Advertentie
advertentie UPL online

De ‘Rentrée d’Hiver’ – een update

Vorige maand gidsten redacteuren Marjolein Corjanus en Manet van Montfrans u met hun rentrée d’Hiver langs de ruim vijfhonderd Franse titels van afgelopen winter. Voor het voorjaar bieden zij nog een update met de meest opzienbarende en prijswinnende boeken uit Frankrijk van de afgelopen maanden.

Besproken boeken

LITERAIRE PRIJZEN

Marie Charrel ontving op 6 april de Prix Cazes voor Les Mangeurs de nuit (Éditions Observatoire), en is verder genomineerd voor de Prix des libraires. De zevende roman van deze veelbelovende jonge schrijfster gaat over een droomachtige idylle in de bossen van Brits-Columbia, tussen Jack, die zijn brood verdient met zalmen tellen, en Hannah. Zoals Jack is grootgebracht met de verhalen van de Canadese wouden, is Hannah opgegroeid met de mythes en legendes uit het Japan van haar migranten-ouders.

De Grand Prix SDGL (Société des gens de lettres) voor young adultliteratuur is op 18 maart gegaan naar Laurence Biberfeld voor haar roman Malencontre (Faction).

De Grand Prix SDGL de la fiction is eveneens op 18 maart uitgereikt aan Jane SautièreCorps Flottants (Verticales). Zie Rentrée d’automne, dNBg 2022#5.

Laurent Mauvignier stond met zijn Histoires de la nuit (Minuit, 2020) op de longlist voor de International Booker Prize 2023 (uitreiking 23 mei 2023 in Londen). IJzingwekkende roman noir over psychische en sociale problemen op het ontvolkte Franse platteland

Gaëlle Nohant ontving op 27 maart de Prix RTL Lire/Magazine littéraire voor Le bureau d’éclaircissement des destins (Grasset), een roman over de nasleep van de Holocaust. Zie ons Rentrée-overzicht dNBg 2023#2.

KLASSIEKEN

Paul Valéry, Cours de poétique I: Le corps et l’esprit (1937-1940); II Le langage, la société, l’histoire (1940-1945) (Gallimard – Bibliothèque des Idées)

Paul Valéry bezette van 1937 tot aan zijn dood in 1945 de voor hem gecreëerde leerstoel Poëtica aan het Collège de France. Nu, bijna tachtig jaar later, zijn de colleges die hij daar gaf, gepubliceerd. Volgens bezorger William Marx een monument in de geschiedenis van het twintigste-eeuwse denken.

Julien Gracq, La maison (Corti)

Uitgeverij Corti publiceert uit de bij de Bibliothèque nationale gedeponeerde nalatenschap van Julien Gracq (1910-2007) een nooit eerder uitgegeven kort verhaal, La maison. Werkelijkheid en hallucinatie zijn in deze extreem verdichte tekst moeilijk van elkaar te scheiden.

George Sand, Nouvelles lettres retrouvées (Le Passeur)

Van George Sand (1804-1876), gerenommeerd, eigenzinnig en vooruitstrevend schrijfster, werd nieuwe correspondentie ontdekt. Uitgeverij Le Passeur publiceert 406 nieuw ontdekte brieven uit een zeer interessante correspondentie, gevoerd met familie en vrienden maar ook met uitgevers, politici en bekende schrijvers zoals Victor Hugo en Heinrich Heine.

Om het honderdvijftigste geboortejaar van schrijfster Colette (1873-1954) luister bij te zetten, publiceert uitgeverij L’Herne een themanummer Colette en een heruitgave van haar beschrijvingen van Parijs: Paris, je t’aime ! et autres textes (uitg. Gérard Bonal en Frédéric Maget). Gallimard geeft een mooi portret uit van de schrijfster (door Emmanuelle Lambert): Sidonie Gabrielle Colette. Meer dan lezenswaardige uitgaven, die laten zien dat Colettes werk nog steeds zeer actueel is.

