Politiek en (homo-)erotiek: de casus Mann

Met de spierballenretoriek van Putin, Trump en de populisten in hun schaduw lijken we plotsklaps een heel nieuwe politieke realiteit te hebben betreden. ‘Lijken’, want het spreken en denken over politieke stijl, naties en samenlevingen als mannelijk of vrouwelijk is zo oud als de politiek zelf, net als het wisselen van die genderrollen overigens – tot ver in de 20ste eeuw wreef het Westen het Oosten bijvoorbeeld nog zwakheid, verwijfdheid en decadentie aan, terwijl dat tegenwoordig precies andersom is. [1] En dat juist deze drie termen zo vaak in één adem genoemd worden, is veelzeggend… het was niet zomaar dat tijdgenoten Hitler zo vaak een hystericus noemden. De manier waarop ook Thomas Mann (1875-1955) nationale politiek in verband bracht met gender, erotiek en met name homoseksualiteit, biedt niet alleen een verhelderende kijk op zijn leven en zijn werk, maar bovendien op zijn tijd en de onze. Een literair-historisch perspectief bij de eeuwige terugkeer van het politieke geschreeuw. Door Olivier Boehme.

In 1946 schreef Mann dat de Duitsers ‘een homo-erotisch’ volk waren. [2] Zo staat het er, zwart op wit. Die bewering, die deel uitmaakt van een reflectie over de liquidatie van Sturmabteilung (SA)-leider Ernst Röhm door zijn voormalige medestander Adolf Hitler, deed Mann niet bij wijze van gril. Aan dat oordeel gingen heel wat expliciete en impliciete beschouwingen over het erotische karakter van het Duitse volk en zijn geschiedenis vooraf. Het oeuvre van één van de grootste Duitse schrijvers van de twintigste eeuw vormt dan ook een monumentaal commentaar op de Duitse geschiedenis en cultuur. (De noten bij dit essay zijn ook buiten Blendle om te lezen onder deze link.)


Essay uit dBNg 2017#1

Doctor Faustus Image result for 9789028426825 Image result for 9789029586191 Image result for 9789029567633


Mann werd kort na de oprichting van het Tweede Duitse Keizerrijk (in 1871) geboren en stierf enkele jaren na de totstandkoming van West- en Oost-Duitsland, te midden van de Koude Oorlog. Hij begeleidde en becommentarieerde die bijzonder bewogen tijdspanne in zijn literaire en kritische werk. De schrijver, die vooral na 1933 uitgroeide tot symbool van het ‘goede Duitsland’ en toonbeeld van een democratische en tolerante versie van zijn land en cultuur, leverde zijn benadering van ‘het Duitse’ met een toenemende autoriteit. Dat neemt niet weg dat zijn werk niet alleen een sterk politieke, maar ook een onmiskenbaar erotische dimensie kende. Manns duiding blijkt sterk verweven met ideeën over hoe homo-erotiek zich manifesteerde in de Werdegang van de natie waar hij tegen wil en dank toe behoorde.

* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder Politiek en (homo-)erotiek: de casus Mann

LTI17: de taal van het Derde Rijk, anno 2017

Eén van de voornaamste slagvelden van een samenleving of gemeenschap in hevig conflict met zichzelf is de taal die gesproken wordt. Dat lijkt misschien vanzelfsprekend – toch is het verbazingwekkend om te zien hoe schijnbaar ongemerkt en zonder veel weerstand de taal die Westerse politici en opiniemakers spreken gedurende het afgelopen decennium is getransformeerd. De taal van het populisme is gemeengoed geworden: niet alleen door de retorische vaardigheid van haar sprekers, maar ook door de zeer vruchtbare voedingsbodem waarin dat idioom niet zelden landt. Maar met de verandering van het idioom verandert ook het politieke en morele landschap waar die taal naar verwijst. Het doet ertoe, bijvoorbeeld, of er over migratie wordt gesproken als een vraagstuk over rechtvaardigheid, of als een bedreiging voor de gezondheid van een land of samenleving. In Europa en de Verenigde Staten wordt in toenemende mate over migratie gesproken in termen van catastrofe en natuurramp; over mensen als dragers van gevaarlijke, subversieve aandoeningen – of dat nu een religie is, of lichamelijke driften, of een cultuur die erop uit is om alles wat goed is te ondermijnen. Is dat overdreven (met de suggestie dat het wat onschuldiger is dan het misschien klinkt)? Of moeten we ons daar veel meer zorgen over maken dan we lijken te doen?  Door Thijs Kleinpaste.

