een laudatio.

door Margot Dijkgraaf


Essay uit dBNg 2016#6

  • A.S. Byatt, On Histories and Stories: Selected Essays (Chatto & Windus 2000; Vintage 2001; Harvard University Press 2010), 208 blz.
  • A.S. Byatt, Portraits in Fiction (Chatto & Windus 2001; Vintage 2002), 112 blz.
  • A.S. Byatt, Possession: A Romance (Chatto & Windus 1990; Vintage 2007), 528 blz.
  • vertaald als: Obsessie (Altamira 1991; De Bezige Bij 2016; vert. Gerda Baardman & Marian Lameris), 656 blz.
  • A.S. Byatt, The Children’s Book: A Novel (Chatto & Windus 2009), 675 blz.
  • vertaald als: Het boek van de kinderen (De Bezige Bij 2010; vert. Gerda Baardman & Marian Lameris), 752 blz.
  • A.S. Byatt, Ragnarok: The End of the Gods (Canongate 2011), 192 blz.
  • vertaald als: Ragnarok: de ondergang van de goden (De Bezige Bij 2011; vert. Gerda Baardman & Marian Lameris), 192 blz.
  • A.S. Byatt, Peacock & Vine: Fortuny and Morris in Life and at Work (Chatto & Windus 2016), 192 blz.
  • vertaald als: Pauw en Wijnrank: over Jugendstil-kunstenaars William Morris en Mariano Fortuny (De Bezige Bij 2016; vert. Huub Stegeman), 192 blz.

beeld-dijkgraaf-op-zoek-naar-hereniging-van-intellect-en-passie

In het korte verhaal ‘A Lamia in the Cévennes’ verhuist een Britse schilder, Bernard, van Londen naar de Cevennen. Hij koopt een stenen huis met een atelier en laat een zwembad aanleggen. Een mooi blauw zwembad, op de wanden een mozaïek van dolfijnen. Hij bestudeert het blauw, dat naarmate het weer verandert, eindeloos wisselt van kleur. Het wordt een obsessie die kleur te vangen in een schilderij. ‘Why does this matter so much?’ vraagt hij zich af, wat maakt het uit of ik erin slaag of niet? Een algenplaag treft het zwembad, het wordt geleegd en opnieuw gevuld, dit keer met water uit de rivier. Er komen kleine visjes mee, kikkers. Maar ook ‘something very large, something coiled in two intertwined figures of eight and like no snake he had ever seen, a velvety-black, it seemed, with long bars of crimson and peacock-eyed spots, gold, green, blue, mixed with silver moonshapes, all of which appeared to dim and brighten and breathe under the deep water’. Het verhaal verandert in een sprookje: een kus zal de slang, een Lamia, een betoverde geest, doen veranderen in een mooie vrouw. Bernard wil maar één ding: de Lamia portretteren, het kleurenpalet van het zwembadwater is opnieuw veranderd, eindeloos probeert hij de kleuren te vangen met zijn verf en penseel. Uiteindelijk wordt een vriend van Bernard door de Lamia gekust, stralend vertrekken ze samen, na het ontbijt. Op de achtergelaten perzikschillen ziet Bernard een vlinder zitten, ‘it was a rich, gleaming intense purple, and then it was orange-gold and purple-veiled, and then it was purple again, and then it folded its wings and the undersides had a purple eye and a soft green streak, and tan, and white edged with charcoal.’ Zijn passie vindt een nieuwe invulling, nu gaat het hem om het weergeven van de kleuren van de vlindervleugels. Hij gaat er helemaal in op. ‘He was happy, in one of the ways in which human beings are happy’.

