De revolutie van Wilhelm Reich: een interview met James E. Strick


James Strick doceert wetenschapsgeschiedenis aan het Franklin & Marshall College in Pennsylvania in de Verenigde Staten. Daar ontmoette ik hem zo’n tien jaar geleden voor het eerst, toen ik min of meer bij toeval een introductievak volgde over Thomas Kuhn en zijn theorie over wetenschappelijke revoluties. Voor dit interview sprak ik Strick in de vroege ochtend (zijn ochtend) via Skype. Het was het begin van de voorjaarsvakantie en hij was snipverkouden. Stricks echtgenote was bezig op de achtergrond en onderbrak hem tijdens ons gesprek één keer kort om hem erop te wijzen dat hij in herhaling viel. Door Matei Iagher.

James Strick heeft uiteenlopende studies gepubliceerd over de geschiedenis van het denken over de oorsprong van het leven – van negentiende-eeuwse debatten over generatio spontanea tot aan huidige, door de NASA aangestuurde, astrobiologische experimenten. Zijn meest recente boek is een grondige beschouwing van Wilhelm Reichs biologische experimenten, uitgevoerd in Oslo tussen 1934 en 1939. Gebruikmakend van documenten uit de Reich-archieven, bestrijdt Strick in deze biografie de heersende aanname dat Reich een ongekwalificeerde kwakzalver zou zijn geweest, en zijn werk een schoolvoorbeeld van pseudowetenschap. Het boek karakteriseert Reich wel als een onorthodoxe wetenschapper (hij was van oorsprong psychoanalyticus) met een aantal bijzondere ideeën over de oorsprong van leven en het ontstaan van kanker. Strick, die zelf microbiologie studeerde, laat zien dat het werk van Reich is gegrond in ampel en zeer nauwkeurig uitgevoerd experimenteel onderzoek. Wilhelm Reich, Biologist is een historisch werk, maar Stricks achtergrond in de biologie stelt hem in staat om Reichs experimenten te beoordelen op hun wetenschappelijke validiteit. Het boek staat uitgebreid stil bij Reichs ontdekking van de zogenaamde ‘bionen’ – microscopische deeltjes waarvan hij vermoedde dat ze de schakel vormden tussen leven en onbezielde materie. Daarnaast luidde Reichs hypothese dat bionen ook een rol spelen bij de ontwikkeling van kanker. Als er van de ontdekkingen van Reich ook maar een gedeelte waar zou blijken te zijn, dan zou zijn onderzoek ongetwijfeld alsnog een revolutionaire omwenteling in de huidige biologie veroorzaken.


Essay uit dBNg 2017#3


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *

[Matei Iagher] Hoe raakte je geïnteresseerd in het werk van Reich?

[James Strick] Volgens mij was dat tijdens een gesprek met een Noorse wetenschapshistoricus op een bijeenkomst van de American Association for the History of Science. Die zei tegen mij: ‘Je moet eens kijken naar het verhaal van Reich en zijn wilde experimenten over de oorsprong van leven in Noorwegen vlak voor de Tweede Wereldoorlog.’ Ik stopte het idee min of meer weg in mijn mentale archiefkast, aangezien ik op dat moment nog aan mijn dissertatie werkte. Maar toen ik er eenmaal naar begon te kijken, was mijn belangstelling heel snel gewekt. Want hoe komt een psychoanalyticus terecht in een fysiologielaboratorium, en van daaruit bij experimenten naar de oorsprong van het leven?

