We zijn gemaakt van woorden
Eva Meijer

Staat van de Europese Literatuur 2021, Nelleke Noordervliet, Eva Meijer


Hoe moet een schrijver zich verhouden tot de brandende kwesties van zijn tijd? Wat betekent de moed van de schrijver in een wereld die vergaat? Eva Meijer reageert op de zojuist door Nelleke Noordervliet uitgesproken ‘Staat van de Europese Literatuur’, op weg naar een Europese literaire poëtica voor onze tijd.


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *


Er zijn twee soorten moed: de moed van degene die niets te verliezen heeft en de moed van degene die alles te verliezen heeft.

I

De wereld is gemaakt van woorden. Niet alleen historici weten dit, ook politici en tirannen. Degene die het verhaal heeft en weeft is de baas.
In haar lezing verbindt Nelleke Noordervliet de moed van de schrijver met de positie van de roman in de samenleving. Ze wijst op het belang van romans in het kunnen lezen van de werkelijkheid en voor het bestaan van gemeenschappelijkheid, een gedeeld Europees referentiekader. Het lezen van romans is bovendien verbonden met het cultiveren van een poëtische houding, die ingebed is in de traditie, maar nieuwsgierig is en onderzoekt. Volgens Noordervliet is deze poëtische houding in de verdrukking gekomen door toegenomen ontlezing en een veranderende publieke sfeer, waarin internet en series boeken dreigen te verdringen.

Dat zijn belangrijke kwesties. Romans weerspiegelen de tijd, vangen hem op en gooien hem weer in de lucht, en hoe ze dat doen hangt samen met hoe (en of) ze gelezen worden. Maar er is meer aan de hand.

II

In haar Nobelprijslezing (2018) schrijft Olga Tokarzcuk: als het verhaal verandert, verandert de wereld. De wereld is gemaakt van woorden. Niet alleen historici weten dit, ook politici en tirannen. Degene die het verhaal heeft en weeft is de baas.

Er zijn twee soorten schrijversmoed: de moed die zich uit in het vertellen van tegenverhalen en de moed die zich richt op het opnieuw uitvinden van de taal.

III

Met dat in het achterhoofd zou ik aan de analyse van Noordervliet een andere vraag willen verbinden: wat betekent de moed van de schrijver in een wereld die vergaat?

Nu is de wereld natuurlijk al vaker vergaan. Sla er de wereldliteratuur maar op na. Maar misschien niet eerder zo letterlijk. Klimaatopwarming, zeespiegelstijging, het uitsterven van soorten, vergaan van ecosystemen: ze beïnvloeden ons Europese leven nog maar mondjesmaat – hoewel de coronapandemie, die voortkomt uit dezelfde oorzaken als de ecologische crisis de boel behoorlijk wist te ontwrichten.

We kunnen door de ogen van die andere ik de wereld lezen, maar het ikkerige van de ik herhaalt ook het beeld van de mens als los van haar omgeving.

Dit hangt samen met de heerschappij van de ik, zegt Tokarzcuk. In veel boeken staat de ik centraal. We kunnen door de ogen van die andere ik de wereld lezen, maar het ikkerige van de ik herhaalt ook het beeld van de mens als los van haar omgeving. En dat ligt ten grondslag aan de vernietiging van de natuurlijke wereld en veel sociale onrechtvaardigheden, naar mensen elders, naar andere dieren.

Maar er zijn ook andere verhalen, zegt Tokarzcuk, waarin de wereld een geheel is dat zich steeds opnieuw voor onze ogen vormt, alsof wij een klein en tegelijk machtig deel daarvan zijn. We kunnen als schrijver net als in sprookjes de dieren serieus nemen en de rivieren en de theepot.

IV

De grenzen van de moed van de schrijver liggen altijd besloten in de taal en in de tijd. Schrijven is de grootste vrijheid die ik ken maar verhalen zitten als een spinnenweb altijd met hun punten aan de werkelijkheid vast.
Die theepot deed me denken aan een andere Nobelprijslezing, namelijk die van Herta Müller in 2009, over de zakdoek. Heb je je zakdoek bij je?, vroeg haar moeder haar altijd als ze als kind het huis verliet. Ik heb de indruk dat de voorwerpen hun materiaal niet kennen, zegt Müller, de gebaren hun gevoelens niet en de woorden de mond niet die spreekt. Maar wij mensen hebben de voorwerpen, de gebaren en de woorden nodig. Voor Müller is dit verbonden met politieke onderdrukking, en ze wijst erop dat meer woorden ons vrijer maken. De taal is een bondgenoot als je onderdrukt wordt, maar eentje die de onderdrukking ook in zich draagt.

De grenzen van de moed van de schrijver liggen altijd besloten in de taal en in de tijd. Schrijven is de grootste vrijheid die ik ken maar verhalen zitten zoals Virginia Woolf schrijft als een spinnenweb altijd met hun punten aan de werkelijkheid vast.

V

Onze Europese traditie is verbonden met allerlei andere: bijvoorbeeld door koloniale praktijken, door het landschap, door hoe we consumeren. Misschien begrijpen we nog maar een snipper van de veelstemmigheid van onze werkelijkheid. Maar romans kunnen helpen die zichtbaar te maken. De oude, die we opnieuw lezen, vanuit het nu, als bekende dia’s die op een nieuwe muur geprojecteerd worden waardoor we kunnen zien hoe de geschiedenis zich in de taal en onze leefwereld genesteld heeft. We begrijpen het verleden altijd vanuit het heden en andersom. Maar ook de nieuwe, die we nog moeten schrijven, die we ons moeten laten schrijven, omdat we onszelf weer eens opnieuw moeten uitvinden.

En dat opnieuw uitvinden vereist moed. Maar we hebben niets te verliezen: we hebben alles te verliezen.