Gender is net zo echt als Sinterklaas: de impact van Judith Butler
🖋 Linda Duits


Ze had en heeft een ongekende invloed op ons begrip van gender en seksualiteit: de Amerikaanse ster-academica Judith Butler. Eigenhandig zette ze de vastgeroeste ideeën over identiteit van de Tweede Feministische Golf op losse schroeven en bewees dat we niet man, vrouw, mannelijk en vrouwelijk zijn, maar veeleer doen. Wees subversief, zei ze, want achter die hokjes zit geen waarheid. Linda Duits legt uit waarom Butlers klassieke werken Gender Trouble en Bodies That Matter levensveranderend waren en ook anno 2017 niets aan relevantie hebben ingeboet. Door Linda Duits.

Halverwege de jaren ’90 ging ik studeren, midden in de backlash tegen feminisme. De Amerikaanse journalist Susan Faludi koos dat woord om de tegenstroom te beschrijven die opkwam nadat de Tweede Golf geluwd was. Media roemden de verdiensten van de vrouwenbeweging, maar zetten deze tegelijkertijd bij het vuil. Gelijkheid was behaald, maar daarvoor was – zo stelden pers en populaire cultuur – een hoge prijs betaald: met het feminisme waren vrouwelijkheid en al het heilige dat daarbij hoorde verloren gegaan. Faludi signaleerde antifeminisme, al hielden sommige andere denkers het bij het vriendelijker klinkend ‘postfeminisme’.


Essay uit dBNg 2017#2

 


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *

Ik wist dat allemaal nog niet toen ik aantrad aan de Universiteit van Amsterdam. Als kind van de Tweede Golf (geboren in 1976) had ik feminisme als vanzelfsprekend niet nodig. Mijn generatie zou oogsten wat Tweede Golvers hadden gezaaid en daarom hoefde ik niet te zijn zoals zij: drammerig, verongelijkt, behaard. Resoluut als ik was in mijn overtuiging, kon niets me van gedachten doen veranderen. Mijn vaste studiemaatje – wit, man en actief lid van de JOVD
– wist me desondanks te overtuigen de Inleiding Vrouwenstudies te gaan volgen. ‘Je kunt geen hoogopgeleide vrouw zijn zonder iets van vrouwenstudies te weten’, betoogde hij.

Het vak vond ik stom, mijn docenten vond ik niks. Ze leken vooral bezig met het zoeken naar waardige erfgenamen, maar alleen op hun voorwaarden. Ik was veel te arrogant om daar boodschap aan te hebben. Ik herinner me een aankondiging voor een symposium over feministische teksten die levens hadden doen veranderen. Zij hadden dat zelf meegemaakt met Joke Kool-Smits essay ‘Het onbehagen bij de vrouw’ of Anja Meulenbelts boek De schaamte voorbij, en ze wilden graag van ons jonge vrouwen weten wat wij hadden gelezen dat onze wereld op de kop had gezet. Of het symposium een succes was weet ik niet. Waarschijnlijk niet – vrouwenstudies was bij bijna niemand populair. Het spoorde mij niet aan Kool-Smit op te zoeken of Meulenbelt ter hand te nemen. Het enige wat bleef hangen was dat er blijkbaar boeken bestonden die zo’n impact hadden. Tijdens mijn studie las ik van alles dat me raakte of inspireerde, maar dat werd nooit persoonlijk, laat staan levensveranderend.

Nu ben ik veertig, geef ik zelf les aan de UvA en schrijf ik een essay over een boek dat voor mij de wereld op z’n kop zette. Ik geef geen Vrouwenstudies, dat zou gek zijn. Het bestaat namelijk niet meer: Gender- en Seksualiteitstudies heet het nu (ik zou hier een happy smileyface willen invoegen). Het boek dat mij zo wist te raken was een feministische tekst. Niet eerder had ik zo’n gevoel van thuiskomen in een boek, als toen ik Judith Butlers Gender Trouble las. Zelfs mijn aversie tegen feminisme wist ik erdoor te duiden.