Ik kwam erachter dat Reich een marxist was, geïnteresseerd in het toepassen van het dialectisch materialisme [red.: de natuur- en wetenschapsfilosofie ontwikkeld door Marx en Engels] in de levenswetenschappen; dat was niet ongebruikelijk in de jaren ’30. Veel mensen probeerden dat destijds: Oparin, Bernal, Haldane, etc. Maar het was me bij de eerste lezing van Reichs boek over bion-experimenten onmiddellijk duidelijk dat zijn interpretatie van het dialectisch materialisme uniek was. Dat kwam in ieder geval ten dele doordat hij vertrok vanuit de psychoanalytische hoek en niet vanuit de biologie. Voor hem was het dialectisch materialisme essentieel voor het begrijpen van het bewustzijn, de oorsprong van het bewustzijn, de oorsprong van gewaarwording in het algemeen – de meest fundamentele vraagstukken voor iemand die zich met psychologische zaken bezighoudt. Zo kwam Reich terecht bij de levenswetenschappen, omdat hij op zoek was naar de biologische fundering voor zaken zoals de energiebron achter neuroses.

Hoe meer ik leerde over het grotere verhaal van Reich des te meer ik dacht: ‘Oh man, er zijn wel 10.000 manieren waarop je hierin geïnteresseerd kan zijn!’ Alleen al het gegeven dat hij bij mijn weten de enige wetenschapper is wiens boeken door zowel de nazi’s als de Amerikaanse overheid zijn verbrand. En de experimenten uit de late jaren ’30 waarop ik me richt, zijn zowel de oorsprong van zijn theorie over kanker als van een nieuwe energie die hij later meende te hebben ontdekt – orgonenergie, een universele levenskracht. Als iemand zich dus een weloverwogen mening wil vormen over Reichs latere twist met de Amerikaanse overheid, dan zijn dat de twee hoofdzaken waar diegene zich in moet verdiepen: zijn theorie over kanker en zijn theorie over orgonenergie.

[MI] Wat is er zo revolutionair aan Reichs biologische werk?

[JS] Dat is deels ook mijn vraagstelling. Ik beweer niet zeker te weten dat het werk revolutionair is. Ik stel voor dat als je het standaardverhaal over Reich verwerpt – dat al zijn werk in het beste geval pseudowetenschap was en in het ergste geval waanzinnig – en als je denkt dat het bewijs opweegt tegen dat narratief; dat het dan nog de vraag blijft welke conclusies we daaruit moeten trekken. Als je naar zijn microscopen, zijn gereedschap, kijkt, of een aantal van zijn experimenten herhaalt, zie je dat veel van zijn bevindingen helemaal niet lastig te verifiëren zijn. Als je vervolgens concludeert, zoals ik dat aan einde van mijn boek doe, dat een aantal van die bevindingen vandaag wederom zijn intrede doet in de gevestigde levenswetenschappelijke literatuur, dan moet je je afvragen: ‘Wat betekenen zijn waarnemingen?’

Wat ik beweer is dus dat zijn experimenten revolutionair zouden kunnen zijn in de kuhniaanse zin, dat ze mogelijk een nieuw paradigma in het vakgebied zouden kunnen inluiden. Dan hoeft slechts in een enkel geval te worden aangetoond dat kanker zijn oorsprong vindt in een heel ander mechanisme dan de gevestigde wetenschap aanneemt. Dat zou geen geringe zaak zijn en het zou aanleiding geven tot totaal andere behandelingen voor kanker dan de huidige, met chemokuren en dergelijke. Als je Reichs theorie over de seksuele etiologie van kanker aannemelijk acht, zou dat betekenen dat je je veel meer zou moeten richten op preventieve strategieën, en het zou ook een heel andere kijk opleveren op geestelijke gezondheid en haar relatie met biologische gezondheid. Dat is groots! Ook als slechts een klein deel van zijn theorie geldigheid blijkt te hebben, zou dat gevestigde theorieën over kanker fundamenteel uitdagen.

