Advertentie
DRB-web

Falen als verzet: de lof van het nietsdoen

De Roemeense denker Emil Cioran koos uit overtuiging voor een leven verstoken van traditioneel succes. Door de lens van Ciorans existentialistische visie onderzoekt NIAS-fellow Costică Brădăţan de plaats en mogelijkheden van falen en ledigheid in onze maatschappij — en houdt het moderne leven zo een uitdagende spiegel voor.

Besproken boeken

Behalve een pijnlijk jaar als filosofieleraar op een middelbare school in zijn geboorteland Roemenië, had Emil Cioran nooit een echte baan. ‘Ik vermeed tot elke prijs de vernedering van een carrière’, merkte hij tegen het einde van zijn leven op. ‘Ik leefde liever als een parasiet dan mezelf de vernieling in te helpen met een baan.’ Toen hij er in 1937 voor koos om naar Frankrijk te verhuizen, was voor hem vooral van belang dat Parijs ‘de enige stad ter wereld [was] waar je arm kon zijn zonder je ervoor te schamen, zonder complicaties, zonder drama’s.’

Net als zijn oude voorganger, de cynicus Diogenes van Sinope, maakte Cioran van zijn armoede een filosofisch ereteken. Voor de meest dringende behoeften van zijn lichaam vertrouwde hij op de vriendelijkheid van vreemden en de vrijgevigheid van vrienden. Hij droeg de afdankertjes van anderen of vermaakte hen met zijn gevatheid en eruditie in ruil voor een maaltijd. Hij was tot alles in staat, behalve een fatsoenlijke baan nemen.

In een wereld waar iedereen wel in de weer leek met iets doen was nietsdoen voor Cioran de enige nastrevenswaardige en verdedigbare levensstijl. Een leven zonder actie en concrete ambities, zonder afleiding en drukte, is een leven waarin ruimte gemaakt is voor betekenis: ‘Al het goede komt voort uit lusteloosheid, uit ons onvermogen om in actie te komen en onze projecten en plannen ten uitvoer te brengen’, schreef hij. En hij gedroeg zich ernaar. Toen een journalist hem eens vroeg naar zijn schrijfroutine, antwoordde hij in alle openhartigheid: ‘Meestal doe ik niets. Ik ben de luiste man in Parijs… alleen een hoer zonder klanten doet minder dan ik.’

Wellicht maakte Cioran een grapje, maar zijn ledigheid was een serieuze zaak. Het was een moeizaam levenslang project, waarvoor hij zijn uiterste best deed en dat hij met volledige toewijding diende. Hij ging dit pad niet op vanwege een bijzonder luie inborst of zoiets, maar vanwege zijn onlesbare dorst naar kennis en begrip. ‘Helemaal niets doen is het moeilijkste wat er is, het moeilijkste en het meest intellectuele’, merkte Oscar Wilde decennia voor Cioran op. Als we de wereld willen begrijpen, moeten we ophouden erop te handelen – en erover nadenken. Contemplatie en actie zijn gezworen vijanden. Nietsdoen geeft ons een hoek van waaruit we alles met kosmische onthechting kunnen aanschouwen. Ledigheid kweekt diepgang van visie en een waarlijk filosofisch perspectief.

Cioran verwierf zijn belangrijkste inzichten niet uit boeken of van dure scholen, maar van doelloos door Parijs struinen en van afschuwelijke, door slapeloosheid getekende nachten. Hij leerde geen filosofie van zijn professoren, maar van zijn gesprekken met bedelaars, dronkaards en sekswerkers. In de voetsporen van andere grote nietsnutten uit de contemplatieve traditie – zoals Herman Melville’s Bartleby of Ivan Goncharovs Oblomov – kon Cioran des te beter het uitgestrekte niets verkennen dat aan ons bestaan voorafgaat en erop zal volgen. Al was hij het grootste deel van zijn leven werkloos, zijn allesverterende werk was de leegte in het gezicht kijken.

Nadat hij aldus ‘de openbaring van de universele nietigheid’ had ontvangen, besloot Cioran dat het beste sociaal bestaan dat zou zijn van een parasiet, een loser. In een betekenisloze wereld, merkte hij op, ‘is maar één ding belangrijk: leren een loser te zijn’. Het omarmen van het loserschap, er het beste uithalen, ermee samenvallen, werd het grote project van zijn leven. Zoals anderen ernaar streven naam te maken in het bedrijfsleven, de academische wereld of de politiek, zo gericht en vurig streefde Cioran ernaar een loser te zijn. Want hij besefte al vroeg dat het loserdom ons het beste zicht biedt op de samenleving en op hoe die onze socialiteit gaandeweg kan veranderen in een vorm van zelf-slavernij. Maar belangrijker, het loserdom geeft ons de sleutel tot het bestbewaarde geheim van het leven: in de kern is de wereld – en wij daarin – niets anders dan een mislukt project. Laat me dit toelichten.