Leugenachtige dichotomieën

Gender Trouble gaat in de kern over de wanverhouding tussen genderidentiteit en het ik. Het bekritiseert het idee dat er zoiets bestaat als de categorie ‘vrouw’ en dat de mensen in die categorie een gedeelde identiteit hebben. Volgens Butler is gender niets meer dan de herhaling van performances: we ‘doen’ vrouw, met de manier waarop we ons kleden, hoe we praten, hoe we ons gedragen. Mijn hele leven had ik me verzet tegen die opgelegde performances: ik wilde geen jurken aan, smeekte mijn moeder om mijn haar kort te knippen, wilde met autootjes spelen.

Desalniettemin heb ik me altijd vrouw gevoeld. Geen idee waarom. Butler stelt dat het komt omdat je je geen man voelt. We denken gender als twee tegengestelde concepten, net zoals we sekse zien
als dichotomie (iedereen is het een of het ander). De scheiding tussen gender enerzijds, en sekse of geslacht anderzijds is de meeste mensen wel bekend. Sekse gaat over biologische waarheid, over lichamen: man of vrouw. Gender verwijst naar de sociale constructie, naar mannelijkheid of vrouwelijkheid: de afspraken dat roze vrouwelijk is en schreeuwen mannelijk. Die scheiding die populair werd in de Tweede Golf is volgens Butler niet alleen onhandig, maar ook kwalijk.

Door te doen alsof alleen gender een constructie is, doen we alsof sekse vaststaat, daadwerkelijk een biologische waarheid is. Maar dat is niet zo: ook sekse is een culturele constructie, een manier om naar lichamen te kijken. Sekse is namelijk niet binair. Er worden mensen geboren met onduidelijke geslachtskenmerken die vervolgens ‘gefikst’ worden om de illusie van dichotomie in stand te houden. Dat fiksen gebeurt door artsen die de maatschappelijke behoefte van twee tegengestelde hokjes, man of vrouw, opleggen aan de natuur en vervolgens hun ingrepen uitgummen. Het bestaan van mensen met een intersekse-conditie, zoals dit tegenwoordig heet, moet geheim blijven.*

De dichotomie van sekse is dus een gefabriceerd idee. Daaraan hangen we vervolgens een tweede construct, gender, waarvan we wél erkennen dat we het als samenleving verzonnen hebben. Maar gender wordt zo automatisch gekoppeld aan geslacht. Bij je geboorte word je direct in één van maximaal twee hokjes ingedeeld en daar moet je het mee doen: ‘Het is een meisje!’ En zo vind
je je plek in de genderorde, waarbij min of meer vaststaat wat je de rest van je leven leuk moet gaan vinden. Nagellak, chocola en romcoms als je bij vrouw ingedeeld bent; pakken, barbecueën en darten als je man bent.

Van fictie naar realiteit

Volgens Butler is er ‘achter’ gender geen andere waarheid dan deze performances. Door je nagels te lakken houd je de mythe van vrouw-zijn in stand. Aretha Franklin zingt ‘you make me feel like a natural woman’ en dat liedje komt terug in reclames voor chocola en in romcoms. Dat spreekt dan toch een oergevoel van vrouwen aan, een diepe, innerlijke kern van vrouwelijkheid? Nee, stelt Butler, zoiets als een natuurlijke vrouw bestaat helemaal niet. Er zijn alleen de performances waarmee we constant voor elkaar vestigen en bevestigen en herbevestigen wat het betekent om vrouw te zijn. En zo wordt gender een cruciaal onderdeel van iemands identiteit, zo cruciaal dat die denkt een bepaald gender te zijn: ‘the conclusion that a person is a gender’. In het belichaamde ik wordt gender voor sekse aangezien: de incorporatie van een bepaald gender wordt verward met het zijn van een bepaalde sekse.

