Rattenspel van de hoogste orde
Thijs Kleinpaste

Richard Hofstadter, Anti-Intellectualism in American Life, The Paranoid Style in American Politics, Uncollected Essays 1956-1965 (Library of America 2020), 1000 blz.


Thijs Kleinpaste leeft deze weken in Washington DC tussen afgrijzen, angst en hoop — terwijl Trump en zijn aanhangers woest theater opvoeren over gestolen verkiezingen en institutioneel verraad door de deep state. Het is een poging een dolkstootlegende in het leven te roepen om de komende vier jaar op te teren. ‘Laat niemand denken dat er een tijdperk ten einde is gekomen’, bezweert hij. Toch gloort er hoop, want als de afschuw over de schaamteloze machtspolitiek van de afgelopen vier jaar ons iets heeft laten zien, dan is het wel dat het werkelijke fundament van een levende democratie nog intact is: de democratische verbeelding.


Luke O'Neil, Welcome to Hell World: Dispatches from the American Dystopia (OR Books 2019), 538 blz.
Luke O’Neil, Welcome to Hell World: Dispatches from the American Dystopia (OR Books 2019), 538 blz.
Richard Hofstadter, Anti-Intellectualism in American Life, The Paranoid Style in American Politics, Uncollected Essays 1956-1965 (Library of America 2020), 1000 blz.
Richard Hofstadter, Anti-Intellectualism in American Life (Library of America 2020), 1000 blz.

They who in folly or mere greed
Enslaved religion, markets, laws
Borrow our language now and bid
Us to speak up in freedom’s cause

It is in the logic of the times
No subject for immortal verse
That we who lived by honest dreams
Defend the bad against the worse.

– C. Day-Lewis

Hoe moeten we de weken na de verkiezingen in de VS duiden? Ter plekke overheersen bezorgde, om niet te zeggen paniekerige vragen nerveuze en passieve dagen van overdadige nieuwsconsumptie. Is de obstructie van het Trump-regime tot nu toe in feite een halfslachtige staatsgreep: wel de intentie, niet de greep? Als het geen coup is, is dat dan omdat hij simpelweg niet slaagt, of gelooft Trump er sowieso helemaal niet in? Zou de coterie om hem heen hem een volgende vier jaar geven als zij het echt voor het zeggen had? Zou een andere politicus dan Trump, iemand met meer institutioneel raffinement en onder net iets andere omstandigheden – wel doen wat de wens van het Trump-regime lijkt te zijn maar niet de competentie: in een zelfgecreëerde chaos proberen de verkiezingen ongedaan te maken? Of is Trump gewoon onvoldoende geïnteresseerd in het werk van een staatsgreep, en is dit alles slechts nihilistische improvisatie? Heeft hij, ondanks de niet aflatende stroom van steeds vergezochtere leugens over de verkiezingen, zich er in feite toch bij neergelegd dat hij in januari het Witte Huis moet verlaten?

De onmogelijkheid grip te krijgen op wat het Trump-regime ten diepste is of was trekt als een etterend spoor door de afgelopen jaren.
De manier waarop de coupvraag zich voortdurend opdringt in gesprekken tussen mensen die de afgelopen weken rekening hielden met het zwartste scenario (en niet zonder reden, gezien de retoriek vanuit het regime in aanloop naar de verkiezingen), zegt wellicht ook iets over hoe onmogelijk het is de situatie goed te taxeren. Een van de eigenschappen van het Trump-regime is een bijna volledig gebrek aan voorspel- en leesbaarheid. De onmogelijkheid grip te krijgen op wat het Trump-regime ten diepste is of was trekt als een etterend spoor door de afgelopen jaren. Zoveel voorbeelden en analogieën als de gereedschapskist van de geschiedwetenschap, politicologie, of de politieke theorie ook bevat om het Trump-regime mee te duiden, zo matig geschikt of alweer vlug ongeschikt bleken ze steeds weer te zijn, ingehaald door de volgende absurde ontwikkeling.

