Advertentie
Banner-Draaischijf-728×90

Levenswerk

Als schrijver, bestuurder en wetenschapper wijdt Louise Fresco zich al decennia aan wereldvoedselvraagstukken. In haar laatste roman De planenjager uit Leningrad blikt ze terug op het leven en werk van de Sovjet-plantkundige Nikolaj Vavilov. Frans Saris leest het als een bevlogen pleidooi voor biotechnologie, genetische modificatie en politieke interventie, maar vooral als een ode aan kennis en vindingrijkheid.

Besproken boeken

Een kwart van de wereldbevolking is kwalitatief ondervoed, een even groot deel lijdt aan obesitas, dus bijna vier miljard mensen hebben geen adequate voeding. Tel daarbij op de twee miljard mensen die we er nog bij verwachten in 2050. Kunnen we dit aan?

Louise Fresco, voorzitter van Wageningen University & Research (WUR) en schrijver, waagt zich aan deze vraag in drie teksten. Eerst in een encyclopedische analyse van de wereldvoedselproblematiek, Hamburgers in Paradise (2015; Hamburgers in het paradijs, 2019). Vervolgens in een inleiding op 10 miljard monden (2020), een veelomvattende, door Ingrid de Zwarte en Jeroen Candel samengestelde bundel van 41 essays over het wereldvoedselvraagstuk. Daarin is Fresco klip en klaar: ‘Ik ben ervan overtuigd dat wij die 10 miljard monden kunnen voeden, maar dit is geen vanzelfsprekendheid.’

In de hoofdrol vinden we de plantkundige Nikolaj Vavilov, een gedreven wetenschapper die zich kon meten met Charles Darwin, maar in ongenade viel bij het Sovjetregime en werd vermoord op bevel van Stalin.

Wat zij daarmee bedoelt, beschrijft ze nu in haar historische roman De plantenjager uit Leningrad (2021), een even persoonlijke als aangrijpende geschiedenis van hoop en wanhoop, eerlijkheid en moed. In de hoofdrol vinden we de plantkundige Nikolaj Vavilov, een gedreven wetenschapper die zich kon meten met Charles Darwin, maar die door toedoen van de pseudowetenschapper en fraudeur Trofim Lysenko in ongenade viel bij het Sovjetregime en werd vermoord op bevel van Stalin.

De missie van Vavilov is uiteindelijk dezelfde als die van Fresco: de honger de wereld uithelpen door verbetering van de landbouw. Vavilovs baanbrekende idee is plantenveredeling door kruising van Russische tarwe met wilde exemplaren die beter bestand zijn tegen droogtes en ziekten en in kortere tijd rijpen. Op vijf continenten jaagt hij op planten om de grootste collectie zaden ter wereld op te bouwen. Fresco getuigt van haar affiniteit met Vavilov door middel van een intieme metafoor: ‘Een man kan een landschap liefhebben als een vrouw, alle details één voor één ontdekken, opsnuiven, proeven en eindeloos bestuderen. Een landschap lees je als een boek, net zoals je de gelaatstrekken van een vrouw probeert te lezen.’

Van Darwin heeft Vavilov geleerd wat evolutie betekent: het vermogen tot aanpassing, fitness. Want alleen de best aangepaste planten overleven generatie op generatie. Van de meest geschikte planten neemt hij het zaad. Door planten met verschillende eigenschappen te kruisen ontstaat vervolgens zaad van een nieuwe soort. Zo vermengen en versterken kunstmatige en natuurlijke selectie elkaar. De kunstmatige selectie en kruising van Vavilov werkt sneller en is doelgerichter dan de natuurlijke selectie van Darwin.

De grote-stappen-snel-thuis-ideologie

Net als Jean-Baptiste Lamarck voor hem beweerde Lysenko echter dat erfelijke eigenschappen van individuele planten sneller kunnen worden verbeterd door hun omgeving aan te passen in plaats van door selectie en kruising. Zo zou hij bijvoorbeeld wintertarwe in ijskoud water hebben gekweekt, waardoor zomertarwe zou zijn ontstaan dat sneller rijpte en grotere opbrengsten gaf. Deze onbewezen ideeën sloten naadloos aan bij de grote-stappen-snel-thuis-ideologie van Stalin, waardoor Lysenko’s ster snel rees. Ten koste van Vavilov welteverstaan. Elk nieuw hoofdstuk van De plantenjager opent met huiveringwekkende teksten uit de leugenachtige verhoren waarmee Vavilov door het Sovjetregime vernederd werd, die ten slotte leidden tot eenzame opsluiting en zijn tragische einde door honger en uitputting. We schrijven dan 1943.

Vavilovs Instituut voor Plantnijverheid overleefde de Tweede Wereldoorlog en het negenhonderd dagen durende Duitse beleg van Leningrad (8 september 1941-27 januari 1944) wonderbaarlijk ongeschonden. In het kolossale gebouw aan het Sint-Isaaksplein, midden in de belegerde stad, bewaakten de heldhaftige medewerkers van Vavilov de collectie van 400.000 verschillende zaden, het levenswerk van hun mentor, hun eigen honger ten spijt.

De plantenjager is doorspekt met wetenschapsethiek die vandaag de dag nog altijd even relevant is als in Vavilovs tijd. Neem nu ‘het doel van wetenschap is om de wereld te verbeteren. Niet om een utopie te vestigen, maar om in het dagelijkse bestaan vreugde en redelijkheid te brengen en de afwezigheid van lijden.’ Maar wat als de wetenschap niet de basis voor de vooruitgang levert, of te langzaam gaat? Dan ligt fraude op de loer en het claimen van doorbraken die niet bewezen zijn.