Grote politieke en humanitaire catastrofes beginnen er doorgaans mee dat mensen niet langer worden voorgesteld als menselijk. Wie erin slaagt om bootvluchtelingen niet als mensen voor te stellen, maar als invasie, heeft niet alleen het zicht op de realiteit veranderd, maar ook de morele opdracht die aan die blik ten grondslag ligt: een invasie is dan niet een opdracht tot hulp, maar tot afweer. Verander de taal, verander de wereld. Door de werkelijkheid opnieuw te formuleren verdwijnen en verschijnen politieke en morele dilemma’s, al naar gelang het de spreker uitkomt. Als een humanitair probleem niet langer een humanitair probleem is, verdwijnt ook de morele imperatief het op te lossen. Taal is een wapen – en woorden zijn precies zo onschuldig of schuldig als de gewetens waarin ze ontstaan. Wat betekent dat?


Essay uit dBNg 2017#1

omslag 9783150203651 omslag 9789045002996 omslag LTI


Trump en de taal van het Derde Rijk

Het standaardwerk over de fnuikende corrumpering van een samenleving door de taal die er gesproken wordt is LTI: Notizbuch eines filologen (1947) door de Duits-Joodse filoloog Victor Klemperer, over de ‘Lingua Tertii Imperii’, oftewel de taal van het Derde Rijk. Van alle akelige anekdotes uit dat boek blijft bij herlezing de volgende het langst hangen: een collega drukt hem, niet lang voor de definitieve machtsovername van Adolf Hitler in Duitsland, op het hart dat het hele gedoe over de Joden er alleen is voor propagandadoeleinden. ‘Wacht maar. Als Hitler eenmaal aan het roer staat is hij veel te druk om de Joden steeds te beledigen.’

De onderschatting die de collega maakt, wordt ook nu gemaakt en wijst op het onvermogen van doorgaans toch heel verstandige mensen om te verinnerlijken dat het ‘gedoe’ over deze of gene (etnische) minderheid geen propaganda of politieke strategie is, maar gemeend. Niemand is te druk om de daad bij het woord te voegen als die woorden ernst zijn.

* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder LTI17: de taal van het Derde Rijk, anno 2017

Thierry Baudet en de erfenis van de jaren dertig

Eind vorige zomer transformeerde Thierry Baudet zijn eurosceptische denktank Forum voor Democratie in een politieke partij, klaar om vanaf komende maart een Nexit voor te bereiden. Zelf groeide Baudet in de afgelopen jaren van een conservatieve veelschrijver uit tot een markante woordvoerder voor een politieke stroming die zich in populariserende catchphrases afzet tegen ‘Europa’ en oproept het ‘eigene’ te omarmen. Simplistische vergelijkingen met het verleden zijn weliswaar gevaarlijk, maar volgens Rob Hartmans kan deze stroming wel degelijk historisch worden geduid. Door Rob Hartmans.

Eind 2013 publiceerde ik een bundel met essays over intellectuelen en hun bemoeienissen met de samenleving en politiek van hun dagen. Het boek opende met een stuk over Erasmus en eindigde met een beschouwing over een rijzende ster aan het vaderlandse intellectuele firmament: Thierry Baudet. [1] Omdat het stuk over Baudet nogal kritisch was uitgevallen  leek het me fair en boeiend om tijdens de presentatie van boek in debat te gaan met de jeugdige intellectueel. Na afloop van de pittige maar beschaafde discussie liep Baudet af op een kleine, oudere dame in het publiek en zei tegen haar dat het hem was opgevallen dat ze vaak nogal afkeurend naar hem had gekeken. ‘Ach, weet u, meneer,’ zei deze toen 98-jarige dame, die inmiddels de enige persoon ter wereld moet zijn die kan zeggen dat ze nog met Trotski heeft gecorrespondeerd, ‘ik ben figuren zoals u eerder tegengekomen, in de jaren dertig in Parijs, en wij noemden hen toen fascisten.’ (De noten bij dit essay zijn ook buiten Blendle om te lezen onder deze link.)