Alles wat de Republikeinen de afgelopen vier jaar hebben gedaan was schaamteloze machtspolitiek van een partij die weet dat ze de toekomst tegen zich heeft.
Het angstbeeld van de staatsgreep maakte zich wellicht niet alleen van mensen meester vanwege de alomtegenwoordige uiterlijkheden ervan, maar evengoed omdat het geen onlogisch eindspel lijkt voor een regime en een partij die weet een minderheid van het land te vertegenwoordigen – en dus ook weet dat het iedere mogelijkheid aan moet grijpen om de macht in handen te houden. Alles wat de Republikeinen de afgelopen vier jaar hebben gedaan, niet alleen vanuit het Witte Huis (onder Trump) maar met name ook vanuit de Senaat (onder Mitch McConnell) en het ministerie van Justitie (onder Bill Barr), was schaamteloze machtspolitiek van een partij die weet dat ze de toekomst tegen zich heeft; de politiek van een partij die de meerderheid van het door haar geregeerde land tot vijand heeft verklaard en zich niettemin door een haast ongelofelijk toeval vier jaar lang in de positie bevindt om haar bestuurs- en rechtsmacht nog generaties lang te bestendigen. Het spreken over een coup brengt de machtspolitiek van de Republikeinen samen met de politiek van de waanzin uit het Witte Huis, en biedt daarmee een soort theoretische coherentie – enige helderheid over waar alle retoriek over fraude en gestolen verkiezingen toe zou dienen. Helderheid, hoe grimmig ook, over wat ons te wachten staat, en wat daaraan te doen.


Lees ook deze bijdrage van Johan Heilbron. De eerste verkiezing van Trump liet als geen eerdere zien dat een kapitaalkrachtig, goedgeorganiseerd en meedogenloos netwerk het kan winnen van ‘one man, one vote’. Maar wat als democratische politiek niet blijkt te draaien om kiezers, maar om lobbies van ondernemingen en superrijken?


In plaats van een daadwerkelijke coup blijft het bij onsamenhangende (maar daarmee niet minder misdadige) pogingen tot frustratie en obstructie, vanuit de Senaat, de ministeries en het Witte Huis zelf, zonder enige duidelijkheid over het eindspel. Het regime, met Trump als middelpunt, lijkt vooral gedreven door het verlangen zo sterk mogelijk uit de nederlaag te komen.

Parasitisme

De belangrijke maar kwetsbare rituelen die normaal gesproken het vertrouwen in de rechtmatigheid van de overdracht van het staatsgezag vestigen, zijn opgeschort. Het begon met Trumps speech tijdens de verkiezingsnacht, waarin hij beweerde gewonnen te hebben. Daarop volgde de huichelachtige taal over het tellen van alle legale stemmen, die zonder enig bewijs de suggestie wekte dat er ook illegale stemmen werden uitgebracht. McConnell weigerde Biden te erkennen als rechtmatig verkozen aankomende president, en verkondigde vanaf de vloer van de Senaat dat Trump in zijn recht staat om procedures aan te spannen om de uitkomst van de verkiezingsuitslagen in de Staten aan te vechten. Waarop senator Lindsey Graham probeerde de Secretary of State van Georgia ervan te overtuigen legaal uitgebrachte stemmen te laten verdwijnen.

De stroom aanklachten vanuit het Witte Huis blijft aanzwellen, even bizar als onwaar, maar daarom niet minder oorverdovend.
Het Trump-regime – vanaf dag één zoveel meer dan slechts die eenling – heeft de staatsmacht vier jaar lang ingezet voor antidemocratische missies, de staatsinstellingen daarbij op alle mogelijke manieren corrumperend en uithollend. Het verliezen van de verkiezingen door de aanvoerder van dat regime zal dat beleid slechts kracht bijzetten. De stroom aanklachten vanuit het Witte Huis blijft aanzwellen, even bizar als onwaar, maar daarom niet minder oorverdovend. Ondertussen kan Biden de machtswisseling niet behoorlijk voorbereiden omdat de functionaris die haar handtekening moet zetten om het daarvoor bestemde geld vrij te geven, weigert dat te doen. Ambtenaren hebben de opdracht gekregen niet met Biden samen te werken. Om te onderstrepen dat het menens is: de Pentagon-top werd vervangen door loyalisten, en toen bekend werd dat de ontslagenen door hun medewerkers uitgeleid werden met applaus eiste het Witte Huis een namenlijst om verdere represailles te kunnen nemen.

