Geerten Waling aan Rob Hartmans, 8 juli 2018 (brief #7)

Ieder nummer kruisen Rob Hartmans en Geerten Waling de epistolaire degens over een boek dat nu eens door de een, dan weer door de ander wordt uitgekozen. Hun discussies beginnen steeds op papier, en woeden gedurende de maand voort op de site van de Boekengids. Lees de hele correspondentie hier.

Geerten Waling en Rob Hartmans schrijven elkaar naar aanleiding van Carlo Strengers Beschaafde minachting. Handleiding voor het verdedigen van onze vrijheid en Steven Pinkers Enlightenment Now: The Case for Reason, Science, Humanism, and Progress. De vraag is natuurlijk of en hoe we ons tot de Verlichting kunnen en moeten verhouden, wat ze ons nog te vertellen heeft. Door Geerten Waling

Waarde Rob,

Je bespreking van de twee boeken over de Verlichting was kritischer dan de mijne. Daar had ik op geanticipeerd door in mijn openingsbrief de heren Sprenger en Pinker welwillend te behandelen, wat overigens onverlet laat dat ik je meeste kritiek wel deel. Wat mij echter in het onderwerp interesseerde is de grotere lijn. Twee grotere lijnen eigenlijk.

De eerste lijn die me boeit is hoe de Verlichting gemaakt wordt tot méér dan alleen een periode in ideeën-, cultuur- en wetenschapsgeschiedenis van de Westerse wereld. Dat bedoelde ik met ‘Verlichting als opdracht’: een set waarden die sinds de Verlichting steeds vaker werden verondersteld universeel te zijn en van toepassing overal en altijd. Geldt dat nog steeds? Is de pen echt machtiger dan het zwaard? De ratio echt sterker dan emotie?

Voorlopig lijkt dat, ondanks alle voortdurende ellende en de regelmatige terugvallen, wel het geval te zijn, volgens Pinker. Zijn statistische en retorische onderbouwing daarvoor vind ik overtuigend, vooral omdat hij zelf zijn critici eigenlijk al het gras al voor de voeten wegmaait door zich veelvuldig in te dekken. Als historici zien we minder snel ergens wetmatigheden in dan sociale wetenschappers, dus laten we er niet vanuit gaan dat vooruitgang op moreel, sociaal en politiek vlak ook in de toekomst is gegarandeerd. (Zo’n mentaliteit lijkt me ook vragen om problemen.) Maar we kunnen wel constateren dat de waarden die aan de Verlichting worden toegeschreven ons ver hebben gebracht. En nee, die waarden zijn niet tot die Verlichting beperkt (in tijd noch plaats), dus laten we liever spreken van een ‘stroomversnelling’ in de ontwikkeling en toepassing daarvan in het Noordwest-Europa van de zeventiende en achttiende eeuw, en iets later ook in Amerika.

Die stroomversnelling leunde uiteraard op eerdere ontwikkelingen in het denken en doen, ook in Zuid-Europa en andere delen van de wereld. En, belangrijker nog, haar vruchten zijn gelukkig evenmin voorbehouden aan het Westen. Het is opvallend hoezeer kennis en technologie inmiddels op alle continenten zijn omarmd, vaak via kapitalistische verleidingen die volgens mij wortelen in een protestants individualisme maar blijkbaar appelleren aan universele menselijke behoeftes. Moderne waarden rondom individuele vrijheid, democratie en rechtsstatelijkheid hangen ook met datzelfde individualisme samen, maar die blijken moeizamer hun weg te vinden in andere culturen.

De verstokte cultuurrelativist zal betogen dat dat ook helemaal niet hoeft, omdat elke cultuur haar eigen waarde heeft. Dat wil er bij mij niet helemaal in. Liever sympathiseer ik met de Iraanse vrouw die veilig zonder hoofddoek over straat wil, de Oegandese homo die liever niet de doodstraf krijgt omdat hij zichzelf niet wil ontkennen, de Jamaicaanse transgender die bij voorkeur buiten het riool leeft zonder door familieleden doodgestoken te worden, of de Russische politicus die de behoefte voelt om oppositie te voeren tegen Vladimir Poetin. Verwijten van ‘eurocentrisme’ of ‘kolonialisme’ moeten we daarbij maar op de koop toe nemen.

De tweede lijn die me interesseert in het debat over de Verlichting hangt nauw samen met het voorgaande en heeft betrekking op het huidige publieke debat, dat jij denk ik net als ik met afwisselend interesse en afgrijzen volgt. Sprenger en Pinker zijn primair niet geïnteresseerd in de Verlichting als object in de geschiedenis. Zij vinden in haar een gereedschapskist voor het heden. Daar kun je inderdaad vanuit historisch en filosofisch oogpunt kanttekeningen bij maken, maar wat beide heren te berde brengen lijkt me alleszins redelijk en wenselijk. Zij zien ook dat de polarisatie in het debat – en de politisering van het dagelijks leven, zou ik daaraan toevoegen – onze samenleving onaangenamer maakt en een gevaar vormt voor de bejubelde vooruitgang.

Identiteitspolitiek van links en rechts, bijvoorbeeld, zet in op menselijke emoties die op zichzelf best enig bestaansrecht kunnen hebben, maar daarbij wordt de rationele uitwisseling van argumenten ernstig verstoord. En daarnaast lijken feiten en argumenten sowieso het onderspit te delven in een tijdperk van hyperdemocratisering van informatiestromen, waarin deskundigen het monopolie op kennis hebben verloren op eenzelfde manier als de autoriteiten hun monopolie op macht en gezag zijn kwijtgeraakt.

Het stokpaardje in mijn boeken en columns is dat een open en vrije samenleving niet zonder democratie kan bestaan, en dat die democratie valt of staat bij een open debat dat op een zinnige manier gevoerd wordt. Met de vervlakking van het medialandschap, waar volgens mij ook de Nederlandse Boekengids een antwoord op wil bieden, en met de vervaging van het onderscheid tussen feit en fictie (beeldvorming), tussen ratio en emotie, tussen publiek en particulier, en ga zo maar door, lijkt het me niet minder dan noodzakelijk om de Verlichtingswaarden onder de aandacht te brengen. Niet al te zelotisch wat mij betreft, maar wel onverbiddelijk. Het is een groot goed dat bijna alles gezegd mag worden, maar dat betekent niet dat alles even waar of waardevol is. En al helemaal niet dat elke uiting in het publieke debat bijdraagt aan het vergroten van kennis, het verscherpen van inzicht, het oplossen van problemen.

Dat is wat schrijvers als Sprenger en Pinker beogen met hun gehamer op die Verlichting. En dát is iets waar historici volgens mij wél aan mee moeten werken.

Hartelijks,
Geerten