Je kunt iets soortgelijks zeggen over de oorsprong van leven. Bijna iedere vorm van onderzoek naar de oorsprong van leven op aarde veronderstelt dat we het hebben over een proces dat zich – minimaal – over miljoenen jaren voltrekt. Als er ook maar enige waarheid schuilt in wat Reich concludeert uit zijn experimenten, dan toont hij aan dat in ieder geval een aantal microscopisch waarneembare deeltjes zich binnen zeer korte tijd zo kan ontwikkelen dat het in staat is om een groot aantal levensechte eigenschappen na te bootsen. Met zoiets wordt momenteel geen rekening gehouden in onderzoek naar de oorsprong van leven. De vraag rijst dan of je de intellectuele barrière in de hoofden van mensen kunt slechten, die hen voorhoudt: ‘Dit is niet de moeite waard! Hierin schuilt niets dat het de moeite waard maakt.’

Het belangrijkste doel van mijn boek is het gesprek aangaan met biologen, wellicht met een jongere generatie biologen die nog niet zit ingegraven in het bestaande paradigma, zodat zij wellicht tegen zichzelf zeggen: ‘Dit zou nog wel eens heel interessant kunnen zijn.’ Nader onderzoek zou tegenwoordig lang niet de tijd en het geld kosten die het in eerste instantie kostte.

[MI] Dat was mijn volgende vraag. Heb je reacties van biologen gehad na het verschijnen van het boek?

[JS] Ja, maar de meesten zeiden: ‘Vertel alsjeblieft aan niemand dat ik hierover nadenk.’ Dat voorspelt weinig goeds natuurlijk. Zoals ik stel in het boek, rust er een zéér groot taboe op Reichs naam. Sommige biologen vertelden me dat redacteuren zelfs weigeren artikelen te publiceren die naar zijn werk verwijzen. Niettemin denk ik dat het tij misschien aan het keren is. Een groep wetenschappers in Taiwan heeft in 2013 een artikel gepubliceerd waarin zij bionen lijken te beschrijven: deeltjes met levensachtige eigenschappen die zij creëren door processen die enigszins lijken op die van Reich. En zij geloven dat die deeltjes mogelijk een rol spelen bij diverse menselijke ziekteprocessen. In de titel van het artikel noemen ze de deeltjes zelfs ‘bions’. Maar ze refereren verder totaal niet aan Reich. In een recenter artikel, gepubliceerd nadat mijn boek is verschenen, hebben ze Reich slinks in de bronnen opgenomen.

[MI] Denk je dat jouw boek daar iets mee te maken heeft gehad?

[JS] Ja, het boek legitimeert Reich tot op zekere hoogte. Men heeft nu een argument voor redacteuren. Ze kunnen zeggen: ‘Wacht even, heb je dit boek gezien dat werd uitgegeven door Harvard University Press en waarin de auteur beweert dat Reich misschien toch een punt had?’

[MI] Heb je geprobeerd om zelf een van de experimenten te herhalen?

[JS] Ik heb er een paar op kleine schaal uitgevoerd. Zo’n tien jaar geleden heb ik contact opgenomen met een microscopist die in Reichiaanse vaktijdschriften over een aantal replicaties van Reichs bion-experimenten publiceerde. Hij, ik en een bioloog hebben toen een zomercursus opgezet in het Wilhelm Reich Museum in Maine, waar we de microscopische uitrusting en de technieken en materialen waar Reich over sprak bijeen hebben gebracht. De workshop duurde een week en we hebben daar een aantal van zijn experimenten geprobeerd uit te voeren. Het was niet moeilijk om een groot aantal van zijn meest fundamentele waarnemingen te verifiëren – vooral omdat na het autoclaveren [red.: droog steriliseren] veel van de door hem beschreven levensachtige structuren aanwezig waren. Dat zou in geautoclaveerde kweken niet mogelijk moeten zijn. Daarbij kwam, zoals Reich beschreef – dit was één van de meest verbazingwekkende observaties – dat de gesteriliseerde preparaties veel talrijker en beweeglijker waren dan de niet-geautoclaveerde kweken. Als het zo gemakkelijk is om een aantal zeer verbazingwekkende zaken aan te tonen, dan wil je weten wat dat betekent.