Alles bij elkaar geen staatsgreep, maar wel een uiterste poging om het democratische stelsel, als het dan niet in een wurggreep gehouden kan worden, tenminste zo zwaar mogelijk toe te takelen. Noem het een staatsgijzeling, desnoods. Dat de Amerikaanse democratie (voor zover daarover betekenisvol gesproken kan worden) ernstig verzwakt uit de Trump-jaren tevoorschijn komt, staat buiten kijf. De vraag is hoe straks, over enkele jaren of iets langer, die verzwakking moet worden begrepen.

De relatie tussen de Republikeinse Partij en de politieke instellingen waarover ze macht uitoefent, is misschien nog het best voor te stellen als parasitair — een rottende maar net niet helemaal vergane democratie.
Het angstbeeld van de staatsgreep is misleidend: het gaat er te veel van uit dat er nog iets is dat nog gegrepen moet worden, terwijl het eigenlijk al voldoende is te voorkomen dat de verzwakte Amerikaanse democratie zich kan herpakken. Natuurlijk is dat eenvoudiger met de macht die de partij de afgelopen vier jaar had – maar ook daarbuiten kan het antidemocratische gif toegediend worden. De relatie tussen de Republikeinse Partij en de politieke instellingen waarover ze macht uitoefent, is misschien nog het best voor te stellen als parasitair. Hoe die relatie in stand wordt gehouden hangt af van de directe politieke omstandigheden, maar het doel is altijd hetzelfde: een rottende maar net niet helemaal vergane democratie – als wingewest voor een partij die het moet hebben van bestuurlijke en politieke chaos, en van het geld dat opportunistische donoren voor het in stand houden daarvan beschikbaar blijven stellen. Deze politiek is niet zozeer anti-democratisch omdat zij toewerkt naar de vestiging van een regime om de plaats van deze zombiedemocratie in te nemen, maar omdat zij een goed functionerende, vertegenwoordigende democratie van en voor alle Amerikanen terecht beschouwt als een existentieel gevaar voor de eigen zaak. Het is de parasitaire politiek van een kapitalisme dat zich invreet in het publieke domein, en dat alle beschikbare middelen zal gebruiken om haar uitbuiting zo effectief en volledig mogelijk te laten zijn. Als dat binnen de marges van de democratie kan, dan is daartegen geen principieel bezwaar. En als het niet kan, dan ook niet. De uitholling van de democratie, inclusief alle pogingen om de verkiezingen van legitimiteit te beroven, heeft vooral dat doel: de uitholling van de democratie.

Koortsdroom

‘We lijden allemaal onder de geschiedenis, maar de paranoïde persoon is dubbel slachtoffer, omdat hij niet alleen geraakt wordt door de wereld die werkelijk is, zoals wij allen, maar ook door zijn fantasie,’ schreef Richard Hofstadter ruim een halve eeuw geleden in The Paranoid Style in American Politics. Toch had hij destijds – zelfs na de heksenjacht van Joseph McCarthy en de campagne van Barry Goldwater, en met volle kennis van de paranoia van machtigen als Richard Nixon en J. Edgar Hoover – nog voldoende vertrouwen in de Amerikaanse democratie om te kunnen stellen dat ‘de paranoïde stijl’ weliswaar hardnekkig was, maar ook niet meer dan een bescheiden minderheid van de bevolking in zijn greep hield.

