De wereld in de Turkse mal van slachtofferschap
🖋 Eva Peek


Aan de hand van haar ervaringen in Turkije beschrijft Ece Temelkuran de zeven stappen van democratie naar dictatuur. De manier waarop Erdoğan aan de macht kwam kan volgens haar als waarschuwing dienen voor westerse democratieën, en ze pleit daarom voor een mondiale agora om de democratie te redden. Eva Peek laat zien waarom Temelkurans stappenplan te weinig aandacht heeft voor lokale verschillen en benadrukt de noodzaak van een nieuwe ideeënstrijd.


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *


Ece Temelkuran, Verloren land. De zeven stappen van democratie naar dictatuur (vert. Ireen Niessen) (Ambo|Anthos 2019), 224 blz.

Essay uit dNBg 2019#3

‘Waarom wekt dit boek zoveel irritatie bij me op?’ dacht ik gefrustreerd halverwege het lezen van Ece Temelkurans boek Verloren land. De kwestie verontrustte me. Ik kende Ece Temelkuran pas net, maar ze had schijnbaar alles in zich een heldin van me te worden. De prijswinnende Turkse romanschrijver en journalist vergaarde in binnen- en buitenland roem door haar verzet tegen het ondemocratische beleid van Erdoğan. Niet alleen kostte het haar baan bij de krant, later zag ze zich gedwongen in ballingschap te gaan. Ze is onophoudelijk doelwit van persoonlijke, hatelijke en misogyne aanvallen op sociale media, maar laat zich niet het zwijgen opleggen. In De Balie werd ze afgelopen maart jubelend onthaald door persoonlijke vriend Sinan Can, die een ontroerende speech hield met als onderwerp ‘7 steps to fall in love with Ece.’ Haar werk, vertelde hij, stond in zijn kast op de plank van ‘de dapperen’. Een held van onze tijd.

In het boek waar de avond om draaide, Verloren land, beschrijft Temelkuran hoe ze haar land is kwijtgeraakt. Ze wist dat het zover was op 16 juli 2016. Na de nacht van de mislukte coup, waarin ze kussens tegen de ramen stapelde om de trillingen van gevechtsvliegtuigen die door de geluidsbarrière braken te weerstaan, realiseerde ze zich dat er voor Erdoğancritici als zijzelf in Turkije geen plaats meer zou zijn. Zoals er ook na de gewelddadige coup in 1980 geen plaats meer was voor mensen die een ‘eerlijk, rechtvaardig en vrij Turkije wilden’. Na een confrontatie met onbeschofte Anatolische machomannen die zich presenteerden als ‘het echte volk’ had ze in 2002 vrijwel als enige door dat de AKP, de nieuwe partij ‘met een belachelijke gloeilamp als logo’, de verkiezingen zou winnen. Overal ter wereld ziet ze nu ‘provinciale rancune’ die ‘als een onzichtbaar, geurloos gas’ de steden bereikt. Het succes van de AKP maakt deel uit van een wereldwijd protest van mensenmassa’s met, in haar woorden, een kleine woordenschat en kleine dromen die ‘een wereld [willen] bouwen waarin zij behoren tot de bevoorrechte groep onder leiding van een sterke man’.

Nu ze Turkije niet meer in kan reist Temelkuran de wereld rond. Als ‘de Cassandra van onze tijd’, zoals ze zichzelf noemt, ‘zwevend als een engel met signaalhoorn op Bruegels De val der opstandige engelen om de onoplettende massa te waarschuwen’. Haar boek identificeert zeven stappen van democratie naar dictatuur. Daarmee wil ze de westerse lezer waarschuwen om geen tijd te verliezen, maar in actie te komen. Aan de zijlijn blijven staan is geen optie meer: rechts-populisme is inmiddels een mondiaal fenomeen dat in elk land hetzelfde patroon volgt, ongeacht de democratische traditie. Temelkuran nodigt ons uit om in een mondiale agora bijeen te komen om samen over oplossingen na te denken.

Met eigen ogen
Wie iets wezenlijks wil toevoegen aan de enorme stapel analyses van opkomend rechts-populisme en crisis van (westerse) democratieën, moet van goeden huize komen. Wat dat betreft onderscheidt Temelkuran zich moeiteloos van de rest. Haar aanpak is persoonlijk, en literair. Ze is geen wetenschapper, maar vertelt uit eigen ervaring hoe het voelt als de democratie je door de vingers glipt. Ze figureert prominent in haar eigen boek, wisselt persoonlijke anekdotes af met Turkse geschiedschrijving, universele waarschuwingen en mondiale analyses. Onderweg raakt ze aan bekende en relevante thema’s, zoals de normalisering van schaamteloosheid bij politici, gedweep met het zogenaamde ‘echte volk’ en het gebrek aan een gedeelde waarheid. Haar hoofdstuk over de bedrieglijke rol van humor en het lachen tegen alle waanzin in tot er niets meer te lachen valt, is beklemmend. Bovenal weet ze haar woede diep invoelbaar te maken.