Het is een typisch Byatt-verhaal, met meesterhand geschreven, compact, suggestief, en zonder een woord te veel. Een verhaal waarin emoties of psychologie er niet toe doen, het gaat om de analyse van een idee, om een zoektocht. Het is een verhaal dat vanuit een realistisch begin ineens een ander register bespeelt, van de werkelijkheid in een sprookje verandert. Een verhaal ook dat draait om een van de kernthema’s uit Byatts oeuvre, haar obsessie voor het scheppen, haar passie voor het kijken. ‘I am obsessed by light’, zegt Byatt in een documentaire over haar leven en werk, ‘colour defeats language’. [1] Bernard is niet geïnteresseerd in het zwemmen op zich, niet in de vrouw die hem ten deel kan vallen, hij wil met zijn penseel de kleuren vatten, eindeloos experimenteren, doorgaan tot hij er is. Steeds weer opnieuw. In Byatts werk wemelt het van de kunstenaars met een passie, van Obsessie tot Pauw en wijnrank, van The Matisse Stories tot Elementals, de bundel waarin dit verhaal staat, steeds cirkelt Byatt rond dit thema. Voortdurend vernieuwend, eindeloos variërend.

Lees verder A.S. Byatt, op zoek naar hereniging van intellect en passie, door Margot Dijkgraaf

Fictie / non-fictie: een kritiek, door Maarten Asscher

Hoewel het begrip life writing een zeker nut heeft, verhult het als we niet uitkijken meer dan het verheldert. Over het contract met de lezer en over moraal op de dunne lijn tussen fictie en non-fictie, aan de hand van Anne Frank en Christophe Boltanski.

door Maarten Asscher


Essay uit dBNg 2016#6

  • Christophe Boltanski, La Cache (Stock 2015), 344 blz.
  • vertaald als: De schuilplaats (Cossee 2016; vert. Prescilla van Zoest), 288 blz.

boltanski-1Is Het achterhuis van Anne Frank een ‘roman’? Nee, natuurlijk niet, zo zal ieder verstandig mens direct antwoorden. Anne Franks dagboek is een autobiografisch werk. Zeker, er is in een (gedeeltelijke) redactie en herschikking een bewust literaire vorm aan gegeven, ook doordat de auteur haar aantekeningen tot een fictieve vriendin Kitty richt. Toch lijdt het geen twijfel dat de jeugdige schrijfster de bedoeling had – en die ook heeft uitgevoerd – de door haar ervaren werkelijkheid te beschrijven, als lid van een joods gezin dat tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de jaren ’40-’45 moet onderduiken. Ook wanneer een boek als Het achterhuis vandaag de dag zou uitkomen, zou het niet als roman worden uitgegeven, maar als dagboek, als autobiografisch boek, als persoonlijke geschiedenis of familiegeschiedenis, in elk geval als non-fictie. Aan het woord roman kleeft de associatie van verzinsels, van fantasie, en de kracht van de getuigenis van Anne Frank is juist de authenticiteit, het feit dat wat centraal staat de waarheid is, althans oprechtheid en niets dan oprechtheid, zoals dat bij getuigenissen hoort.

boltanski-2Nu is het rare dat deze observaties, waaraan een zekere vanzelfsprekendheid niet kan worden ontzegd – zozeer zelfs dat het open deuren lijken – in de hedendaagse Franse literaire wereld volstrekt anders worden ervaren. Neem het veelgeprezen boek La Cache (De schuilplaats) van Christophe Boltanski. Ook in dat geval gaat het om een persoonlijk, autobiografisch werk. Het is een familiegeschiedenis, geschreven door een lid van een bekende Frans-joodse familie, die wetenschappers, kunstenaars, dokters en journalisten heeft voortgebracht, en die een appartement bewoonde in een fraai huis aan de rue de Grenelle in het Parijse 7de arrondissement. Toevallig was ook in dat huis, net als in het geval van de Prinsengracht 263 in Amsterdam, in de bezettingsjaren sprake van een onderduikplaats, een gegeven dat in de titel van het boek tot uitdrukking wordt gebracht – afgezien van de meer overdrachtelijke verwijzing naar de beklemmende beschutting die de verteller van kinds af aan in het huis als geheel heeft ondervonden. Vanaf zijn eerste publicatie in Frankrijk in de herfst van 2015 is het boek van Boltanski zonder reserve als roman betiteld en door literaire recensenten en jury’s ook als zodanig opgevat. Het kreeg zelfs de prestigieuze Prix Femina 2015, terwijl voor literaire non-fictie ieder jaar nadrukkelijk een aparte essay-versie van de Prix Femina wordt toegekend.