[MI] In het boek breng je het ‘Bion Cookbook’ te berde. Je geeft aan hoe cruciaal dit document is voor eenieder die in de toekomst de experimenten van Reich wil herhalen, omdat het minutieus beschrijft welke externe toevalligheden een experiment kunnen maken of breken terwijl die niet altijd zijn opgenomen in de gepubliceerde verslagen. Heb jij het ‘kookboek’ gebruikt toen je de experimenten zelf uitvoerde?

[JS] Destijds was het nog niet eens uit de archieven opgedoken, want die waren toen nog niet ontsloten. Maar toen ik in het archief aan de slag ging en het ding tegenkwam, ben ik naar de Reich Trust gegaan en heb gezegd: ‘Dit moeten jullie uitgeven. Jullie moeten het beschikbaar maken voor de verkoop, want jullie weten dat ik aan dít boek werk en als er te zijner tijd een bioloog geïnteresseerd is in het repliceren van deze experimenten, dan heeft hij dit nodig. Het bevat namelijk een veelheid van kleine, technische details die een groot verschil kunnen maken.’ Bijvoorbeeld: ‘Pas de PH van het medium aan tot 7,4 nadat je klaar bent.’ Zulke informatie kwam niet altijd in de gepubliceerde versie van de experimenten terecht, maar kan een enorm verschil maken bij het slagen of mislukken ervan. Wat wij deden was veel simpeler. We probeerden de experimenten te herhalen op basis van eerder gepubliceerde documenten. Dat was niet in alle gevallen succesvol en ik denk dat het ontbreken van dergelijke technische details daar misschien aan heeft bijgedragen. Maar een redelijk aantal experimenten viel wel degelijk redelijk eenvoudig te repliceren. We hebben ook zeer zorgvuldig naar Reichs microscopische uitrusting gekeken, waarvan het meeste nog steeds voorhanden is in het Reich Museum. Het is duidelijk dat hij inderdaad het materiaal bezat waarvan hij zei dat hij het bezat en dat het superieur was aan de standaard microscopische uitrusting van zijn critici.

[MI] Dat brengt me op iets waarover ik me verbaasde in je boek. Hoe kon een onafhankelijke wetenschapper zoals Reich zich zulke geavanceerde laboratoriumuitrusting veroorloven, terwijl dat voor andere wetenschappers in die tijd te duur was?

[JS] Zoals ik in het boek schrijf probeert Reich een Rockefeller Foundation Grant te krijgen. Die wordt hem geweigerd omdat hij door het old boys network van eerdere ontvangers van die schenking wordt buitengesloten. Maar hij is een psychiater van wereldfaam en kan dus meer geld vragen voor therapie dan zijn collega’s. Twintig jaar lang sluist hij een aanzienlijk deel van zijn inkomen door naar zijn onderzoek. Dus terwijl hij het liefst al zijn aandacht aan het laboratoriumonderzoek zou besteden, blijft hij therapie geven om zijn onderzoek te kunnen bekostigen. Bovendien wordt hij geholpen door een aantal vermogende cliënten en aanhangers, waaronder een effectenhandelaar en een scheepsmagnaat, beide uit Noorwegen. Verder was er nog een welgestelde vrouwelijke cliënt van Reich, tevens een goede vriend van de onderwijzer A.S. Neill, die de leiding had over de Summerhill School in Engeland. Deze laatste beweerde veel van zijn inspiratie uit de therapie met Reich te hebben geput.

[MI] Maar laten we het over iets anders hebben. Mijn eigen belangstelling in Reichs biologische werk is deels gelegen in het feit dat het vragen opwerpt die niet alleen fundamenteel zijn voor de biologie, maar ook voor de theologie. Abiogenese, of spontane generatie zoals het in de negentiende eeuw werd genoemd, is niet alleen een biologisch maar ook een ontologisch vraagstuk. Het is een vraag over de schepping. Als je gelooft dat er leven kan ontstaan uit levenloze materie, dan kun je een scheppende God wel vergeten. Als je bovendien gelooft dat spontane generatie vandaag de dag nog plaatsvindt, dan is dat een behoorlijke aanval op het scheppingsverhaal. Dat is natuurlijk niet zo’n probleem als je een overtuigd materialist bent zoals Reich, maar ik stel me voor dat een aantal van Reichs tegenstanders christenen waren. Dus mijn vraag is: in hoeverre was de negatieve reactie op het werk theologisch van aard?