AUTOBIOGRAFIE

Patrick Autréaux, La Sainte de la famille (Éditions Verdier)

Als de ik-verteller op vijfjarige leeftijd zijn grootmoeder verliest, lijkt de schok van die gebeurtenis alle herinneringen daarvoor te hebben uitgewist. Totdat hij als jonge man zelf ernstig ziek wordt en Histoire d’une âme leest, de autobiografie van de heilige Theresia van Lisieux. Dan komt zijn ‘innerlijke volière’ opnieuw tot leven. Autréaux debuteerde met een drietal teksten over zijn eigen ervaringen als arts en patiënt met ziekte en dood. In La Sainte de la famille, dat het eerste deel van een autobiografisch drieluik (titel Constat) moet worden, komen die ervaringen opnieuw ter sprake. De auteur spreekt zelf van een ‘wonderlijke ontmoeting tussen heiligheid en literatuur’.

Colombe Schneck, Mensonges au paradis (Grasset)

Schrijfster Colombe Schneck keerde terug naar de vakantiekolonie in Zwitserland waar zij haar jeugd doorbracht en die zij in weerwil van een beladen Joodse familiegeschiedenis als het paradijs beschouwde. De realiteit blijkt echter anders te zijn en Schneck moet haar eigen verblinding onder ogen zien. Ze kan alleen schrijven over haar ‘paradijs’ als ze de leugens en het geweld in haar leven accepteert en de waarheid opschrijft.

BIOGRAFIE

Claude Burgelin, Georges Perec (NRF Biographies – Gallimard)

Dertig jaar na de biografie van de Engelsman David Bellos verschijnt nu van Claude Burgelin, een van Perecs jeugdvrienden en auteur van meerdere essays over zijn werk, een mooi portret van de schrijver die hij een leven lang van nabij heeft gekend. Burgelin probeert om vanuit het werk het stramien van Perecs leven en de raadselachtige charme van zijn verbeeldingskracht te benaderen.

Michel Laval, Il est cinq heures, le cours est terminé (Les Belles Lettres)

Levendig en zorgvuldig geschreven portret van Henri Bergson. Bergson gaf in de eerste decennia van de twintigste eeuw de Franse filosofie nieuw elan met zijn ideeën over de subjectieve ervaring van tijd. Hij doceerde aan het Collège de France, kreeg de Nobelprijs voor Literatuur in 1927, maar werd in de jaren dertig verguisd door communisten en antisemieten. Bergson overleed in januari 1941, in zijn paspoort stond sinds december 1940 het stempel ‘Jood’. Laval, van beroep advocaat, schreef een aantal biografieën, onder meer van Péguy, Brasillach, Koestler, en werd al meerdere malen bekroond.

FICTIE

Aurélien Bellanger, Le vingtième siècle (Gallimard)

Polyfone roman over het leven van Walter Benjamin. Schrijver Aurélien Bellanger stelt zich voor hoe drie aanhangers van Benjamins gedachtegoed de zoektocht inzetten naar het laatste nagelaten manuscript van de schrijver, waarmee meteen de gehele twintigste eeuw wordt doorgelicht.

Éric Chevillard, La Chambre à brouillard (Minuit)

Aan de uitvinding waarvoor de natuurkundige Charles Wilson in 1927 de Nobelprijs ontving, een zogenaamde nevelkamer, ontleende Minuit-schrijver Chevillard de titel van zijn boek. In tegenstelling tot Wilson, die zichtbaar wilde maken hoe de werkelijkheid in elkaar zit, sticht Chevillard zoveel mogelijk verwarring in een mistig, pseudo-realistisch verhaal dat zich onder meer laat lezen als een satire op wetenschappelijk onderzoek of op de pogingen van een schrijver om een onderwerp te vinden.