De vraag is dan: is hier sprake van een verschil tussen de Franse en de Nederlandse literaire cultuur? Wordt hetzelfde soort boek in het ene Europese land als roman gezien en in het andere als non-fictie? Of heeft deze ogenschijnlijke discrepantie te maken met de vijfenzeventig jaren die de publicatie van Boltanski’s roman scheiden van de eerste verschijning van Anne Franks Achterhuis?

https___commons-m-wikimedia-org_wiki_file_p1110287_paris_vii_rue_de_grenelle_n100_rwk beste-prinsengracht-263-amsterdam-img_9191
100 Rue de Grenelle, Parijs                                              Prinsengracht 263, Amsterdam

Lees verder Fictie / non-fictie: een kritiek, door Maarten Asscher

De slavernij voorbij?, door Marijke Huisman

‘You have seen how a man was made a slave; you shall see how a slave was made a man.’

door Marijke Huisman


Essay uit dBNg 2016#6

  • Catherine A. Stewart, Long Past Slavery. Representing Race in the Federal Writers’ Project (University of North Carolina Press 2016), 372 blz.

9781469626277

Deze sleutelzin uit de autobiografie van Frederick Douglass vertelt in een notendop het verhaal van de man die in 1818 in slavernij was geboren op een plantage in Maryland, maar zijn zinnen al jong op vrijheid zette, zichzelf leerde lezen en schrijven, en in 1838 wist te ontsnappen naar de staat New York. Daar sloot hij zich aan bij de American Anti-Slavery Society, die zijn autobiografie publiceerde als Narrative of the life of Frederick Douglass, an American slave. Written by himself (1845).

Douglass was de eerste Amerikaanse ex-slaaf die zijn eigen levensgeschiedenis schreef, maar de (auto)biografie was al langer in zwang als abolitionistisch propagandamiddel. De eerste levensverhalen, veelal opgetekend door anti-slavernij activisten, verschenen vanaf 1760 in Groot-Brittannië. Na de Britse afschaffing van de slavernij (1833) verschoof het zwaartepunt naar de VS, waar abolitionisten gevluchte slaven als Douglass inhuurden om hun levensgeschiedenis live te vertellen tijdens anti-slavernij bijeenkomsten. Om een groter publiek tot het abolitionisme te bekeren werden dergelijke verhalen ook gepubliceerd. Tot de afschaffing van de Amerikaanse slavernij (1865) verschenen in Groot-Brittannië en de VS samen ruim honderd (auto)biografieën van ex-slaven. De teller stijgt echter tot circa zesduizend als ook rekening wordt gehouden met bijvoorbeeld biografische portretten van gevluchte slaven in abolitionistische media, getuigenissen van ex-slaven voor rechtbanken, de memoires en autobiografieën die geëmancipeerde Amerikaanse slaven na 1865 publiceerden, en met de meer dan tweeduizend interviews die het Ex-Slave Project (1936-1939) van het Federal Writers’ Project (FWP) opleverde.

Slave narratives, het diffuse corpus (auto)biografische teksten van ex-slaven uit het Engelse taalgebied, hebben vanaf de jaren 1960 grote invloed gehad op de historiografie over de Amerikaanse slavernij. Historici die zich, in het spoor van de burgerrechtenbeweging, richtten op de black experience met slavernij, en dus niet op de boekhouding van witte slavenhouders, vonden hier hun bronnen. Deze geschiedschrijving wordt echter ook beheerst door eindeloze discussies over de betrouw- en bruikbaarheid van autobiografisch materiaal. Catherine A. Stewart, hoogleraar geschiedenis aan Cornell University en auteur van Long Past Slavery. Representing Race in the Federal Writers’ Project (2016), bleef gelukkig weg van dit belegen debat. Zij onderzocht niet wat de FWP-interviews met ex-slaven al dan niet onthullen over de realiteit van het slavernijverleden, maar wat die slave narratives zeggen over de omgang met dat verleden in het Amerika van de jaren dertig. Het resultaat is een fascinerende studie over het Ex-Slave Project, opgevat als arena voor contemporaine discussies over geschiedenis, identiteit en burgerschap.