Essay uit dBNg 2017#1 (Dit essay verschijnt zij-aan-zij met dit interview met Thierry Baudet door Arthur Eaton. Beide bijdragen kwamen geheel onafhankelijk van elkaar tot stand.)

omslag breek het partijkartel omslag oikofobie omslag de aanval op de natiestaat omslag conservatieve vooruitgang


Er ging een zekere huivering door de omstanders, en ook ikzelf voelde me ongemakkelijk bij deze opmerking. Wie het populisme en andersoortige aanvallen op het liberaal-democratische bestel vergelijkt met wat er in het Interbellum gaande was, krijgt al snel te horen dat hij of zij de plank volledig misslaat en doelbewust bezig is met het ‘demoniseren’ van politieke tegenstanders. Op deze manier komt immers de slagschaduw van ‘Auschwitz’ over het debat te hangen, waarna de zaak zo verduisterd wordt dat van een zinvol gesprek geen sprake meer kan zijn. De ‘Wet van Godwin’ in optima forma.

Toch is er alle reden om serieus te kijken naar wat deze dame zei, en naar wat ze níet beweerde. Ze zei immers niet dat Baudet een fascist was, dat hij de politieke doelstellingen en middelen van het fascisme uit de jaren dertig propageerde. Ze had het niet over Duitsland en het nationaalsocialisme, maar over Frankrijk en de welig tierende vreemdelingenhaat en de antidemocratische bewegingen die daar actief waren. Bovendien waren deze fenomenen toen niet nieuw, zoals ze ook na 1945 niet voorgoed zijn uitgestorven, maar namen ze in die jaren wel een specifieke vorm aan: ‘Wij noemden hen toen fascisten.’ Waar het namelijk om gaat, is dat de aanval op het politieke bestel die Baudet en anderen uitvoeren, dat de rancune en demagogie, het gescheld op de elites en het aanwijzen van zondebokken, verdomd veel lijken op wat er in de jaren dertig in Europa gebeurde. Vandaar dat het zinvol is om een blik te werpen op de politieke en intellectuele traditie waar Thierry Baudet, die zijn strijd tegen het liberaal-democratische bestel na maart 2017 vanuit het parlement hoopt te kunnen voeren, deel van uitmaakt. Niet omdat Baudet op zich nu zo interessant en belangwekkend is, maar vooral omdat hij in de ogen van sommigen een zeker intellectueel cachet verleent aan een veel bredere beweging die uit is op een totale kladderadatsch, een omwenteling die in één klap een einde moet maken aan alle tekortkomingen van het huidige bestel en ‘het volk’ zal teruggeven wat het door ‘de elites’ is ontnomen. Kortom, Baudet als gecoiffeerde, voor hoogopgeleiden verteerbare vertegenwoordiger van de revolutie die ook het oogmerk is van Geert Wilders, Donald Trump, Marine Le Pen, Frauke Petry en hoe ze verder mogen heten. Een ontwikkeling die in een aantal opzichten wel degelijk doet denken aan de jaren dertig.

* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *
Lees verder Thierry Baudet en de erfenis van de jaren dertig

Het complot tegen de natie – interview met Thierry Baudet

Thierry Baudet (1983) is historicus, jurist en schrijver. Hij publiceerde acht boeken, waaronder De aanval op de natiestaat (2012) en Oikofobie (2013). In 2016 werd zijn denktank Forum voor Democratie (FvD) omgedoopt tot een politieke partij met Baudet als voorman. Hij is euroscepticus, voorstander van een Nexit en fel gekant tegen wat hij het ‘cultuurmarxisme’ noemt. In zijn woorden: ‘Dat is de variant van het marxisme die de “Verelendung”, waar uiteindelijk de wereldrevolutie uit voort zou moeten komen, niet langer verwacht van het economisch systeem en daardoor deze vervreemding via de cultuur wil realiseren’. Tegen deze schimmige vijand trekt Baudet nu ten strijde.