Chambre à brouillard de Wilson (beeld: Thesupermat)

Catherine Clément, L’Allemand de ma mère (Seuil)

Gerenommeerd schrijfster Catherine Clément schreef een roman over het leven van haar moeder in bezet Parijs, tegen de achtergrond van collaboratie en clandestiniteit. Wie is dokter Schulz, de Duits-Joodse vluchteling die zelf gevaar loopt tijdens de bezetting van Parijs maar toch de Joodse familie van Cathérine te hulp schiet? Aangekondigd als ‘roman vrai’ en als ‘oeuvre de mémoire’, maar het boek is ook een intiem portret van haar eigen familie.

Alexandre Feraga, Le frère impossible (Flammarion)

Feraga schreef het portret van zijn broer Samir, die als enige in het gezin radicaliseerde en omkwam in een trainingskamp in Afghanistan. Over hoe onmogelijk verschillend de levensloop van twee broers kan zijn.

Nancy Huston, Cantique des plaines (Actes Sud)

De Canadees-Franse schrijfster Nancy Huston beschreef het leven van vier generaties immigranten die zich vestigden in de wijde vlakten van Alberta, Canada. Volgens critici een ‘hymne à la vie’.

Lise Kervennic, Les marchands de Paris (Flammarion)

Romandebuut over de kunstwereld en -zwendel in Parijs, in wat een humoristische kruising wordt genoemd tussen een zedenroman en een ode aan vergeten vrouwen in de kunst.

Céline Laurens, Sous un ciel de faïence (Albin Michel)

De jonge, eerder bekroonde schrijfster Céline Laurens situeerde haar nieuwste roman op de Parijse metrolijn 6. De titel verwijst naar de overbekende witte tegels langs de wanden en het plafond van de metrostations. Laurens beschrijft en volgt de zielen van de mensen in de metro, reizend door de onderwereld van Parijs. Laurens’ stijl wordt omschreven als kleurrijk, humorvol en fantasierijk. Hoe loopt het af met al die vreemde vogels, diep onder de metropool Parijs?

Christine Montalbetti, Le Relais des Amis (POL)

Een roman waarin de personages elkaar aflossen als bij een estafette (relais). Een lichtvoetig boek, geschreven tijdens de coronapandemie.

Christine Orban, Soumise (Albin Michel)

Biofictie over het leven van natuurkundige en filosoof Blaise Pascal en diens onbekend gebleven zus Jacqueline. Genomineerd voor de Prix des Romancières.

Véronique Ovaldé, Fille en colère sur un banc de pierre (Flammarion)

Na zeventien jaar afwezigheid keert Aida voor de begrafenis van haar vader terug naar het eiland van haar jeugd. Haar vader heeft haar altijd verantwoordelijk gehouden voor de nooit opgeloste verdwijning van zijn jongste dochter. Ovaldé ontleedt, aanstekelijk vitaal, met een mengeling van ironie en betrokkenheid de relaties binnen het gezin dat door deze tragedie is getroffen. Een roman over herinneringen, geheimen, familie, en over hoe je je ervan kunt ontdoen. Genomineerd voor de Prix des Romancières.

Fabien Vinçon, Staline a bu la mer (Anne Carrière)

Roman gesitueerd ten tijde van Stalin, die in zijn nadagen besloot de strijd aan te binden met de natuur. Een jonge ingenieur kreeg de opdracht de twee rivieren die het Aralmeer van water voorzagen om te leiden ten behoeve van de landbouw. Nu zouden we over ecocide spreken. Vinçons stijl wordt vergeleken met het magisch-realisme.

Fanny Wallendorf, Jusqu’au prodige (Finitude)

Wallendorf beschrijft in haar derde roman het lot van een vrouw die tijdens de bezetting onderduikt op een boerderij in de Vercors en door de eigenaar belast wordt met de zorg voor de door hem gevangen dieren. Een dromerige, poëtische tekst met een grote rol voor de natuur.