‘We lijden allemaal onder de geschiedenis, maar de paranoïde persoon is dubbel slachtoffer, omdat hij niet alleen geraakt wordt door de wereld die werkelijk is, zoals wij allen, maar ook door zijn fantasie.’
Maar er waren, stelde Hofstadter, zeker situaties denkbaar waarin de greep van de paranoia zich zou kunnen verstevigen, met name als ‘vertegenwoordigers van een bepaald sociaal belang – wellicht vanwege de vrij onrealistische en onhaalbare aard van hun eisen – van het politieke proces buitengesloten worden’. De buitengeslotenen zouden ‘hun oorspronkelijke opvatting dat de wereld van de macht sinister en malicieus is’ dan volkomen bevestigd zien. Ze zien slechts de consequenties van macht – en dat door vertekenende lenzen – en beschikken over geen mogelijkheid haar eigenlijke werking waar te nemen.’

In die zin is het Trump-regime wellicht toch uniek. Hofstadters stelling dat marginalisering paranoia voedt, is zodanig gekanteld dat zelfs het winnen van het presidentschap en de bijna volledige greep op de Amerikaanse staatsinstellingen het gevoel de gemarginaliseerde partij te zijn niet kon temperen. Wat wel veranderde: de paranoia werd extremer.

Het is misschien ook de enig mogelijke uitkomst van een politieke cultuur die sinds de jaren negentig, toen FOX News begon met uitzenden, langzamerhand is vergiftigd met steeds apertere leugens. We zijn alweer een flink eind verwijderd van de tijd dat de Republikeinse Partij volledig in de ban was van de Tea Party. De met groot geld gefinancierde ‘grassrootsbeweging’ die naar Washington toog om te demonstreren tegen Obama’s zorgwet, opgezweept door politici uit het Huis van Afgevaardigden die de menigte dingen toeschreeuwden als ‘Oma is niet klaar voor de schep’ (in reactie op het verzinsel dat de zorgwet zou leiden tot death panels, die moesten besluiten of de oudjes het nog wel waard waren zorg te krijgen). Het waren de jaren waarin de grootste sterren van de zender met een krijtbord in de studio stonden om kijkers in te voeren in de meest wilde en bizarre complottheorieën, terwijl ze met woeste gebaren strepen trokken tussen namen en organisaties, en het woord ‘communisme’ omcirkelden om de ernst van de situatie te onderstrepen.

Na de ogenschijnlijke verkiezing van Biden klonk het dat de Amerikaanse nationale koortsdroom was gebroken, dat de nachtmerrie voorbij was. Wat betekent dat überhaupt?
Schrijver Luke O’Neil legde de afgelopen jaren een kleine catalogus aan met verhalen van mensen die familieleden verloren waren aan ‘het FOX-hersenvergif’. De verhalen zijn meer dan schrijnend – van uiteengereten families die nergens meer over kunnen praten, tot echtscheidingen, tot mensen die voor hun televisie wegkwijnen en in totale verbittering en eenzaamheid sterven. De bijdragen in de catalogus van O’Neil hebben gemeen dat de mensen in vrijwel precies dezelfde termen vertellen wat hen en hun familieleden is overkomen. Ze zijn een schim van de mensen die ze ooit waren, uitgehold en opgebruikt: ‘Ze zijn er niet meer.’ Het zijn die mensen die nu in hun woonkamers zitten door te draaien. Tenminste, als ze niet door Washington D.C. marcheren en in vecht- en steekpartijen belanden met tegendemonstranten of rondrijden op zoek naar een excuus om te schieten op mensen die ze, opgehitst door de gezichten op televisie, hebben leren beschouwen als verborgen vijanden.

Na de ogenschijnlijke verkiezing van Biden klonk het dat de Amerikaanse nationale koortsdroom was gebroken, dat de nachtmerrie voorbij was. Wat betekent dat überhaupt?