Misschien, dacht ik, erger ik me vooral aan de vele sweeping statements die Temelkuran maakt. Met haar ambitie om in pak ’m beet tweehonderd pagina’s het heden en verleden van alle populisten in alle landen te analyseren, met tussendoor een persoonlijke noot, beweert zij veel en onderbouwt ze weinig. Ze doet grote algemene uitspraken in een bloemrijke en soms gezwollen stijl, waardoor er voor de lezer vaak niets anders opzit dan te denken ‘dat zullen we dan maar van je aannemen’. Dat doet ze in bijzinnen, bijvoorbeeld de vreemde terloopse opmerking dat Trump en Poetin elkaar respect betuigen zoals Stalin en Hitler elkaar respecteerden. Maar ook in wijdlopender betogen hanteert ze een hyperbolische taal, zoals wanneer ze het heeft over enorme verschuivingen ‘in de tektonische platen van de menselijke percepties van het kwaad’, waar ze geen enkel bewijs voor levert. Of in de twijfelachtige contrasten die ze schetst met het verleden, dat ze nogal idealiseert. Vroeger waren westerse journalisten tenminste nog ‘straatkinderen die werden verleid door het avontuur, of vagebonden die gefascineerd werden door de gedachte de waarheid te achterhalen’. Vroeger hadden we een gedeeld waardesysteem, maar nu kan Trump kinderen opsluiten in kooien zonder dat we er iets van durven zeggen. Werkelijk?

Maar mijn ergernis ging verder dan dat. Ik merkte dat ik op een gegeven moment geïrriteerd alle passages omcirkelde waar Temelkuran anekdotes inleidde met opmerkingen in de trant van ‘na een lezing die ik in 2017 aan Harvard University had gegeven’, ‘gedurende de drie dagen die ik doorbracht op het Skoll Forum en de Women in the World Summit’ of als ze weer eens met vrienden in Londen of Noord-Spanje vertoefde. En ik rolde nadrukkelijk met mijn ogen bij de volgende passage: ‘We leven niet langer in een wereld van Spartacus, Gandhi, Nelson Mandela of Bobby Sands, waar de waardigheid van degenen die lijden wordt erkend en hun vastberaden strijd de toeschouwers uiteindelijk dwingt om tussenbeide te komen uit naam van de menselijkheid. In onze wereld worden mensen die tegenstand bieden bespot als ‘aandachtshoeren’ en is er niet meer de mogelijkheid een nobele martelaarsdood te sterven voor de onderdrukten.’ Voor een sterintellectueel die de halve wereld afreist, zwelgt Temelkuran wel erg in haar eigen slachtofferschap.

Dedain
Het is heel gemeen om vanuit je comfortabele leunstoel zoiets te denken over iemand die daadwerkelijk lijdt onder een autoritair regime. In mijn hoofd echode de vraag die Temelkuran stelt aan de trollen op sociale media: ‘Wanneer ben jij zo wreed geworden?’ Gaandeweg begon het me duidelijk te worden waar het misging. Het slachtofferschap van Temelkuran ergerde me niet omdat ik vond dat het allemaal wel meeviel met haar leed. Het probleem was dat ze te weinig oog had voor het slachtofferschap van anderen, en had opgegeven de ander te begrijpen.

Het ligt ingewikkeld. Temelkuran is zich bewust van het probleem over te komen als een kosmopoliet die geen oog heeft voor het leed van de onderklasse, en wijst dat beeld expliciet af. Veel volgers van populistische bewegingen ‘zijn inderdaad de mensen die de bus nemen en die hun fish-and-chips duurder hebben zien worden’. Maar het dedain sijpelt er aan alle kanten doorheen. Ze lijkt het leed van de kiezers van Erdoğan slechts lippendienst te bewijzen. Ingebeeld slachtofferschap, stelt ze, is hun werkelijke drijfveer. Ze ontkent ronduit dat ‘gelovigen werden onderdrukt en vernederd door de seculiere elite van het establishment’. Dat hebben zij zich volgens haar volledig ingebeeld. Temelkuran verwijt anderen een gebrek aan empathie, maar er is geen moment dat ze zich werkelijk verplaatst in een AKP-stemmer. Het blijft de ander die nauwelijks aan het woord komt. Dat is een probleem, zeker in Turkije.

