Het agro-industrieel complex: een wereldwijde ramp en wat eraan te doen
πŸ–‹ Jelle Reumer


Het is een wrang toeval: in de week dat ik dit essay schrijf, barst er een kleine mediastorm los over een artikel in het wetenschappelijke tijdschrift PLoS One over de teloorgang van de Europese insectenfauna. Wat bleek: ruim driekwart van de biomassa aan vlinders, vliegen, bijen, hommels en ander vliegend zespotig gedierte is zoek. Spoorloos, alsof de diertjes en masse naar betere oorden zijn vertrokken. Twee weken eerder kwam het tijdschrift Science met een welhaast nog schrikbarender onderzoeksresultaat. Een groep Zwitserse wetenschappers had vrienden, familieleden en collega’s gevraagd om potjes honing
mee te nemen van over de hele wereld. Ze analyseerden er 198, afkomstig van alle continenten, van CuraΓ§ao tot Nieuw-Zeeland, van BelgiΓ« tot Japan, en stelden vast dat in driekwart van die potjes zoetigheid neonicotinoΓ―den zaten. Weliswaar bleef het in de meeste gevallen onder de grenswaarde van 50 nanogram gif per gram honing; in een Duits en in een Pools potje zat simpelweg te veel.Β Door Jelle Reumer


Beste lezer,

de Nederlandse Boekengids is een geheel zelfstandig tijdschrift en is volledig afhankelijk van abonnees en adverteerders. Als u nu een abonnement neemt, is niet alleen deze bijdrage al meteen te lezen, maar bovendien al onze eerdere stukken en nummers. Sluit hierΒ uw abonnement af.

Met boekengroet,

de redactie van de Nederlandse Boekengids