Politiek is bij uitstek het domein van de leugen. Zonder ondermijning van de waarheid uit opportunisme zou de deugd honestas het niet gehaald hebben als waarschuwing. Maar er is, ook in dat domein, een soort hiërarchie. Er zijn leugens en onwaarheden die dienen als hechtmiddel, bedoeld om de afstand tussen twee ongemakkelijke waarheden te dichten of aan het zicht te onttrekken. Er zijn de omissie en de verdraaiing, de bewering die strikt genomen niet hard gemaakt kan worden en de bagatellisering. Er is zelfs iets te zeggen voor de gedachte dat, zo beschouwd, leugen, onwaarheid en onzekerheid op een ongemakkelijke maar onvermijdelijke manier in elkaars verlengde liggen. Dat er, met andere woorden, sprake is van een aflopende schaal van onwaarheid en onzekerheid die leidt naar verdoemenis en voortdurend bewaakt moet worden, maar waar we het nu eenmaal mee moeten doen. Zolang mensen individueel en collectief niet bijzonder goed in staat zijn om onderscheid te maken tussen wat waarschijnlijk is en wat niet, zal er altijd ruimte zijn voor onwaarheid en aplomb, voor stelligheid die grenst aan leugenachtigheid, en voor leugenachtigheid die als onkruid voortwoekert waar zekerheid zich moeilijker wortelt.

Er bestaat een verschil tussen de onwaarheid die ontstaat in een grijs gebied, en die met wat goede wil en goede trouw kan worden uitgebannen.
Hoewel die dingen op hun eigen manier dubieus en oneervol zijn, verschillen zij fundamenteel van de leugen die niet een onbepaalde ruimte tussen twee feiten of waarheden inneemt, maar in plaats daarvan zijn eigen alternatieve waarheid schept. In het feit dat deze leugen een ander doel dient dan de onwaarheid die zich nestelt in de schaduw van opportunisme, onzekerheid of ongewisheid over wat waar en werkelijk is, schuilt juist het verschil in aard. Er bestaat, met andere woorden, een verschil tussen de onwaarheid die ontstaat in een grijs gebied, en die met wat goede wil en goede trouw kan worden uitgebannen – de onwaarheid als een soort aberratie die de werkelijkheid niet op een fundamentele manier ondermijnt – en leugens van een ander kaliber, hoekstenen van een in zijn geheel gekantelde wereld: leugens die niet geloofd kunnen worden zonder de realiteit zelf op te geven, en die bedoeld zijn om iedere constructieve vorm van begrip en engagement met de wereld zoals die is, onmogelijk te maken.

Die gekantelde wereld – dat universum – bestond echter al lang voordat Trump zich aandiende. Ondanks zijn ongeëvenaarde vermogen om nieuwe leugens te creëren en dat universum steeds verder uit te breiden, is ook hij er uiteindelijk een passant in. De parasitaire stijl in de Amerikaanse politiek is niet door hem uitgevonden, Trump was en is er slechts de ultieme belichaming van. Daarom is het van belang zijn nederlaag niet aan te zien voor de ondergang van die politieke stijl.

Dolkstootlegende

Het woeste theater over gestolen verkiezingen en institutioneel verraad door de ‘deep state’ is de poging van Trump en zijn medestanders een dolkstootlegende in het leven te roepen. Nadat de eerste aanklacht over stembusfraude naar de achtergrond was verdwenen toen Trumps advocaten zo ongeveer de rechtbanken waren uitgelachen, gooiden hij en zijn medestanders het over een nieuwe boeg, met verzinsels over observatoren die niet zouden mogen hebben kijken, en over corrupte stemcomputers die stemmen deden verdwijnen. En als dat verhaal straks is uitgeput volgen ongetwijfeld verhalen over complotten en cover-ups om het bewijs voor die aantijgingen te vernietigen, over mensen binnen zijn eigen partij en regering die hem niet trouw waren, althans niet trouw genoeg om het bewijs te leveren waar hij om vroeg. Zelfs als Trump straks zijn verlies erkent, in woord of daad, dan zal hij dat doen met een air alsof hij in het publieke belang een grote, staatsmannelijke daad verricht. Tot zijn einde zal hij blijven klagen over het feit dat hij voor die ruimhartige daad nooit erkenning kreeg, en zeer oneerlijk is behandeld, en eindeloos klagen dat hij het eigenlijk niet had moeten doen, en ook niet had hoeven doen, omdat hij immers had gewonnen.