Haar eenzijdige perspectief is eigenlijk al duidelijk vanaf de allereerste scène van het boek, waarin Temelkuran de mislukte coup beschrijft. Degenen die de straat opgingen om de democratie te beschermen ziet ze louter als agressieve, uitzinnige Allahoe akbar-roepende Erdoğanvolgers. Natuurlijk heeft ze gelijk dat er vreselijke lynchpartijen van jonge soldaten plaatsvonden die ook geen idee hadden waar ze in terecht waren gekomen. Maar Temelkuran staat er niet bij stil dat mensen echt niet alleen de straat opgingen omdat Erdoğan dat vroeg. Voor zijn FaceTime-oproep waren er al mensen hun huis uitgekomen om de historische vloek van militaire interventies in de Turkse democratie eindelijk te doorbreken. Hele gezinnen gingen de straat op, gewone mensen die niet aan de zijlijn bleven staan, maar de democratie actief wilden beschermen. Precies het soort betrokken burgers waar Temelkuran in haar boek voor pleit, zou je zeggen.

Haar eigen angst voor de gevolgen de ochtend erna kan ze niet rijmen met de oprechte opluchting van veel van haar landgenoten over het mislukken van de staatsgreep. Terwijl die opluchting toch goed voor te stellen is als je je medeburgers niet ziet als provincialen met een kleine woordenschat, maar je inleeft in bijvoorbeeld de angst voor een terugkeer van onderdrukking van gelovigen zoals die volgde op de coup in 1997. En als je de AKP wil begrijpen, moet je de herinnering aan die pijn, die wel degelijk echt is, net zo serieus nemen als de pijn van Temelkuran. Het punt is alleen, Temelkuran wil dat helemaal niet. Er valt volgens haar niets te begrijpen. Populisten bezigen een geïnfantiliseerd discours dat haaks staat op alle regels van de logica, en naakte macht is hun enige doel. In het wereldwijde gesprek dat ze wil voeren is voor de kiezers van Erdoğan geen plek.

Temelkuran heeft natuurlijk best een punt: als je tegenstand wil bieden aan rechts-populisme, dan moet je niet al je tijd besteden aan het begrijpen van je tegenstander. Links kan het zoveelste stuk over de intellectuele wortels van Thierry Baudet lezen, maar doet er wellicht verstandiger aan ook energie te steken in het bedenken van een alternatief verhaal. Maar dat is iets anders dan desinteresse en minachting voor de argumenten van de ander. Juist Turkije laat zien hoe schadelijk het is om neer te kijken op de kiezers van je tegenstander en hun klachten niet serieus te nemen. Toen Erdoğan net aan de macht kwam, zette de CHP – de partij van Atatürk en het Kemalisme – vol in op het thema secularisme en deed zo neerbuigend over de AKP-stemmer dat Erdoğan hen makkelijk weg kon zetten als arrogante elite en vijand van de gewone man, terwijl hij zelf allang tot de elite was toegetreden. Oppositie werkt niet als je degenen die je zou moeten overtuigen minzaam weghoont en alleen jezelf als slachtoffer kan zien.

‘In Turkije is iedereen underdog, iedereen voelt zich slachtoffer van de ander’, vertelt een vriend in Istanbul me vaak. Het is niet moeilijk in te zien hoe giftig dat grote spel van slachtofferschap is voor het Turkse publieke debat. Hoe vreselijk het ook is wat Temelkuran en haar geestverwanten is overkomen, ze ziet niet dat ze met haar dedain voor de AKP-aanhang meedoet aan de polarisering die Erdoğan maar al te goed uitkomt, zodat ook hij het slachtoffernarratief kan blijven propageren. De AKP-spindoctors hoeven maar te wijzen op het clipje uit het gesprek in De Balie dat rondgaat op Twitter. ‘Heb je de afgelopen jaren ooit de behoefte gevoeld in gesprek te gaan met mensen die de AKP steunen?’ vraagt de interviewer. Temelkurans antwoord: ‘Nee, dat zou saai zijn’.

De Turkse mal
Een ander fundamenteel probleem volgt uit Temelkurans wens de hele wereld te analyseren door haar in een Turkse mal te proppen. Dat werkt simpelweg niet. Bijvoorbeeld als ze de universele noodzaak bepleit van een politieke beweging die sterk genoeg is ‘tegen de goden te vechten’, en haar lezers oproept afscheid te nemen van het idee dat alleen mensen die in een god geloven morele overtuigingen hebben. Dat heeft weinig met Europees rechts-populisme te maken. Het komt volledig voort uit haar hoogstpersoonlijke grieven over de Turkse politiek.