Nederland is volgens Baudet ziek en lijdt aan een aandoening die hij ‘oikofobie’ noemt. Deze afkeer van de oikos – het thuis, het eigene – beschouwt hij als een tragedie die het resultaat is van een jarenlange campagne van haatdragende elites. ‘Oikofobie is een normaal stadium waar pubers doorheen gaan’, schrijft hij, ‘maar in het Westen is deze geesteshouding sinds de Tweede Wereldoorlog het culturele, politieke en intellectuele debat gaan beheersen’. Baudet werpt zich op als verdediger van de westerse beschaving: haar tradities, haar natiestaten en haar esthetiek. Daarbij heeft hij een onwrikbaar vertrouwen in het ‘gezonde volksgevoel’. Met een partijprogramma dat een radicale democratisering voorstaat hoopt hij de huidige elites omver te werpen: ‘De bevolking heeft gelijk als het gaat over massale immigratie, de Europese Unie en het sluiten van grenzen’. Ik wilde het met hem hebben over zijn filosofische achtergrond en de belangrijkste thema’s in zijn werk – de ideeën achter de standpunten. Door Arthur Eaton.


Interview uit dBNg 2017#1 (Dit interview verschijnt zij-aan-zij met dit essay over Thierry Baudet en de erfenis van de jaren dertig door Rob Hartmans. Beide bijdragen kwamen geheel onafhankelijk van elkaar tot stand.)


Raoul Hausmann, The Spirit of Our Time – Mechanical Head (1919)

[Arthur Eaton] Een vriendin van mij stelt zich de hemel voor als een bruine kroeg waar achterin een bandje speelt. Aan de bar zit een aantal dode denkers met wie je een borreltje mag drinken voordat je door de achterdeur het grote niets tegemoet gaat. De vraag is natuurlijk: met wie zou jij graag aan de bar een laatste borreltje drinken? En – niet onbelangrijk – welk bandje speelt er?

Nederland Den Haag 01-10-2016 Thierry Baudet Forum voor Democratie Foto www.marcobakker.com
Foto: Marco Bakker

[Thierry Baudet] [Lacht] Dat is een leuke vraag, maar ik vind het moeilijk om hem te beantwoorden. Voordat ik aan mijn oeuvre begon had ik allerlei voorstellingen over de mensen achter de boeken. Nu ik zelf wat geschreven heb, en mensen ontmoet heb die boeken hebben geschreven, besef ik dat het beste van de mensen in de boeken zelf zit. Mijn werk is rijker dan ik als gesprekspartner ben. Ik schiet als mens hopeloos tekort – maar in mijn werk transformeer ik dat tot iets betekenisvols. De mensen met wie ik het liefst een biertje drink zijn gewone mensen met wie ik het kan hebben over het gewone leven.

[AE] Is schrijven voor jou een eenzame bezigheid? Ben je niet in dialoog als je schrijft?

[TB] Schrijven is een monoloog. Ik kan het niet beter zeggen dan ik het kan opschrijven. Neem bijvoorbeeld mijn roman: ik beschouw dat echt als een heel goed boek, een werk dat een belangrijke plek inneemt in de westerse literatuur. Vorige week werd ik erover geïnterviewd. Dan voel ik me erg verdrietig over mijn antwoorden. Ik slaagde er niet in om mijn boek goed samen te vatten. Later denk ik dan: literatuur valt ook niet samen te vatten – daar is het literatuur voor.

[AE] Dat wordt nog lastig in de politiek. Dat is een orale kunst.

[TB] Ik ben ook niet de politiek ingegaan omdat ik het zelf zo leuk vind. Ik ben de politiek ingegaan omdat ik het niet langer kan aanzien.

* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *

Lees verder Het complot tegen de natie – interview met Thierry Baudet

Politiek en (homo-)erotiek: de casus Mann (noten)

Noten bij ‘Politiek en (homo-)erotiek: de casus Mann’

[1] A. Ryan, On Politics. A History of Political Thought form Herodotus to the Present (London, 2013), 876.

[2] Th. Mann, ‘Leiden an Deutschland – Tagebuchblätter aus den Jahren 1933 und 1934’, in: id., Reden und Aufsätze II (1946; Frankfurt am Main, 1965), blz. 482. Een soortgelijk commentaar dateert al van 12 juli 1934 en van 5 augustus 1934, zie id., Tagebücher 1933-1934 (Frankfurt am Main, 2003), 470 en 497.

[3] I. en W. Jens, Frau Thomas Mann. Das Leben der Katharina Pringsheim (Reinbek bei Hamburg, 2003,. 147-152.

[4] C. Bruns, Politik des Eros. Der Männerbund in Wissenschaft, Politik un Jugendkultur (1880-1934) (Keulen, Weimar & Wenen, 2008).

