Over zelfdoding, met Elena Lindemans


Morgen plegen er in Nederland waarschijnlijk iets meer dan vijf mensen zelfmoord. Meestal zijn die mensen tussen de vijftig en zestig jaar, zo noteert het CBS. In 2015 stierven 1.871 personen door eigen hand, waarvan het leeuwendeel (941) te boek is gegaan als lijdend aan een psychische stoornis. De conclusie lijkt helder: Nederlandse suïcidanten zijn vooral mensen van middelbare leeftijd in geestelijke nood. De vraag of het voor een andere groep, ouderen met een voltooid leven, gemakkelijker gemaakt moet worden om stervenshulp te krijgen, blijkt een van de struikelblokken in de kabinetsformatie. Is die vraag nu inderdaad de belangrijkste? Wordt eerstgenoemde groep eigenlijk al voldoende geholpen? En wat zijn eigenlijk de rationele en morele bezwaren tegen zelfdoding? Door Arnoud Staveneuiter en Elena Lindemans.


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *


Essay uit dBNg 2017#4


Elena Lindemans is documentairemaker. In 2014 zond de npo haar veelbesproken documentaire Moeders springen niet van ats uit. Hierin vertelt ze over haar eigen moeder, die twaalf jaar eerder na een lange strijd tegen haar geest, met medeweten van familie, ‘van hoge hoogte’ sprong. Naar aanleiding van het verschijnen van de Nederlandse vertaling van Simon Critchley’s Notes on Suicide sprak ik haar hierover op een schitterende vrijdagochtend aan de noordoever van het IJ.

[Arnoud Stavenuiter] Kan je vertellen waar je moeder aan leed?[Elena Lindemans] Toen ze ziek was, twaalf jaar lang, hadden we geen idee wat er aan de hand was. Het zit tussen haar oren, zeiden haar artsen. Ze moest, even grof gezegd, een schop onder haar kont krijgen. Het zou wel goed komen. Door het maken van de lm kwamen we erachter dat ze mogelijk leed aan een stress- gerelateerde stoornis. Dat betekent dat je in een permanente staat van schrik en angst verkeert. Zo had ze van de kaakchirurg een kaakbitje gekregen; want door de krampen ging haar gebit kapot. Die man zei: ‘deze kan je je leven lang niet kapotbijten’. Toen ze overleed was ze aan haar derde toe.

[AS] Waarom konden of wilden de artsen haar euthanasiewens niet inwilligen?

[EL] De psychiater die daar uiteindelijk over ging, vond dat ze gewoon niet ziek genoeg was. Hij dacht dat ze baat zou hebben bij nog een jaar lang stevige psychotherapie. Op dat moment had hij niet door hoe ernstig ze mentaal en fysiek leed en dat ze een nieuwe behandeling waarschijnlijk niet aan zou kunnen.

[AS] Hij wilde met hagel schieten?

[EL] Ja, en dat had gekund als ze nog in een eerder stadium van haar ziekte was geweest, maar ze was al te ver heen. Dit was helaas kort voor de invoering van de euthanasiewetgeving uit 2001. Die heeft het makkelijker gemaakt voor artsen om mensen met een euthanasiewens te helpen, zonder dat justitie ze als crimineel ziet.

[AS] Denk je dat het oordeel van de arts mede door angst voor justitie tot stand kwam?

[EL] Ja, zeker toen zal deze motivatie waarschijnlijk ook bij andere artsen vaker een rol gespeeld hebben. En die kwam niet alleen door angst tot stand, maar ook door wat ik de arrogantie van de psychiatrie noem. Psychiaters hebben tot voor kort – er is volgens mij een kentering gaande – altijd gedacht: het enige wat ik kan en moet doen is genezen. Misschien wilden ze de patiënt niet als individu zien naar wie geluisterd moet worden, of zelfs psychosomatische ziektes niet als echte aandoeningen onderkennen. Ik sprak laatst nog een psychiater die er nog steeds van overtuigd is dat hij iedereen altijd kon genezen, als de patiënt maar wilde. Ik denk dat we ons over tien jaar zullen we schamen voor de manier waarop we met mensen die psychisch lijden zijn omgegaan.

[AS] Er is op dit moment sprake van het verruimen van de Wet toetsing levensbeëindiging. Ook met deze verruiming zullen mensen zoals jouw moeder – jong en geestesziek – niet snel binnen de kaders van de wet vallen. Waarom blijft deze groep zo moeilijk te bedienen?

[EL] De wetgeving is in principe ruim genoeg om ook mensen als mijn moeder te kunnen helpen. Het punt is echter dat er in de bestaande wet geen onderscheid wordt gemaakt tussen somatisch en psychisch lijden. Uiteindelijk is het aan de arts om te oordelen of de psychische klachten bij de patiënt ernstig lijden veroorzaken. Helaas is het voor een psychiatrisch patiënt vervolgens lastig te bewijzen dat zijn of haar lijden uitzichtloos is. Samen met de eerdergenoemde arrogantie en angst voor vervolging is het erg moeilijk om de behandelend psychiater te overtuigen dat euthanasie een oplossing is. Toch is er de laatste vijf jaar veel veranderd. Er hebben het afgelopen jaar tweeënveertig mensen euthanasie gekregen. In het jaar van mijn documentaire waren dat er nog maar elf.

[AS] Zou het ook kunnen, zoals Critchley als mogelijkheid oppert, dat de zelfdoding van een ernstig geesteszieke niet meer als vrije daad kan worden begrepen?