Lees verder De slavernij voorbij?, door Marijke Huisman

Byatts wachtende wereld, door Leen Huet

Life Writing is veeleer een nieuw academisch begrip dan een nieuw genre; weerspiegelt wellicht een nieuw inzicht van literatuurwetenschappers: een en dezelfde persoon kan wetenschapper en kunstenaar zijn, kunst bevrucht wetenschap en omgekeerd.

door Leen Huet


Essay uit dBNg 2016#6

  • A.S. Byatt, Possession: A Romance (Chatto & Windus 1990; Vintage 2007), 528 blz.
  • vertaald als: Obsessie (Altamira 1991; De Bezige Bij 2016; vert. Gerda Baardman & Marian Lameris), 656 blz.
  • A.S. Byatt, The Children’s Book: A Novel (Chatto & Windus 2009), 675 blz.
  • vertaald als: Het boek van de kinderen (De Bezige Bij 2010; vert. Gerda Baardman & Marian Lameris), 752 blz.
  • A.S. Byatt, Ragnarok: The End of the Gods (Canongate 2011), 192 blz.
  • vertaald als: Ragnarok: de ondergang van de goden (De Bezige Bij 2011; vert. Gerda Baardman & Marian Lameris), 192 blz.
  • A.S. Byatt, Peacock & Vine: Fortuny and Morris in Life and at Work (Chatto & Windus 2016), 192 blz.
  • vertaald als: Pauw en Wijnrank: over Jugendstil-kunstenaars William Morris en Mariano Fortuny (De Bezige Bij 2016; vert. Huub Stegeman), 192 blz.

byatt-1 byatt-2 byatt-3 byatt-4 byatt-5 byatt-6byatt-7 byatt-8

Sinds enkele jaren nemen de boeken van A.S. Byatt een bijzondere plaats in op mijn rekken en in mijn geheugen. Niet dat ik er als de kippen bij was om haar te ontdekken: The Children’s Book (2009), Ragnarok (2011) en Peacock & Vine (2016) las ik zodra ze verschenen. Daarna begon ik terug te gaan in Byatts scheppingstijd en haalde ik Possession (1990) in huis. Ik vermoed dat nu weldra het ogenblik zal aanbreken waarop ik The Biographer’s Tale bestel. Er zijn enkele schrijvers bij wie ik het betreur dat ik hun werk niet in chronologische volgorde heb gelezen, dat ik het niet heb gezien toen het aarzelend zijn weg in de wereld zocht. Waarom las ik The Patrick Melrose Novels pas als omnibus, waarom wist ik niet eerder af van het bestaan van Edward St. Aubyn, waarom heb ik zijn eerste roman er niet uitgepikt toen die onopvallend ergens in een boekhandel te wachten lag? Het is een bijzonder soort spijt, spijt waardoor je je gaat afvragen of de beste literaire verwezenlijkingen van je eigen tijd niet grotendeels onopgemerkt aan je voorbijgaan. Hoeveel tijdgenoten van Proust lazen Proust? Niet veel wellicht, maar genoeg om het werk de eer te bewijzen die het verdiende en het over te dragen aan de volgende generaties. Een elitaire bezigheid, dat waarderen, bewaren en vererven. Bestaan zulke elites nog en zo ja, hebben ze nog voldoende slagkracht om hun taak te vervullen? De Nobelprijs literatuur voor Bob Dylan heeft de vraag onlangs opnieuw scherp gesteld.