[5] F. Boterman, Oswald Spengler en Der Untergang des Abendlandes. Cultuurpessimist en politiek activist (Assen-Maastricht, 1992), 14-15.

[6] K. Harpprecht, Thomas Mann. Eine Biographie I (Reinbek bei Hamburg, 1996), 377.

[7] ibid., I, 380-381.

[8] J. Steinhaußen, ‘Aristokraten aus Not’ und ihre ‘Philosophie der zu hoch hängenden Trauben’. Nietzsche-Rezeption und literarische Produktion von Homosexuellen in den ersten Jahrzehnten des 20. Jahrhunderts: Thomas Mann, Stefan George, Ernst Bertram, Hugo von Hofmannsthal u.a. (Würzburg, 2001), 187.

[9] Zie o.m. Th. Mann, ‘[Für die “Blätter des Deutschen Theaters”]’, in: Reden I, 727.

[10] Th. Mann, ‘Friedrich und die grosse Koalition. Ein Abriß für den Tag und die Stunde’, in: id., Aufsätze, Reden, Essays. Band 2: 1914-1918 (Berlin/Weimar, 1983), 51-52 (mijn vertaling).

[11] id., Betrachtungen eines Unpolitischen (Frankfurt am Main, 2004), 572 (mijn vert.).

[12] id., Tagebücher 1918-1921 (Frankfurt am Main, 1979), 55-56.

[13] ibid., 11 en 10 (resp.).

[14] ibid., 148 en 303.

[15] ibid., 349.

[16] A. Heilbut, Thomas Mann. Eros and Literature (London-Basingstoke, 1997), 347-350.

[17] Th. Mann, ‘Von deutscher Republik’, in: Reden II, 47 (mijn vert.).

[18] ibid., 48 (mijn vert.).

[19] S. Zweig, Die Welt von Gestern. Erinnerungen eines Europäers (Frankfurt am Main, 2009), 354.

[20] Mann, ‘Von deutscher Republik’, 16-17, 26-27, 30-34, 40-41 en 44-49.

[21] Th. Mann, [Zu Friedrich Eberts Tod], in: Reden II, 383-384.

[22] Th. Mann, ‘Über die Ehe – Brief an den Grafen Hermann Keyserling’, in Reden I, 132-133, 136-137; citaat: 136.

[23] Heilbut, Eros, 417-412; Harpprecht, Mann II, 1897.

[24] Heilbut, Eros, 505-504.

[25] Th. Mann, ‘Worte an die Jugend’, in Reden II, 753.

[26] Th. Mann, ‘Appell an die Vernunft’, in id., Achtung Europa. Aufsätze zur Zeit (1930; Stockholm, 1938), 52-53.

[27] Th. Mann, ‘Jungfranzösische Anthologie’, in Reden I, 388.

[28] Th. Mann, ‘Die Wiedergeburt der Anständigkeit’, in: Reden II, 410 en 413-414.

[29] Mann, ‘Leiden an Deutschland’, 482 (mijn vert.).

[30] Th. Mann, Tagebücher 1933-1934, 308-309 (mijn vert.).

[31] ibid., 519.

[32] Th. Mann, ‘Bruder Hitler’, in: id., An die gesittete Welt. Politische Schriften und Reden im Exil (Frankfurt am Main, 1986), 255.

[33] Th. Mann, Tagebücher 1937-1939 (Frankfurt am Main, 2003), 115-116.

[34] ibid., 166.

[35] Harpprecht, Mann I, 569, 814 en 943.

[36] C.J.E. Dinaux, ‘Nawoord’, in Th. Mann, De wet, vert. C. J. E. Dinaux (Amsterdam, 1969), 123-131. Voor de veroordeling van homoseksualiteit zie Manns tekst, p. 78.

[37] Harpprecht, Mann II, 1635.

[38] Th. Mann, Lotte in Weimar, vert. Tinke Davids (Amsterdam, 1993), 156-157.

[39] ibid., 234.

[40] Harpprecht, Mann II, 1217.

[41] Th. Mann, ‘Vom kommenden Sieg der Demokratie’, in Achtung Europa, 148.

[42] Th. Mann, Deutsche Hörer! Radiosendungen nach Deutschland aus den Jahren 1940-1945 (Frankfurt am Main, 2001), 67.