***

We falen voortdurend, in grote en kleine dingen, maar ons grootste falen is misschien wel dat we het falen zelf niet begrijpen. En omdat we daartoe niet zijn uitgerust, ontgaat ons de bredere relevantie voor ons leven. Een lange evolutionaire geschiedenis heeft ons geprogrammeerd om blindelings te gaan voor alles wat onze overlevingskansen vergroot, en dus om werelds succes na te jagen. Piekeren over mislukkingen vergroot onze overlevingskansen net zomin als piekeren over onze eindigheid en sterfelijkheid. Falen wordt zo een verrassingsaanval van het niets middenin ons bestaan; en stilstaan bij het niets, hoewel spiritueel verhelderend, heeft evolutionair gezien weinig zin. Daarom hebben we, als we ermee geconfronteerd worden – en dat is voortdurend –, instinctief de neiging om verder te gaan zonder er echt bij stil te staan. Dit moet wel de zoetste overwinning zijn die het falen op ons behaalt: op een diep niveau zijn we ontworpen om te falen, volledig te falen (inclusief ons ultieme falen: de fysieke vernietiging), en toch zijn we geconditioneerd om ons gelukzalig onbewust te houden van de diepere boodschap die daarin schuilgaat, omdat ons denken zich er niet toe kan verhouden, net zoals het dat niet kan tot de dood zelf.

Piekeren over mislukkingen vergroot onze overlevingskansen net zomin als piekeren over onze eindigheid en sterfelijkheid. Falen wordt zo een verrassingsaanval van het niets middenin ons bestaan.

Neem het beckettiaanse citaat over beter falen dat zelfhulpgoeroes, plotseling-verlichte-ondernemers en andere ‘life hackers’ met overgave herhalen. Als je deze wijzen moet geloven is het doodeenvoudig om na een persoonlijke catastrofe vanzelf spectaculair succes in te struikelen. In deze visie is mislukking altijd zwanger van vervulling, zoals een ruzie tussen geliefden hun uiteindelijke verzoening des te zoeter maakt – een trucje bedoeld om een toch al grootse relatie op te fleuren. Wat deze mensen steevast nalaten te vermelden, is wat er direct na hun favoriete faalcitaat komt. Voor Samuel Beckett is er namelijk iets dat nog beter is dan beter falen: erger falen. Kopje onder gaan en verzuipen. Capitulatie. Een uitgang zoeken. Verval. Ziehier de bredere context in zijn novelle Worstward Ho (1983), in de regel gemakshalve weggelaten: ‘Try again. Fail again. Better again. Or better worse. Fail worse again. Still worse again. Till sick for good. Throw up for good.’ Falen leidt niet vanzelf tot succes maar tot nog meer falen – abject, pijnlijk, ondraaglijk falen. Had ik al gezegd dat Beckett een vriend van Cioran was? ‘Te midden van jouw ruïnes voel ik me thuis’ (‘Dans vos ruines je me sens à la aise’), schreef Beckett hem eens.

Dit verbloemen van falen is onderdeel van een breder maatschappelijk proces. In onze cultuur wordt alles wat onaangenaam, verontrustend en deprimerend is subiet geneutraliseerd, gesteriliseerd en buiten beeld gedragen. Niet om geestelijke gezondheidsredenen maar om economische en sociale. Om productieve leden van de maatschappij te kunnen zijn, om veel geld te verdienen en nog meer uit te geven, om leningen aan te gaan en die met rente terug te betalen, moeten we verslaafd zijn aan een ‘positieve kijk’. Het kapitalisme gedijt niet bij eenlingen, depressievelingen en metafysici. Geen enkele respectabele bank leent vandaag geld aan een klant die ieder moment kan doordraaien om naar een hutje op de hei te vluchten.

Navelstaarders kunnen gevaarlijke elementen zijn, net als filosofisch nihilisten. Bij ongebreidelde toename zouden zulke lui zelfs de meest ijverige gemeenschap kunnen ondermijnen. En dat is waarom dergelijke antisociale neigingen goed in de gaten gehouden moeten worden, en zo nodig uitgeroeid. Een indrukwekkend leger van therapeuten, welzijnscoaches, yoga-instructeurs, zelfhulpdeskundigen, entertainers, opvoeders, ondernemers en andere liefdadige zielen wordt ingezet om te voorkomen dat we ooit op de donkere kant van het bestaan stuiten, laat staan de leegte in het gezicht kijken, zoals Cioran placht te doen. En wee als zoiets ons zou bereiken via de kunst of literatuur. De grote boeken die de afgrond van de menselijke ziel verkennen (de middelmatige gaan daar nooit heen) worden tegenwoordig geleverd met ‘trigger warnings’. Het inhaleren van serieuze literatuur is kennelijk net zo gevaarlijk als roken. Toegegeven, al heeft deze verbloemingsindustrie het moderne leven gemaakt tot een zeer kunstmatige aangelegenheid en grotendeels een aanfluiting, de meeste mensen lijken het niet erg te vinden. Hersenloosheid is nu eenmaal een andere belangrijke dimensie van het moderne leven.

Dat is de wilde wijsheid van Cioran – of had het kunnen zijn. De ironie is niet te missen. Als je hem zo beluistert, kon hij zijn hele leven ‘niets serieus doen’ – en toch bood hij in zijn boeken enkele van de meest serieuze inzichten in de vervreemde toestand van dat moderne leven waaronder we allemaal gebukt gaan.

Vertaling Merlijn Olnon; Een eerdere versie van dit essay verscheen 19 juni 2023 op Psyche (psyche.co), onder de titel ‘Learning to be a loser: a philosopher’s case for doing nothing’.