Interview met Ece Temelkuran
🖋 Froukje Santing


De Turkse journalist en schrijver Ece Temelkuran is verbijsterd over de arrogante en defensieve ontvangst in het Westen van haar boek Verloren land. En tegelijk verbaast het haar niet. ‘In het huidige tijdperk is ongemak het globale kenmerk van mensen met een kritische geest.’ Door Froukje Santing


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *


Essay uit dNBg 2019#3

Ece Temelkuran (1973) benadrukt het, op beheerste maar gedecideerde toon, en ze zal het nog enkele malen herhalen tijdens het gesprek: ‘Ik heb mijn boek Verloren land voor jullie in het Westen geschreven.’ De sluipende opkomst en consolidatie van het autoritaire Turkije van president Recep Tayyip Erdoğan is volgens haar een waarschuwend voorbeeld van waar menig ander land op afstevent.

‘De eerste tien jaar waren zowel Turkse als internationale intellectuelen niet in staat de politieke veranderingen in Turkije te doorgronden. Nu doen ze dat wel, althans dat denken ze, maar ze doen het niet op de juiste manier.’ Het algemene idee is volgens haar dat wat zich in Turkije afspeelt eigen is aan Turkije. ‘Ik bestrijd dat. Dat een land betrekkelijk snel van een democratie naar een dictatuur kan afglijden, is een globaal fenomeen. Het voltrok zich weliswaar eerder in landen als Turkije en India, maar het rechtse populisme heeft ook menig westers land bij de keel.’ Daarom is het volgens haar zo belangrijk om met anatomische precisie te ontleden hoe het zich in Turkije heeft ontvouwd, het thema van haar boek.

Ze kijkt me indringend aan. ‘Wees eerlijk. Wereldwijd vragen mensen zoals jij en ik, mensen die lezen en bereid zijn kritisch na te denken, zich met grote regelmaat af: is dit nog wel mijn land? Is dit nog steeds de wereld waar ik tien, twintig jaar geleden deel van uitmaakte? Waarom zijn zoveel mensen trots op hun onwetendheid en wordt er tegen de wetenschap aangeschopt? We aarzelden eerst, wisten niet zo goed raad met onze ontheemding, vervolgens voelden we angst en inmiddels zijn we eenzaam geworden.’ En dat is in de beleving van Temelkuran precies wat er plaatsvond in de eerste jaren van het rechts-populistische AKP-bewind van president Erdoğan. ‘Tot het inzicht groeide dat deze politici niet de guys waren waarvoor we ze in de beginjaren hielden. En het kostte de intelligentsia nog veel langer om dat ook te erkennen. Het brute neerslaan van het Gezi-oproer in 2013 maakte duidelijk dat het fundamenteel fout ging in Turkije.’

Haar boek Verloren land wordt breed gerecenseerd en bediscussieerd en de afspraak is dat ik met Temelkuran praat over de defensieve uitwerking die haar waarschuwing: dit is wat rechtse populisten ook met jullie land doen, op haar westerse publiek heeft. ‘De lijn tussen kritisch zijn of je arrogant opstellen, is betrekkelijk dun.’ Over de groeiende groep Turkse intellectuelen die naar het buitenland uitwijkt, maar vooral ook over de hoon van Turkse intellectuelen toen ze al in een vroeg stadium kritiek uitte op het AKP-regime dat in 2002 aan de macht kwam. En over het volgens haar wel erg gesimplificeerde idee, ook in het Westen, dat vooraanstaande Turken als de oud-hoofdredacteur van het Turkse dagblad Taraf en schrijver Ahmet Altan nu gevangen zitten omdat zijn krant met de Gülenbeweging wordt vereenzelvigd. De Turks-islamitische beweging wordt door Ankara verantwoordelijk gehouden voor de mislukte coup in de zomer van 2016 en afgeschilderd als een terreurorganisatie (FETÖ – Fethullahçı Terör Örgütü).

‘In publieke debatten in Oxford, Washington en andere steden word ik gereduceerd tot een Turkse die enkel wordt geacht over Turkije te praten,’ licht ze toe. ‘Westerse intellectuelen betonen zich beledigd dat ik, een vrouw met een volle bos zwarte krullen die is opgegroeid in een derdewereldland, hun in simpele bewoordingen voorhoud dat wat zich in mijn land voltrekt overeenkomsten vertoont met het rechts-populisme in hun eigen land.’ Het overkwam haar ook gisteravond in Eindhoven, zegt ze, bij de lancering van haar boek. Ook daar kreeg ze te horen: maar jouw situatie is anders. Je komt uit een moslimland met een andere cultuur. ‘Ik zeg dan: ik heb het niet over religie maar over machtsverhoudingen. Het is niet mijn bedoeling mensen te schofferen of angst aan te jaren. Ik wil voorkomen dat westerse landen kostbare tijd verknoeien met vruchteloze discussies. In Turkije heeft het tien jaar geduurd voordat de schellen van de ogen vielen.’