ZINTUIGEN

Jean Abitbol, Les voix de notre vie (Grasset)

KNO-arts Abitbol schreef een interessant essay over de menselijke stem: er zijn acht miljard stemmen in deze wereld en iedere stem is uniek. Wat maakt de stem van een kunstenaar, een profeet, een politicus zo anders? ‘La voix est au coeur de la vie.’

Françoise-Marie Santucci, À la recherche des odeurs perdues (Grasset)

Door een ongeluk verloor Santucci haar reukzin. ‘Mijn leven had geen smaak meer.’ Ze beschrijft en overziet haar ‘aseptische’ wereld met humor en inzicht. Niet alleen voor Proustianen.

Philippe Vasset, A cappella (Flammarion)

Vasset, auteur van Un livre blanc en La Conjuration over niet in kaart gebrachte plekken en onbewoonde gebouwen in Parijs, voert in zijn nieuwe roman een romanschrijver/journalist ten tonele die liedteksten wil produceren voor een vrouw door wier stem hij is betoverd. Maar dat lukt hem niet, en hij zoekt steun bij schrijvers die dergelijke teksten uit hun mouw schudden, zoals Modiano, Chloé Delaume en Jean Echenoz.

NON-FICTIE

Florence Aubenas, Ici et ailleurs (Éditions de l’Olivier)

Van de grand reporter van Le Monde veertig reportages uit de afgelopen acht jaar, vanaf het begin van de protestbeweging van de gele hesjes tot het dagelijks leven onder de bommen in Oekraïne. Met als intermezzo de coronaperiode. Een scherp en empathisch portret van onze tijd.

Marie Cosnay, Des Îles, Îles des faisans (2021 – 2022) (Éditions de l’Ogre)

Het tweede deel van een serie documentaireteksten gewijd aan verhalen van en over immigranten op de opvangplekken van de Europese Unie. De drama’s van deel II spelen zich af in Baskenland, waar de schrijfster woont. Het Île des Faisans ligt in de Bidassoa, de grensrivier tussen Frankrijk en Spanje. Tegenover dit eiland vond men in 2021 het lichaam van een verdronken immigrant uit Afrika. Hoe zijn naam en zijn familie terug te vinden om hem niet naamloos te hoeven begraven? In Des Iles I liet Cosnay de immigranten aan het woord die de tocht overleefd hadden, deel II gaat over haar eigen pogingen om te achterhalen wie de aangespoelde overledene is. Felle aanklacht tegen politieke keuzes die tot schending van elementaire mensenrechten leiden.

Frédérique Leichter-Flack, Pourquoi le mal frappe les gens bien ? La littérature face au scandale du mal (Flammarion)

Leichter-Flack, hoogleraar humanistiek en politicologie aan Sciences Po, vraagt zich bij haar colleges tijdens de cororapandemie (noodgedwongen online) af waarom het leed goede mensen treft, en wat we aanmoeten met literatuur die dat leed verbeeldt. Haar antwoord, naast een treffende bespreking van grote werken van onder meer Dostojevski, Shakespeare, Kafka en Camus: er is veel ellende in de literatuur te vinden, maar deze biedt ook troost, als een tegengif. Het is de literaire verbeelding die de lezer een ‘beschermde morele ervaring’ biedt.

Lucille Dupré & Maaï Youssef, Lettres d’hiver, lettres d’été (Belfond)

Interessante correspondentie tussen twee schrijfsters in een uiterst originele vorm die het midden houdt tussen essay, poëzie en literatuur. Over schrijverschap en inspiratie, over vrouw-zijn en moederschap, reizen, geluk en literatuur. Zeer inspirerende en leesbare non-fictie, herkenbaar en helder verwoord.

Adèle Van Reeth, Inconsolable (Gallimard)

Vooraanstaand journaliste en filosofe Adèle van Reeth schreef een intiem zelfportret waarin ze verslag doet van de rouw om haar overleden vader en tegelijkertijd het geluk om de geboorte van haar zoon. Hoe kan een mens, die ontroostbaar (‘inconsolable’) is, toch het leven zo omarmen?

