Rob Hartmans aan Geerten Waling, 8 augustus 2018 (brief #9)

Rob Hartmans en Geerten Waling schrijven elkaar naar aanleiding van Geert Buelens’ De jaren zestig. Een cultuurgeschiedenis. Wat is die zo vaak genoemde ‘erfenis van de jaren zestig’, en waarom wordt iedereen verwacht er stelling over in te nemen? Over puberaal geweld, schriele revoluties, oogkleppen, en de oorsprong van de huidige wereldorde. Door Geerten Waling


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *


Brief uit dBNg 2018#4

Beste Geerten,

Het boek van Geert Buelens was ook voor mij een ontdekking. Wat een rijkdom van bronnen en voorbeelden! Wat een vlotte verteltrant! Ondanks dat hij eigenlijk een letterkundige is, en een Vlaming bovendien, stel ik voor om hem onmiddellijk in te lijven in het legioen der Nederlandse historici. Over de jaren zestig heb ik de laatste jaren namelijk weinig imposants voorbij zien komen, uitgezonderd een enkele detailstudie. En er is natuurlijk het nog altijd interessante Nieuw Babylon in aanbouw van James Kennedy, maar dat boek heeft vooral zeggingskracht over de Nederlandse cultuur in het algemeen en leunt op de jaren zestig als een pakkende casus. Nou vooruit, De eindeloze jaren zestig van Kennedy’s nemesis, wijlen Hans Righart, mag ook blijven, maar de rest van de boeken kan met het werk van Buelens wel de deur uit.

We schrijven onze brieven na de meimaand van 2018, waarin we werden doodgegooid met herdenkingen van en terugblikken op de ‘revolutie’ van 1968. Vergeleken bij andere revoluties heb ik ‘1968’ overigens altijd een wat schriele vertoning gevonden. Ik zou zelfs zeggen dat sindsdien het woord aan danige inflatie onderhevig is geweest. Revolutie verscheen in het vaandel van een hele generatie babyboomers, terwijl er in politieke en institutionele zin nu ook weer niet zo heel veel veranderde. Revoluties waren altijd al een fenomeen voor een select en vaak elitair gezelschap, maar de voorhoede die de kar trok van de jaren zestig was wel verbluffend marginaal. En het zal puberaal van me zijn, maar die babyboomers, die het allemaal zo anders gingen doen, die zijn toch uiteindelijk ook gewoon in de pas gaan lopen? Ook zij bleken gevoelig voor geld, macht, sociale druk en biologische driften. Anders gezegd, weinigen bleven zo consequent idealistisch als een Freek de Jonge, velen deelden het opportunisme van een Youp van ’t Hek. In een cynische bui grinnik ik dus graag over trotse generatiegenoten van jou die soms zo tevreden met zichzelf lijken te zijn dat ze de ironie van hun leven niet meer zien, zelfs als je het met grote letters kalkt op het bord voor hun kop.

Toch zie ik op andere, minder puberale momenten heus het belang van de jaren zestig, weliswaar niet als revolutie in de historische betekenis, maar wel als culturele en morele stroomversnelling. Wie zou werkelijk willen leven in de wereld vóór de jaren zestig? Met jou koester ik warme gevoelens voor de enorme bevrijding voor het individu, losgekomen van de knellende religieuze, seksuele en (in Amerika) etnische identiteiten. Wat ik vergeten was, en wat Buelens pakkend beschrijft, is hoe ongelofelijk gewelddadig de wereld nog was in de jaren zestig. Aanslagen in Europese steden waren aan de orde van de dag, rassenhaat en anti-homogeweld werd door de autoriteiten gedoogd of zelfs aangewakkerd, politieke moorden waren bepaald niet zeldzaam. In de strijd om vrijheid en gelijkheid en ook in de laatste stuiptrekkingen van het koloniale tijdperk zijn duizenden burgers omgekomen, ook in westerse landen.

Dit geweld biedt een wat ander perspectief op het relatief vrijblijvende activisme van vandaag de dag. Ja, zouden we met Foucault kunnen zeggen, de burger is mettertijd meer en meer gedisciplineerd door de staat. En ja, misschien staan er niet zoveel wezenlijke vrijheden op het spel: er zijn weinig idealen meer waarvoor we eigenhandig zouden willen moorden, laat staan sterven. Maar ik kan me toch ook niet aan de indruk onttrekken dat de wereld, en niet alleen het Westen, daadwerkelijk geweldlozer is geworden. Dat de waarde van een individueel mensenleven sinds de jaren zestig vrijwel overal met grote sprongen is gestegen. Dat zulks gepaard is gegaan met een structurele, welhaast pathologische zelfoverschatting – met als voorlopig dieptepunt de huidige Instagram-generatie (kinderen en kleinkinderen van de babyboomers) – moeten we misschien maar voor lief nemen.