Temelkuran wijst op een actueel voorbeeld: Het linkse-lerarenmeldpunt van Thierry Baudet. ‘Dat is precies wat ik bedoel. Een dergelijke oproep was tien jaar geleden niet mogelijk geweest. Er wordt tegen gesputterd, maar tegelijkertijd is zo’n oproep normaler geworden.’ Het verbaast haar dat mensen in Nederland haar uitleggen dat Forum voor Democratie van Baudet dan wel de grootste partij is geworden bij de provinciale verkiezingen, maar dat dat relatief is gezien het versplinterde politieke landschap. ‘Zo begon het in Turkije ook.’ Ze somt een lijst met andere overeenkomstige patronen op: de crisis van de representatieve democratie en het neoliberalisme, het morele verval, de dominante masculiniteit die zich uit in het aanbidden van macht. ‘Het neoliberalisme heeft ons geleerd dat we ons competitief moeten opstellen, in plaats van dat we solidair moeten zijn.’

Temulkuran is gewend aan tegenwind. ‘In het huidige tijdperk is ongemak het globale kenmerk van mensen met een kritische geest.’ Ze staat, in Turkije en daarbuiten, te boek als een eigenzinnig en onafhankelijk denker die haar scherpe pen combineert met humor en intellect. Ze vertelt over de Ergenekon-rechtszaken in de beginjaren van het AKP-bewind. Kemalisten met sterke banden in legerkringen en de veiligheidsdiensten, de zogenoemde deep state, werden gevangengezet en berecht. Ik verdedigde hen en werd daarvoor bespot en aan de schandpaal genageld door kranten als Taraf van Ahmet Altan. Ik verdedigde de kemalisten niet om wie ze zijn maar ik verdedigde de rechtsstaat.’ Waar die onkritische houding toe heeft geleid, benadrukt Temelkuran, weten we: rechteloosheid, geen scheiding van machten, geen transparantie, geen vrijheden.

Waarom zitten mensen als Ahmet Altan dan wel in de gevangenis?
‘Omdat zij tot de groep progressieve intellectuelen behoren die met hun artikelen en statements, en in het geval van Altan met zijn krant Taraf, in de eerste dertien jaren het AKP-bewind hebben gelegitimeerd en goedgekeurd. Ze prezen Erdoğan, en brachten critici zoals ik in diskrediet met belachelijke verdachtmakingen en oproepen om me te vervolgen. Dat is hoe het rechts-populisme opereert.’ Temelkuran vindt het ongemakkelijk om over dit onderwerp te praten nu de wraak van Erdoğan en de zijnen haar netten steeds wijder uitwerpt. De 389 huizen van bewaring verspreid over het land kampen met een overcapaciteit aan politieke gevangenen. Dan zegt ze: ‘Altan zit achter de tralies omdat Erdoğan de bondgenootschappen met progressieve geesten niet langer nodig heeft. Hij zit stevig in het zadel.’ Ze wil het liever hebben over iemand als Osman Kavala, een filantroop die kritisch staat tegenover Erdoğan. ‘Ruim een jaar geleden werd hij gearresteerd voor iets wat zich in de zomer van 2013 afspeelde, het Gezi-protest. Maar Gezi werd niet georkestreerd of gefinancierd. Dat kern van Gezi was juist het ongeorganiseerde, het ontstond spontaan. Haar andere voorbeeld is de voorman van de pro-Koerdische HDP-partij, Selahattin Demirtaş. ‘Hij vertegenwoordigde de enige reële hoop in Turkije om van dit regime af te komen.’ Deze mannen zitten, betoogt ze, niet in de gevangenis om hun politieke overtuigingen maar omdat Turkije geen rechtsstaat is. ‘Begrijp me goed, ook Altan hoort niet in de gevangenis. Het zou goed zijn als hij vrij was en we hem de vraag zouden kunnen stellen waarom hij heeft gedaan wat hij heeft gedaan.’

Wij in het Westen zien de beter opgeleiden die Turkije massaal ontvluchten als slachtoffers van Erdoğan. Ook dat beeld is volgens jou te beperkt.
‘Turkije is een interessante casus. Iraniërs ontvluchtten hun land na de revolutie, Irakezen als gevolg van de oorlog, en Syriërs omdat hun land in een oorlog verwikkeld was geraakt met het autoritaire Assad-regime. Waarom Turken hier asiel aanvragen of proberen een baan in het buitenland te bemachtigen, is minder eenduidig.’ Temelkuran ziet om zich heen dat ze niet daadwerkelijk kunnen vertellen waaronder ze gebukt gingen en waarom ze hier zijn. Volgens haar is het veelal trots die mensen doet ontkennen dat ze feitelijk een vluchteling, een asielzoeker zijn. Dat het nu eenmaal zo is gelopen. Die houding, onderstreept ze, wordt mede in stand gehouden omdat Europa niet meer het oude, tolerante Europa is.

‘Ik begrijp hun geestesgesteldheid. Het is moeilijk om te aanvaarden dat je niet meer in je land kan leven. Het is een verwoestende gedachte. En als je eenmaal een vluchteling bent, ben je altijd een vluchteling, ook als je teruggaat. Dat geldt evenzeer voor als je erkent dat je het slachtoffer bent van Erdoğan. Dat etiket draag je de rest van je leven met je mee.’