Camille de Toledo, Une histoire du vertige (Verdier)

Een ambitieus essay dat het midden houdt tussen filosofie en literatuurtheorie. De vertige uit de titel heeft betrekking op de duizeling die ons bevangt of zou kunnen bevangen bij de confrontatie met klimaatproblemen en oorlogsellende. De schrijver biedt ons houvast door ons met een grotere wereld te verbinden waarin de ‘kleine ikken’ van de modernen vervagen.

(DE-)KOLONISATIE

Bessora, Vous, les ancêtres (JC Lattès)

Avonturenroman die twee eeuwen van pioniers en ontdekkingsreizigers omspant en minstens drie continenten. De schrijfstijl van de Brusselse schrijfster wordt wel vergeleken met het magisch-realisme.

Christophe Boltanski, King Kasaï (Stock – coll. « Ma nuit au musée »)

Boltanski, ook bekend van La cache (De schuilplaats), bracht een nacht door in Museum Tervuren. Kasaï is de naam van een olifant die in 1956 werd neergeschoten en zijn afterlife slijt in Tervuren. Ondanks de aanpassingen in het museum aan hedendaagse gevoeligheden, spookten de slachtoffers van het koloniale bewind in Congo door het hoofd van Boltanski tijdens zijn verblijf in het ‘hart der duisternis’ van ons geheugen.

Yannick Le Marec, Le Grand Pillage (Arléa)

Een grondige en goed gedocumenteerde studie over de roof van kunstwerken waarmee het imperialisme in de negentiende eeuw en ook de Franse kolonisatie van het verre oosten gepaard ging. Le Marec maakt daarbij gebruik van de lotgevallen van Pierre Loti en Victor Segalen, twee schrijvers die in dienst van het Franse leger deelnamen aan de ontdekkingstochten.

Oliver Rohe, Chant balnéaire (Allia)

Oliver Rohe werd in 1972 geboren in Beiroet, zijn vader was Duits, zijn moeder Armeens-Libanees. Tijdens zijn tienerjaren was hij getuige van de burgeroorlog in Libanon. Die ervaringen klinken door in Chant balnéaire.

Oliver Rohe (Beeld: DR)

DYSTOPISCHE ROMANS

Julie Girard, Le crépuscule des licornes (Gallimard)

Girard schreef een dystopische roman over een startup (in het Frans licorne, ofwel ‘eenhoorn’) waarbij een hersenimplantaat gevoelens en gedachten van anderen kan overnemen en interpreteren. Een nauwgezette filosofische beschouwing over het verlies van intimiteit en het belang van idealen. Met veel humor geschreven.

Charlotte Monsarrat, Les âmes fragmentées (Anne Carrière)

Sciencefictionroman waarin een toekomst wordt verbeeld waarin geen films meer mogen worden vertoond en het geheugen van mensen kan worden gewist. Een filmmaakster gaat op zoek naar haar eigen herinneringen om zo haar identiteit te hervinden. Een filosofische zoektocht naar fragmenten van de eigen ziel.

Marianne Rötig, La disparition des rêves (Gallimard)

Door de uitgever een avonturenroman en een existentiële detective genoemd, maar deze tweede roman van Marianne Rötig heeft zeker ook sciencefiction-achtige trekjes. Journaliste Camille merkt dat ze ’s nachts niet meer droomt. Ze komt op het spoor van een onderzoeksgroep die bij de dromenroof betrokken is en hun proefkonijn, een jonge Napolitaanse dichter. Samen slaan ze op de vlucht, op een roadtrip die ze over de hele wereld voert, in een langdurige poging tot onthaasting.