[EL] Dat vindt Critchley zelf uiteindelijk niet, hè? Ik denk niet dat mijn moeder verminderd toerekeningsvatbaar was. Aan de ene kant was ze inderdaad onbereikbaar, maar aan de andere kant waren de dingen die ze zei zo helder. Ik denk niet dat haar verstand eronder geleden heeft. Wat ik erover kan zeggen is dit: te vaak nog wordt door psychiaters psychisch lijden als symptoom gezien, niet als kwaal. Hiermee wordt de autonomie van de mens niet meer serieus genomen. Ik was met stomheid geslagen door Critchleys passage over die obscure Italiaanse filosoof [Alberto Radicati, red.] die in de achttiende eeuw al een poging deed zelfdoding moreel en juridisch te legitimeren. En nu, anno 2017, moeten we er nog steeds voor vechten. Dat is toch ongelofelijk?

AS] Rond het debat over levensbeëindiging horen we vaak het argument dat een zelfdoding de naaste omgeving van de suïcidant ook veel schade toebrengt. Volgens Critchley is deze afhankelijkheid geen beperking van de vrijheid tot zelfdoding, maar de voorwaarde ervan. Ik begreep dat niet zo goed. Wat maak jij hiervan na je ervaringen?

[EL] Ken je dat liedje over die hond, van Herman van Veen? Prachtig is het, dat moet je eens opzoeken. Het heet ‘De man die zelfmoord wilde plegen’ en gaat over een man die eindelijk, wanneer hij de moed verzameld heeft om van een brug te springen, een zieke hond tegenkomt. Gaat-ie daar weer voor zorgen! Je bent altijd verbonden met anderen, je bent geen individu. Tied to people, or dogs. Misschien dat hij dat bedoelt? Mijn antwoord is net als je vraag tweeledig: aan de ene kant is het een beperking als je in een netwerk zit, dan kan je het omwille van anderen niet maken. Ik heb mensen gesproken die zeiden: ik wacht met zelfmoord plegen tot mijn ouders zijn overleden. Maar aan de andere kant kan dat netwerk ook een voorwaarde zijn om het wel te doen – omdat zij je situatie zo goed kennen. Dat was zo bij mijn moeder; ze wilde gaan en wij lieten haar. Dat was het hoogste offer.

[AS] Critchley schrijft: ‘Het verschijnsel zelfmoord vraagt erom begrepen te worden en we hebben dringend behoefte aan een meer volwassen, vergevingsgezinde en bedachtzame bespreking van dit onderwerp.’ Was de documentaire over jouw moeder een daad van vergiffenis?

[EL] Nee, absoluut niet. Het gekke is dat als zo’n levensvraag zo dichtbij komt, het je lukt om heel helder te denken. Het had gekund dat we erna toch twijfels hadden. Maar nee, die kwamen niet. Weet je, eerdere zelfmoordpogingen met pillen waren mislukt. Ze overwoog om tegen een boom te rijden maar was bang er slechter uit te komen. Dus springen was de enige effectieve manier. Zo zag ze dat. Met de noodzaak van een meer open bespreking van het onderwerp ben ik het wel hartgrondig eens. Ik heb een aantal keer voor een zaal psychiaters gestaan die zelden met elkaar over zelfdoding spraken. Dat waren zulke mooie sessies – er werd zelfs gehuild. De mindset is dan bijna… alsof iedereen kneedbaar is. De ene na de andere arts kwam met ontboezemingen. Dat is wat ik hoopte dat er zou gebeuren – dat het onderwerp minder taboe zou worden en dat erover gesproken en gediscussieerd kan worden.

[AS] Zijn er maatregelen om het aantal zelfdodingen door mensen die ontoereikende hulp kregen terug te dringen die je echt gerealiseerd wil zien?

[EL] Doorverwijsplicht. Er zijn artsen en psychiaters die bij voorbaat niet aan een euthanasieverzoek willen voldoen – om morele of religieuze redenen. De doorverwijsplicht kan ervoor zorgen dat zo’n arts de patiënt moet doorverwijzen naar een arts die dat wel kan. Daardoor kunnen psychiaters het hoofd niet meer in het zand steken. Ook moet worden bijgehouden wie en hoeveel mensen zich bij een arts melden met de boodschap niet meer te willen leven. De laatste psychiater van mijn moeder had geen idee dat ze was overleden. Hoe kan je je werk nu goed doen als je dat soort dingen niet op je bord terugkrijgt?

[AS] Is er een passage in het boek waardoor je je moeders beslissing beter bent gaan begrijpen?

[EL] Wat ik mooi vond, is het stuk waarin Critchley bij monde van Freud uitlegt dat je jezelf wellicht als object moet gaan zien om jezelf te kunnen doden, waardoor het eigenlijk moord is in plaats van zelfmoord. Zou dat… ik denk dat dat gewoon waar is. Mijn moeder was op den duur bang voor grassprietjes en haatte zichzelf erom. Ze schaamde zich kapot voor wie ze was geworden, dat ze zich er nooit overheen kon zetten. Ze verwerd van een onafhankelijke vrouw tot iemand die nooit meer buiten kwam, die altijd op de bank zat en het leven ondraaglijk vond. Je kunt jezelf niet als moeder, partner of als toekomstig oma blijven zien als je op de elfde verdieping van een at staat. Dan zie je jezelf misschien ook wel als object. Ik vond dat een eyeopener.