Butler gebruikt daarbij het concept ‘performativiteit’, dat zij ontleent aan de literatuurwetenschap. Een performativiteit is een zichzelf bevestigende actie, zoals ‘ik open de vergadering’ of ‘ik verklaar u hierbij tot man en vrouw’. Nog krachtiger is het voorbeeld van Sinterklaas, een fictie die wij tot realiteit maken met performances en die echte consequenties heeft in de materiële wereld. Gender werkt volgens Butler op dezelfde wijze: de performances hebben productieve kracht, zij maken de fictie van gender waar. In haar woorden:

gender is always a doing, though not a doing by a subject who might be said to preexist the deed. (…) There is no gender identity behind the expressions of gender; that identity is performatively constituted by the very ‘expressions’ that are said to be its results.

We doen ‘vrouw’ en daarmee wordt de mythe dat er zoiets bestaat bewaarheid. Met emotioneel over relaties praten op de bank met een kop sterrenthee als ‘typisch vrouwelijk’: geen biologische waarheid, maar een waarheid die we gemaakt hebben, die we in stand houden door deze performances en die we volledig internaliseren. Het proza van Butler is bekroond slecht – ze ontving meerdere prijzen voor haar ingewikkelde zinnen – en toch kwam alles direct bij mij binnen. Ik kwam thuis in haar werk omdat ik een falende identificatie ervaar met codes van vrouwelijkheid.

Dat betekent voor mij overigens niet dat ik een man wil zijn, of dat ik lesbisch ben. Tussen ‘lichaam’, ‘sekse’, ‘gender’ en ‘verlangen’ staan in het gangbare denken pijltjes; ze worden beschouwd als gevolgen van elkaar. Butlers project is het uitvlakken van die automatismen. Dat idee sprak niet alleen mij aan. Butler werd met Gender Trouble een academische superster, met groupies en al. Ze wordt gezien als de grondlegger van queertheorie, hoewel daar veel tegenin is te brengen.

Revolte tegen de hokjesgeest

Queertheorie wil identiteitscategorieën problematiseren. Het doel is te laten zien hoe de veronderstellingen waarop dichotomieën zijn gebouwd naturaliserend en normaliserend werken, terwijl die tegenstellingen vals zijn: man versus vrouw, maar vooral ook hetero versus homo. Queertheorie verzet zich tegen hokjes, wil de grenzen van categorieën vervagen. Dat is ook de betekenis van de titel: Butler roept op tot het maken van gender trouble. Schop problemen! Maak gender onleesbaar, zorg voor verwarring. Die boodschap is ontzettend aanlokkend voor iedereen die moeite heeft in een hokje te passen. Bij mensen die echter net een lange identiteitsstrijd hadden gevoerd, schoot het in het verkeerde keelgat.

De Tweede Feministische Golf was een tijd
van identiteitspolitiek: de categorie vrouw was
de bestaansreden van het politieke protest, de organisatie- en mobilisatiegrond van de beweging. Als die categorie vals was, viel er weinig meer te strijden. En deed Butler nu net alsof gender een jas was, waarbij je elke dag een andere kunt kiezen? Als reactie op de kritiek schreef Butler Bodies That Matter waarin ze alles nog eens uitlegt, nu in net iets toegankelijker proza. Genderperformances zijn namelijk allerminst vrijwillig: lichamen doen ertoe, juist door die koppeling tussen sekse en gender.

Queertheorie begon aan een snelle opmars, vooral dankzij de gelijktijdige opkomst van het internet. Cyberfeministen droomden in de jaren ’90 van nieuwe werelden waarin we onze lichamen zouden kunnen ontstijgen. We weten inmiddels dat dat niet gebeurt; studie na studie heeft aangetoond dat we onze lichamen online meenemen, in de avatars die we kiezen in games, in de foto’s die we van onszelf plaatsen, maar ook in de berichten die we over onszelf schrijven. Aan de andere kant is het nog steeds mogelijk om online anoniem te zijn, en in die hoedanigheid kunnen gelijkgestemden elkaar veilig opzoeken.