Lees verder Byatts wachtende wereld, door Leen Huet

de Nederlandse Boekengids 2016#6 in 15 seconden

Verschijnt 8 december, maar nu al digitaal beschikbaar voor abonnees:
het extra stevige life writing-decembernummer van de Nederlandse Boekengids (9789492476043).

Ga naar de inhoudsopgave | neem een papieren of digitaal abonnement | of bestel los!

Essays, boekbesprekingen, interviews en signalementen, op papier en digitaal, via nederlandseboekengids.nl en de boekhandel.

Met in dit nummer essays van Leen Huet, Maarten Asscher, Margot Dijkgraaf, Christien Franken, Geerdt Magiels, Pim Klaassen, Frans W. Saris, Jamal Ouariachi, Daan Stoffelsen, Kim Schoof, Marleen Rensen, Willem Otterspeer, Rob Hartmans, Arthur Eaton, Marijke Huisman, Kristof Smeyers en Sjoerd van Hoorn — over A.S. Byatt, life writing, de bewustzijnsclub, kunst en het brein, Richard Dawkins, het zelfbeeld van rocksterren, Ta-Nehisi Coates, Stefan Zweig, John Aubrey, Jacob Burckhardt, Lincolns psyche, slavernijgetuigenissen, Gabriel Harvey en Augustinus als eerste autobiograaf.

Auke Hulst over verval in Amerika

‘Wie leeft tussen de overblijfselen van een beter verleden, gelooft graag een charlatan die een terugkeer naar datzelfde verleden belooft’

door Auke Hulst, schrijver, muzikant en essayist. Zijn laatste (zeer goed ontvangen) roman En ik herinner me Titus Broederland verscheen in oktober bij Ambo|Anthos. Hulst is als vaste medewerker verbonden aan NRC Handelsblad.


AL HET MENSELIJKE ZAL OOIT GESCHIEDENIS ZIJN

Essay uit DBNg 2016#5

  • Matthew Christopher, Abandoned America: Dismantling The Dream, Carpet Bombing Culture 2016, 24 blz.
  • Jordy Meow, Abandoned Japan, JonGlez Publishing 2015, 256 blz.
  • Matthew Christopher, Abandoned America: The Age of Consequence, JonGlez Publishing 2014, 240 blz.

christopher-1 meow christopher-2

1

Aan de rand van Salem, Oregon, ligt een uitgestrekt terrein waar de natuur zich heeft ontfermd over ziekenhuisgebouwen, een roestige watertoren en de bakstenen schoorsteen van de warmtedistributie. Vanaf de weg – Reed Road of Stagecoach Way – kun je er een glimp van opvangen, maar het is verboden dichterbij te komen. Wat ik dus wil. Ik parkeer mijn auto langs een toegangsweggetje dat is afgezet met blokkades en vors de omgeving – het is bijna veertig graden in de zon, en er is geen mens te bekennen. Toch ben ik nerveus, of misschien juist daarom. Verre stadsgeluiden komen nauwelijks uit boven de castagnetten van cicaden, en in de berm zijn borden aan palen gespijkerd: NO TRESPASSING, PRIVATE PROPERTY.

Dit is Fairview Training Center, een psychiatrisch ziekenhuis dat in 1907 werd geopend als het State Institution for the Feeble-Minded. Wat begon met 39 patiënten die waren overgeplaatst uit een nabij gesticht, groeide uit tot een instelling waar 1300 patiënten behandeld werden. En vaak ook: mishandeld. Ze werden afgeranseld met aanzetriem en bullwhip en nog tot diep in de jaren zeventig gedwongen tot sterilisatie, castratie of hysterectomie. Om de bewoners in toom te houden werden extreme doseringen kalmeringsmiddelen en psychotropica toegediend. Voor al die misstanden bood gouverneur John Kitzhaber in 2002 officieel excuses aan, twee jaar nadat Fairview eindelijk was gesloten. Het gerucht gaat dat het in de ruïnes nog altijd spookt.