[43] Voor een uitwerking van Doktor Faustus en het hier behandelde thema: Steinhaußen, ‘Aristokraten’, passim en m.n. 205-239.

[44] Th. Mann, Tagebücher 1949-1950 (Frankfurt am Main, 1991), 205.

[45] Th. Mann, Versuch über Schiller (Berlin/Frankfurt am Main, 1955), 83.

Thierry Baudet en de erfenis van de jaren dertig (noten)

Noten bij ‘Thierry Baudet en de erfenis van de jaren dertig’

[1] Rob Hartmans, ‘Thierry Baudet, of de wederopstanding van de organische intellectueel’, id., Grondsop en verwarring. Essays over intellectuelen en hun illusies 2 (Soesterberg, 2013), 331-348. In zijn recente pamflet Breek het partijkartel! smeedt Baudet een aantal in mijn tekst ver uiteen liggende opmerkingen aaneen tot een ‘citaat’ waaruit zou moeten blijken dat ik heel enthousiast ben over een van zijn boeken.

[2] Brief aan Friedrich von Preen, 24 juli 1889, in: Jacob Burckhardt, Briefe IX (Basel, 1980), 203.

[3] Thierry Baudet, De aanval op de natiestaat (Amsterdam, 2012), 274-278. Hierna beweert de auteur ook nog dat het fascisme en nationaalsocialisme niet nationalistisch waren. Voor meer voorbeelden van zijn demagogische schrijf- en redeneertrant, zie mijn in noot 1 genoemde essay.

[4] Thierry Baudet, ‘Meer navolgers Gilles?’, Nieuw Letterkundig Magazijn XXXIII: 2 (december 2015). Dat hij niet terugdeinst voor een flirt met duistere tradities uit de jaren dertig, blijkt ook uit de redevoering die hij in 2014 hield tijdens de zogenaamde IJzerwake, de bijeenkomst van rechtsradicale Vlaamse nationalisten die nog altijd geen afstand nemen van de Vlaamse collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog: https://www.youtube.com/watch?v=p7oQuTixaCE&t=148s

[5] Https://forumvoordemocratie.nl/actueel/toespraak-thierry-baudet-alv-fvd-2017.

[6] Menno ter Braak, Het nationaal-socialisme als rancuneleer, id., Verzameld werk, deel 3 (Amsterdam, 1980) 587.

Het eigenaardige aan zwangerschap, door Daan Stoffelsen

Maggie Nelsons De Argonauten verovert na de VS nu ook Nederland. Daan Stoffelsen legt het naast Pamela Erens’ Eleven hours en een aantal andere recente boeken over de vrouwelijke ervaring, en ontdekt hoe juist dit boek overtuigt – door te blijven vragen.

Essay uit dBNg 2016#6, door Daan Stoffelsen
Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement!


  • Mnelson-enaggie Nelson, The Argonauts (Graywolf Press 2015; 2016), 160 blz. (bestel)
  • Vnelson-nlertaald als: De argonauten (Atlas Contact 2016; vert. Nicolette Hoekmeijer), 176 blz. (bestel)
  • Perensamela Erens, Eleven Hours (Tin House Books 2016), 176 blz. (bestel)

 

Lees verder Het eigenaardige aan zwangerschap, door Daan Stoffelsen

Handel in zelfbeelden, door Jamal Ouariachi

background-219668-publicdomainpictures-pixabayWat verkopen ze eigenlijk, die rocksterren die hun levensverhaal voor ons op (laten) tekenen? Meestal vooral hun persoonlijkheid, zegt Jamal Ouariachi. Helaas, want het zijn geen persoonlijkheden die boeken lezenswaardig maken, maar personages.

Essay uit dBNg 2016#6, door Jamal Ouariachi
Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement!