Het internet is nog steeds een belangrijk domein voor nichegroepen en mensen die op de een of andere manier afwijken. Als die afwijking te maken heeft met gender of seksualiteit, is de kans groot dat die persoon zich queer noemt en ingewijd is in Butlers werk. Termen als genderfluïde en panseksueel horen bij queertheorie, maar zijn dankzij online nichegroepen gemeengoed geworden in populaire cultuur. Popsterren als Miley Cyrus identificeren zich openlijk als seksueelfluïde. Jaden Smith (de zoon van Will) staat bekend om zijn opvatting dat kleding geen gender hoort te kennen. Dramaseries als Sense8 en Transparent verkennen gender en seksualiteit als punten op een spectrum, zorgvuldig de conventionele homoseksuele verhaallijn van ‘uit de kast komen’ vermijdend.

Butler anno nu

Queer is hartstikke hip, inclusief de soms complexe theorie die erbij hoort. Dat was ook terug te zien in het recente succes van De Argonauten van Maggie Nelson. In deze autobiografische roman schrijft Nelson over zichzelf vanuit de perspectieven van minnares, van moeder en van dochter. Die rollen zijn gendered, maar ze zijn ook verbonden met het lichaam en de constructies daaromheen. Nelson citeert Butler; haar werk is overduidelijk queer. Ze bevraagt waar het externe ophoudt – het uiterlijke van gender – en waar het interne begint. De Argonauten werd, juist hierom, juichend ontvangen door een grote groep veelal jonge schrijvers en kunstenaars waaronder Niña Weijers, Maurits de Bruijn en Aynouk Tan.

De populariteit van Butler is nog niet tanende. Een conferentie die de Vrije Universiteit deze maand over haar werk organiseerde was binnen de kortste keren uitverkocht, althans: de dag dat Butler zelf sprak. Geen enkele academische feminist heeft zo tot het publieke debat weten door te dringen en heeft zo tot de verbeelding van nieuwe generaties weten te spreken als miss Judy. Het queerfeminisme van Butler was een breuk met de Tweede Golf en zorgde voor een vernieuwingsimpuls in het denken over gender en seksualiteit. Tegelijkertijd zien we momenteel voorzichtige stapjes richting een herleving van feminisme, waarbij identiteitspolitiek terug van weggeweest lijkt. De hokjes die Butler in haar werk probeert weg te vagen, lijken juist weer benadrukt en verstevigd te worden.

Een golf die wél oog heeft voor de verscheidenheid en veelkleurigheid van gender en seksualiteit kan misschien worden ingezet door een voorhoede van wetenschappers, schrijvers en kunstenaars, maar zal uiteindelijk veel breder gedragen moeten worden. Queer is hip, maar bijt tegelijkertijd de mainstream. Daarin zit voor mij juist de aantrekkelijkheid van het werk van Butler: het wil breken, wrikken, wringen. Het zou prachtig zijn als haar revolutionair potentieel ten volle wordt benut; al zou het ook betekenen dat ik op zoek moet naar een nieuwe feministische held.

Verder lezen

Susan Faludi, Backlash: The Undeclared War Against American Women (Broadway Books 1991; 2009); Joke Kool-Smit, ‘Het onbehagen bij de vrouw’, De Gids 130 (1967) 267-281; Anja Meulenbelt, De schaamte voorbij. Een persoonlijke geschiedenis (Van Gennep 1976; 1988); Dick Pels, ‘Performatief! Een Sinterklaas-visie op de sociale werkelijkheid’, Amsterdams sociologisch tijdschrift 26 (1999) 92-122; Teresa De Lauretis, Technologies of Gender: Essays on Theory, Film, and Fiction (Indiana University Press 1987); Maggie Nelson, De Argonauten (vert. Nicolette Hoekmeijer; AtlasContact 2016).

* Pas sinds kort is voor deze vorm van dwang enige aandacht, bijvoorbeeld met het televisieprogramma ‘Geslacht!’ van BNN/Vara. Presentatrice Ryanne van Dorst vertelt daarin dat zij als intersekse is geboren en dat artsen besloten dat zij een meisje diende te zijn.