[JS] Dat is een van de moeilijkste dingen om te bewijzen. Zelfs Pasteur zei in zijn tijd dingen die erop wijzen dat hij wist dat het vraagstuk over spontane generatie door het publiek werd gezien als van enorm theologisch belang. Maar het was niet eenvoudig om een wetenschapper te vinden die expliciet zei: ‘Dit kan niet waar zijn vanwege de theologische implicaties.’ Dat zeiden ze zelfs in de negentiende eeuw niet in het openbaar. Ook toen was het belangrijk om objectief over te komen en niet gemotiveerd te lijken door persoonlijke overtuigingen. Tegen de jaren 30 van de vorige eeuw vind je dat dus nauwelijks meer. Men weigert om naar voren te treden en publiekelijk te bekennen waarom ze zozeer tegen zijn. Er zijn hooguit aanwijzingen in privécorrespondenties en meestal wordt zelfs daar niets expliciets gezegd, aangezien iedereen meent dezelfde mening te delen. Reich geeft zelf aan dat Oslo een behoorlijk conservatieve stad is die in de jaren ’30 wordt gedomineerd door de Lutherse Kerk. Ook de wetenschappers zijn conservatief in dat opzicht, zelfs de socialisten. De Arbeiderspartij is aan de macht terwijl Reich in Noorwegen verblijft. Het is de tijd waarin Noorwegen Trotsky als gast uitnodigt, totdat men door Stalin onder druk wordt gezet om hem uit te wijzen. Maar ook al zijn deze mensen socialisten, die een moderne sociale welvaartsstaat willen opbouwen, als het gaat om hun algemene waarden wreekt zich toch dat ze uit een kleingeestig, conservatief luthers dorp komen.

Neem bijvoorbeeld de geneticus Otto Mohr, die samen met zijn vrouw ontzettend hard werkte om seksuele voorlichting op het curriculum van openbare scholen in Noorwegen te krijgen. Je ziet dat Mohr voortdurend bang is om te radicaal dan wel te conservatief over te komen en daarmee te riskeren dat zijn progressieve programma niet zou worden ingevoerd. Al was Reich een groot voorstander van seksuele voorlichting op school, Mohr had toch het idee dat hij zich zoveel mogelijk van Reich moest distantiëren. Niet alleen omdat zijn collega te radicaal was, maar ook omdat hij bang was dat Reich als incompetente wetenschapper met pek en veren zou worden besmeurd. Dat wil dus niet noodzakelijkerwijs zeggen dat Mohr vanuit theologische overwegingen conservatief was, maar vooral dat hij zich ervan bewust was dat hij opereerde in een stad waarin dat de context was.

[MI] Kun je iets zeggen over het vervolg van het verhaal? Na zijn tijd in Scandinavië vertrok Reich naar de Verenigde Staten. Ook daar stuitte hij op veel weerstand. Zoals je al zei werden zijn boeken door de Amerikaanse overheid verbrand. Komt er een tweede deel waarin je het verhaal oppakt vanaf het moment dat Reich in de Verenigde Staten arriveert?

[JS] Ik ben er nog niet voor honderd procent over uit wat mijn volgende project gaat worden. Op dezelfde manier verder werken aan Reich is een grote verplichting en zou me waarschijnlijk vijftien jaar kosten. Reich richt zich na zijn aankomst in Amerika met name op de natuurkunde; in die zin zou ik me moeten omscholen om een redelijke kans te hebben om de bevindingen uit die experimenten juist te interpreteren. Voor dit boek was dat niet nodig omdat ik al microbiologie had gestudeerd. Maar ik speel nog met de gedachte, dat wel.