Zoals de jongeren in de jaren zestig zich keerden tegen hun ouders die maar zaten te zaniken over een oorlog die hun kinderen nooit hadden meegemaakt, zo zijn er andersom inmiddels al enkele generaties opgegroeid met een dedain naar hún ouders. Zo zwiept de slinger van de klok die geschiedenis heet. Je hebt dan ook helemaal gelijk als je constateert dat ook de tegenkrachten die zich afkeren van de jaren zestig, de ‘conservatieven’, sterk door die tijd zijn beïnvloed. Fortuyn en Baudet zijn in feite revolutionairen, de beweging waar zij zich tegen keren – met D66 als meest duidelijke vijand – is zich ook meer en meer als ‘conservatief’ gaan manifesteren. Een opmerkelijke omdraaiing in de beeldvorming, dat zeker, maar de gemene deler van alle partijen is dat ze voor ‘vooruitgang’ zeggen te zijn. We hebben simpelweg geen ander paradigma meer om de wereld te bezien. Vooruitgang is, net als democratie, een dwingende positie in elk debat geworden. Zelfs de mannenbroeders van de SGP kijken wel drie keer uit voordat zij hun conservatieve standpunten al te openlijk en principieel verkondigen. (Let maar eens op: Kees van der Staaij gebruikt meestal praktische argumenten om tegen progressieve wetgeving te pleiten.)

Dus ondanks mijn scepsis over het revolutionaire gehalte van de jaren zestig geef ik grif toe dat de culturele omwenteling als een bom is ingeslagen. Het is ook sindsdien dat de wereld steeds verder is veramerikaniseerd. Ondanks de gruwelen die zich juist in de Verenigde Staten nog voltrokken in de jaren zestig, is het land erin geslaagd om een cultuur uit te dragen die de wereld heeft veroverd. Consumentisme allereerst, natuurlijk, maar met de grote koelkasten en stoere auto’s kwamen ook kunst en muziek. De ‘twist’ werd overal gedanst, zo beschrijft Buelens, en andere dansen en stijlen zouden snel volgen. New York werd een ‘merk’ met een uitstraling die grote cultuurmetropolen als Parijs, Berlijn en Londen nooit hadden gehad. Het culturele zelfvertrouwen van de Amerikanen vond gretig aftrek in de zoekende werelddelen: West-Europa na die schuldige oorlogstijd, Oost-Europa onder het juk van het communisme, Afrika en Azië op zoek naar zichzelf na het koloniale tijdperk.

Amerika was cool – en is dat nog steeds. We zijn zelfs bezig om het bestuursmodel van de Verenigde Staten zo goed mogelijk te importeren in een federaal Europa. Eerst een republiek, dan komt de democratie vanzelf, lijkt de gedachte. Maar wie intussen wijst op de grote verschillen tussen VS en EU heet al snel een nationalist te zijn die zich achter de dijken wil verschansen. Daar zit een groot gevaar. De Nederlandse elites hebben vanaf de jaren zestig afstand genomen van de nationale identiteit en die ingeruild voor een vrolijk kosmopolitisme dat aan veel Nederlanders volstrekt niet is besteed.

De grote toegevoegde waarde van het boek van Geert Buelens is dat het een cultuurgeschiedenis is. De aandacht voor de meest uiteenlopende vormen van cultuur, en hoe die in beweging waren in de jaren zestig, levert ook het beeld op van een versnelde uniformering. Van een wereld die in ieder geval vijftig jaar later onherkenbaar is veranderd, maar die ook laat zien dat de nieuwe scheiding niet meer tussen klassen, landen of ideologieën ligt, maar tussen elite en het grauw. Tussen zij die wel de vruchten plukken van de mondialisering, en zij die niet zo vaardig op haar golven kunnen surfen. Die liever luisteren naar liedjes in het Nederlands, dan naar singer-songwriters die het Engels machtig denken te zijn.

De sociale en economische consequenties van een kosmopolitische koers werden al zichtbaar met de opkomst van Fortuyn, maar ook de culturele ontworteling mist haar uitwerking niet. Ik hou soms mijn hart vast over de ware erfenis van de jaren zestig. Wat jij, Rob?

Hartelijke groeten,

Geerten

Lees hier de brief van Rob Hartmans