  • Sander Donkers (met Barry Hay), Hay. Biografie van de grootste rockster van Nederland (Lebowski 2016), 384 blz. (bestel)
  • Bruce Springsteen, Born to Run (Simon & Schuster 2016), 528 blz. (bestel)
  • Vertaald als: Born to run: mijn verhaal (Unieboek | Het Spectrum 2016; vert. Rob de Ridder), 528 blz. (bestel)
  • Lol Tolhurst, Cured: The Tale of Two Imaginary Boys (Quercus Publishing 2016), 368 blz. (bestel)

hay springsteen cured

Lees verder Handel in zelfbeelden, door Jamal Ouariachi

Hitlers program

door Arnold Heumakers


NG-2006-50-5 Portret Hitler het raam uit, anoniem, 1945

Essay uit dBNg 2016#5

  • hitler_cmykMein Kampf. Eine kritische Edition, bezorgd door Christian Hartmann, Thomas Vordermayer, Othmar Plöckinger & Roman Töppel. (Institut Für Zeitgeschichte 2016) 2 dln., 1966 blz. (bestel)

 

 

De nieuwe Duitse editie van Mein Kampf die begin dit jaar verscheen heeft in de Nederlandse pers opvallend weinig aandacht gekregen. Hoe komt dat, en is het terecht?

Het feit dat Mein Kampf voor het eerst sinds 1945 weer legaal kon verschijnen, werd uiteraard wel als nieuwsfeit gemeld. Maar veel recensies zijn er bij mijn weten niet gekomen, terwijl dat bij andere klassiekers doorgaans wel het geval is. Misschien is het ongepast Mein Kampf een klassieker te noemen. Hoe moeten we het dan noemen? Met die vraag zou een recensie zich kunnen bezighouden. Waarom hebben de recensenten het in meerderheid laten afweten? Aan gebrek aan belangstelling voor Hitler, het nazisme en de Tweede Wereldoorlog kan het niet gelegen hebben. Over deze onderwerpen verschijnen er nog artikelen genoeg, ook in de kranten, onder meer naar aanleiding van de recente Hitler-biografieën van Volker Ulrich en Peter Longerich.

Mogelijk heeft men over Mein Kampf in Nederland gezwegen omdat het boek hier, anders dan in Duitsland, nog altijd verboden is. In het recente verleden zijn enkele antiquaars aangeklaagd op basis van artikel 137e van het Wetboek van Strafrecht (dat discriminatie en aanzetten tot haat en geweld verbiedt) omdat zij een exemplaar van Mein Kampf te koop aanboden. In Duitsland is de verkoop nooit verboden; het boek verscheen alleen niet in een nieuwe uitgave omdat de deelstaat Beieren, sinds 1945 in het bezit van het copyright, dat niet toestond. Sinds 1 januari 2016 is dat copyright vervallen, dus wie maar wil kan Mein Kampf opnieuw uitgeven.

Het Institut für Zeitgeschichte in München is iedereen voor geweest door met een monumentale ‘kritische editie’ te komen. Tegen de tweeduizend bladzijden dik, voorzien van meer dan drieduizend voetnoten en ruim vijf kilo zwaar, is het een uitgave geworden die niet snel in omvang, degelijkheid en gewicht overtroffen zal worden. In Duitsland vloog het boek de winkel uit, mijn exemplaar behoort al tot de vierde druk. Om hoeveel exemplaren het in totaal gaat weet ik niet, maar die komen nog eens bovenop de ruim twaalf miljoen die vóór en tijdens het Derde Rijk zijn verspreid, onder meer als huwelijksgeschenk van staatswege. Wanneer we ook alle vertalingen meerekenen, evenals de digitale versies die vrij op internet te downloaden zijn, komen we ongetwijfeld uit op een voor boeken astronomisch te noemen getal. Des te merkwaardiger dat bijna niemand in ons land de moeite genomen heeft om dit ongehoorde succesnummer, nu er een actuele aanleiding toe bestaat, eens zelf te lezen en te bespreken.

* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *

Lees verder Hitlers program

Het Vietnam van Viet Thanh Nguyen, door John Kleinen

Over geen enkele Amerikaanse oorlog en de gevolgen daarvan zijn meer boeken geschreven en films gemaakt dan over de Vietnamoorlog. En toch zijn we er nog lang niet over uitgeschreven en -gefilmd. Terecht, getuige het verrassende werk van Viet Thanh Nguyen.

Essay uit dBNg 2016#5, door John Kleinen
Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement!


  • nguyen-1Viet Thanh Nguyen, The Sympathizer (Grove Press 2016), 384 blz.
  • nguyen-2Viet Thanh Nguyen, Nothing Ever Dies: Vietnam and the Memory of War (Harvard University Press 2016), 384 blz.

Lees verder Het Vietnam van Viet Thanh Nguyen, door John Kleinen