Zo oud als het leven op aarde

Het lysenkoïsme stortte de Sovjet-Unie na de Tweede Wereldoorlog in een vreselijke hongersnood. Lysenko viel in ongenade en Vavilov werd postuum in ere hersteld. Het is aan zijn kunstmatige selectie en kruising te danken, zijn theorie van de immuniteit van planten tegen ziektes, zijn erfelijkheidswetten, zijn ontdekking van biodiversiteitscentra, en aan zijn unieke collectie zaden, dat Rusland na de rampzalige jaren veertig en vijftig zijn eigen bevolking weer kon voeden.

Voor alle duidelijkheid geeft Fresco ook het bekende bewijs tegen Lamarck en Lysenko: als je de staart van een muis afknipt, krijgt die muis geen nakomelingen zonder staart – en ook als je dat knippen vele generaties herhaalt, ontstaat er geen muizensoort zonder staart. Toch hebben omgevingsfactoren wel degelijk invloed op onze genen. Fresco noemt als voorbeeld van zulke epigenese (‘ontwikkelingsaanpassing’) het lot van kinderen die werden geboren in de Hongerwinter en als volwassenen extra gevoelig bleken voor alle mogelijke ziektes en een significant lagere levensverwachting hadden.

Genetische modificatie is zo oud als het leven op aarde, daarvan probeert Louise Fresco met deze historische roman haar lezers te doordringen.

Genetische modificatie is zo oud als het leven op aarde, daarvan probeert Louise Fresco met deze historische roman haar lezers te doordringen. In den beginne ontstond een grote diversiteit aan nieuwe soorten langs de weg van Darwins natuurlijke selectie, toen kwamen er nieuwe soorten bij doordat jagers en verzamelaars hun omgeving beïnvloedden, en vervolgens gingen boeren planten domesticeren en veredelen met Vavilovs kunstmatige selectie en kruising. Dat proces is tijdrovend en hetzelfde effect kan sinds het midden van de vorige eeuw aanzienlijk efficiënter bereikt worden met behulp van biotechnologie. Sinds de millenniumwisseling maakt gentechnologie het mogelijk rechtstreeks in te grijpen in het genoom van organismen. We moeten niet bang zijn voor genetische modificatie, schrijft Fresco, als we tien miljard monden willen voeden zonder de hele aarde om te ploegen en te vernielen.

Erfenis

Maar ook voor kunstmatige voeding geldt: successen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst. Voor velen is de hamburger het belangrijkste, zo niet het enige voedsel. Planten en dieren die niet bijdragen tot de hamburger of andere fastfoodproducten worden schaars (zie ook ‘Hamburgers met een hoge c’, dNBg 2016#5). Zelfs voor het schijf-van-vijfdieet benutten wij slechts een dozijn van alle driehonderdduizend soorten bloemplanten. Bovendien zal de landbouwkundige biodiversiteit steeds meer verdwijnen naarmate de bevolkingsdruk toeneemt en de oorsprongsgebieden aangetast worden door wegen, stuwmeren, steden en moderne landbouw.

Precies daarom is het van groot belang dat Vavilovs collectie groeit, en niet alleen in Leningrad. En daarom is het van belang dat plantenjagers over de hele wereld zaden verzamelen die worden opgeslagen in nationale collecties met duplicaten in Spitsbergen – in de internationale genenbank die mede werd opgericht door Louise Fresco.

Eigenlijk is de vraag niet ‘Hoe voeden we de wereld in 2050?’, maar ‘Hoe zorgen we in 2050 voor voldoende gezond voedsel, met respect voor onze planeet en alle mensen en dieren die er leven?’

Eigenlijk is de vraag niet ‘Hoe voeden we de wereld in 2050?’ schrijven De Zwart en Candel in 10 miljard monden, maar ‘Hoe zorgen we in 2050 voor voldoende gezond voedsel, met respect voor onze planeet en alle mensen en dieren die er leven?’ Ondanks contrasterende visies geeft hun boek vijf duidelijke inzichten: 1. Het is een mondiaal vraagstuk waarin Nederland dankzij de WUR voorloper is; 2. Kennis alleen is niet voldoende, er zijn mondiale en lokale politieke interventies nodig; 3. Met inachtneming van ethische vraagstukken zijn hightechinterventies noodzakelijk; 4. Chemische gewasbeschermers en agrarische monoculturen moeten plaatsmaken voor duurzame landbouw; 5. Om de cirkel landbouw-voeding-natuur te sluiten moeten alle actoren in het voedselsysteem samenwerken: voedselproducenten, leveranciers, supermarkten, ngo’s, overheden, financiële instellingen en consumenten. Zoals bij de ontwikkeling van het open source Agri-food-nature Transition Model (ATM).

Het is Fresco’s grote verdienste dat zij al haar kennis en ervaring zo overtuigend bijeenbrengt in een verhaal dat verleden, heden en toekomst zo sterk met elkaar verbindt. Er spreekt een in de geschiedenis en wetenschap geaarde visie op de toekomst uit die je in deze tijd verfrissend hoopgevend zou kunnen vinden. Pragmatisch, realistisch en, inderdaad, hoopgevend. Nu die hoop ook werkelijk doen leven en de daad bij het woord voegen.