Ik klik de auto op slot en snel schielijk een heuveltje over, eerst via een verhard wandelpad, dan over een indianenpaadje. Een kousenbandslang ritselt in het gras, knaagdiertjes schieten weg, de halmen reiken tot aan mijn middel. Rond de gebouwen zelf rukken de doornstruiken op. Ik herinner me dat we in het bos waar ik opgroeide ook zo’n struik hadden – hij was zo groot geworden dat we er gangen in konden uithakken met onze zakmessen. Die herinnering baart direct een tweede: aan een van de eerste boeken die ik met vreugde verslond: Harry Harrisons Doodstrijd op Pyrrus (1960), over een planeet waar moorddadige vegetatie zich verzette tegen onwelkome bezoekers – struiken sterker dan tanks braken door de muren van de mensenstad. Ik las erover in badwater met een subtiele geur van roest, in een ruimte zonder ramen. In mijn hoofd houden al die dingen verband. Vroeger. Nu. Straks.

* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *

Lees verder Auke Hulst over verval in Amerika

de Nederlandse Boekengids 2016#5 in 15 seconden

Vandaag verschenen, het oktober-novembernummer van de Nederlandse Boekengids (9789492476036).

Ga naar de inhoudsopgave | neem een papieren of digitaal abonnement | of bestel los!

Essays, boekbesprekingen, interviews en signalementen, op papier en digitaal, via nederlandseboekengids.nl en de boekhandel.

Met in dit nummer essays van Auke Hulst, Remco Raben, Frans W. Saris, Arnold Heumakers, Martine Prange, Thomas Hylland Eriksen, John Kleinen, Elsbeth Ronner, Steven van Schuppen, Cees Zweistra, Alexander H. de Groot, Arnoud Stavenuiter, Tivadar Vervoort, Rob Hartmans, Channa van Dijk, Kim Schoof, Dorrit van Dalen, Lennaert Huiszoon, Roel Salemink, Sjoerd van Hoorn, Helen Westerik, Christiaan Roodenburg, Joop Hopster, Merlijn Olnon en Maite Karssenberg — over (onder andere) moderne ruïnes, witte schuld en onschuld, bioculturele diversiteit, Mein Kampf, Nietzsches multiculturele ideaal voor Europa, versnelling en oververhitting, het werk van Viet Thanh Nguyen, Googles nieuwe hoofdkantoor, verdeeld Duitsland, robotisering op de werkvloer, Turkije in Nederland nu, en nog veel meer.

Op weg naar de tweede jaargang van De Nederlandse Boekengids

L.S.,

Ruim een jaar geleden is De Academische Boekengids (daarvoor De Amsterdamse Boekengids) aan een nieuw leven begonnen als De Nederlandse Boekengids. De redactie heeft de afgelopen maanden geknokt om wat velen onmogelijk leek toch mogelijk te maken: een goede Nederlandstalige Book Review naar de beste Angelsaksische voorbeelden. We hebben dit gedaan zonder voorfinanciering en louter op basis van onze tijd en inzet, de belangstelling van uitgeverspartners, abonnees en adverteerders, en de goodwill en talenten van onze auteurs. Met succes, zoals u heeft kunnen lezen.

We danken iedereen die dit nieuwe begin mede mogelijk heeft gemaakt, in het bijzonder Esther Wils. Zij maakt vanaf heden geen deel meer uit van de redactie. In de aanloop tot de volgende jaargang wordt onze redactie onder mijn leiding als uitgever en hoofdredacteur vernieuwd en aanzienlijk vergroot. Ook de vormgeving zal verder verbeterd worden. Op die manier zullen we de ambities van De Nederlandse Boekengids nog beter kunnen nastreven.

Momenteel worden de twee laatste nummers van 2016 afgewerkt en zijn de contouren van jaargang 2017 duidelijk – de eerste stukken zijn al toegezegd.

Vertrouwend op een weerzien in De Nederlandse Boekengids,

Merlijn Olnon
hoofdredacteur en uitgever