Vervullen ze volgens jou een rol in het scheppen, hier in het Westen, van een goed beeld van de moderne geschiedenis van Turkije en het huidige Turkije?
‘Ze moeten zich uitspreken over hun verwarring, over hun gevoelens. Uitleggen wat er met hen is gebeurd. Wat er met Turkije is gebeurd. Turkije, op het spreekwoordelijke breukvlak tussen Oost en West, vertegenwoordigde lange tijd de droom van hoe de radicale islam kon worden getemd door te laten zien dat islam en democratie zich wel degelijk konden vervlechten. Ze moeten duidelijk maken dat zij niet in dat plaatje pasten, al niet vanaf het moment dat dat project op de tekentafels in het Westen en met behulp van Turkse krachten werd uitgedokterd.’

Het is een belangrijk stokpaardje van Temelkuran dat zij, de mensen die Turkije nu ontvluchten, nooit in dat plaatje hebben gepast. ‘Zij zijn de vruchten van het project 1923, de seculiere republiek Turkije die de blik naar het Westen richt.’ Dat project is in haar woorden door Erdoğan om zeep geholpen. ‘Zij, en daar hoor ik ook bij, zijn nu van nul en generlei waarde en kunnen dus wel gaan.’ Ze waarschuwt dat degenen die naar het buitenland uitwijken zich dan ook niet moeten zien als individuen die lijden, maar zich in die geschiedenis moeten positioneren.

Ik merk op dat die kijk op de geschiedenis van het moderne Turkije de kritiek op haar boek samenvat. De ondertitel, De zeven stappen van democratie naar dictatuur, impliceert dat Turkije voor Erdoğan wel een democratie was. Maar hebben de sociaaldemocraten en andere politieke krachten er in de twintigste eeuw niet ook een potje van gemaakt? Ook zij gingen voor de macht. Ze konden, net als Erdoğan nu, bogen op een democratische legitimatie, ze kwamen door verkiezingen aan de macht. Maar ze vertrapten net als Erdoğan nu vrijheden en namen hun toevlucht tot oppressie. Mensen met een andere mening waren geen rivalen, maar vijanden die hun mond moesten houden. Ze ondermijnden de nationale eenheid.

Ik realiseer me opnieuw dat Temelkuran haar analyse door een heel andere filter van het begrip ‘democratie’ haalt dan ik – en velen met mij, zoals bijvoorbeeld Halil Karaveli in zijn vorig jaar verschenen boek Why Turkey is Authoritarian – From Atatürk to Erdoğan, waarin hij aanvoert dat de Turkse republiek nooit een werkende democratie was. Ze zegt: ‘Wellicht was er geen perfecte democratie, maar er was een beweging richting democratie in Turkije.’ Dan vervolgt ze: ‘Turkije is een jonge democratie en heeft ten tijde van de Koude Oorlog veel doorstaan [staatsgrepen en burgeroorlogen, FS]. Laten we dat niet vergeten, we hebben geen echte stabiele politieke tijden gekend. Als we op dat vlak net zoveel kansen hadden gehad als Nederland zouden we zonder twijfel een ander land zijn geworden.’

Ze woont nu in Zagreb en ziet in West-Europa de eerste spanningen ontstaan tussen de diaspora van de kinderen en kleinkinderen van Turkse arbeidsmigranten en de nieuwe diaspora. Hoe er in deze landen tegen diegenen wordt aangekeken die Turkije nu ontvluchten. Ze beschouwen die laatste groep meer als een van hen. ‘Ik heb het niet over de AKP-aanhangers, maar over de progressieve Turken in West-Europa. Als nakomelingen van migranten hebben zij zelf hun plaats in de samenleving moeten uitkerven. Zij ervaren dat de intellectuelen die Turkije nu verlaten geruisloos in progressieve kringen in, zeg, Duitsland, Nederland, België worden opgenomen.’

U bent nu zelf ook deel van die diaspora geworden.
‘Ik voel me geen onderdeel van de Turkse diaspora. In Zagreb wonen nauwelijks Turken. Ik zie het als reizen om te schrijven [ze woonde eerder in Oxford, Tunis, Parijs en Beiroet, FS], altijd al een belangrijk deel van mijn leven. Tegelijk is het natuurlijk anders, het is moeilijker nu. Kan ik nog wel terug naar Turkije? Ik houd mijn waardigheid in stand door mezelf voor te houden dat ik niet terug wil.’

Maar zie je jezelf terug in een Turkije waar ook ruimte is voor jou?
‘Ja, jazeker. Daarom hamer ik op mondiale solidariteit. Geen enkel land kan op eigen kracht het rechtse populisme keren. Als we er niet in slagen zo’n mondiale solidariteit tot stand te brengen, verliezen we kostbare waarden. Daarom heb ik Verloren land voor de westerse wereld geschreven. Wij in Turkije hebben jullie intellectuele uithoudingsvermogen nodig en jullie in het Westen onze Turkse ervaringen.’