Of Trump nu zelf over vier jaar een derde gooi naar het presidentschap doet of niet is niet eens zo belangrijk. Want zijn invloed zal er vermoedelijk voor hebben gezorgd dat Republikeinen met ambitie in woord en daad steun moeten betuigen aan zijn dolkstootlegende.
Trump zal, ook als hij in januari zoals hij zelf suggereerde ‘tierend’ uit het Witte Huis getrokken moet worden, zijn invloed over de partij niet uit handen geven. Of hij nu zelf over vier jaar een derde gooi naar het presidentschap doet of niet is niet eens zo belangrijk. Want zijn invloed zal er vermoedelijk voor hebben gezorgd dat Republikeinen met ambitie in woord en daad steun moeten betuigen aan zijn dolkstootlegende, een lakmoesproef voor ze kunnen worden afgevaardigd naar om het even welk vertegenwoordigend orgaan om daar hun sabotagewerk te doen. De recente strijd tussen het kamp-Trump en FOX News over het matige enthousiasme van de zender is bijzaak. Die leidt namelijk geen voorzichtige terugkeer in naar een wereld die genoeg heeft van alle leugens en gaat minder over wat waar is en wat niet, dan om de binnen het conservatieve universum te verdelen posities en macht.

Het van de werkelijkheid losgeweekte smaldeel van het electoraat waarvan de carrières van Republikeinse politici afhangen, zal – daarbij gesouffleerd door ‘zijn’ media –  eisen dat zijn afgevaardigden de dolkstootlegende erkennen en zweren die te wreken. De zorgvuldig gecultiveerde woede van dat smaldeel is vruchtbare grond; grond die Trump alweer een veel beter verkiezingsresultaat bezorgde dan verwacht. Het verlies van Trump heeft daar weinig aan veranderd, integendeel. Ook dat is de reden voor de hevige stuiptrekkingen die we nu zien van het regime. De legende moet genoeg brandstof worden toegediend om de komende periode te overleven, om vier jaar lang oude en nieuwe kijkers aan hun televisie te doen vastkleven terwijl hun woede wordt gewonnen als brandstof voor politieke ontbranding. Of die bron ooit uitgeput raakt, de hersenen ooit te lang gekookt, en of er sprake is van een eindige hoeveelheid brandstof, wie zal het zeggen. Maar laat niemand denken dat er een tijdperk ten einde is gekomen.

Terug naar de democratie

Ooit probeerde ik met een vriend de volgende vraag te beantwoorden: is het erger als mensen enkel uit winst- en effectbejag (voor de verkoop van hun boeken, voor aandacht, om carrière te maken als politicus of opiniemaker) mensen ophitsen met de meest absurde en bizarre verzinsels terwijl ze zelf ook wel weten dat ze handelen in corrupte waar; of is het erger als ze zelf ook daadwerkelijk geloven in de waanzin? De vriend zei het erger te vinden als de waanzin niet uit cynisme maar overtuiging voortkwam. Het zou immers betekenen dat er geen weg meer terug is: het feilbare vermogen van de rede blijft niet alleen achter bij de hoop en schiet ondanks de beste bedoelingen tekort, maar heeft geheel afgedaan en moet worden opgegeven. De rede heeft dan zodanig gefaald dat waarheid en onwaarheid domweg niet meer te ontwarren zijn, en dat elk politiek project dat terugvoert op een op waarheidsvinding gerichte ondervraging van onze wereld bij voorbaat moet worden opgegeven.

Iets in mij begint te koken als ik te lang nadenk over het feit dat de welbewuste leugen kennelijk loont.
Ik denk dat die vriend gelijk had: het tweede scenario is wanhopiger. Maar iets in mij kan het verraad dat in het eerste schuilt niet aan. Iets in mij, sentimenteel of naïef wellicht, wil niet aanvaarden dat het eerste scenario niet alleen denkbaar is, maar ook waarschijnlijk. Iets in mij begint te koken als ik te lang nadenk over het feit dat de welbewuste leugen kennelijk loont. Dat mensen omwille van hun eigen, zo kleine en tijdelijke belang zonder remming of berouw bereid lijken te zijn om het idee van een collectieve verantwoordelijkheid voor de wereld waarin we leven, met het streven naar collectieve waarheidsvinding dat erbij hoort, op te geven. Het is vast weinig meer dan de persoonlijke pijn van een geschonden naïviteit, en eigenlijk niets om openhartig over te zijn. Als een ander me het mij zou vertellen zou ik mijn hoofd schudden en misschien zelfs besmuikt lachen. Al is het troostrijk dat het sentiment toch breed gedeeld lijkt te worden.