VROUWENRECHTEN

Andréa Bescond, Une simple histoire de famille (Albin Michel)

Na het uiterst succesvolle theaterstuk Les Chatouilles (2018) publiceert Bescond nu een debuutroman over het leven van drie generaties. Over geweld, de verhouding tussen mannen en vrouwen en de macht van het patriarchaat. Bescond, in Frankrijk zeer bekend om haar activisme en radicaal feminisme, baseerde haar roman mede op het leven van haar overgrootmoeder, die haar gewelddadige echtgenoot ombracht en daarvoor een tijd in de gevangenis belandde.

Philippe Besson, Ceci n’est pas un fait divers (Julliard)

‘Papa a tué maman’: dat zinnetje uit de mond van een dertienjarig meisje dat haar oudere broer in paniek opbelt, is voor Besson het vertrekpunt geweest voor een verhaal over de waargebeurde moord van een echtgenoot op zijn vrouw. Besson schrijft over de onmogelijke situatie waarin de kinderen terechtkomen na de dood van hun moeder. Schuldgevoel, woede, en loyaliteit ondanks alles. Bessons roman is een aanklacht tegen het verschijnsel ‘féminicide’, femicide in het Nederlands. Geweld tegen vrouwen, schrijft Besson, is niet een ‘fait divers’, niet een los nieuwsitem dat we meteen weer kunnen vergeten, maar een ‘fait social’, een maatschappelijk gegeven dat we onder ogen moeten zien en dat moet worden bestreden.

Adèle Bréau, L’heure des femmes (Jean-Claude Lattès)

Bréau baseerde haar roman op het ware verhaal van haar grootmoeder, Ménie Grégoire, die in de jaren zestig een zeer succesvol praatprogramma op de radio presenteerde, dat miljoenen Françaises aansprak. Zij was hun ‘dame de coeur’. Met behulp van een fictieve journaliste, na vijftig jaar op zoek naar het verhaal van Ménie, schetst Bréau de levens van de vrouwen die Ménie wist te raken, en daarmee de geschiedenis van de ‘condition féminine’ door de jaren heen.

Maryline Desbiolles, Il n’y aura pas de sang versé (Sabine Wespieser)

Interessante roman over de staking in 1869 van de ‘ovalistes’, de zijdewerksters in Lyon, die betere werkomstandigheden en meer loon eisten. Het was de allereerste staking door vrouwen; enkele jaren later zouden de eerste vrouwelijke vakbonden opgericht worden. Desbiolles brengt in haar beeldend geschreven boek een hommage aan deze in vergetelheid geraakte staaksters.

OVERIG

Myriam Leroy, Le Mystère de la femme sans tête (Seuil)

Deze roman van de Belgische journaliste Myriam Leroy is deels gesitueerd in de Tweede Wereldoorlog en deels in het heden. Ze baseerde haar roman op het waargebeurde verhaal van de jonge Russin Marina Chafroff die in 1942 in Brussel in verzet kwam tegen de nazi’s en door hen werd geëxecuteerd. Tijdens een lockdown in de coronapandemie vond Leroy Marina’s graf op een begraafplaats in Brussel en verdiepte zich vervolgens in haar lot.

UITGEBREID GESIGNALEERD IN DE NEDERLANDSE BOEKENGIDS 2023#2

Philippe Claudel, Crépuscule (Stock)

Alice Ferney, Deux innocents (Actes Sud)

Marie-Hélène Lafon, Les Sources (Buchet-Chastel)

J.M.G. Le Clézio, Avers: des nouvelles des indésirables (Gallimard)

Pierre Lemaitre, Le Silence et la Colère (Calmann Levy)

Mathieu Lindon, Une archive (POL)

Andreï Makine, L’ancien calendrier d’un amour (Grasset)

Pierre Michon, Les deux Beune (Verdier)

Pierre Michon (beeld: Olivier Dion)

Daniel Pennac, Terminus Malaussène (Gallimard)

Pauline Peyrade, L’Âge de détruire (Minuit)

Seynabou Sonko, Djinns (Grasset)