Toch wijst Temelkuran de kritiek dat ze te weinig oog heeft voor de verschillen tussen landen resoluut van de hand. Als het erop aankomt heeft de kracht van lokale democratische instituties geen invloed op het parcours van een rechts-populistische leider, stelt ze. Haar boodschap is dat het geen zin heeft je blind te staren op de verschillen tussen democratieën: in de kern zijn jullie niet beter dan Turkije. Aan de ene kant is dit een belangrijk besef. Niemand zal met droge ogen durven beweren dat we in het Westen immuun zijn voor rechts-populisme en het is inderdaad gevaarlijk om zelfvoldaan te denken dat ‘zoiets hier nooit kan gebeuren’. Er vallen zeker lessen te trekken uit haar Turkse ervaring, zelfs al zijn dit niet altijd de lessen die Temelkuran zelf trekt, zoals de destructieve kracht van minachting voor je tegenstander laten zien.

Maar rigide vasthouden aan het Turkse voorbeeld brengt zijn eigen gevaren met zich mee. Zoals ook David Runciman betoogt in zijn boek How Democracy Ends (eerder door mij besproken in dNBg 2018#5) is een van de grootste bedreigingen van de democratie het tekortschieten van ons voorstellingsvermogen. Wanneer we alleen maar kijken naar wat we al kennen, of dat nu onze eigen geschiedenis is of de Turkse, dan hebben we geen oog voor de unieke manieren waarop het in de toekomst mis kan gaan met de democratie. Wie gelooft dat het Turkse pad universeel is, zoals Temelkuran betoogt, loopt het risico te denken, ‘Ach, ik zie nog geen enkel teken van stap vier, dus zo’n vaart loopt het hier blijkbaar niet.’

Toen een Britse criticus Temelkuran wees op de toevalligheid van haar zeven stappen, en dat het onwaarschijnlijk is dat Boris Johnson de Britse rechtsstaat zal ontmantelen, deed zij dat af als arrogantie. Volgens haar willen Europeanen graag geloven dat hun eigen land de uitzondering is. Het was nooit mijn doel, schreef ze op Twitter, jullie op je gemak te stellen. Het is natuurlijk nogal flauw dat ze geen enkel ander bewijs geeft voor haar stelling dat het Groot-Brittannië precies zo dreigt te vergaan als Turkije, anders dan dat het arrogant is om dat niet van haar aan te nemen. Dat is geen serieuze analyse. Bovendien kun je haar verwijt aan westerse critici, dat ze op zoek zijn naar geruststelling, ook terugkaatsen. Is haar mantra dat je geen moeite hoeft te doen populisten te begrijpen omdat ze toch geen logisch argument kunnen maken immers niet ook een manier om jezelf gerust te stellen? Is het idee dat leiders als Erdoğan niet alleen uit zijn op macht, maar rationele mensen een serieus alternatief bieden voor de liberale democratie niet een stuk enger?

Haar onwil een ideologie achter het rechts-populisme te zien is misschien een van de grootste denkfouten die Temelkuran maakt. Ze doet een gepassioneerde oproep aan de lezer het gevecht om de democratie serieus te nemen, maar gaat inhoudelijk nooit de strijd met haar tegenstanders aan. Dat ze de AKP-kiezer nauwelijks aan het woord laat is problematisch, omdat het publieke debat vergiftigd raakt als je de grieven van je medeburgers niet serieus neemt. Dat ze de AKP-ideologen niet interviewt is een tactische blunder. Onderschat nooit je tegenstander. In zijn boek De autoritaire verleiding over de wereldwijde opkomst van illiberale leiders formuleert Casper Thomas het kernachtig. ‘Illiberalisme is niet hol,’ concludeert hij, ‘maar gevuld met overtuigingen over politieke geschiedenis en rechtvaardigheid. […]

Hier wreekt zich de overtuiging dat ideeën er niet toe zouden doen in de politiek, en dat het gaat om de beste oplossingen voor praktische problemen. De opmars van de antiliberale wereldorde, anders gezegd, markeert de terugkeer van ideeënstrijd in de politiek.’
Temelkuran hekelt zelf opvallend genoeg ook de aanname dat ideologische verschillen er niet toe zouden doen in de politiek, een aanname die ze verwoord ziet in Margaret Thatchers ‘There is no alternative’. Ze signaleert hoe ‘het decenniumlange bal van alternatiefloosheid uitmondde in een triomfalistische neoliberale discodans op de resten van de Berlijnse Muur’, en hoe dat uiteindelijk de voorwaarden schiep voor de opkomst van rechts-populistische volksmenners. ‘Het menselijk verlangen naar een ideaal of drijfveer wordt bevredigd door het zelfverzekerd vertelde verhaal van de autoritaire leider.’ Het is zonde dat ze dat verhaal vervolgens nergens serieus neemt. Zolang Temelkuran de nieuwe ideeënstrijd in de politiek niet werkelijk durft aan te gaan, is het moeilijk voor te stellen dat de mondiale agora die zij voorstaat ooit een deuk in een pakje boter zal slaan.