Het ‘verzet’ tegen Trump kwam de afgelopen vier jaar veelal neer op een soort eindeloos en ademloos afgrijzen. Iedere dag werden de misdaden en transgressies gedocumenteerd, en iedere dag groeide de verbijstering over het feit dat er geen bodem leek te zijn aan de leugenachtigheid, de schaamteloosheid en het bederf. Dat zoveel mensen de parasitaire en wrede politiek van het regime nog altijd weten te registreren als schending van iets elementairs, als het overschrijden van een grens die niet overschreden mag worden, is niet iets om over te schamperen. Het is een oprecht sentiment, en de basis voor een alternatief. Al lijkt er, ook dat is een feit, tegelijkertijd vaak zo weinig te zijn wat er werkelijk tegen gedaan kan worden. Het idee van schaamte en schaamteloosheid veronderstelt dat er nog een beroep gedaan kan worden op een soort eergevoel of plichtsbesef – dat men zich nog betrapt weet op het feit dat er iets van groot publiek belang verraden is.

Aan de andere kant: welk publiek belang precies, welk levend idee van publiek belang rest ons werkelijk nog?

Wat er op het spel staat is helder, waartegenover we ons gesteld zien ook. Het besef dat het zo taai is dat het niet met een enkele verkiezing is uit te bannen, zou dat ook moeten zijn. Het Trump-tijdperk begon niet met Trump, en het is niet ten einde met zijn nederlaag.
De ontzetting over de cynische, parasitaire politiek van radicaal-rechts wereldwijd, maar die van de Republikeinen in het bijzonder, komt deels voort uit iets dat oprecht is, een diep verlangen om niet te hoeven leven in een wereld waar slechts het bondgenootschap tussen macht en leugen regeert. Maar de ontzetting ontspruit ook net iets te vaak uit een blindheid voor het feit dat de tegenhanger van die politiek zich opwerpt als verdediger van de democratie terwijl het in werkelijkheid slechts een zwakke schaduw is van die democratie. De tegenstelling – voor of tegen Trump – mag de vraag wat er op het spel staat dan wel scherpstellen, ze geeft de status quo die ze verdedigt links- of rechtsom een betere naam dan ze verdient.

Wat er op het spel staat is helder, waartegenover we ons gesteld zien ook. Het besef dat het zo taai is dat het niet met een enkele verkiezing is uit te bannen, zou dat ook moeten zijn. Het Trump-tijdperk begon niet met Trump, en het is niet ten einde met zijn nederlaag.

Het is begrijpelijk dat mensen de veelal wrede, altijd schaamteloze machtspolitiek van de afgelopen vier jaar vooral huiveringwekkend vinden. Maar zolang het afgrijzen slechts voortkomt uit een geschonden gevoel van een eigen geloof in de goedheid van deze wereld, in plaats van een geloof in de goedheid van een mogelijke wereld, is het een hol, om niet te zeggen hopeloos sentiment. Tussen de vrees over een staatsgreep en de opgeluchte vreugde na de verkiezingswinst van Biden ligt een toekomst die nog moet bewijzen dat ze in staat is af te rekenen met de parasitaire politiek. De verkiezingen zelf zijn slechts een eerste stap. De democratie zal grondig herstelwerk nodig hebben. Niet alleen haar symbolen en instituties – hoewel belangrijk – maar vooral ook onze verbeelding over wat ze kan zijn. Democratie zoals ze bedoeld is: niet slechts een verzameling ogenschijnlijk neutrale regels voor een spel waarin uiteindelijk de sterkste wint, maar in de kern een instrument voor individuele vrijheid. Het einde van het Trump-regime is een voorwaarde voor dat werk van de verbeelding. Nu moet het werk gedaan worden.